Mogen allen één zijn

H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6

Petrus DamianusPetrus Damianus

“Opdat ze één zouden zijn, gelijk Wij één zijn”

 

De heilige Kerk, hoewel verschillend in de veelheid van personen, is verenigd door het vuur van de Heilige Geest. Als zij uiterlijk verdeeld lijkt in verschillende families, kan het mysterie van zijn diepe eenheid niets verliezen van zijn compleetheid: “Want de liefde van God werd in onze harten verspreid door de Heilige Geest die ons werd gegeven”, zei de heilige Paulus (Rm 5,5). Deze Geest is zonder enige twijfel, zowel één en menigvuldig, één in de essentie van zijn majesteit, veelvoudig in de gaven en het charisma welke aan de heilige Kerk worden toegekend, en die Hij met zijn aanwezigheid vult. En deze Geest geeft aan de Kerk, dat zij tegelijkertijd één is in zijn universele verspreiding, als geheel in elk van zijn leden…

Lees verder Mogen allen één zijn

Augustinus

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het evangelie van Johannes, nr. 25, 14-16

augustinus57

“Willen jullie ook weggaan?”

 

“Ik ben het Brood des Levens, het echte brood dat uit de hemel neerdaalt en leven geeft aan de wereld” (Joh 6,32-33)… Verlangen jullie naar dit brood uit de hemel, jullie hebben het bij jullie, en eten het niet. “Ik zeg jullie: jullie hebben Mij gezien en toch geloven jullie niet” (Jn 6,36). Toch verwerp Ik jullie niet; heeft jullie ongeloof de trouw van God teniet gedaan? (Rom 3,3) Zie, namelijk: “Al wat de Vader Mij geeft, zal tot Mij komen, en wie tot Mij komt, zal Ik niet buitenwerpen” (Jn 6,37). Wat is dat voor een innerlijkheid waar men niet uitgaat? Een diepe inkeer, een zoet geheim. Geheim zonder moedeloosheid, zuiver en zonder de bitterheid van slechte gedachten, vrijgesteld van kwelling door een beproeving of lijden. Is dat niet het geheim waarin de trouwe dienaar gaat die hoort zeggen: “Ga de vreugde van de Heer binnen” (Mt 25,21)?…

Lees verder Augustinus

Opdat ze één mogen zijn, zoals wij

 

H. Petrus Damianus (1007-1072)
kluizenaar en daarna bisschop, Kerkleraar
Opuscule 11 « Dominus vobiscum », 6

petrus damianus

“Opdat ze één mogen zijn, zoals Wij”

 

Oecumene

Toen Christus aan ons gelijk werd, dat wil zeggen mens werd, heeft de Heilige Geest Hem gezalfd en gewijd, hoewel Hij van nature God is… Hij heiligt zelf zijn eigen lichaam, en alles in de schepping wat het waard is om geheiligd te worden. Het mysterie dat in Christus gebeurde, is de oorsprong en de weg van onze deelname aan de Heilige Geest.

Lees verder Opdat ze één mogen zijn, zoals wij

H. Augustinus (354-430)
bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 258

tekst Augustinus2

“En God zei: “Er zij licht” (Gn 1,3)

“Zie, deze dag schept de Heer” (Ps 118,24). Herinner u de toestand van de oorspronkelijke wereld: “De duisternis lag over de afgrond en de Geest van God zweefde over de wateren. En God zei: Er zij licht!, En er was licht. En God scheidde het licht van de duisternis en Hij noemde het licht Dag en de duisternis Nacht” (Gn. 1,2 v)… “Zie, deze dag schept de Heer.” Het is de dag waarover Paulus zei: “Vroeger was u duisternis, nu bent u licht in de Heer” (Ef 5,8).
Was Thomas niet een mens, een van zijn leerlingen, een man uit het volk om het zo te zeggen? Zijn broeders zeiden tot hem: “Wij hebben de Heer gezien”. En hij: “Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet”. De evangelisten brengen je het nieuws, en je gelooft het niet? De wereld heeft het geloofd en een leerling gelooft het niet?… Het was nog niet de dag die de Heer heeft geschapen; de duisternis lag nog op de afgrond, in de diepten van het menselijk hart, dat in duisternis was. Dat dus degene komt die het ochtendgloren van de dag is, dat Hij komt en dat Hij, die geneest met geduld, zachtheid en zonder boosheid, zegt: “Kom. Kom en raak Me aan en geloof. Jij hebt verklaard: ‘Zo ik in zijn handen de wonden der nagelen niet zie, en mijn vinger niet leg in de plaats van de nagelen, en mijn hand niet in zijn zijde steek, dan geloof ik het niet’. Kom, raak Me aan, leg je vinger hier en wees niet langer ongelovig, maar gelovig. Ik kende je wonden, maar voor jou heb Ik mijn lidteken bewaard”.

Lees verder