De tien melaatsen

De tien melaatsen

De dood in de schoenen,als wachtwoord: ‘onrein’
Zij waren verdoemden,hoe groot eens nu klein.
Verbannen verlaten, verziekt en mismaakt.
Niets meer te verliezen. Half stervend en naakt
Zo saam met z’n tienen, toch ieder alleen.
Niets meer te verdienen, verwerping alleen.
Waar mochten ze op hopen? Geen weg meer terug.
Geen deur bleef meer open. Men keert hen de rug.
In het diepst van hun wanhoop kwam Jezus voorbij.
Toen riepen die zieken: ‘heb meelij met mij!’
Hij heeft hen getrokken in Zijn heerschappij:
‘Ga, toon u de priesters Word rein, heel en vrij!’
Zij renden, voor ’t leven, geraakt in geloof,
dat Jezus zou geven, wat Hij had beloofd.
Zij werden gereinigd, van harte gezond.
Slechts een kwam weerom, die zijn Redder daar vond.
Die dankte zijn schepper, bracht lofprijs en eer.
Hij viel in aanbidding voor Christus terneer.
‘Waar zijn de andere negen?’ vroeg Jezus nadien.
‘Waar zijn zij gebleven? – Het waren er tien!’
(Lucas 17 vanaf vers 11

 

tien melaatsen

Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus

paus en Kerkleraar
3e sermon voor Kerstmis; SC 22 bis (vert. © Evangelizo.org)

Leo de Grote 25

“Gezegend zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus… In Christus immers heeft God, voordat de wereld gegrondvest werd, ons vol liefde uitgekozen” (Ef 1,3-4)

 

De incarnatie van het Woord van God betreft het verleden als ook de toekomst; in geen enkele tijd, hoe onbeduidend ze ook was, werd het heil voor de mensen ooit onthouden. Wat de apostelen gepredikt hebben, hadden de profeten al aangekondigd, en men kan niet zeggen dat wat altijd al geloofd werd, te laat vervuld werd. Anders dan het heilswerk heeft God in zijn wijsheid en goedheid ons het meest geschikte gegeven om te antwoorden op zijn roep…, dankzij deze oude en veelvuldige verkondigingen.
Het is dus niet waar dat God voorzien heeft in menselijke zaken door zijn plan te veranderen en om bewogen te worden door een verlate barmhartigheid: vanaf de schepping van de wereld, heeft Hij voor allen een en dezelfde weg naar het heil uitgevaardigd. De genade van God waardoor alle heiligen altijd gerechtvaardigd werden, is immers steeds groter geworden en is niet pas begonnen toen Christus geboren werd. Dat mysterie van een grote liefde die nu de gehele wereld heeft vervuld, was reeds even krachtig in de tekenen die het voorafgingen; zij die er in geloofd hebben toen Hij beloofd werd, zijn niet minder gezegend dan zij die Hem ontvangen hebben toen Hij gegeven werd.

Lees verder Leo de Grote : Gezegend zij de God en Vader van Jezus Christus

Hieronimus : de doop van Jezus

priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Commentaar op Matteüs III, 13-16 ; SC 242 (vert. Evangelizo.org)

Hieronimus : de doop van Jezus

 

Hieronimus8

 

“Toen kwam Jezus uit Galilea naar Johannes bij de Jordaan om zich door hem te laten dopen.” De Verlosser ontving de doop van Johannes om drie redenen. De eerste reden was omdat Hij, als mens geboren, alle nederige voorschriften van de wet wilde vervullen; de tweede reden om door zijn doop de doop van Johannes te bekrachtigen; en de derde reden gebeurde toen Hij het water van de Jordaan heiligde door de neerdaling van de duif om daarmee de komst van de heilige Geest te tonen in de doop van de gelovigen.

Lees verder Hieronimus : de doop van Jezus

Abba Isaias

Abba Isaias (einde 4de eeuw?)
Logos 18,10

Niemand mag zich tot God richten, als hij met een ander nog niet in het reine is. God vergeeft niet zolang wij niet vergeven hebben.
Als u bemerkt dat uw hart niet zuiver is tegenover velen, vraag dan niets aan de Heer. U beledigt Hem, want hoewel zelf een zondaar en wrokkend op een mens uw gelijke, zegt u tot Hem die uw hart doorvorst: “Vergeef mij mijn zonden”. Zo iemand bidt niet met de geest, maar met de lippen, zonder begrip. Wie naar waarheid tot God wil bidden in de geest, in de heilige Geest en met een rein hart, onderzoekt zijn hart alvorens te bidden, of hij met niemand op gespannen voet leeft. En als dat het geval is, dan bedriegt hij zichzelf en niemand luistert naar hem, omdat zijn geest niet bidt, het gaat alleen maar over de gewone uren van de gebedsdienst. Wie echter zijn werk (zijn gebed) zuiver wil verrichten, zal beginnen met na te gaan hoe het staat met zijn geest. Bent u zelf – terwijl u zegt: “Wees mij barmhartig” – barmhartig voor wie u smeekt? En terwijl u zegt: “Vergeef mij”, vergeeft u zelf, armzalige? En als u zegt: “Wees mijn misstappen niet indachtig”, ziet u zelf de misstappen van uw evenmens door de vingers? En als u zegt : “Gedenk niet de boosheden, die ik vrijwillig of noodgedwongen bedreven heb”, wel, als er (bij u) dwang was, moet u van uw kant een ander ook niets aanrekenen. Als u nog niet zover bent om dat te doen, bidt u tevergeefs, God zal u niet verhoren. Heel de Schrift leert: “Vergeef mij”. En in het gebed (Onze Vader) volgens Matteüs (6,12) zei Hij eveneens: “En vergeef ons onze schulden, zoals ook wij onze schuldenaars vergeven” en in dat volgens Lucas: “Indien u de mensen hun misstappen vergeeft, zal ook uw Vader in de hemelen vergiffenis schenken” (niet Lucas, maar Mt. 6,14).

Augustinus : ze bleven die dag bij Hem

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Overwegingen over het Evangelie van Johannes, nr 7 (vert. Evangelizo.org)

augustinus57

“Ze bleven die dag bij Hem”

“Johannes was daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem.” Johannes was zo’n goede “vriend van de Bruidegom”, dat hij niet zijn eigen glorie zocht: hij gaf eenvoudigweg getuigenis van de waarheid (Joh 3,29.26). Zou hij erover denken om zijn leerlingen bij zich te houden en ze beletten om de Heer te volgen? Helemaal niet, hij toont hen zelfs zelf wie ze moeten volgen… Hij verklaart hen: “Waarom hechten jullie je aan mij? Ik ben het Lam van God niet. Daar is het Lam van God… Dat is Degene die de zonden van de wereld wegneemt.”

Lees verder Augustinus : ze bleven die dag bij Hem