3e zondag na Pasen : de Myrondraagsters

Zondag van de Myrondraagsters
3e zondag na Pasen

myrondraagsters (2)

Lezinge

Handelingen 6,1-7

Hoofdstuk 6
Zeven medewerkers gekozen; groei van de gemeente
[1] In die dagen, toen het aantal leerlingen* steeds groter werd, begonnen de hellenisten* te mopperen op de Hebreeën*; ze vonden dat hun weduwen bij de dagelijkse ondersteuning* werden achtergesteld. [2] De twaalf riepen daarop de hele groep leerlingen bij elkaar en zeiden: ‘Het is onverantwoord dat wij het woord van God verwaarlozen om te kunnen zorgen voor de ondersteuning. [3] Zie daarom uit, broeders, naar zeven personen uit jullie midden, die goed bekend staan, vol van de Geest en van wijsheid. Hen zullen wij dan met deze taak belasten, [4] terwijl wíj ons blijven toeleggen op het gebed en de bediening van het woord.’ [5] De hele groep stemde met dit voorstel in. Zij kozen Stefanus*, een man vol geloof en heilige Geest, en verder Filippus, Prochorus, Nikanor, Timon, Parmenas en Nikolaüs, een proseliet uit Antiochië. [6] Ze droegen hen voor aan de apostelen, en die legden hun na gebed de handen op.
[7] Het woord van God bleef zich verbreiden; het aantal leerlingen in Jeruzalem werd nog veel groter, en ook een grote groep priesters aanvaardde het geloof.

EVANGELIE :
Marcus 15,43-16,8 :

Hoofdstuk 15
[43] durfde Jozef van Arimatea, een vooraanstaand lid van de raad, die zelf ook leefde in de verwachting van het koninkrijk van God, het aan om naar Pilatus te gaan en het lichaam van Jezus te vragen. [44] Pilatus was verbaasd dat Hij al dood zou zijn, en hij riep de centurio bij zich en vroeg hem of Hij al gestorven was. [45] Toen hij dat van de centurio vernomen had, gaf hij het lijk aan Jozef. [46] Deze kocht een linnen doek, nam Hem van het kruis af, en wikkelde Hem in het linnen; hij legde Hem in een graf* dat in de rots was uitgehouwen, en hij rolde een steen voor de ingang van het graf. [47] Maria van Magdala en Maria van Joses keken toe waar Hij werd neergelegd.
Hoofdstuk 16
De vrouwen bij het graf
[1] Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria* van Magdala, Maria van Jakobus, en Salome kruiden om Hem te gaan zalven. [2] In alle vroegte op de eerste dag van de week gingen ze na zonsopgang naar het graf. [3] Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen bij de ingang van het graf wegrollen?’ [4] Toen ze opkeken, zagen ze dat de steen weggerold was; hij was overigens buitengewoon groot. [5] Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een jongeman zitten met een wit kleed om, en ze schrokken hevig. [6] Maar hij zei hun: ‘Schrik niet. U zoekt Jezus van Nazaret, die gekruisigd is. Hij is tot leven gewekt, Hij is niet hier. Kijk, hier is de plaats waar ze Hem neergelegd hadden. [7] Maar ga tegen zijn leerlingen en tegen Petrus* zeggen: “Hij gaat u voor naar Galilea. Daar zult u Hem zien, zoals Hij u gezegd heeft.” ‘ [8] Ze vluchtten naar buiten, van het graf weg, bevend van angst en buiten zichzelf. Ze zeiden niemand iets, want ze waren bang*.

Goede Vrijdag

Goede Vrijdag

goede vrijdag

 

 De Ed’le Jozef

De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen
U o Heer
In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.

Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald
O onsterfelijk leven
Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht

De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf
O Heer en God
Maar de engel aan het graf sprak hun toe

Zie deze myronbalsem is passend
voor wie gestorven zijn
Maar Christus is de onvergankelijke Heer

 

Verraden door een vriend,
onteerd, bespot,
veroordeeld om
eerloos te sterven.
Gij antwoordt niet
en wacht
omdat gij weet dat
waarheid overwinnen zal
op duisternis en haat.

Gij neemt op U het kruis
van smaad en schande.
Uw handen dragen hout
dat weegt onder de last
van liefdeloosheid, kwade wil.

Verloochend door een vriend,
terwijl de haan driemaal zal kraaien
gaat gij, gebukt, de stad uit
naar de berg, gehoorzaam als een lam.
Uw liefde wint het op de haat

Gij gaat de weg van
kruis en zelfverloochening.
Verminkt, vertrapt, draagt Gij
de lasten van ontelbaar velen.
Gij valt en weet wat het betekent
ont-kracht, ont-luisterd en ont-eerd te zijn.

Toch staat Gij op,
gesteund, gedragen
door het woord van Hem,
de Ene die in U gelooft.

Eén ogenblik
een zee van pijn
een druppel eeuwigheid
van mateloze liefde.

De woorden blijven steken
in een onmachtig handgebaar.
Wat kan haar nog bewegen
dit dodenpad mét U te gaan?

Gij kijkt haar aan
en zij heeft het begrepen.
Haar ogen zeggen ‘ja’ –
zij laat U verder gaan

Gij hebt aanvaard
dat iemand hulp aanbood.
De vreemdeling wordt vriend
en deelgenoot in dit onmenselijk lijden.
Ontmoeting wordt vertroosting wederzijds
en Simon is sindsdien een ander mens.

Zij durft het aan,
baant zich een weg
doorheen het kluwen
van een wilde menigte,
trotserend onbegrip en hoon.
Ofschoon zij nauwelijks U kennen kan
reikt zij haar hart en handen aan
bewogen door de macht
die mede-lijden heet.

En Gij blijft staan – heel even –
genoeg om haar erbarmen
dankbaar te ondergaan.

Zij zal dit nooit vergeten
want uw gelaat, de afdruk,
don
ker op het witte lijnwaad,
draagt zij voor altijd met zich mee.
Kostbaar geschenk, tastbaar
nalatenschap voor eeuwen

Gij valt een tweede maal.
Wat weegt het zwaarst?
Doodsangst of onverschilligheid
van hen die U omringen?
De pijn die in het lichaam snijdt
of alles wat uw ziel, uw hart bezwaart?
Geweld heeft veel gezichten.

Maar Gij staat recht,
gaat verder op de weg
en draagt met liefde onze smart.

Gij wordt geraakt,
staat stil bij het verdriet van anderen.
Nog vindt Gij woorden en gebaren
die zegen en vertroosting zijn.
Ween niet, althans niet over Mij,
zegt Gij, maar heb verdriet om
alles wat niet liefde is,
om wat haar kwetst, verminkt
en ondermijnt.

En midden uw oneindig leiden zegt Gij:
vrees niet en blijf in Mij.
De wijnstok zal weer bloeien
en vruchten dragen, honderdvoud.

Gij valt een derde maal
en voelt weerom de harde grond,
de hardheid van uw mensen.
Maar sterker dan de zwakheid
van uw gefolterd lichaam
spreekt uw wil, uw liefdedrang
om één te zijn met wat uw Vader wil.

Gij staat weer recht vóór ons,
om onzentwil gehoorzaam tot de dood.
Gij strompelt voort, gebroken,
tot aan het altaar op de heuvel.

Weerloos en beroofd
van alles wat U toebehoorde,
zelfs het kleed wordt weggenomen
en niets geeft nog beschutting.
En om uw naadloos kleed
wordt grimmig hard gedobbeld.

Toch blijft Gij voor G
od zelf
de welbeminde Zoon.
Gij zegt:
bekleed u met gerechtigheid
en tooi u met barmhartigheid
want alles wat gij doet aan
wie de minsten zijn,
dat hebt gij ook aan Mij gedaan.

Het is het derde uur
als zij U kruisigen.
Onzinnig is dit hout
waarmee Gij één wordt nu
en hoe uit-zinnig moet de liefde zijn
die God zijn mensen toedraagt.
Nog steeds wordt Gij gekruisigd
in wie verdrukt, vervolgd, gepijnigd wordt.
Nog steeds spreidt Gij uw handen uit
in dit gebaar van geven en vergeven,
van liefdevol ontvangen.

Dit is het negende,
het zwaarste uur,
het uur van duisternis en
eenzaamheid ten dode toe,
verlatenheid en angst
gekruid met bitterheid.
Maar ook het uur dat Gij de geest,
uw eigen leven hebt gegeven
aan wie het dierbaarst bleven:
de Moeder krijgt een Zoon,
de Zoon ziet plots zijn Moeder!
Uur van de dood
maar meer nog:
uur van leven!

De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
Na veertien donkere
staties zinloos leed
met uitzicht op de dood
verrast het helder morgenrood
achter de steen die, weggerold,
zijn diep geheim te raden geeft.

Het antwoord op de vragen
geneeskracht voor verdriet:
niets gaat verloren voor
wie de waarheid ziet
boven het lege graf.

Dit is het wonder dat
nog dagelijks geschiedt:
stenen van ongeloof
worden opzij geschoven
en mensen leven weer
met paaslicht in de ogen
omdat de Zon hen zin en
nieuwe draagkracht gaf.

Palmzondag

PALMZONDAG

Palmzondag
Loof en groen in onze handen
opgaan naar Jeruzalem.
Verwachting in ons hart
misschien zien we Hem.
We roepen mee of kijken uit
daar komt Jezus!
Hij lijkt moe.
Hosanna klinkt het luid
wachtend op respons.
Maar dat gezicht
is niet van een koning.
Meer een van ons!

Palmzondag.jpg

Lezingen
Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

Lees verder Palmzondag

H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Homilie over de Moeder Gods 2, 93-145 ; CSCO 363 et 364, 52-53 (vert. Evangelizo)

Efrem de Syriër47

“De Machtige heeft grote dingen aan mij gedaan” (Lc 1,49)

Mijn geliefden, aanschouw Maria, en zie hoe de engel Gabriël bij haar binnenkwam en haar vraag: “Hoe zal dat gebeuren?” De dienaar van de Heilige Geest antwoordde haar: “Dat is eenvoudig voor God; voor Hem is alles eenvoudig”. Schouw hoe ze het gehoorde woord geloofde en zei: “Zie de dienstmaagd des Heren”. Op dat moment is de Heer nedergedaald op een wijze die Hij alleen kent. Hij heeft zich in beweging gezet en is gekomen zoals Hij wilde. Hij is bij haar gekomen zonder dat zij dat voelde en ze heeft Hem ontvangen zonder lijden te ondervinden. Ze droeg Degene, waarvan de wereld vervuld was, in haar als een kind. Hij is nedergedaald om het voorbeeld te zijn, dat het oude beeld van Adam vernieuwde.

Lees verder

Heilige Ulrich

Heiligenleven

De heilige Ulrich, bisschop van Augsburg

Ulrich

De heilige Ulrich, bisschop van Augsburg, stamde uit een oud adellijk geslacht van de Alemannen, en werd geboren in 890. De geboorte was moeilijk verlopen en het leek of de zwakke baby niet lang zou blijven leven. Maar na enige tijd trad herstel in en het knaapje werd een stevige jongen. Hij werd bestemd voor de geestelijke stand en opgevoed op de beroemde kloosterschool van Sankt Gallen, waar hij aller harten won door zijn levendig temperament, zijn onschuld, zijn zachtmoedigheid en oprechte vroomheid. Daarna werd hij hofkapelaan bij zijn oom, de bisschop van Augsburg, ofschoon hij pas zestien jaar oud was.
Misschien ter voltooiing van zijn opvoeding ging hij drie jaar later op pelgrimstocht naar Rome, naar de graven van de apostelen. Daar kwam het nieuws binnen dat zijn oom gestorven was, en de paus wilde hem meteen tot diens opvolger wijden. Maar Ulrich vond zichzelf te jong om zulk een verantwoordelijkheid te dragen en weigerde hardnekkig.

Lees verder Heilige Ulrich