Opwekking van Jaïrus’dochtertje

19e zondag na Pinksteren

“Opwekking van JaÏrus’dochtertje en genezing van een vrouw”

jairus2

 

LEZINGEN
2 Kor.11,31-12,9

11.31God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. 32Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad bewaken om mij te vangen; 33en om aan zijn greep te ontsnappen moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
12.1 Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen van openbaringen van de Heer. 2Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden, in het lichaam of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het… die mens werd weggerukt naar de derde hemel. 3Van die mens weet ik dat hij met het lichaam of zonder het lichaam, ik weet het niet, God weet het, 4dat hij werd weggerukt naar het paradijs en onzegbare woorden vernam, die geen mens mag uitspreken. 5Op zo iemand wil ik roemen. Voor mijzelf wil ik alleen roemen op mijn zwakheden. 6Zou ik werkelijk willen roemen, dan was ik geen dwaas; ik zou immers de waarheid zeggen. Maar daar zie ik van af; ik wil niet dat iemand mij meer

Lees verder Opwekking van Jaïrus’dochtertje

18e zonda na Pinksteren :Het legioen van duivels

18e zondag na Pinksteren

“Het legioen van duivels”

 

Gerasenen

 

Eerste lezing :
2Kor.9,6-11

Bedenkt: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7Laat ieder wat hij in zijn hart besloten heeft, ten uitvoer brengen, zonder pijn en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. 8En God heeft de macht u met alle gaven te overstelpen, zodat gij altijd in alle opzichten van al het nodige voorzien, nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. 9Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn milddadigheid zal immer blijven. 10Hij die de zaaier zaad verschaft en voedsel om te eten, zal ook u zaaigoed verschaffen en het vermenigvuldigen en de oogst van uw milddadigheid doen gedijen. 11Zo wordt gij in ieder opzicht verrijkt en kunt gij alle soort vrijgevigheid beoefenen. En deze is op haar beurt, door onze bemiddeling, oorzaak van dankbetuiging aan God.

Lees verder 18e zonda na Pinksteren :Het legioen van duivels

De parabel van de zaaier

17e zondag na Pinksteren

Zondag van de Vaders van het Zevende Oecumenische Concilie

 

“DE PARABEL VAN DE ZAAIER”

 

jezus de zaaier

Eerste Lezing :
Titus 3,8-15

Op dit woord kunt ge bouwen, en ik wil dat ge moedig voor uw overtuiging uitkomt. Zij die in God geloven, moeten zich beijveren de eersten te zijn bij elk goed werk. Dat is voor hen een ereplicht en de wereld zal er wel bij varen. 9Maar houd u niet op met onzinnige kwesties, genealogieën, discussies en twistpunten aangaande de wet; deze dingen zijn nutteloos en hebben geen zin. 10Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen. 11Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt.
Mededelingen en groeten

Lees verder De parabel van de zaaier

Opwekking van de Jongeling van Naim

16e zondag na Pinksteren

Opwekking van de jongeling van Naim

 

Naim genezing van de zoon van...

 

Eerste Lezing

2 Kor.6,1-10

Werk en lijden van de apostel
1Als Gods medewerkers sporen wij u aan: zorg dat ge zijn genade niet tevergeefs ontvangt. 2Hij zegt immers: Op de gunstige tijd heb Ik u verhoord, op de dag van het heil ben Ik u te hulp gekomen. Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil. 3Wij geven niemand enige aanstoot, om ons ambt niet in opspraak te brengen. 4In alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als dienaars van God door het standvastig verduren van ontberingen, nood en ellende: 5slagen, gevangenschap, oproer, oververmoeidheid, gebrek aan slaap, te weinig eten. 6Onze aanbeveling is: zuiverheid, inzicht, geduld, goedheid, en geest van heiligheid en ongeveinsde liefde, 7het woord van de waarheid, de kracht van God zelf. Wij strijden en verweren ons met geestelijke wapens. 8Eer en smaad, lof en laster zijn ons deel; wij zijn de bedriegers die de waarheid spreken, 9de onbekenden die iedereen kent; wij sterven maar blijven leven, wij worden getuchtigd maar niet terechtgesteld; 10wij treuren, maar zijn altijd blij; wij zijn berooid en maken velen rijk, haveloos en de wereld is van ons.

Lees verder Opwekking van de Jongeling van Naim

15e zondag na Pinksteren

15e zondag na pinksteren

Bemin uw vijanden en wees barmhartig

 
liefde.png

Lezingen van de zondag :

Eerste lezing : 2 Kor.4,6-15 :

4voor de ongelovigen, wier geest door de god van deze wereld zozeer is verblind, dat zij de glans niet ontwaren van het evangelie van de heerlijkheid van Christus, die het beeld is van God. 5Wij verkondigen immers niet onszelf, maar Christus Jezus, de Heer; onszelf beschouwen wij slechts als uw dienaars om Jezus’ wil. 6Dezelfde God die gezegd heeft: “Licht moet schijnen uit het duister,” is als een licht in onze harten opgegaan, om de kennis te doen stralen van zijn heerlijkheid, die ligt over het gelaat van Christus.
Vertrouwen bij alle wederwaardigheden

Lees verder 15e zondag na Pinksteren

Roeping eerste leerlingen

14e zondag na Pinksteren

“Roeping van de eerste leerlingen

roeping eerste leerlingen4.jpg

LEZINGEN

EERSTE LEZING : 2 Kor.1,21-2,4

God zelf is het die ons samen met u in Christus bevestigt en die ons heeft gezalfd. 22Hij is het die op ons zijn zegel heeft gedrukt en ons de Geest als onderpand heeft gegeven. 23Ik roep God aan als mijn getuige: alleen om u te sparen ben ik niet naar Korinte gekomen. 24Niet alsof wij heer en meester zijn van uw geloof; in het geloof staat gij vast genoeg. Wij willen slechts bijdragen tot uw vreugde.
VAN PAULUS, door Gods wil apostel van Christus Jezus, en Timóteüs, onze broeder, aan de kerk Gods in Korinte en aan alle heiligen in geheel Achaïa. 2Genade en vrede voor u vanwege God onze Vader en de Heer Jezus Christus!
Dankzegging

Lees verder Roeping eerste leerlingen

Het rijk der hemelen

11e zondag na Pinksteren
HET RIJK DER HEMELEN

KERKELIJK NIEUWJAAR

rijk-der-hemelen111
Zoek liever eerst het koninkrijk van God en zijn gerechtigheid, dan zullen al die andere dingen je erbij gegeven worden. Matteüs 6,33

LEZINGEN
1 Korintiërs 9,2-12

2] Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. [3] Dit is mijn antwoord aan mijn critici. [4] Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? [5] Hebben wij niet het recht om een christenvrouw* mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers* van de Heer en Kefas? [6] Of zijn Barnabas* en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud?[7] Welke* soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? [8] Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? [9] In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, [10] of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger* moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen. [11] Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? [12] Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren.

Lees verder Het rijk der hemelen