Rijkdom en dwaasheid

25e zondag na Pinksteren

“Rijkdom en dwaasheid”

Rijke en arme.jpg

 

LEZINGEN:

Efesiërs 4,1-7:

Ik, de gevangene in de Heer, vraag u met aandrang: leidt een leven dat beantwoordt aan de roeping die gij van God ontvangen hebt, 2in alle deemoed en zachtheid, in lankmoedigheid, liefdevol elkaar verdragend. 3Beijvert u de eenheid des Geestes te behouden door de band van de vrede: 4een lichaam en een Geest, zoals gij ook geroepen zijt tot een en dezelfde hoop waarvoor Gods roeping borg staat. 5Een Heer, een geloof, een doop. 6Een God en Vader van allen, die is boven allen en met allen en in allen. 7Maar aan ieder van ons afzonderlijk is de genade verleend naar de maat van Christus’ gave.

Lees verder Rijkdom en dwaasheid

Het voornaamste gebod

border (n(h.jpg

24e zondag na Pinksteren

“Het voornaamste gebod”

voornaamste gebod

LEZINGEN :

Eerste lezing :
2 Kor.4,6-15

De God die heeft gezegd: ‘Uit de duisternis zal licht schijnen,’ heeft in ons hart het licht doen schijnen om ons te verlichten met de kennis van zijn luister, die afstraalt van het gezicht van Jezus Christus.
Het huidige leven en de toekomstige luister
Maar wij zijn slechts een aarden pot voor deze schat; het moet duidelijk zijn dat onze overweldigende kracht niet van onszelf komt, maar van God. We worden van alle kanten belaagd, maar raken niet in het nauw. We worden aan het twijfelen gebracht, maar raken niet vertwijfeld. We worden vervolgd, maar worden niet in de steek gelaten. We worden geveld, maar gaan niet te gronde. We dragen in ons bestaan altijd het sterven van Jezus met ons mee, opdat ook het leven van Jezus in ons bestaan zichtbaar wordt. Wij levenden worden altijd omwille van Jezus aan de dood prijsgegeven, opdat in ons sterfelijke bestaan ook het leven van Jezus zichtbaar wordt. Zo is in ons de dood werkzaam, en in u het leven. Er staat geschreven: ‘Ik bleef vertrouwen, daardoor kon ik spreken.’ In datzelfde vertrouwen spreken ook wij, omdat we geloven en weten dat hij die de Heer Jezus heeft opgewekt ook ons, net als Jezus, zal opwekken en ons samen met u naar zich toe zal voeren. Dit alles gebeurt omwille van u, zodat Gods goedheid, die zich door steeds meer mensen verbreidt, ook tot steeds meer dankzegging leidt, tot eer van God.

Lees verder Het voornaamste gebod

Genezing van Jaïrus dochtertje..

22e zondag na Pinksteren

‘Opwekking van Jaïrus’dochtertje en genezing van een vrouw’

jairus2

Lezingen :
Hebreeën 9,1-7 :

1Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. 2Er was een tabernakel, een tentheiligdom, ingericht, waarvan het voorste deel de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; dit noemde men het heilige. 3Achter het tweede voorhangsel was een gedeelte dat het allerheiligste werd genoemd. 4Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark des verbonds, geheel met goud overtrokken, waarin zich bevonden een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond. 5Boven de ark waren de kerubs der heerlijkheid, die het verzoendeksel overschaduwden. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan. 6In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste ruimte binnen, 7maar de tweede wordt alleen door de hogepriesters betreden, slechts eenmaal in het jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Lees verder Genezing van Jaïrus dochtertje..

Het legioen van duivels

21e zondag na Pinksteren
“Legioen van duivels”

Legioen van duivels

Eerste lezing :
Galaten,2,16-20

[16] Aangezien wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Christus Jezus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet, want door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden.[17] Als* wij nu, door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus, ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus in dienst staat van de zonde? Dat nooit! [18] Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. [19] Want staande* onder de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. [20] Ikzelf leef niet meer, Christus leeft in mij. Mijn sterfelijk leven is een leven in het geloof in de Zoon*van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.

Lees verder Het legioen van duivels

Vaders zevende oecumenisch concilie

20e zondag na Pinksteren

Zondag van de Vaders van het 7e Oecumenisch concilie

 

zevende oecumenisch concilie222

Eerste lezing :
Titus 3,8-15

8Op dit woord kunt ge bouwen, en ik wil dat me moedig voor uw overtuiging uitkomt. Zij die in God geloven, moeten zij beijveren de eersten te zijn bij elk goed werk. Dat is voor hen een ereplicht en de wereld zal er wel bij varen.
9Maar houd u niet op met onzinnige kwesties, genealogieën, discussies en twistpunten aangaande de wet; deze dingen zijn nutteloos en hebben geen zin.
10Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen.
11Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt.
12Kom, als ik Artemas of Týchikus naar u gezonden heb, zo spoedig mogelijk bij mij in Nikópolis, want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
13Neem alle maatregelen voor de reis van Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos; het mag hun aan niets ontbreken.
14Ook de onzen moeten leren zich met eerlijke arbeid bezig te houden en het hunne bij te dragen ter voorziening in allerlei behoeften; dan maken zij zich nuttig.
15Allen die bij mij zijn, groeten u. Groet alle vrienden in het geloof. De genade zij met u allen.

Evangelie :
Lucas 8,5-15 :

8Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort.’ En met luider stem voegde Hij eraan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, hij luistere.’
9Zijn leerlingen vroegen Hem, wat die gelijkenis wel betekende.
10Hij antwoordde: ‘Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen.
11Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God.
12Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden.
13Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel, zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af.
14Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstrikt raken en niet tot rijpheid komen.
15Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat Zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

Opwekking van de jongeling uit  Naim

2 Korintiërs : 11,31-12,9

 

zoon van de weduwe van Naïm

73 1God, de Vader van onze Heer Jezus gezegend is Hij in eeuwigheid! weet dat ik niet lieg. 32Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad bewaken om mij te vangen; 33en om aan zijn greep te ontsnappen moest ik in een mand worden neergelaten door een venster in de stadsmuur.
1 Moet er geroemd worden? Het dient wel nergens toe, maar dan kom ik nu tot visioenen van openbaringen van de Heer. 2Ik ken een mens in Christus, die veertien jaar geleden, in het lichaam of buiten het lichaam, ik weet het niet, God weet het… die mens werd weggerukt naar de derde hemel. 3Van die mens weet ik dat hij met het lichaam of zonder het lichaam, ik weet het niet, God weet het, 4dat hij werd weggerukt naar het paradijs en onzegbare woorden vernam, die geen mens mag uitspreken. 5Op zo iemand

Lees verder

Bemint uw vijanden

18e zondag na Pinksteren

“Bemint uw vijanden

 
bemint uw vijanden5

Lezingen
2 Kor.6, 16-7,1

6, 16 Kan de tempel van God een verbond aangaan met de afgoden? Maar de tempel van de levende God, dat zijn wij. God heeft het zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 17Daarom, gaat weg en verlaat hen, houdt u ver van hen, zegt de Heer, raakt niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. 18Ik zal voor u een vader zijn en gij zult voor Mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.
7,1Geliefden, zulke beloften zijn ons gedaan; laten wij ons dan zuiveren van elke smet van vlees en geest, en vol ontzag voor God het werk van onze heiliging voltooien.
Lees verder Bemint uw vijanden