Gebed

GEBED VOOR DE NAASTE

Naaste

Als eerste en grootste gebod
Hebt Gij gegeven : U onze God en
Schepper te beminnen met geheel
Onze ziel, met geheel ons hart en
Met al onze krachten; en als tweede gebod,
aan het eerste gelijk : onze naaste
te beminnen als onszelf.
Gij hebt geleerd dat deze beide
Geboden de gehele wet omvatten, wek
Door de genade van uw alheilige
Geest de liefde in ons hart om deze
Geboden daadwerkelijk te
Onderhouden. Dan zullen wij van U,
onze Verlosser, als wij onze naaste
dienen, de vurige verlangde goederen
verwerven. Amen

 

de oerkerk

Herinneringen in Nederland aan oerbegin van kerk

Beschouwingen over het ontstaan van de kerk gezien door een protestantse broeder.

 

We kennen ze allemaal: vluchtelingen. Ook in Nederland. Maar weten we ook van hun kerken? Onder de zogenaamde migrantenkerken in Nederland treffen we ook de oudste kerken uit de begintijd van het christendom aan: de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken. Ze herinneren ons aan het christelijke oerbegin van de kerk.

De Oosters-Orthodoxe Kerken nemen een aparte plaats in naast de Rooms-Katholieke Kerk en de kerken van de Reformatie. Zij bezitten een eigen geschiedenis en een eigen kijk op liturgie, dogma en traditie. De Oosters-Orthodoxe Kerken, die verdeeld zijn over verschillende landen, zijn officieel ontstaan bij het bekende schisma van 1054, toen de kerk van het Griekse Oosten na een lange geschiedenis van wrijving en conflicten, zoals over de positie van de paus zich losmaakte van het Latijnse Westen. Een zelfstandige gemeenschap was in het leven geroepen: de “orthodoxe” kerken; “orthodox” in de zin van “rechte lofprijzing” of “rechte leer”.

“” frameborder=”0″ marginwidth=”0″ marginheight=”0″ scrolling=”no” style=”border: 0px currentColor; border-image: none; vertical-align: bottom;”

De theologische basis van de Orthodoxe Kerken bestaat in het algemeen uit de leer van de eerste zeven algemene concilies (325-787). De eerste twee stelden de leer van de Drie-eenheid vast, de volgende vier het ware mens-zijn van Christus en het zevende de legitimiteit van de iconen. Iconen zijn de geschilderde afbeeldingen van Christus, Maria (de “Moeder Gods”), heiligen en martelaren, of gebeurtenissen uit de Bijbel. Zij vormen een wezenlijk bestanddeel van het oosters-orthodoxe geloof, dat deze afbeeldingen beschouwt als tastbare symbolen van de goddelijke werkelijkheid.

De oosterse orthodoxie kenmerkt zich door een accent op liturgie, dat wil zeggen de viering in de gemeenschappelijke eredienst. Een optimistische visie op mens en wereld is haar niet vreemd. Woorden zoals zonde en schuld krijgen geen nadruk. Daartegenover spelen de begrippen vergoddelijking, liefde en opstanding (het paasfeest is ook het grote feest in de orthodoxie) een grote rol.

Een westers begrip zoals “verzoening door voldoening” of de gedachte van een (juridische) rechtvaardiging door het geloof is afwezig. De nadruk ligt op de menswording en de opstanding van Christus, die consequenties heeft voor de gehele kosmos. Verder is de Orthodoxe Kerk sterk hiërarchisch ingericht, evenals Rome, hoewel ze van de zogenaamde onfeilbaarheid van de paus gruwt en in de plaats daarvan de autoriteit van de concilies stelt. Maar evenals Rome kent zij wel ook de zeven sacramenten, een rijk ontwikkeld kloosterleven (hoewel nu teruglopend) en een uitbundige Mariaverering.

In gevaar

Een van de varianten van de orthodoxie zijn de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken. Deze vormen feitelijk de oudste christelijke kerken. De taal in de liturgie van de Syrisch-Orthodoxe Kerk is bijvoorbeeld Aramees, verwant aan de Aramese taal, die Jezus sprak, en aan het Hebreeuws.

Deze kerken in het Midden-Oosten (vandaar: oriëntaals) en in delen van Noord-Afrika bevinden zich in zwaar weer. In sommige regio’s, zoals Syrië en Irak, is het voortbestaan van christelijke kerken zelfs in gevaar. Veel oosterse christenen zijn gevlucht, onder andere naar Europa, ook naar Nederland. Momenteel is er in meerdere grote en middelgrote steden een oriëntaals-orthodoxe gemeenschap te vinden.

Dr. Jaap van Slageren, oud-secretaris van de Nederlandse Zendingsraad (NZR) en adviseur van het Overleg Episcopale Kerken (OEK), heeft de verschillende Oriëntaals-Orthodoxe Kerken in Nederland in kaart gebracht. Doel is de Nederlandse christenen kennis te laten maken met deze snel groeiende groep van gelovigen in Nederland. Het resultaat is een rijk geïllustreerd boekwerk: “Wijzen uit het Oosten, uit zo verren land”.

Onder de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken vallen de Syrisch-Orthodoxe Kerk (en de nauw met haar verwante Malankara Orthodox-Syrische Kerk van Kerala, in India), de Koptisch-Orthodoxe Kerk van Egypte, de Armeens-Apostolische Kerk, de Ethiopisch-Orthodoxe Tewahedo Kerk en de Eritrees-Orthodoxe Tewahedo Kerk.

“” frameborder=”0″ marginwidth=”0″ marginheight=”0″ scrolling=”no” style=”border: 0px currentColor; border-image: none; vertical-align: bottom;”

Van Slageren geeft behalve een historische schets van deze kerken ook een aantal voorbeelden van hun kerstverhalen. Daarin is iets te proeven van de beleving van het mysterie van de neerdaling van God onder de mensen. Met een rijkdom aan symbolen wordt dit mysterie in de liturgische traditie van deze kerken gevierd. De eucharistie en de rol van de priester nemen daarbij een belangrijke plaats in, een overeenkomst met de Rooms-Katholieke Kerk, die een grote verwantschap kent met de Orthodoxe Kerken. Door de beschrijving van de liturgische gewoonten, naast eucharistie ook de doop en het vasten, maakt Van Slageren de geloofstraditie concreet en inzichtelijk.

Andere traditie

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken zijn onderscheiden van de Oosters-Orthodoxe Kerken, zoals de Russisch-Orthodoxe en de Grieks-Orthodoxe Kerk, die in Nederland niet zo veel aanhangers hebben en ook een geheel andere liturgische en geloofstraditie vertegenwoordigen.

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken beroepen zich op de eerste oecumenische concilies van de ongedeelde kerk, zoals Nicea (325) en Constantinopel (381), waar respectievelijk de godheid van Christus en de Heilige Geest werd vastgelegd. Tijdens het concilie van Efeze (431) werd eveneens vastgelegd dat het goddelijke en het menselijke op volmaakte wijze in Jezus verenigd zijn, zonder vermenging en ongedeeld. De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hebben afstand genomen van het latere concilie van Chalcedon in 451, waarin het wezen van Christus, met inachtneming van de eenheid van Zijn persoon, toch ook als twee duidelijk van elkaar te onderscheiden naturen wordt voorgesteld.

De Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hanteren de juliaanse kalender, onderscheiden van de gregoriaanse kalender, die in de meeste westerse kerken gehanteerd wordt. Daardoor vallen de feestdagen, zoals Pasen en Pinksteren, op andere data. De Oriëntaalse Kerken hebben zich elk op eigen wijze ontwikkeld. Pas in de twintigste eeuw ontstond het besef dat al deze kerken samen één confessionele familie vormen. Op 15 januari 1965 vond in Addis Abeba (Ethiopië) de eerste conferentie plaats van hoge vertegenwoordigers van deze kerken. Besloten werd tot een voortgaand oriëntaals overleg, dat in 1989 onder supervisie van de Wereldraad van Kerken werd verbreed tot een beraad samen met de Oosters-Orthodoxe Kerken.

Omdat zij uiteindelijk tot dezelfde geloofsfamilie behoren, worden de gelovigen in beide kerken tot elkaars heilige communie toegelaten. Binnenkort wordt er aan de Vrije Universiteit een priesteropleiding geopend waaraan zowel oriëntaalse als oosters-orthodoxe studenten de mogelijkheid krijgen om opgeleid te worden tot priester. Veel van de Oriëntaals-Orthodoxe Kerken hebben in Nederland een onderkomen gevonden in voormalige rooms-katholieke kerkgebouwen. Dat is ook niet vreemd, gezien hun liturgische setting. Veel kerken hebben ook nieuwe kerkelijke centra gesticht, die voorzien in de behoefte aan nevenruimtes voor gemeentebijeenkomsten en activiteiten onder jongeren.

Sterke groei

Van Slageren merkt op dat er sprake is van een sterke groei van de Oriëntaalse Kerken in Nederland. Zo bouwen de kopten momenteel een kerk in Assen en verrijst er in Enschede een koptisch klooster. Ook het aantal christenen uit Eritrea en Syrië groeit. In Nederland wonen nu al meer dan 25.000 Syrische christenen.

Van Slageren: Velen van hen verblijven nog in azc’s en hebben het daar niet gemakkelijk. Ze willen hun christelijke tradities in praktijk brengen, maar worden niet geaccepteerd door de moslims, ten opzichte waarvan zij een minderheid zijn.” Samen met aartsbisschop Polycarpus van de Syrisch-Orthodoxe Kerk in Nederland is Van Slageren bezig een actie op te zetten om deze christenen de gelegenheid te geven de diensten van hun geloofs- en volksgenoten te bezoeken door te zorgen voor reisgeld of een taxi.

Er zijn volgens Van Slageren nauwelijks theologische verschillen met de Oosters-Orthodoxe Kerken. Men staat niet meer vijandig tegenover elkaar, zoals in het verleden. Men beseft dat de uitspraken op Chalcedon maar kleine toevoegingen zijn geweest die misverstanden hebben opgeroepen, maar die nu toenaderingen niet meer in de weg staan. Dank zij de Wereldraad van de Kerken is er meer overeenstemming gekomen. Wel is het zo dat de Oriëntaalse Kerken een bestaan hebben opgebouwd. Voor de Nederlandse kerken is het een uitdaging om deze kerken te leren kennen. In Frankrijk is met name de Rooms-Katholieke Kerk daarmee al verder. De Oriëntaalse Kerken zijn de oudste kerken uit de begintijd van het christendom. De protestantse kerken moeten de dialoog met deze kerken nog beginnen. Ze krijgen daarvoor nu een historische kans.”

 

Boekgegevens

Wijzen uit het Oosten, uit zo verren land. Oriëntaals-Orthodoxe Kerken in Nederland. Over hun geschiedenis, liturgie en geboorteverhalen van Christus, Jaap van Slageren; uitg. Bar Hebraeus, Glanem 2016; ISBN 9789050470537; 204 blz.; € 19,95.

(bron : gereformeerd dagblad)

wat is orthodoxie

Over het Orthodox geloof

Wat betekent Orthodoxie?
De Griekse naam orthodox betekent letterlijk “rechtgelovig”, het ware geloof behoudend. Deze kerk ziet zichzelf als de voortzetting van de ene, heilige, katholieke en apostolische kerk.
De kerk is in de eerste plaats een liturgische en aanbiddende kerk. De eminente orthodoxe theoloog George Florovskie verwoordde het zo: Het christendom is een liturgische religie. Eerst komt de aanbidding, vervolgens de doctrine en de discipline. Het woord orthodox kan daarom beter vertaald worden met “ware aanbidding”.
De Orthodoxe Kerk aanvaardt alleen als dogma, deze die vastgelegd zijn in de zeven oecumenische concilies. Deze gingen naast de vaststelling van de christelijke dogma’s ook over de verhoudingen met de toenmalige Romeinse maatschappij en de omgang met de niet-christelijke en eventueel ketterse stromingen. Deze erkende concilies zijn de volgende:
– Eerste concilie van Nicea (325);
– Eerste concilie van Constantinopel (381);
– Concilie van Efeze (431);
– Concilie van Chalcedon (451);
– Tweede concilie van Constantinopel (553);
– Derde concilie van Constantiopel (680);
– Tweede concilie van Nicea. (787).
Er zijn ook nog heel wat lokale bijeenkomsten geweest (een kleine 60 in het totaal). De Orthodoxe Kerk kent een groot aantal kerken die nationaal georganiseerd zijn.

Kenmerken van de Orthodoxe Kerk:
1.Zij is trouw aan het onveranderlijke apostolische geloof.
2. Zij is trouw aan de kerkelijke hiërarchische structuur. De Heilige Geest wordt beschouwd als de “Gever van de onfeilbaarheid” aan de kerk waarvan Christus het hoofd is.
3. Het hoofd van de Orthodoxe Kerk is haar stichter Jezus Christus.
4. Zij heeft een gedecentraliseerde structuur. Zij is het geestelijk “Lichaam van Christus”.
5. De orthodoxe theologie is uitdrukking van de Goddelijke Openbaring.
6. De leer van de kerkvaders is voor de orthodoxe gelovige gezaghebbend. Het gebedsleven en persoonlijke ascese spelen een grote rol. Orthodoxe theologie is het antwoord op de manifestatie van de Heilige Geest uitgedrukt in liturgie, gebed en heiliging van elk levensaspect.
7. Ze wordt niet centraal geleid. Ze kent geen equivalent voor de hoogste autoriteit. De oecumenische patriarch van Constantinopel is de ere-primaat van de gehele kerk. Hij is de “Primus inter Pares” of de eerste onder de gelijken. Hij is de voorzitter. Hij is ook verantwoordelijk daar waar orthodoxe christenen een minderheid vormen.

De voornaamste verschil- en geschilpunten tussen de Rooms-Katholieke en de Orthodoxe Kerk:
   a. De universele jurisdictie en onfeilbaarheid van de paus wordt door de orthodoxe kerk niet erkend. De pauselijke suprematie wordt niet aanvaard omdat deze tegen de conciliaire structuur van de kerk is.
   b. Bisschoppen werden aangesteld door de apostelen die op hun beurt zijn aangesteld door Christus. Vandaar dat de laatmiddeleeuwse bewering van de paus van Rome, dat hij de plaatsvervanger van Christus zou zijn, voor de orthodoxen onaanvaardbaar is. Tijdens het eerste millennium van de onverdeelde Kerk werd hij canoniek enkel als een opvolger van de apostel Petrus erkend, zijnde de eerste onder de gelijken. De bewering “Plaatsvervanger van Christus” te zijn verdeelt de Hemelse en de aardse kerk in twee entiteiten. Christus is voor orthodoxen hoofd van beiden.
   c. Een historisch strijdpunt met de westerse kerken is de theologische kwestie over de voortkomst van de Heilige Geest. In het westen heeft men in de 8e eeuw aan de geloofsbelijdenis van Nicea – Constantinopel het zogenaamde “Filioque” toegevoegd. Vanaf dat ogenblik leerde de R.K.-Kerk dat de Heilige Geest niet alleen uit de Vader maar ook uit de Zoon voortkomt. Deze toevoeging ontstond in de 8e eeuw in Spanje en is door de orthodoxen nooit aanvaard geworden. De orthodoxe kerk leert echter dat de Heilige Geest uit de Vader door de Zoon voortkomt. Dit is niet zomaar een geschil over het gebruik van een voorzetsel. Het is essentieel voor het begrip van de Drie-eenheid. De Vader schept door de Zoon in de Heilige Geest. De Zoon en de Geest zijn als de handen van de Vader (Athanasius de Grote). De Geest rust ten allen tijde op de Zoon, komt uitsluitend uit de Vader voort en wordt door de Zoon aan de mensen geschonken. Wij zijn geschapen naar het beeld van God en dus naar het beeld van de Drie-eenheid. Het beeld van de Drie-eenheid is in ons.
   d. De Orthodoxe Kerk verwerpt de leer van het Vagevuur, de doop met enkel besprenkeling (alleen volledige onderdompeling), het niet toestaan van een scheiding tussen man en vrouw (in de orthodoxe kerk tot tweemaal toegestaan) en het gebruik van ongedesemd brood bij de liturgie. De Onbevlekte Ontvangenis van Maria en de Tenhemelopneming van Maria zijn geen dogma’s in de orthodoxe Kerk.
   e. Kenmerkend is, naast fresco’s en mozaïeken , het gebruik van de vele iconen in de Orthodoxe Kerk.
   f. De liturgie is anders en wordt als onveranderlijk beschouwd. De mensen staan in plaats van te zitten. Tussen altaar en gelovigen bevindt zich de iconenwand of iconostase. Deze vormt de scheiding tussen het altaar en het schip van de kerk.
   g. De orthodoxe spiritualiteit is sterk beïnvloed door het monnikendom. Het Jezus-gebed is een kort gebed dat door de monniken, maar ook door veel leken, voortdurend herhaald wordt bij alle bezigheden.
   h. Priesters kunnen gehuwd zijn. Hun priesterwijding bevestigt hun gehuwde of celibataire levensstaat (vergelijkbaar met de diakens in de katholieke kerk). Bisschoppen worden altijd uit monniken gekozen en zijn altijd ongehuwd.

Al met al lijken dit geen al te grote verschillen. De orthodoxe filosoof en theoloog Steinhardt zei echter: “Het orthodoxe en het katholieke geloof zijn zustergeloven van elkaar. Het verschil tussen beide geloven is echter even groot als de afstand tussen hemel en aarde”.

Hoe maken orthodoxen het kruisteken?
Richt u naar de icoon, laat de armen langs uw lichaam hangen, sta rechtop, breng duim, wijs- en middelvinger bij elkaar (zij representeren de drie-eenheid: Vader, Zoon en H. Geest), de twee andere vingers buig je naar de handpalm toe (zij staan voor de twee naturen van Christus: volledig God en volledig mens). Door de hand te bewegen naar uzelf, maakt u het teken van incarnatie (menswording) van God. Raak het voorhoofd aan, de borst, de rechterschouder en tot slot de linkerschouder. Zo offeren wij onze gedachten (hoofd), gevoelens (borst), onze goede daden (rechts), en onze slechte daden (links) op aan God en vragen om vergeving. Het teken van rechts naar links herinnert ons aan de “Goede” rover die tegelijk met Christus werd gekruisigd, berouw toonde en naar het paradijs ging. Dit doet men tweemaal. Na elk kruisteken buigt men en raakt men de grond aan. Dan gaat men met de mond tot bij de icoon en kust deze (ons hart, onze emoties). Dan met het voorhoofd (onze rede, ons verstand). Tenslotte maakt men nog een derde kruisteken. Door de grond aan te raken erkennen we onze onvolkomenheid door ons aards geschapen zijn.

 

Nog enkele praktische zaken:
   I. Wanneer men een huis binnengaat zal men eerst de gastheer begroeten. Men doet hetzelfde in een orthodoxe kerk want dit is het huis van Christus. Op de analoi ligt de Verrijzenisicoon of de Icoon van het Feest. Dus is het maar normaal dat men eerst aandacht schenkt aan de gastheer. Men gaat eerst deze icoon begroeten (men maakt een kruisteken en buigt). Vervolgens gaat men naar de iconen van Christus en de Moeder Gods. Daarna kan men het overige deel van de kerk bezoeken. Bij het verlaten van de kerk doet men hetzelfde. In het dagelijks leven neemt men na een bezoek ook afscheid van de bewoner.
   II. Het vereren van een icoon gebeurt met de armen langs of losjes gekruist voor het lichaam. (Dus niet met de armen op de rug). Als men zit slaat men de benen niet over elkaar, noch kruist men de voeten. Ook met de armen voor de borst gekruist wordt niet gewaardeerd. Men is geen toeschouwer aan de Heilige Diensten, maar een deelnemer.
   III. Sta recht wanneer het altaar, de iconen en de gelovigen gezegend of bewierookt worden door de priester of diaken. Sta ook recht bij het lezen van het H. Evangelie, de Geloofsbelijdenis, de Eucharistische Canon en het Onze Vader.
   IV. De Intercommunie bestaat – net zoals in de R.K.-Kerk – in onze Kerk niet. De scheuring tussen de verschillende Kerken is een zeer trieste feit. Verschillende kerkleiders zijn heden ten dage heel hard bezig om als Kerk weer één te worden. De H. Communie hoort deze eenheid uit te drukken; zij is doel, en géén middel om deze eenheid te bereiken. U mag hier anders over denken, maar respecteer onze opvatting en stel de priester niet voor een voldongen feit om toch tot de H. Communie te naderen. Het is voor hem al triest genoeg dat deze scheuring in de Kerken bestaat; het wordt voor hem alleen nog triester als hij door deze scheuring de H. Communie moet weigeren aan een dopeling van een niet-Orthodoxe Kerk.

De Goddelijke Liturgie
De Goddelijke Liturgie is de beste manier om de verbondenheid met het mysterie van God te beleven. Zoals het in een van de gebeden luidt; “Gij zijt onze God, niet in woorden te vangen, in onze gedachten niet te vatten, met onze ogen kunnen wij U niet zien, ons verstand kan U niet peilen”.

Het is een liturgie waarvan het verloop vast ligt, en die niet afhankelijk is van de persoonlijke stempel van de voorgangers. Ze biedt ruimte om de aandacht te vestigen op het heilige, om uit te stijgen boven het individuele en het alledaagse.
De viering is een voortdurende gezongen dialoog tussen de aanwezigen: priesters, diakens, lezers, het koor, en iedereen die bij de viering aanwezig is. Zo draagt iedereen bij aan de viering; we zijn geen toeschouwers, maar deelnemers. De hele gemeenschap, voorgangers en gelovigen, richten zich samen tot God. Daarom is het woord “Amen”, uitgesproken door de ganse gemeenschap zo belangrijk. Iconen spelen een grote rol. De iconen zijn niet bedoeld als kunstwerk of illustratie, maar willen uitdrukken dat God zich in ieder mens laat zien, in verleden, heden en toekomst. Ieder mens is een icoon, geschapen naar Gods beeld.
De Goddelijke Liturgie spreekt alle zintuigen aan: door de kleurrijke iconen , de brandende lampjes en kaarsen (zicht), de geurende wierook (reuk), het melodieuze gezang (gehoor), de buigingen (tastzin) en zeer zeker het nuttigen van de H. Communie.

De Koninklijke Deuren
De centrale deuren van de iconostase worden de Koninklijke Deuren genoemd. De Koninklijke Deur is de triomfpoort van de zegepralende Christus. Deze deuren zijn heilig en blijven soms gesloten. Heden ten dage is er een tendens om ze te openen bij het begin van de Goddelijke Liturgie en ze voor de ganse duur ervan open te laten (dit verschilt wel van land tot land). Het is enkel tijdens de Goddelijke Liturgie dat de priester ze opent om het heiligdom binnen te treden, waar hij het brood en de wijn consacreert.

Op vrijwel alle Koninklijke Deuren is de voorstelling van de Verkondiging aan de Moeder Gods afgebeeld. Het begin van de heilsgeschiedenis wordt aldus in beeld gebracht. Het Woord van God is mens geworden en is tot ons gekomen door de deur van de Maagd Maria. Op de deur staan ook de vier Evangelisten afgebeeld. Zij hebben de Blijde Boodschap, het Evangelie van Jezus Christus opgeschreven en aan ons overgeleverd. Boven de Koninklijke Deuren zien we de icoon van het Laatste Avondmaal. Het is aan de Koninklijke Deur dat de gelovigen het Lichaam en Bloed van Christus (Communie) ontvangen. De centrale plaats van het Laatste Avondmaal leert ons dat het fundament van het christelijk leven de Communie is.

Bron : orthodoxe kerk Breda

didache in Italiaans

LA DIDACHÈ
Dottrina dei Dodici Apostoli

 

 

 

La Didachè o Dottrina dei dodici Apostoli può essere considerato come il più antico catechismo cristiano, essendo stata scritta qualche decennio dopo la morte di Cristo. Dava suggerimenti pratici per la preparazione dei catecumeni al battesimo (nel primo secolo cristiano i battesimi erano quasi tutti di persone adulte). Da essa possiamo trarre un’immagine molto viva dello spirito e dell’organizzazione della comunità cristiana primitiva.

Per quanto riguarda l’autore, il suo nome e la sua nazionalità ci sono sconosciuti. Secondo alcuni studiosi, la Didachè sarebbe un’opera compilativa, in cui la prima sezione è di chiara redazione giudaica, e le parti successive descrivono l’antica liturgia cristiana e la vita delle primitive comunità cristiane. Secondo altri sarebbe stata redatta da un cristiano convertitosi dal giudaismo: infatti i giorni della settimana vengono computati al modo ebraico e nello scrivere in greco vengono usati molti ebraismi.

La Didachè era tenuta in grande considerazione dalle prime generazioni cristiane ed è citata da Erma nel Pastore, da Clemente Alessandrino, da Origene, da Eusebio, da Atanasio. Nella seconda metà del IV sec. essa fu incorporata nelle cosiddette Costituzioni Apostoliche. Forse proprio per la sua inclusione ed assimilazione in opere di tanto valore, la Didachè finì col perdere la grande notorietà che aveva nei primi secoli e dopo il XII sec. di essa non si hanno più tracce. Nel 1873 ne venne scoperta per caso una copia in un codice greco di Costantinopoli risalente all’anno 1056 dal Metropolita Filoteo Bryennios ed in seguito ne furono trovati larghi frammenti in papiri del IV sec., nonché una versione in georgiano fatta sul testo greco nell’anno 430 da un vescovo di nome Geremia. Sulla scorta di tutti questi preziosi documenti, possiamo oggi avere la sicurezza di leggere la Didachè nel suo testo originale.

 


La Didachè

 

CAPITOLO 1

1. Due sono le vie, una della vita e una della morte, e la differenza è grande fra queste due vie.

2. Ora questa è la via della vita: innanzi tutto amerai Dio che ti ha creato, poi il tuo prossimo come te stesso; e tutto quello che non vorresti fosse fatto a te, anche tu non farlo agli altri.

3. Ecco pertanto l’insegnamento che deriva da queste parole: benedite coloro che vi maledicono e pregate per i vostri nemici; digiunate per quelli che vi perseguitano; perché qual merito avete se amate quelli che vi amano? Forse che gli stessi gentili non fanno altrettanto? Voi invece amate quelli che vi odiano e non avrete nemici.

4. Astieniti dai desideri della carne. Se uno ti dà uno schiaffo sulla guancia destra, tu porgigli anche l’altra e sarai perfetto; se uno ti costringe ad accompagnarlo per un miglio, tu prosegui con lui per due. Se uno porta via il tuo mantello, dagli anche la tunica. Se uno ti prende ciò che è tuo, non ridomandarlo, perché non ne hai la facoltà.

5. A chiunque ti chiede, da’ senza pretendere la restituzione, perché il Padre vuole che tutti siano fatti partecipi dei suoi doni. Beato colui che dà secondo il comandamento, perché è irreprensibile. Stia in guardia colui che riceve, perché se uno riceve per bisogno sarà senza colpa, ma se non ha bisogno dovrà rendere conto del motivo e dello scopo per cui ha ricevuto. Trattenuto in carcere, dovrà rispondere delle proprie azioni e non sarà liberato di lì fino a quando non avrà restituito fino all’ultimo centesimo.

6. E a questo riguardo è pure stato detto: “Si bagni di sudore l’elemosina nelle tue mani, finché tu sappia a chi la devi fare”.

 

CAPITOLO 2

1. Secondo precetto della dottrina:

2. Non ucciderai, non commetterai adulterio, non corromperai fanciulli, non fornicherai, non ruberai, non praticherai la magia, non userai veleni, non farai morire il figlio per aborto né lo ucciderai appena nato; non desidererai le cose del tuo prossimo.

3. Non sarai spergiuro, non dirai falsa testimonianza, non sarai maldicente, non serberai rancore.

4. Non avrai doppiezza né di pensieri né di parole, perché la doppiezza nel parlare è un’insidia di morte.

5. La tua parola non sarà menzognera né vana, ma confermata dall’azione.

6. Non sarai avaro, né rapace, né ipocrita, né maligno, né superbo; non mediterai cattivi propositi contro il tuo prossimo.

7. Non odierai alcun uomo, ma riprenderai gli uni; per altri, invece, pregherai; altri li amerai più dell’anima tua.

 

CAPITOLO 3

1. Figlio mio, fuggi da ogni male e da tutto ciò che ne ha l’apparenza.

2. Non essere iracondo, perché l’ira conduce all’omicidio, non essere geloso né litigioso né violento, perché da tutte queste cose hanno origine gli omicidi.

3. Figlio mio, non abbandonarti alla concupiscenza, perché essa conduce alla fornicazione; non fare discorsi osceni e non essere immodesto negli sguardi, perché da tutte queste cose hanno origine gli adultèri.

4. Non prendere auspici dal volo degli uccelli, perché ciò conduce all’idolatria; non fare incantesimi, non darti all’astrologia né alle purificazioni superstiziose, ed evita di voler vedere e sentire parlare di simili cose, perché da tutti questi atti ha origine l’idolatria.

5. Figlio mio, non essere bugiardo, perché la menzogna conduce al furto; né avido di ricchezza, né vanaglorioso, perché da tutte queste cose hanno origine i furti.

6 Figlio mio, non essere mormoratore, perché ciò conduce alla diffamazione; non essere insolente, né malevolo, perché da tutte queste cose hanno origine le diffamazioni.

7. Sii invece mansueto, perché i mansueti erediteranno la terra.

8. Sii magnanimo, misericordioso, senza malizia, pacifico, buono e sempre timoroso per le parole che hai udito.

9. Non esalterai te stesso, non infonderai troppo ardire nel tuo animo; né l’animo tuo si accompagnerà con i superbi, ma andrà insieme ai giusti e agli umili.

10. Tutte le cose che ti accadono accoglile come dei beni, sapendo che nulla avviene senza la partecipazione di Dio.

 

CAPITOLO 4

1. O figlio, ti ricorderai notte e giorno di colui che ti predica le parole di Dio e lo onorerai come il Signore, perché là donde è predicata la (sua) sovranità, è il Signore.

2. Cercherai poi ogni giorno la presenza dei santi, per trovare riposo nelle loro parole.

3. Non sarai causa di discordia, ma cercherai invece di mettere pace tra i contendenti; giudicherai secondo giustizia e non farai distinzione di persona nel correggere i falli.

4. Non starai in dubbio se (una cosa) avverrà o no.

5. Non accada che tu tenda le mani per ricevere e le stringa nel dare.

6. Se grazie al lavoro delle tue mani possiedi (qualche cosa), donerai in espiazione dei tuoi peccati.

7. Darai senza incertezza, e nel dare non ti lagnerai; conoscerai, infatti, chi è colui che dà una buona ricompensa.

8. Non respingerai il bisognoso, ma farai parte di ogni cosa al tuo fratello e non dirai che è roba tua. Infatti, se partecipate in comune ai beni dell’immortalità, quanto più non dovete farlo per quelli caduchi?

9. Non ritirerai la tua mano di sopra al tuo figlio o alla tua figlia, ma sin dalla tenera età insegnerai loro il timor di Dio.

10. Al tuo servo e alla tua serva che sperano nel medesimo Dio non darai ordini nei momenti di collera, affinché non perdano il timore di Dio, che sta sopra gli uni e gli altri. Perché egli non viene a chiamarci secondo la dignità delle persone, ma viene a coloro che lo Spirito ha preparato.

11. Ma voi, o servi, siate soggetti ai vostri padroni come a una immagine di Dio, con rispetto e timore.

12. Odierai ogni ipocrisia e tutto ciò che dispiace al Signore.

13. Non trascurerai i precetti del Signore, ma osserverai quelli che hai ricevuto senza aggiungere o togliere nulla.

14. Nell’adunanza confesserai i tuoi peccati e non incomincerai mai la tua preghiera in cattiva coscienza. Questa è la via della vita.

 

CAPITOLO 5

1. La via della morte invece è questa: prima di tutto essa è maligna e piena di maledizione: omicidi, adultèri, concupiscenze, fornicazioni, furti, idolatrie, sortilegi, venefici, rapine, false testimonianze, ipocrisie, doppiezza di cuore, frode, superbia, malizia, arroganza, avarizia, turpiloquio, invidia, insolenza, orgoglio, ostentazione, spavalderia.

2. Persecutori dei buoni, odiatori della verità, amanti della menzogna, che non conoscono la ricompensa della giustizia, che non si attengono al bene né alla giusta causa, che sono vigilanti non per il bene ma per il male; dai quali è lontana la mansuetudine e la pazienza, che amano la vanità, che vanno a caccia della ricompensa, non hanno pietà del povero, non soffrono con chi soffre, non riconoscono il loro creatore, uccisori dei figli, che sopprimono con l’aborto una creatura di Dio, respingono il bisognoso, opprimono i miseri, avvocati dei ricchi, giudici ingiusti dei poveri, pieni di ogni peccato. Guardatevi, o figli, da tutte queste colpe.

 

CAPITOLO 6

1. Guarda che alcuno non ti distolga da questa via della dottrina, perché egli ti insegna fuori (della volontà) di Dio.

2. Se infatti puoi sostenere interamente il giogo del Signore, sarai perfetto; se non puoi fa’ almeno quello che puoi.

3. E riguardo al cibo, cerca di sopportare tutto quello che puoi, ma comunque astieniti nel modo più assoluto dalle carni immolate agli idoli, perché (il mangiarne) è culto di divinità morte.

 

CAPITOLO 7

1. Riguardo al battesimo, battezzate così: avendo in precedenza esposto tutti questi precetti, battezzate nel nome del Padre, del Figlio e dello Spirito Santo in acqua viva.

2. Se non hai acqua viva, battezza in altra acqua; se non puoi nella fredda, battezza nella calda.

3. Se poi ti mancano entrambe, versa sul capo tre volte l’acqua in nome del Padre, del Figlio e dello Spirito Santo.

4. E prima del battesimo digiunino il battezzante, il battezzando e, se possono, alcuni altri. Prescriverai però che il battezzando digiuni sin da uno o due giorni prima.

 

CAPITOLO 8

1. I vostri digiuni, poi, non siano fatti contemporaneamente a quelli degli ipocriti; essi infatti digiunano il secondo e il quinto giorno della settimana, voi invece digiunate il quarto e il giorno della preparazione.

2. E neppure pregate come gli ipocriti, ma come comandò il Signore nel suo vangelo, così pregate: Padre nostro che sei nel cielo, sia santificato il tuo nome, venga il tuo regno, sia fatta la tua volontà, come in cielo così in terra. Dacci oggi il nostro pane quotidiano, e rimetti a noi il nostro debito, come anche noi lo rimettiamo ai nostri debitori, e non ci indurre in tentazione, ma liberaci dal male; perché tua è la potenza e la gloria nei secoli.

3. Pregate così tre volte al giorno.

 

CAPITOLO 9

1. Riguardo all’eucaristia, così rendete grazie:

2. dapprima per il calice: Noi ti rendiamo grazie, Padre nostro, per la santa vite di David tuo servo, che ci hai rivelato per mezzo di Gesù tuo servo. A te gloria nei secoli.

3. Poi per il pane spezzato: Ti rendiamo grazie, Padre nostro, per la vita e la conoscenza che ci hai rivelato per mezzo di Gesù tuo servo. A te gloria nei secoli.

4. Nel modo in cui questo pane spezzato era sparso qua e là sopra i colli e raccolto divenne una sola cosa, così si raccolga la tua Chiesa nel tuo regno dai confini della terra; perché tua è la gloria e la potenza, per Gesù Cristo nei secoli.

5. Nessuno però mangi né beva della vostra eucaristia se non i battezzati nel nome del Signore, perché anche riguardo a ciò il Signore ha detto: “Non date ciò che è santo ai cani”.

 

CAPITOLO 10

1. Dopo che vi sarete saziati, così rendete grazie:

2. Ti rendiamo grazie, Padre santo, per il tuo santo nome che hai fatto abitare nei nostri cuori, e per la conoscenza, la fede e l’immortalità che ci hai rivelato per mezzo di Gesù tuo servo. A te gloria nei secoli.

3. Tu, Signore onnipotente, hai creato ogni cosa a gloria del tuo nome; hai dato agli uomini cibo e bevanda a loro conforto, affinché ti rendano grazie; ma a noi hai donato un cibo e una bevanda spirituali e la vita eterna per mezzo del tuo servo.

4. Soprattutto ti rendiamo grazie perché sei potente. A te gloria nei secoli.

5. Ricordati, Signore, della tua chiesa, di preservarla da ogni male e di renderla perfetta nel tuo amore; santificata, raccoglila dai quattro venti nel tuo regno che per lei preparasti. Perché tua è la potenza e la gloria nei secoli.

6. Venga la grazia e passi questo mondo. Osanna alla casa di David. Chi è santo si avanzi, chi non lo è si penta. Maranatha. Amen.

7. Ai profeti, però, permettete di rendere grazie a loro piacimento.

 

CAPITOLO 11

1. Ora, se qualcuno venisse a insegnarvi tutte le cose sopra dette, accoglietelo;

2. ma se lo stesso maestro, pervertito, vi insegnasse un’altra dottrina allo scopo di demolire, non lo ascoltate; se invece (vi insegna) per accrescere la giustizia e la conoscenza del Signore, accoglietelo come il Signore.

3. Riguardo agli apostoli e ai profeti, comportatevi secondo il precetto del Vangelo.

4. Ogni apostolo che venga presso di voi sia accolto come il Signore.

5. Però dovrà trattenersi un giorno solo; se ve ne fosse bisogno anche un secondo; ma se si fermasse tre giorni, egli è un falso profeta.

6. Partendo, poi, l’apostolo non prenda per sé nulla se non il pane (sufficiente) fino al luogo dove alloggerà; se invece chiede denaro, è un falso profeta.

7. E non metterete alla prova né giudicherete ogni profeta che parla per ispirazione, perché qualunque peccato sarà perdonato, ma questo peccato non sarà perdonato.

8. Non tutti, però, quelli che parlano per ispirazione sono profeti, ma solo coloro che praticano i costumi del Signore. Dai costumi, dunque, si distingueranno il falso profeta e il profeta.

9. Ogni profeta che per ispirazione abbia fatto imbandire una mensa eviterà di prendere cibo da essa, altrimenti è un falso profeta.

10. Ogni profeta, poi, che insegna la verità, se non mette in pratica i precetti che insegna, è un falso profeta.

11. Ogni profeta provato come veritiero, che opera per il mistero terrestre della chiesa, ma che tuttavia non insegna che si debbano fare quelle cose che egli fa, non sarà da voi giudicato, perché ha il giudizio da parte di Dio; allo stesso modo, infatti, si comportarono anche gli antichi profeti.

12. Se qualcuno dicesse per ispirazione: dammi del denaro o qualche altra cosa, non gli darete ascolto; ma se dicesse di dare per altri che hanno bisogno, nessuno lo giudichi.

 

CAPITOLO 12

1. Chiunque, poi, viene nel nome del Signore, sia accolto. In seguito, dopo averlo messo alla prova, lo potrete conoscere, poiché avrete senno quanto alla destra e alla sinistra.

2. Ma se colui che giunge è di passaggio, aiutatelo secondo le vostre possibilità; non dovrà però rimanere presso di voi che due o tre giorni, se ce ne fosse bisogno.

3. Nel caso che volesse stabilirsi presso di voi e che esercitasse un mestiere, lavori e mangi.

4. Se invece non ha alcun mestiere, con il vostro buon senso cercate di vedere come possa un cristiano vivere tra voi senza stare in ozio.

5. Se non vuole comportarsi in questo modo, è uno che fa commercio di Cristo. Guardatevi da gente simile.

 

CAPITOLO 13

1. Ogni vero profeta che vuole stabilirsi presso di voi è degno del suo nutrimento.

2. Così pure il vero dottore è degno, come l’operaio, del suo nutrimento.

3. Prenderai perciò le primizie di tutti i prodotti del torchio e della messe, dei buoi e delle pecore e le darai ai profeti, perché essi sono i vostri Sommi Sacerdoti.

4. Se però non avete un profeta, date ai poveri.

5. Se fai il pane, prendi la primizia e dà secondo il precetto.

6. E così, se apri un’anfora di vino o di olio, prendi le primizie e dalle ai profeti.

7. Del denaro, del vestiario e di tutto quello che possiedi, prendi poi le primizie come ti sembra più opportuno e dà secondo il precetto.

 

CAPITOLO 14

1. Nel giorno del Signore, riuniti, spezzate il pane e rendete grazie dopo aver confessato i vostri peccati, affinché il vostro sacrificio sia puro.

2. Ma tutti quelli che hanno qualche discordia con il loro compagno, non si uniscano a voi prima di essersi riconciliati, affinché il vostro sacrificio non sia profanato.

3. Questo è infatti il sacrificio di cui il Signore ha detto: “In ogni luogo e in ogni tempo offritemi un sacrificio puro, perché un re grande sono io – dice il Signore – e mirabile è il mio nome fra le genti”.

 

CAPITOLO 15

1. Eleggetevi quindi episcopi e diaconi degni del Signore, uomini miti, disinteressati, veraci e sicuri; infatti anch’essi compiono per voi lo stesso ministero dei profeti e dei dottori.

2. Perciò non guardateli con superbia, perché essi, insieme ai profeti e ai dottori, sono tra voi ragguardevoli.

3. Correggetevi a vicenda, non nell’ira ma nella pace, come avete nel vangelo. A chiunque abbia offeso il prossimo nessuno parli: non abbia ad ascoltare neppure una parola da voi finché non si sia ravveduto.

4. E fate le vostre preghiere, le elemosine e tutte le vostre azioni così come avete nel vangelo del Signore nostro.

 

CAPITOLO 16

1. Vigilate sulla vostra vita. Non spegnete le vostre fiaccole e non sciogliete le cinture dai vostri fianchi, ma state preparati perché non sapete l’ora in cui il nostro Signore viene.

2. Vi radunerete di frequente per ricercare ciò che si conviene alle anime vostre, perché non vi gioverà tutto il tempo della vostra fede se non sarete perfetti nell’ultimo istante.

3. Infatti negli ultimi giorni si moltiplicheranno i falsi profeti e i corruttori, e le pecore si muteranno in lupi, e la carità si muterà in odio;

4. finché, crescendo l’iniquità, si odieranno l’un l’altro, si perseguiteranno e si tradiranno, e allora il seduttore del mondo apparirà come figlio di Dio e opererà miracoli e prodigi, e la terra sarà consegnata nelle sue mani, e compirà iniquità quali non avvennero mai dal principio del tempo.

5. E allora la stirpe degli uomini andrà verso il fuoco della prova, e molti saranno scandalizzati e periranno; ma coloro che avranno perseverato nella loro fede saranno salvati da quel giudizio di maledizione.

6. E allora appariranno i segni della verità: primo segno l’apertura nel cielo, quindi il segno del suono di tuba e terzo la resurrezione dei morti;

7. non di tutti, però, ma, come fu detto: “Verrà il Signore e tutti i santi con lui. Allora il mondo vedrà il Signore venire sopra le nubi del cielo.”

 

 

 

Profezie per il Terzo Millennio – Giugno 2005


 

Ritorna alla pagina principale

 

 34214 visite in Aprile 

&amp;lt;img src=”http://www.profezie3m.it/ptmstats/php-stats.php&#8221; border=”0″ alt=””&amp;gt;<span id=”mce_marker” data-mce-type=”bookmark”>​</span>

Consecratie of een Bisschopswijding in de Orthodoxe Kerk:

Consecratie of een Bisschopswijding in de Orthodoxe Kerk:

een bisschop wordt in de Orthodoxe Kerk niet alleen gewijdt, maar ook geheiligd door tijdens zijn wijding het heilige Evangelieboek op zijn hoofd wordt gelegd tezamen met de handoplegging van zijn mede bisschoppen [en de patriarch] > zie bijlagen

 1+2: Bij de oplegging van de Hl. Evangelieboek wordt deze priester een bisschop:

Het Evangelieboek is geopend op de laatste bladzijde van het Evangelie van Apostel Johannes, waarin Christus drie keer aan de Apostel Petrus vroeg: “Hebt ge Mij meer lief dan dezen?” en “Weid Mijn lammeren”.

> Hier zweert de nieuw gewijde bisschop dat hij Zijn lammeren altijd zal weiden als een goede herder, omdat hij Christus lief heeft, meer dan de anderen.

Hij knielt voor het altaar, dat wil zeggen voor Christus Zelf, [dit in tegenstelling tot bij andere kerk denominatie, waar de gewijden voor een ander bisschop knielt]; hier bijgestaan door zijn mede broeders [= de bisschoppen], symboliseert de collegialiteit van zijn mede broeders.

Door de oplegging van de Hl. Evangelieboek krijgt hij de volheid en de waarheid van het Evangelie van Christus en het is meteen zijn eerste opdracht om het Evangelie aan zijn bisdom te verkondigen.

Door de handoplegging van zijn mede bisschoppen getuigen zijn mede broeders in het ambt [= de bisschoppen] dat hij voortaan als hun medebroeders opgenomen is in het heilige ambt.

> Het symboliseert ook de ‘katholiciteit’ van de Kerk van Christus [= d.w.z. dat ieder bisschop verbonden zijn/ in communio met elkaar in geloof en liefde].

> Het symboliseert ook de continuiteit van de ‘Apostoliciteit’ binnen de Kerk van Christus [= dat de bisschoppen in verbinding staan in geloof en Traditie met de Apostelen van Christus].

 

3+4: Hij wordt daarna door de senior bisschop [in dit geval de patriarch] aangekleedt met zijn bisschoppelijke kleding en mijter, terwijl het hele kerkvolk getuigt hiervan en bij iedere handelingen bevestigd het kerkvolk met antwoord: driemaal ‘Axios’; betekent: ‘hij is waardig’!

 

5: tot slot geeft de nieuwe bisschop zijn eerste zegen, ten overstaan van het hele kerkvolk.

Dit is een heilige Traditie die de Kerk sedert haar stichting door de eeuwen heen heeft doorgegeven.

Een onschatbaar erfdeel voor ons allen!

 

Sincerely yours / met vriendelijke groet; Hadrian H. LIEM The Netherlands / Pays-Bas

akathist tot de Moeder Gods in het FRANS

Acathiste à la Mère de Dieu

 

 

Un « acathiste » est une hymne que l’on écoute debout. L’Acathiste à la Mère de Dieu, le premier et le plus connu des acathistes, est typiquement célébré aux matines du samedi de la cinquième semaine du grand Carême. Chez les Grecs, les stances de l’acathiste sont distribuées sur les quatre premiers vendredis de Carême. L’acathiste doit son origine au siège de Constantinople en 626, lorsque le patriarche Serge, en l’absence de l’empereur Héraclius, organisa la défense de la cité et consacra la ville à la Mère De Dieu. Le contexte historique est présenté en plus de détail à la page Fêtes et icônes de la Mère de Dieu.

 

Un ange, parmi ceux qui se tiennent devant la Gloire du Seigneur, fut envoyé dire à la Mère de Dieu : ” Réjouis-toi ! Il incline les cieux et descend, Celui qui vient demeurer en toi dans toute sa plénitude. Je le vois dans ton sein prendre chair à ma salutation ! ” Avec allégresse, l’ange l’acclame :

Réjouis-toi en qui resplendit la joie du Salut
Réjouis-toi en qui s’éteint la sombre malédiction
Réjouis-toi en qui Adam est relevé de sa chute
Réjouis-toi en qui Ève est libérée de ses larmes

Réjouis-toi Montagne dont la hauteur
dépasse la pensée des hommes
Réjouis-toi Abîme à la profondeur insondable même aux anges
Réjouis-toi tu deviens le Trône du Roi
Réjouis-toi tu portes en ton sein Celui qui porte tout

Réjouis-toi Étoile qui annonce le Lever du Soleil
Réjouis-toi tu accueilles en ta chair ton enfant et ton Dieu
Réjouis-toi tu es la première de la Création Nouvelle
Réjouis-toi en toi nous adorons l’Artisan de l’univers

Réjouis-toi Épouse inépousée !

La Toute-Sainte répondit à l’ange Gabriel avec confiance : ” Voilà une parole inattendue, qui paraît incompréhensible à mon âme, car tu m’annonces que je vais enfanter, moi qui suis vierge. “

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Pour comprendre ce mystère qui dépasse toute connaissance, la Vierge dit au Serviteur de Dieu : ” Comment, dis-moi, me sera-t-il passible de donner naissance à un fils alors que je ne connais pas d’homme ? ” Plein de respect, l’ange l’acclame :

Réjouis-toi tu nous ouvres au secret du Dessein de Dieu
Réjouis-toi tu nous mènes à la confiance dans le silence
Réjouis-toi tu es la première des merveilles du Christ Sauveur
Réjouis-toi tu récapitules la richesse de sa Parole

Réjouis-toi Échelle en qui Dieu descend sur la terre
Réjouis-toi Pont qui unit la terre au ciel
Réjouis-toi Merveille inépuisable pour les anges
Réjouis-roi Blessure inguérissable pour l’adversaire

Réjouis-roi ineffable Mère de la Lumière
Réjouis-toi tu as gardé en ton coeur le Mystère
Réjouis-toi en qui est dépassé le savoir des savants
Réjouis-toi en qui est illuminée la foi des croyants

Réjouis-toi Épouse inépousée !

La puissance du Très-Haut reposa sur l’Inépousée et comme un jardin au beau fruit, elle porta le Salut pour tous ceux qui désirent le cueillir.

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Portant le Seigneur dans son sein, Marie partit en hâte chez Élisabeth. Lorsqu’il reconnut la salutation de Marie, l’enfant se réjouit aussitôt, bondissant d’allégresse comme pour chanter à la Mère de Dieu :

Réjouis-toi Jeune pousse au Bourgeon immortel
Réjouis-toi Jardin au Fruit qui donne Vie
Réjouis-toi en qui a germé le Seigneur notre Ami
Réjouis-toi tu as conçu le Semeur de notre vie

Réjouis-toi Champ où germe la Miséricorde en abondance
Réjouis-toi Table qui offre la Réconciliation en plénitude
Réjouis-toi tu prépares l’Espérance du Peuple en marche
Réjouis-toi tu fais jaillir la Nourriture d’Éternité

Réjouis-roi Parfum d’une offrande qui plaît à Dieu
Réjouis-toi en qui tout l’univers est réconcilié
Réjouis-toi Lieu de la bienveillance de Dieu pour les pécheurs
Réjouis-toi notre assurance auprès de Dieu

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Joseph le Sage se troubla, secoué par une tempête de pensées contradictoires. Il te vit inépousée et te soupçonna d’un amour caché, toi l’Irréprochable. Mais, apprenant que ce qui avait été engendré en toi venait de l’Esprit-Saint, il s’écria :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Quand les bergers entendirent les anges chanter la venue du Christ en notre chair, ils ont couru contempler leur Pasteur reposant sur le sein de Marie en Agneau Immaculé. Ils exultèrent en chantant :

Réjouis-toi Mère de l’Agneau et du Pasteur
Réjouis-toi Maison des brebis rassemblées
Réjouis-toi Protection contre le loup qui disperse
Réjouis-toi en ta chair s’ouvre la Porte qui conduit au Père

Réjouis-toi en qui les cieux se réjouissent avec la terre
Réjouis-toi en qui la terre exulte avec les cieux
Réjouis-toi tu donnes l’assurance à la parole des Apôtres
Réjouis-toi tu donnes la force au témoignage des Martyrs

Réjouis-toi inébranlable soutien de notre foi
Réjouis-toi tu sais la splendeur de la grâce
Réjouis-toi en qui l’Enfer est dépouillé
Réjouis-toi en qui nous sommes revêtus de gloire

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Les Mages ont vu l’astre qui conduit à Dieu. Marchant à sa clarté comme on saisit un flambeau, ils ont trouvé la Lumière véritable. Tout proches de Celui que personne n’a jamais vu, ils acclament sa Mère :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Ceux qui savent lire les signes des astres ont reconnu dans les bras de la Vierge le Créateur des hommes ; dans les traits de Celui qui a pris condition d’esclave ils ont adoré leur Maître. Avec empressement ils l’honorèrent de leurs présents en chantant à la Toute-Bénie :

Réjouis-toi Mère de l’Astre sans déclin
Réjouis-toi Reflet de la clarté de Dieu
Réjouis-toi en qui s’éteint la brûlure du mensonge
Réjouis-toi en qui s’illumine pour nous la Trinité d’Amour

Réjouis-toi en qui l’inhumaine puissance est défaite
Réjouis-toi tu nous montres le Christ Seigneur Ami des hommes
Réjouis-toi en qui les idoles païennes sont renversées
Réjouis-toi tu nous donnes d’être libérés des oeuvres mauvaises

Réjouis-toi en qui s’éteint l’idolâtrie du feu païen
Réjouis-toi en qui nous sommes affranchis du feu des passions
Réjouis-toi tu conduis les croyants vers le Christ Sagesse
Réjouis-toi Allégresse de toutes les générations

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Les Mages s’en retournèrent à Babylone en témoins, porteurs de Dieu. Là ils annoncèrent la Bonne Nouvelle et accomplirent les Écritures en te proclamant devant tous comme Messie. Hérode resta seul, livré à sa sottise, incapable d’entrer dans la louange :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Ô Sauveur, tu as porté en Égypte l’éclat de la vérité et tu en as chassé les ténèbres du mensonge. Les idoles du pays de l’esclavage se sont placées sous ta puissance et ceux que tu as ainsi délivrés du péché se tournent vers la Mère de Dieu pour lui chanter :

Réjouis-toi en qui l’homme est relevé
Réjouis-toi en qui les démons sont défaits
Réjouis-toi tu foules au pied le maître du mensonge
Réjouis-toi tu démasques le piège des idoles

Réjouis-toi Mer où trouve sa perte 1e Pharaon
qui se tient dans l’esclavage du péché
Réjouis-toi Rocher d’où jaillit la Source
qui abreuve les assoiffés
Réjouis-toi Colonne du Feu
qui illumine notre marche dans la nuit
Réjouis-toi Manteau aussi vaste
que 1a Nuée pour ceux qui sont sans recours

Réjouis-toi tu portes le vrai Pain du ciel
qui remplace la manne
Réjouis-toi Servante du Festin
où nous avons part aux réalités du ciel
Réjouis-toi Belle terre de la foi où s’accomplit la Promesse
Réjouis-toi Pays ruisselant de lait et de miel

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Lorsque Siméon fut au seuil de la mort, Seigneur, tu lui fus présenté comme un enfant mais il reconnut en toi la perfection de la Divinité. Plein d’admiration pour ton Être qui n’a pas de fin, il chanta :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Le Créateur a fait une Oeuvre Nouvelle lorsqu’il se rendit visible à nos yeux. Il a pris chair dans le sein d’une vierge en la gardant dans son intégrité, pour qu’à la vue de cette merveille nous chantions :

Réjouis-toi Fleur de l’Être inaltérable de Dieu
Réjouis-toi Couronne de son amour virginal
Réjouis-toi Figure qui resplendit
de la Résurrection du Seigneur
Réjouis-toi tu partages avec les anges la clarté du Royaume

Réjouis-toi Arbre dont le Fruit splendide nourrit les croyants
Réjouis-toi Feuillage dont l’ombre procure
la fraîcheur aux multitudes
Réjouis-toi tu enfantes la rançon des captifs
Réjouis-toi tu portes dans ta chair le Guide des égarés

Réjouis-toi notre Avocate auprès du Juge juste et bon
Réjouis-roi en qui arrive le pardon pour la multitude
Réjouis-toi Tunique d’espérance pour ceux qui sont nus
Réjouis-toi Amour plus fort que tout désir

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Quand nous contemplons cet enfantement inhabituel nous devenons étrangers à notre monde habituel et notre esprit se tourne vers les réalités d’en haut. Car le Très-Haut s’est révélé aux hommes dans l’abaissement pour élever ceux qui croient en lui.

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Le Verbe que rien ne contient a pris chair dans notre condition humaine sans cesser d’être Dieu. En venant habiter le monde d’en-bas, il n’a pas quitté pour autant les réalités d’en-haut, mais il est descendu tout entier dans le sein d’une Vierge qu’il a habitée de sa divinité :

Réjouis-toi Temple du Dieu de toute immensité
Réjouis-toi Porche du Mystère enfoui depuis les siècles
Réjouis-toi incroyable nouvelle pour les incroyants
Réjouis-toi Bonne Nouvelle pour les croyants

Réjouis-toi Vaisseau choisi où vient à nous
Celui qui surpasse les Chérubins
Réjouis-toi Demeure très sainte de Celui
qui siège au-dessus des Séraphins
Réjouis-toi en qui les contraires sont conduits vers l’Unité
Réjouis-toi en qui se joignent la virginité et la maternité

Réjouis-toi en qui la transgression reçoit le pardon
Réjouis-toi en qui le Paradis s’ouvre à nouveau
Réjouis-toi Clef du Royaume du Christ
Réjouis-toi Espérance des biens éternels

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Tous les anges du ciel ont été frappés de stupeur devant la prodigieuse oeuvre de ton Incarnation, Seigneur, car toi le Dieu que nul n’a jamais vu, tu t’es rendu visible à tous et tu as demeuré parmi nous. Tous nous t’acclamons :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Devant toi, ô Mère de Dieu, les orateurs bavards sont muets comme des poissons, incapables de dire comment tu as pu enfanter et demeurer vierge. Remplis d’étonnement, nous contemplons en toi le Mystère de la Foi :

Réjouis-toi Trône de la sagesse éternelle
Réjouis-toi Écrin du dessein bienveillant de Dieu
Réjouis-toi tu conduis les philosophes
aux limites de leur sagesse
Réjouis-toi tu mènes les savants aux frontières du raisonnement

Réjouis-toi devant qui les esprits subtils deviennent hésitants
Réjouis-toi devant qui les littérateurs perdent leurs mots
Réjouis-toi devant qui se défont
les raisonnements les plus serrés
Réjouis-toi car tu montres Celui
dont la Parole agit avec puissance

Réjouis-toi en qui nous sommes tirés de l’abîme de l’ignorance
Réjouis-toi en qui nous accédons à la plénitude
du Mystère de Dieu
Réjouis-toi Planche de salut pour ceux
qui aspirent à la pleine vie
Réjouis-toi Havre de paix pour ceux
qui se débattent dans les remous de leur vie

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Dans sa volonté de sauver toute sa création, le Créateur de l’univers a choisi d’y venir lui-même. Pour refaire en nous son image à sa ressemblance divine, il est devenu l’Agneau, lui notre Dieu et notre Pasteur.

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

En toi Vierge Marie, Mère de Dieu, trouvent refuge ceux qui ont fait choix de virginité et qui se tournent vers toi. Car le Créateur du ciel et de la terre t’a façonnée, ô Immaculée, en venant demeurer dans ton sein. Tous, il nous apprend à t’acclamer :

Réjouis-toi Mémorial de 1a virginité
Réjouis-toi Porte du Salut
Réjouis-toi premier fruit du Royaume Nouveau
Réjouis-toi en qui resplendit la merveille du don gratuit

Réjouis-toi en qui sont régénérés les esprits accablés
Réjouis-toi en qui sont fortifiés ceux que leur passé a blessé
Réjouis-toi car tu enfantes Celui qui nous délivre du Séducteur
Réjouis-toi car tu nous donnes la Source de la chasteté

Réjouis-toi Chambre nuptiale où Dieu épouse notre humanité
Réjouis-toi tu confies au Dieu d’amour
ceux qui se donnent à lui
Réjouis-toi Nourriture du Seigneur pour ceux
qui ont pris le chemin de virginité
Réjouis-toi tu conduis les croyants à l’intimité avec l’Époux

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Toutes nos hymnes de louange sont impuissantes à chanter, Seigneur, la profusion de ta miséricorde infinie. Seraient-elles aussi nombreuses que le sable de la mer, jamais elles ne parviendraient à égaler la richesse du don que tu nous as fait.

Alléluia, alléluia,, alléluia !

 

Nous contemplons dans la Vierge sainte le flambeau qui a porté la Lumière dans les ténèbres. Embrasée par la flamme du Verbe de Dieu qu’elle accueille dans sa chair, elle conduit tout homme à la connaissance de Dieu, illuminant l’intelligence de sa Splendeur. Joyeusement nous l’acclamons :

Réjouis-toi Aurore du Soleil levant
Réjouis-toi Flambeau qui porte la Lumière véritable
Réjouis-toi Éclat de Celui qui illumine notre coeur
Réjouis-toi devant toi l’Ennemi est frappé de terreur

Réjouis-toi Porte de la Lumière étincelante
Réjouis-toi Source d’une Eau jaillissant en Vie éternelle
Réjouis-toi Image vivante de la piscine du baptême
Réjouis-toi en qui nous sommes lavés de la souillure du péché

Réjouis-toi Bassin où nous est donné un esprit renouvelé
Réjouis-toi Coupe où nous puisons la Joie
Réjouis-toi en qui nous respirons le parfum du Christ
Réjouis-toi Source intarissable d’allégresse

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Il a voulu faire grâce des anciennes dettes à tous les hommes. De lui-même il est venu habiter chez les siens, parmi ceux qui vivaient loin de sa Grâce et déchirant leurs billets de créance, il entendit de toutes les bouches sortir cette acclamation :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

Nos voulons, ô Mère de Dieu, chanter ton enfantement, te louer comme le Temple vivant que le Seigneur a sanctifié et glorifié en demeurant dans ton sein, lui qui tient tout dans sa Main :

Réjouis-toi Tabernacle du Dieu vivant
Réjouis-toi Sanctuaire qui contient le Seul Saint
Réjouis-toi Arche de la Nouvelle Alliance dorée par l’Esprit
Réjouis-toi Trésor inépuisable de la Vie

Réjouis-toi Diadème de grand prix pour les gouvernants
Réjouis-toi Gloire vénérable des prêtres de Dieu
Réjouis-toi Solide Tour qui garde l’Église
Réjouis-toi Rempart inébranlable de la Cité

Réjouis-toi en qui surgit le Trophée de notre victoire
Réjouis-toi en qui sonne la déroute de notre Ennemi
Réjouis-toi Guérison de mon corps
Réjouis-toi Salut de mon âme

Réjouis-toi Épouse inépousée !

Ô Mère bénie entre toutes, toi qui as enfanté le Verbe de Dieu, le Seul Saint, reçois l’offrande de notre prière. Garde-nous de tout malheur et de toute menace, nous qui te chantons d’un même coeur :

Alléluia, alléluia, alléluia !

 

 

 

 

Akathist tot de Moeder Gods in het SLOVAAKS

Akatist k presvätej Bohorodičke

 

 

Kňaz: Požehnaný Boh náš teraz i vždycky i na veky vekov.

Ľud: Amen.

Sláva tebe, Bože náš, sláva tebe.

Kráľu nebeský, Utešiteľu, Duchu pravdy, ktorý si všade a všetko naplňuješ, poklad dobra a darca života, príď a prebývaj v nás, očisť nás od každej poškvrny a spas, Dobrotivý, naše duše.

Svätý Bože, Svätý Silný, Svätý Nesmrteľný, zmiluj sa nad nami. 3 razy.

Sláva Otcu i Synu i Svätému Duchu i teraz i vždycky i na veky vekov. Amen.

Presvätá Trojica, zmiluj sa nad nami. Pane, očisť nás od našich hriechov. Vládca, odpusť nám naše neprávosti. Svätý, príď a uzdrav naše slabosti pre svoje meno.

Pane, zmiluj sa. 3 razy.

Sláva Otcu i Synu i Svätému Duchu i teraz i vždycky i na veky vekov. Amen.

Otče náš, ktorý si na nebesiach, posväť sa meno tvoje, príď kráľovstvo tvoje, buď ľa tvoja ako v nebi tak i na zemi. Chlieb náš každodenný daj nám dnes a odpusť nám naše viny, ako i my odpúšťame svojim vinníkom, a neuveď nás do pokušenia, ale zbav nás zlého.

Kňaz: Lebo tvoje je kráľovstvo a moc i sláva, Otca i Syna i Svätého Ducha, teraz i vždycky i na veky vekov.

Ľud: Amen.

Kondak 1

Tebe, Bohorodička, mocná vládkyňa, spievame víťaznú pieseň. – Vyslobodila si nás od zlého, preto ti vrúcne ďakujeme, – hoci sme len nehodní služobníci. Ty si nepremožiteľná, – zbav nás všetkých bied, aby sme ti mohli spievať: Raduj sa, panenská Nevesta!

Raduj sa, panenská Nevesta!

Ikos 1

Z neba bol poslaný archanjel, aby Matke Boha povedal: Raduj sa! – A keď videl, že ty Pane, po jeho slovách berieš na seba ľudské telo, – v údive stál a takto ju pozdravil: Raduj sa, lebo skrze teba k nám radosť prichádza! Raduj sa, lebo skrze teba pominie prekliatie! Raduj sa, lebo si pozdvihla padnutého Adama! Raduj sa, lebo si zotrela slzy Evine! Raduj sa, ľudskému rozumu nepochopiteľná výšina! Raduj sa, hlbina, ktorú nepreniknú ani oči anjelské! Raduj sa, nádherný trón kráľovský!Raduj sa, lebo si v živote nosila Stvoriteľa vesmíra! Raduj sa, zornica, ktorá nám východ Slnka zvestuje! Raduj sa, lono, v ktorom sám Boh prebýval! Raduj sa, lebo skrze teba sa obnovuje všetko stvorenie! Raduj sa, lebo skrze teba sa Stvoriteľovi klaniame. Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 2

Najsvätejšia Panna, istá si svojím panenstvom, smelo povedala Gabrielovi: Záhadné sú tvoje slová a duši mojej ťažko pochopiteľné, – lebo mi oznamuješ, že počnem bez muža a budem matkou, pričom voláš: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 2

Panna si túžobne želala pochopiť toto tajomstvo, preto povedala Božiemu sluhovi: – Povedz mi, ako sa môže v panenskom lone počať a narodiť z neho syn? – A on ju s bázňou a úctou pozdravil: Raduj sa, vyvolená na uskutočnenie nevýslovného tajomstva! Raduj sa, mlčanlivá viera prosiacich! Raduj sa, začiatok Kristových zázrakov! Raduj sa, ty, v ktorej sa začali plniť jeho príkazy! Raduj sa, rebrík, po ktorom sám Boh z neba zostúpil! Raduj sa, most, po ktorom ľudstvo zo zeme do neba prechádza! Raduj sa, zázrak, pri ktorom nenachádzajú slová ani anjeli! Raduj sa, lebo ty si prinútila démonov nariekať! Raduj sa, lebo si porodila svetlo zázračné! Raduj sa, lebo si zachovala v srdci tajomstvo! Raduj sa, lebo prevyšuješ všetkých mudrcov! Raduj sa, lebo osvecuješ mysle všetkých veriacich! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 3

Moc Najvyššieho zatônila Pannu, čo muža nepoznala, – jej nepoškvrnené lono sa stalo úrodnou pôdou pre všetkých, čo túžia po spáse – a takto jej spievajú: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 3

Panna, ktorá v živote Boha nosila, ponáhľala sa k Alžbete. – Dieťa v Alžbetinom lone hneď rozpoznalo Máriin pozdrav, – zaplesalo a pohybmi namiesto spevu odpovedalo Bohorodičke: Raduj sa, nevädnúca ratolesť stromu života! Raduj sa, životná sila nesmrteľného ovocia! Raduj sa, ty, ktorá si urobila Stvoriteľa milovníkom ľudí! Raduj sa, lebo si porodila rozsievača života! Raduj sa, úrodná vinica, ktorá rodí bohatstvá milosti! Raduj sa stôl, ktorý ponúka hojnosť zmierenia! Raduj sa, lebo ty si raj, čo zakvitol do bohatej úrody! Raduj sa, lebo dušiam pripravuješ útočisko istoty! Raduj sa, ľubovonné kadidlo modlitieb! Raduj sa, zmierenie sveta celého! Raduj sa, lebo sprostredkúvaš Božie milosrdenstvo hriešnikom! Raduj sa, lebo cez teba majú ľudia v Bohu dôveru! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 4

Panický Jozef umáral sa pochybnosťami, chvel sa a trápil sa, – pozeral na teba, Nepoškvrnená, a snoval plán, že ťa tajne prepustí, – ale poučený Svätým Duchom o tvojom počatí zvolal: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 4

Keď pastieri počuli spev anjelov o Kristovom narodení, ponáhľali sa k nemu. – Našli ho ako nepoškvrneného baránka v bezpečnom Máriinom lone, – preto jej spievali hymnus: Raduj sa, Matka baránka a pastiera! Raduj sa, košiar duchovných ovečiek! Raduj sa, postrach neviditeľných nepriateľov! Raduj sa, lebo brány raja otváraš! Raduj sa, lebo nebo so zemou sa raduje! Raduj sa, lebo pozemšťania s nebešťanmi plesajú! Raduj sa, podobná ústam apoštolov, čo neúnavne hovoria! Raduj sa, pre mučeníkov neporaziteľná dôvera! Raduj sa, našej viery pevná opora! Raduj sa, jasné poznanie ľúbosti! Raduj sa, lebo si pokorila podsvetie! Raduj sa, ty, ktorej slávou sme sa obliekli! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 5

Traja mudrci uzreli jasnú hviezdu a nasledovali ju, – svietila im na cestu a zastavila sa nad miestom, kde našli mocného kráľa. – A keď sa približovali k Neprístupnému, klaňali sa mu a volali: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 5

Keď chaldejskí synovia uvideli, že ten, ktorý stvoril ľudí a prijal na seba podobu služobníka, spočíva v panenskom náručí, – ochotne mu odovzdali svoje dary a Blahoslavenej volali: Raduj sa, Matka hviezdy, ktorá nehasne! Raduj sa, zora dňa tajomného a večného! Raduj sa, lebo ty si oheň pokušení zhasila! Raduj sa, lebo ty osvecuješ ctiteľov Najsvätejšej Trojice! Raduj sa, lebo skrze teba bol neľudský tyran svojej moci zbavený! Raduj sa, lebo si Krista milujúceho ľudí zrodila! Raduj sa, lebo si nás vyslobodila z otroctva pohanstva! Raduj sa, snímajúca z nás blato nerestí! Raduj sa, lebo si urobila koniec modlárstvu! Raduj sa, lebo ty hasíš utrpení plamene! Raduj sa, vodkyňa veriacich po cestách panenstva! Raduj sa, všetkým ľudským pokoleniam veselosť! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 6

Keď sa traja mudrci vrátili do Babylonu, – ohlasovali ľudom, že sa splnilo proroctvo o príchode Krista Vykupiteľa, – ale Herodesa obišli, lebo ti nechcel spievať: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 6

Spasiteľ ty si svetlom svojej pravdy ožiaril Egypt a odohnal si preč temnoty bludu. – Jeho modly nemohli odolať tvojej múdrosti, preto padli. A tí, čo sa vyslobodili z ich zajatia, volali Bohorodičke: Raduj sa, všetkých ľudí obnova! Raduj sa, víťazstvo nad démonmi!Raduj sa, lebo si porazila bludárske kráľovstvo!Raduj sa, lebo si odhalila márnosť modlárstva! Raduj sa, more, v ktorom sa potopil pyšný faraón! Raduj sa, skala, z ktorej pijú tí, čo túžia po živote! Raduj sa, ohnivý stĺp, ktorý nás vedie v temnotách! Raduj sa, ochranný plášť sveta širší ako obloha! Raduj sa, ty, ktorá prinášaš chlieb nad mannu cennejší! Raduj sa, služobníčka sladkého a svätého pokrmu!Raduj sa, krajina zasľúbená! Raduj sa, lebo medom a mliekom oplývaš! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 7

Keď sa Simeon chystal opustiť tento svet a zatúžil po večnom živote, – položili ťa na jeho ruky ako dieťa, a1e on v tebe spoznal skutočného Boha. – Plný údivu nad tvojou nevýslovnou múdrosťou volal: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 7

Svoju moc zjavil Stvoriteľ, nové stvorenie nám ukázal a my skrze neho jestvujeme. – On z nepoškvrneného lona vyklíčil, ale ho neporušil, – a my, keď sme tento zázrak spoznali, oslavujeme ho a voláme: Raduj sa, kvet, ktorý nikdy nevädne! Raduj sa, veniec striedmosti! Raduj sa, jasný vzor nášho vzkriesenia! Raduj sa, lebo nám zobrazuješ anjelov! Raduj sa, sladké ovocie stromu, ktoré živí veriacich! Raduj sa, košatý strom, v ktorého tieni mnohí oddych nachodia! Raduj sa, lebo si v živote nosila vykupiteľa zajatých! Raduj sa, lebo si porodila vodcu zblúdených! Raduj sa, uprosenie spravodlivého sudcu! Raduj sa, lebo vyprosuješ odpustenie mnohým hriešnikom! Raduj sa, láskavé zahalenie našej nahoty! Raduj sa, láska, ktorá prevyšuje všetko poznanie! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 8

Na neobyčajné stvorenie sme hľadeli. – Zabudnime aj my na tento svet a naše mysle obráťme k nebu. – Najvyšší Boh preto prišiel v pokore na svet ako človek, aby priviedol k sebe všetkých, čo k nemu volajú: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 8

Ó, neopísateľné Slovo, ty celé v nebi aj na zemi prebývaš, – svojím príchodom na zem nezmenilo si svoju božskú podstatu, narodilo si sa z bohumilej Panny, ktorá počúva naše hlasy: Raduj sa, nekonečnému Bohu príbytok! Raduj sa, brána presvätého tajomstva! Raduj sa, ustavičné volanie neverných k obráteniu! Raduj sa, nekonečná chvála veriacich! Raduj sa, ohnivý a svätý voz toho, ktorý na cherubínoch spočíva! Raduj sa, preslávny príbytok toho, ktorému slúžia serafíni! Raduj sa, nepriateľov zmierenie! Raduj sa, lebo v tebe sa spojilo panenstvo s materstvom! Raduj sa, prostredníčka odpustenia priestupkov!Raduj sa, lebo skrze teba sa nám raj otvára!Raduj sa, kľúč od Kristovho kráľovstva!Raduj sa, nádej večných radostí! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 9

Všetky anjelské zbory žasli nad veľkým tajomstvom vtelenia. – Videli, neprístupný Bože, ako si sa stal pre všetkých prístupným človekom. – Medzi nami prebývaš a počúvaš naše volanie: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 9

Pred tebou, Bohorodička, slávni rečníci zmĺkli ako nemé ryby. – Nedokázali pochopiť, že si aj po pôrode zostala pannou, – lež my obdivujeme toto tajomstvo a s vierou voláme: Raduj sa, príbytok Božej múdrosti! Raduj sa, poklad Božej prozreteľnosti! Raduj sa, lebo múdrosť sveta sa v tebe vidí nemúdrou! Raduj sa, lebo pred tebou aj slávni rečníci zamĺkli! Raduj sa, veď pred tebou sú nevedomí aj mudrci! Raduj sa, lebo pred tebou zhasla sláva básnikov! Raduj sa, lebo si odhalila všetky výmysly! Raduj sa, lebo si naplnila siete rybárov! Raduj sa, lebo ty vytrhávaš duše z priepasti ničoty! Raduj sa, lebo ty obohacuješ mnohých poznaním! Raduj sa, archa pre tých, čo túžia po spáse! Raduj sa, prístav na ceste životom! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 10

Obetoval seba samého, aby spasil svet. – Preto prišiel ako pastier a ako Boh v ľudskej podobe. – Všetkých nás volá k sebe a počúva naše volanie: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 10

Bohorodička, Panna, ty si vzorom panien a všetkých, čo ťa vzývajú a utiekajú sa k tebe. Stvoriteľ neba a zeme ťa ozdobil, Nepoškvrnená, – a prebývajúc v tvojom lone, naučil všetkých vzdávať ti slávu: Raduj sa, pilier panenstva! Raduj sa, brána spasenia! Raduj sa, začiatok duchovnej obrody! Raduj sa, prostredníčka Božích milostí! Raduj sa, lebo obnovuješ v hriechu počatých! Raduj sa, učiteľka sklamaných! Raduj sa, lebo si zvodcu duší zahnala! Raduj sa, lebo si porodila rozsievača čistoty! Raduj sa, palác zásnub prečistých! Raduj sa, lebo posilňuješ duše verné Pánovi! Raduj sa, ochrankyňa panien láskavá! Raduj sa, nevesta, svätých duší ozdoba! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 11

Presvätý Bože, ani najkrajšia pieseň nemôže ospievať veľkosť tvojho zmilovania. – Hoci by sme ti ich venovali toľko, ako je piesku na zemi, nikdy neoceníme to, čo nám dávaš, – preto ti spievame: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 11

Najsvätejšia Panna, zjavuješ sa nám v temnotách ako svetelná pochodeň. – Zažíhaš duchovné svetlo a všetkých vedieš k poznaniu Boha. – Svojím leskom osvecuješ naše mysle, preto ťa ctíme a voláme: Raduj sa, lúč duchovného slnka!Raduj sa, žiara neuhasínajúceho svetla! Raduj sa, blesk, čo ožaruje duše! Raduj sa, búrka, čo desí nepriateľa! Raduj sa, lebo si zjavila najjasnejšieho svetla záplavu! Raduj sa, prameň rieky mohutnej! Raduj sa, predobraz liečivého prameňa! Raduj sa, čo škvrny hriechov umývaš! Raduj sa, voda, v ktorej sa omýva svedomie! Raduj sa, čaša naplnená radosťou! Raduj sa, plnosť ľúbeznej vône Kristovej! Raduj sa, život plný svätej radosti. Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 12

Pán milosrdenstva sa rozhodol odpustiť ľuďom všetky tresty. – Sám zostúpil k tým, čo opovrhli jeho láskou, – otvoril nám brány neba, preto počuje zo všetkých úst: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Ikos 12

Velebíme tvojho Syna i teba, Bohorodička, – Vykupiteľ prebýval v tvojom lone, posvätil ho, oslávil ťa a všetkých nás naučil prespevovať: Raduj sa, Bohu i Slovu vhodný príbytok! Raduj sa, lebo si väčšia ako svätyňa svätých! Raduj sa, archa pozlátená Svätým Duchom! Raduj sa, nevyčerpateľná pokladnica života! Raduj sa, spravodlivým kráľom veniec nádhery!Raduj sa, zbožným kňazom víťazná odmena!Raduj sa, Božej cirkvi pevná opora! Raduj sa, bezpečná hradba kráľovstva!Raduj sa, lebo s tvojou pomocou sa dosahujú víťazstvá!Raduj sa, lebo skrze teba naši nepriatelia padajú! Raduj sa, môjho tela uzdravenie! Raduj sa, mojej duše záchrana! Raduj sa, panenská Nevesta!

Kondak 13

Nekonečne velebená Bohorodička a Matka najsvätejšieho Slova, – prijmi ako dar túto našu oslavu, – chráň nás od všetkých pokušení a vysloboď od večných múk, aby sme ti vždy spievali: Aleluja!

Aleluja, aleluja, aleluja!

Tento kondak sa opakuje tri razy.

A opäť ikos 1:

Z neba bol poslaný archanjel, aby Matke Boha povedal: Raduj sa! A keď videl, že ty, Pane, po jeho slovách berieš na seba ľudské telo, – v údive stál a takto ju pozdravil: Raduj sa, lebo skrze teba k nám radosť prichádza! Raduj sa, lebo skrze teba pominie prekliatie. Raduj sa, lebo si pozdvihla padnutého Adama! Raduj sa, lebo si zotrela slzy Evine! Raduj sa, ľudskému rozumu nepochopiteľná výšina! Raduj sa, hlbina, ktorú nepreniknú ani oči anjelské! Raduj sa, nádherný trón kráľovský!Raduj sa, lebo si v živote nosila Stvoriteľa vesmíra! Raduj sa, zornica, ktorá nám východ Slnka zvestuje! Raduj sa, lono, v ktorom sám Boh prebýval! Raduj sa, lebo skrze teba sa obnovuje všetko stvorenie! Raduj sa, lebo skrze teba sa Stvoriteľovi klaniame! Raduj sa, panenská Nevesta!

A opäť kondak 1:

Tebe, Bohorodička, mocná vládkyňa, spievame víťaznú pieseň. – Vyslobodila si nás od zlého, preto ti vrúcne ďakujeme, – hoci sme len nehodní služobníci. Ty si nepremožiteľná, – zbav nás všetkých bied, aby sme ti mohli spievať: Raduj sa, panenská Nevesta!

Raduj sa, panenská Nevesta!

Modlitba:

Prijmi, najblaženejšia, prečistá Pani a Vládkyňa, Bohorodička, tieto vznešené dary, ktoré patria jedine tebe, od nás, tvojich nehodných služobníkov. Ty si vyvolená zo všetkých pokolení, svojou vznešenosťou prevyšuješ všetko nebeské a pozemské tvorstvo, veď skrze teba k nám zostúpil Pán zástupov. Tvojím prostredníctvom sme poznali Božieho Syna a mohli sme prijať jeho presväté telo a prečistú krv. Preto si blažená z pokolenia na pokolenie, od Boha požehnaná. Jasnejšia si ako cherubíni a vznešenejšia ako serafíni. A teraz, presvätá starostlivá Bohorodička, neprestaň za nás ustavične orodovať, hoci sme iba tvojimi nehodnými služobníkmi, aby sme boli zbavení zla a súženia a ochráň nás krehkých od všetkých jedovatých mámení démonov. Pomôž nám vytrvať v dobrom až do konca, aby sme boli spasení s tvojou pomocou a aby sme oslavovali, chválili, velebili, dobrorečili a klaňali sa v Trojici jedinému Bohu a Stvoriteľovi všetkého teraz i vždycky i na veky vekov.

Ľud: Amen.

Diakon: Premúdrosť!

Ľud: Čestnejšia si ako cherubíni a neporovnateľne slávnejšia ako serafíni, bez porušenia si porodila Boha Slovo, opravdivá Bohorodička, velebíme ťa.

Kňaz: Sláva tebe, Kriste Bože, naša nádej, sláva tebe.

Ľud: Sláva Otcu i Synu i Svätému Duchu i teraz i vždycky i na veky vekov. Amen. Pane, zmiluj sa. Pane, zmiluj sa. Pane, zmiluj sa. Požehnaj.

Kňaz: Kristus, náš pravý Boh, na prosby svojej prečistej Matky a všetkých svätých, nech sa nad nami zmiluje a spasí nás, lebo je dobrý a miluje nás.

Ľud: Amen.

 

 

 

 

 

 

 

 

Ignace Peckstadt : een vanster op de orthodoxe Kerk (boek)

EEN VENSTER OP DE ORTHODOXE KERK (boek)

 

BRUSSEL (KerkNet/KERK & leven) – Na een lange persoonlijke zoektocht ging de Gentse advocaat Ignace Peckstadt veertig jaar geleden over naar de orthodoxe Kerk. In 1975 werd hij tot priester gewijd en aangesteld tot rector van de orthodoxe parochie in Gent. Samen met zijn familie – een zoon is hulpbisschop, een andere zoon en schoonzoon zijn priester – is hij een van de steunpilaren van de orthodoxie in ons land.

In 2005 publiceerde Peckstadt een inleiding in het orthodoxe geloof en kerkelijke leven voor een groot publiek. Een van de opmerkelijkste passages was wellicht die waarin hij de geschiedenis van de evangelisatie en de vroege Kerk in onze streken tot vóór 1054, het jaar van de scheiding tussen de Kerken van Constantinopel en Rome, als onderdeel van de orthodoxie beschouwde. ‘Onze’ oude heiligen zijn dus ook hun’ heiligen.

In deze herziene uitgave een hoofdstuk van de hand van bisschop Athenagoras Peckstadt met het verhaal van de orthodoxe gemeenschappen in de Lage Landen. Al woonden hier al eeuwen Grieken en Russen, pas in de eerste helft van de negentiende eeuw kwam er een eerste orthodoxe gebedsruimte. Dat was ten behoeve van Anna Pavlovna, de Russische echtgenote van de Nederlandse vorst Willem II, die toen resideerde in het paleis in Brussel.

De eerste parochie kwam er in 1900 in Antwerpen voor Griekse handelaars en zeelui. Na 1945 migreerden nieuwe groepen gelovigen uit Oost-Europa en groeide de behoefte aan een Nederlandstalige orthodoxe liturgie. In 1985 werd de orthodoxie een door de Belgische staat erkende eredienst en werd het oecumenische patriarchaat van Constantinopel als representatief orgaan aangesteld. Momenteel telt België ruim vijftig orthodoxe parochies, waarvan tien autochtone. (eds)

Ignace Peckstadt, Een open venster op de orthodoxe Kerk, Averbode, Averbode, 2013, 312 blz., 23,50 euro.

Ikonenschilder

 

Ikonenschilder

 

De bijzondere betekenis van de ikoon voor de orthodoxe gelovigenmaakt dat de vervaardiging van ikonen gebonden is aan traditionele regels. Van groot belang is de authenticiteit van de ikoon.De schilders schilderden naar oude voorbeelden. Zij bleven trouw aan het prototype,maar waren vrij in de stijl en artistieke weergave. Er zijn ook voorbeeldboeken,Hermeneia (Grieks)ofPodlinnik (Russisch), overgeleverd. In het oudst bekende boek (uit de15e eeuw) zijn voortekeningen van heiligen en taferelen opgenomen. In de bekende Hermeneia van Dionysios van Fourna uit ongeveer 1730 staan instructies beschreven over de techniek, de kleuren, de ikonografie en inscripties op de ikonen.Deze Hermeneia is het schildersboek van de monnikengemeenschap op de berg Athos.

Ikonenschilders waren vaak monniken,maar vooral in latere eeuwen werden ikonen ook door leken geschilderd.De ikonenschilder was zich sterk bewust van de tradities van het schilderen en was in principe niet vrij om uitdrukking te geven aan zijn eigen verbeeldingswereld, zoals kunstenaars in het Westen na de renaissance.De waarachtigheid en authenticiteit van de ikonen zijn belangrijker dan de verbeeldingswereld van de kunstenaar.Door bepaalde gebeden en door vasten geraakte de schilder in de juiste stemming om een ikoon te kunnen schilderen. Zijn penseelstreken reflecteren zijn levensstijl. Een ikoon schilderen was voor hem een spiritueel avontuur.De ikonenschilder was niet geïnteresseerd in de werkelijkheid.Hij wilde een beeld weergeven van een onzichtbare en spirituele wereld.Een wereld waarvan de aardse wereld slechts een reflectie is. Een wereld waarin de wetten van logica en perspectief niet gelden.De schilder beschouwde zichzelf als een mediumt ussen hemel en aarde.Hij was slechts de hand die schilderde; wie hij zelf was,was niet belangrijk.Daarom zijn ikonen bijna nooit gesigneerd.Door de overlevering zijn natuurlijk wel namen van ikonenschilders bekend geworden,maar de geschiedenis van de ikonen blijft toch veel meer de geschiedenis van het beeld zelf en niet die van de kunstenaar.

Uit : De rijkdom van ikonen door Ingrid Zoetmulder

Wenst U een mooie oude icoon te kopen ?

Daarvoor kan je terecht bij Zoetmulder ikonen

Beethovenstraat,107a – 1077 HX Amsterdam

Email : Zoetmulder@russicon.net

Website : http://www.zoetmulderikonen.nl

 

Pasen in de XXIe eeuw

Pasen in de XXIe eeuw

2001  april  15*

2034  april  9*

2067  april 10

2002 mei  5

2035  april  29

2068  april  29

2003  april  27

2036  april 20

2069  april 14*

2004  april 11*

2037  april 5*

2070  mei  4

2005  mei  1e

2038  april  25*

2071  april  19*

2006  april  23

2039  april 17

2072  april 10*

2007  april  8*

2040  mei  6

2073  april 30

2008  april  27

2041  april  21*

2074  april 22

2009  maart  19

2042  april  13

2075  april 7*

2010  april  4*

2043  mei  3

2076  april  26

2011  april  24*

2044  april  24

2077  april  18

2012  april  15

2045  april 9*

2078  mei  8

2013  mei 5

2046  april  29

2079  april  23*

2014  april  20*

2047  april 21

2080  april  14

2015  april  12

2048  april  5*

2081  mei  4

2016  mei  1e

2049  april  25

2082  april  19*

2017  april  16*

2050  april  17

2083  april  11

2018  april 8

2051  mei  7

2084  april  30

2019  april 28

2052  april  21*

2085  april  15*

2020  april 19

2053  april  13

2086  april 7

2021  mei  2

2054  mei  3

2087  april  27

2022  april  24

2055  april  18*

2088  april  18

2023  april  16

2056  april  9

2089  mei  1e

2024  mei  5

2057  april  29

2090  april  23

2025  april 20*

2058  april  14*

2091  april  8*

2026  april 12

2059  mei  4

2092  april  27

2027  mei  2

2060  april  25

2093  april  19

2028  april  16

2061  april  10*

2094  april  11

2029  april  8

2062  april  30

2095  april 24*

Het handvest van Sint Katherina

Het Handvest van Sint Katherine


Katherinaklooster

In het hart van de Sinai woestijn ligt het Klooster van Sint Katherine. In het jaar 628 ging een delegatie van het klooster naar de profeet Mohammed en vroeg hem om bescherming. Als reactie stelde hij een handvest op dat hun rechten garandeerde en dat een lichtend voorbeeld voor moslims en christenen mag zijn hoe verschillende religies vreedzaam kunnen samenleven.

 

 

Jebel Mousa - de berg Sinai

Sant Katrin in de zuidelijke Sinai

Het Klooster van sint Katherine

De heilige Sinai

Het Klooster van Sint Katherine is het oudste, doorlopend bewoonde klooster ter wereld. Het ligt aan de voet van de berg Sinai, een gebied dat heilig is voor elk van de drie monotheïstische religies: jodendom, christendom en islam. Het klooster werd gebouwd op de plek waar Mozes sprak met God in het wonder van de Brandende Braamstruik en waar hij de berg Sinai beklom om de Tien Geboden te ontvangen. Het is een plek die veel door toeristen worden bezocht, die er bij nacht en ontij opstaan om de berg te beklimmen zodat zij op de top de zonsopgang kunnen aanschouwen. In het Sinai-gebergte bevinden zich meer dan tweehonderd religieuze christelijke plekken, kloosters en kerken, Byzantijnse overblijfselen.

 

Sint Katherine

Het monogram van Sint KatherineHet klooster en het stadje ontlenen hun naam aan St. Katherine, Sant Katrin in het Arabisch, Αγίας Αικατερίνης in Griekse manuscripten. Katherine was de dochter van Costus, de heidense goeverneur van Alexandrië. Ze vertelde haar ouders dat ze alleen wilde trouwen met iemand die haar overtrof in schoonheid, intelligentie, rijkdom en sociale status. Binnen de Latijnse kerk en andere oosterse kerken wordt dat gezien als voorafschaduwing van haar latere ontdekking van Christus. ‘His beauty was more radiant than the shining of the sun, His wisdom governed all creation, His riches were spread throughout all the world.’

Op haar achttiende stelde zij zichzelf voor aan keizer Maximinus, die de christenen fel vervolgde. Ze kapittelde hem om zijn wreedheid en probeerde hem duidelijk te maken hoe onrechtvaardig het was om valse goden te aanbieden. De keizer was verbaasd door haar durf, maar deelde haar mening niet. Hij hield haar in zijn paleis gevangen en gaf zijn geleerden opdracht om Katherine te overtuigen, zodat ze zich zou bekeren. Ze kwam echter als overwinnaar uit het debat. Een aantal van haar tegenstanders werden door haar eruditie verslagen, ze bekeerden zich tot het christendom en werden ter plekke om het leven gebracht. De keizer was furieus dat hij getart werd, liet haar geselen en zette haar daarna gevangen. De keizerin wilde echter graag met haar kennismaken en ging met het hoofd van de troepen naar de kerker . Beiden lieten zich overtuigen en werden gedoopt. Katherine verzaakte haar geloof niet, maar bekeerde zelfs degenen die haar in de gevangenis opzochten. De keizer veroordeelde haar daarom tot de dood op het rad, waarop scherpe ijzeren punten waren gemonteerd, een bekend martelwerktuig in die tijd. Dat mislukte echter, want toen Katherine het rad aanraakte, werd ze getroffen door de bliksem en het rad brak. Daarop wilde de keizer haar laten verbranden, maar het vuur waaide uiteen en verbrandde de beulen. Uiteindelijk liet hij haar onthoofden. Uit haar halswond stroomde melk die de stad van de pest bevrijdde. Engelen brachten haar lichaam naar de berg Sinai.

Katherine wordt sindsdien St. Katherine van Alexandrië of St. Katherine van het Rad genoemd. Ze wordt meestal afgebeeld met haar attribuut: het rad. Naar verluidt zou Katherine aan het begin van de vijftiende eeuw tot Jeanne d’Arc gesproken hebben. Katherine is een van de Zeven Primaire Helpers die in de eerste Romeinse Canon genoemd worden. En ze is een van de Veertien Heilige Helpers, die helpen bij allerlei ziekten en aandoeningen. Haar naamdag is 25 november.

Het klooster van Sint Katherine

In de zesde eeuw liet de Byzantijnse keizer Justinianus ter ere van Sint Katherine het versterkte klooster bouwen aan de voet van de Sinai. Halverwege de zesde eeuw werd er ook een kerk gebouwd. Al veel eerder, in het jaar 330, liet keizerin Helena een kerk bouwen op de plaats van het Brandende Braambos. Het Byzantijns Orthodoxe monasticisme heeft zelfs nog oudere wortels. Het Klooster van Sint Katherine bestaat na al die eeuwen nog steeds. Het is een schatkamer van vroegchristelijke kunst en architectuur. De collectie geïllustreerde manuscripten van het klooster wordt slechts geëvenaard door die van het Vaticaan. Het klooster staat op de Werelderfgoedlijst.

Door de eeuwen heen genoot het klooster bescherming van de machthebbers: de profeet Mohammed, Arabische en Turkse leiders, Napoleon. Binnen de muren van de kloostergemeenschap bevindt zich ook een Fatimidische moskee, die is gebouwd naast de orthodoxe kerk. Moskee en kerk staan zusterlijk naast elkaar, als stille getuige hoe de verschillende religies samen kunnen leven en het klooster de bescherming had van de Egyptische kaliefs.

 

Kopie van het document waarmee de profeet Mohammed het klooster bescherming bood - bron: romanvirdi.comHet Handvest van de profeet

In het jaar 628 ging een delegatie van het Klooster van Sint Katherine op bezoek bij de profeet Mohammed. Ze vroegen hem om bescherming. De profeet gaf gehoor aan hun verzoek en stelde een Handvest op dat volgens de profeet tot het einde der tijden van kracht is.

Het Handvest beschermt de vrijheid van religie, de vrijheid om te werken, de veiligheid van de christen en zijn recht op bezit. Het heeft ervoor gezorgd dat de christenen van Sint Katherine al veertienhonderd jaar onder bescherming van de moslims leven.

 

   

 

‘This is a message fr
om Muhammad ibn Abdullah, as a covenant to those who adopt Christianity, near and far, we are with them. Verily I, the servants, the helpers, and my followers defend them, because Christians are my citizens; and by Allah! I hold out against anything that displeases them.

No compulsion is to be on them. Neither are their judges to be removed from their jobs nor their monks from their monasteries.

No one is to destroy a house of their religion, to damage it, or to carry anything from it to the Muslims’ houses. Should anyone take any of these, he would spoil God’s covenant and disobey His Prophet. Verily, they are my allies and have my secure charter against all that they hate.

No one is to force them to travel or to oblige them to fight. The Muslims are to fight for them. If a female Christian is married to a Muslim, it is not to take place without her approval. She is not to be prevented from visiting her church to pray.

Their churches are to be respected. They are neither to be prevented from repairing them nor the sacredness of their covenants. No one of the nation (Muslims) is to disobey the covenant till the Last Day (end of the world).”

 

English translation from ‘Muslim History: 570- 1950 C.E.’ by Dr. A. Zahoor and Dr. Z. Haq, ZMD Corporation. P.O. Box 8231 – Gaithersburg, MD 20898-8231 – Copyright Akram Zahoor 2000. P. 167.

Betekenis van het Handvest

Van groot belang zijn de eerste en laatste zin van het Handvest, omdat die de belofte een eeuwig en universeel karakter geven. Mohammed bevestigt ermee dat de moslims met de christenen zijn ‘near and far’, waarmee hij elke toekomstige poging de belofte in te perken tot Sint Katherine afwijst. Hij draagt de moslims tevens op de belofte te respecteren tot de Dag des Oordeels. De belofte kan dus niet herroepen worden en de rechten zijn als gevolg daarvan onvervreemdbaar. Mohammed verklaart hier dat de christenen, ieder van hen, zijn bondgenoten zijn en hij stelt slechte behandeling van christenen gelijk aan het schenden van het verbond met God.

Wat opvalt is dat aan die bescherming geen enkele conditie is verbonden. Dat ze christenen zijn, is genoeg. Hij vraagt hen niet om hun geloof te veranderen, hij vraagt hen evenmin om geld te betalen en ze hebben geen enkele verplichting in ruil voor zijn bescherming. Een Handvest zonder plichten dus.

Het is een Handvest dat ook nu nog een grote betekenis heeft. Of in ieder geval zou moeten hebben. Velen van ons, zowel in het westen als in islamitische landen, focussen op dat wat ons verdeelt en op de onderwerpen waarover conflicten zijn. Dit Handvest echter bouwt een brug. Het vraagt moslims om uit te rijzen boven intolerantie en het kweekt goodwill bij christenen die wellicht anders angst voor de islam of moslims zouden ontwikkelen. Het vraagt mensen om te streven naar het goede, om religieuze tolerantie te tonen en uit te gaan van inclusiviteit.

 Het is een mooi handvest. Het laat aan moslims zien hoe de profeet dacht over de bescherming van christenen, het vraagt hen om navolging hiervan. En aan christenen laat het zien dat de islam niet het inherent onverdraagzame karakter hoeft te hebben dat we er vaak aan toeschrijven. Voor mij laat het handvest zien hoe je vreedzaam kunt samenleven met respect voor elkaar.

 Bronnen:

Prophet Muhammad’s Promise to Christians, Dr. Muqtedar Khan, Middle East Online,

28 december 2009

Batrtholomeüs : Brief aan Taizé

Patriarch Bartolomeüs van Constantinopel

Brief naar aanleiding van de 32e Europese bijeenkomst van Taizé

Bartholomeus1

“Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: vandaag is voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer” (Lucas 2:10-11).

Terwijl de aankondiging van de engel aan de herders nog doorklinkt in de kerkgezangen, doet het onpeilbare mysterie van de menswording zich tot op vandaag gelden. Het herinnert ons aan de centrale ervaring van het christelijk geloof: het heil van de mens geschiedt via zijn vergoddelijking, het vermogen van de mens om door genade God te worden.

“Wees niet bang!”

In een tijd van economische instabiliteit waar de werkloosheid om zich heen grijpt tegen de achtergrond van een pandemie, wordt de wereld verscheurd door een crisis die zich vertakt tot in alle lagen van het moderne leven. ‘Gouden kalveren’ steken hun kop op en zo worden rechtvaardigheid, gelijkheid en vrijheid ingeruild voor onbeheerste consumptiedrang. Economische crisis, crisis van waarden, identiteitscrisis: de wereldgemeenschap kenmerkt zich door een verlies aan zingeving. Nu de sociale netwerken het begeven, worden de persoonlijke banden verbroken en bestaan ze alleen virtueel. Deze beweging van secularisatie is vooral een ontkenning van de sacraliteit van de wereld, een verbreken van de band tussen God, mens en schepping.

“Wees niet bang”: dit betekent juist niets anders dan de belofte dat deze band nog bestaat, dat deze band onverbreekbaar is. Deze ligt immers ingebed in het eindeloze plan van Gods liefde voor de mens. Door mens te worden, d.w.z. door de menselijke natuur aan te nemen, vat God kort en duidelijk de band van liefde samen tussen de Schepper en zijn schepsel, zoals Irenaeus van Lyon zegt. Hij verheft deze tot verbondenheid met Hem. Dan wordt de wereld in al zijn aspecten een epifanie, een manifestatie van God en zijn liefde.

De 32ste Europese ontmoeting, de vierde in Polen, is opnieuw de vrucht van de inspiratie die frère Roger in gang heeft gezet. Voor hem was de toenadering tussen broeders en zusters in het christendom de unieke bron van waaruit ‘de pelgrimage van vertrouwen op aarde’ ontsprong. 30.000 jongeren bereiden zich voor op hun 5-daagse onderlinge ontmoeting in Poznań. Behalve de contacten en de onderlinge gesprekken zullen de deelnemers de band van gemeenschap en onderlinge verbondenheid ervaren, terwijl ze proberen zelf deze goddelijke epifanieën te worden door de genade van de heilige Geest.

God is in de wereld gekomen. Hij maakt voortaan deel uit van de geschiedenis en herinnert de mensen eraan dat alle vrijheid gezocht moet worden in Hem en door Hem. Europa heeft recent de twintigste verjaardag van de val van de muur van Berlijn herdacht. Deze gebeurtenis zou volstrekt ondenkbaar zijn geweest zonder de actieve inzet van christenen. Er waren de geweldloze manifestaties onder leiding van de protestante kerken van Leipzig tot en met de internationale interventies door de paus van Rome, Johannes Paulus II, die maar luidkeels bleef herhalen “Wees niet bang”, en ook de actieve mobilisatie van de orthodoxe kerken binnen en buiten het Sovjetblok. Zo was de val van de muur van Berlijn niet alleen maar het einde van een historisch tijdvak of een puur politieke gebeurtenis. De ware grootheid ervan ligt in zijn oecumenisch karakter.

Na de val van de muur van Berlijn vindt het christendom in Europa niet meer de erkenning die het er historisch altijd heeft gehad. Inderdaad, terwijl de eenwording van de Europese landen politiek en economisch steeds meer vorm krijgt, lijkt het erop of zijn geschiedenis en identiteit steeds meer onderwerp van discussie worden. Het christendom is als het ware verdreven uit de Europese geschiedenis. Wij willen daarom hier in herinnering brengen dat de identiteit van Europa vooral christelijk is en niet zonder deze erfenis denkbaar is. De secularisatie van Europa neemt hier en daar de vorm aan van een verwijdering van God uit de geschiedenis. Niettemin vormt de mobilisatie van de christenen van heel Europa, zoals tot uiting komt in de bijeenkomst in Poznań, een belangrijk initiatief dat herinnert aan de christelijke wortels van dit continent, zijn identiteit en zijn waarden.

Tenslotte zet de menswording van God in de geschiedenis zich voort in het leven van de Kerk en straalt uit over heel de schepping. De ontheiliging van de wereld raakt ook de natuur en het milieu. Terwijl de mens de priesterlijke herder hierover was, is hij nu zijn beul geworden. Hij heeft zelf een nieuwe muur opgetrokken, een onzichtbare deze keer. Deze scheidt hem van het milieu en maakt zijn band met de natuur kapot. Opnieuw het geheiligde karakter van de schepping ontdekken, de natuur beschermen, van het milieu een theofanie maken, dat zijn de nieuwe uitdagingen voor de christenen van vandaag. Zoals de christenen van heel Europa zich hebben weten te mobiliseren om de muur van Berlijn af te breken en een einde te maken aan de koude oorlog, zo moeten wij ons mobiliseren tegen de ‘oorlog van de klimaatopwarming’.

Gedurende deze vijf dagen vragen wij jullie dringend om vooral voor de planeet te bidden. Wij roepen jullie, alle deelnemers aan deze Europese ontmoeting in Poznań, ook op om levende getuigen te zijn van de geboren Christus, getuigen van de opgestane Christus, van een God die zijn intrede heeft gedaan in de geschiedenis, van een God van de schepping.

Hoe kun je dit getuigenis uitdragen?

Christus zegt zelf in het evangelie volgens Johannes: “Aan jullie liefde voor elkaar zal iedereen zien dat jullie mijn leerlingen zijn” (Johannes 13:35).

Daarom: “Wees niet bang

Oosterse Kerken : een overzicht

 

Oosterse Kerken een overzicht

kort
Het oosters christendom is een complex geheel van kerken die zich onderscheiden van de katholieke en protestantse traditie van het Latijnse Westen. De Oosterse Kerken zijn globaal onder te verdelen in de Byzantijns-orthodoxe kerken, de oriëntaals-orthodoxe kerken en de oosters-katholieke kerken.

Drie groepen
De Oosterse Kerken zijn globaal onder te verdelen in drie groepen:
1. de orthodoxe kerken die behoren tot de Byzantijnse tradities;
2. de orthodoxe kerken van de oude oriëntaalse tradities;
3. de katholieke kerken van de oosterse riten.

1. Byzantijns-orthodoxe tradities
De Byzantijnse traditie kwam tot stand in
Constantinopel, het antieke Byzantium. De kerken van deze traditie bevinden zich vooral in Griekenland, het Midden-Oosten, Oost-Europa en Rusland. Zij zijn georganiseerd volgens patriarchaten. Sommige nationale kerken zijn niet erkend als patriarchaat, maar hebben wel een eigen zelfstandigheid en worden geleid door een metropoliet of aartsbisschop. Deze kerken worden autocephaal genoemd; dat betekent dat ze over een eigen hoofd (autos kefale) beschikken.

Vier oudste patriarchaten
Dit zijn de vier oudste patriarchaten, erkend op het Concilie van Chalcedon (451):

  • Patriarchaat van Constantinopel. De oecumenische patriarch van Constantinopel is de eerste in rang (primus inter pares) onder de orthodoxe kerkleiders.
  • Patriarchaat van Alexandrië
  • Patriarchaat van Antiochië

• Patriarchaat van Jerusalem.

Nieuwe patriarchaten
In latere tijd zijn nieuwe patriarchaten in het leven geroepen of werd nationale kerken zelfstandigheid toegekend:

  • Patriarchaat-katholicossaat van Georgië
  • Patriarchaat van Moskou
  • Patriarchaat van Roemenië
  • Patriarchaat van Servië
  • Patriarchaat van Bulgarije
  • Griekenland (aartsbisschop)
  • Cyprus (aartsbisschop)
  • Polen (metropoliet)
  • Albanië (aartsbisschop)

• Tsjechië en Slowakijë

Relatief zelfstandige kerken
De volgende kerken zijn autonoom, hebben een relatieve zelfstandigheid binnen het groter geheel van een van de autocephale kerken:

 

  • Sinaï (Jerusalem)
  • Finland (Constantinopel)
  • Japan (Moskou)
  • China (Moskou)

• Estland (Constantinopel)

Moeilijk proces
De kwestie van de erkenning van autocephalie en/of autonomie is soms een moeilijk proces, zoals in het geval van de Oekraïense Kerk of de Orthodoxe Kerk van Amerika.

2. Oriëntaals-orthodoxe traditie .De oriëntaals-orthodoxe kerken zijn onafhankelijk. Onderling verschillen ze in theologie, liturgie en culturele traditie.  Het gaat om de volgende kerken:

 

  • Koptisch-orthodoxe kerk
  • Syrisch-orthodoxe kerk (inclusief de Malankaars Syrisch-orthodoxe kerk)
  • Armeens-apostolische kerk
  • Ethiopisch-orthodoxe en Eritrees-orthodoxe kerken
  • Malankaars-orthodoxe Syrische Kerk
  • Assyrische Kerk van het Oosten

3. Katholieke Kerken
Een aantal oosterse genootschapen heeft zich onder het gezag gesteld van de
Paus van Rome. Zij blijven echter oosterse christenen: binnen de Rooms-Katholieke Kerk behouden zij een eigen zelfstandigheid, hun oosterse kerkelijke structuur (worden geleid door een patriarch of groot-aartsbisschop) en liturgie. Het betreft de volgende kerken:

 

  • Maronitische kerk
  • Syrisch-katholieke kerk
  • Syro-Malankaarse kerk
  • Chaldeeuwse kerk
  • Syro-Malabaarse kerk
  • Armeens-katholieke kerk
  • Koptisch-katholieke kerk
  • Ethiopisch-katholieke kerk
  • De katholieke kerken van de Byzantijnse traditie: verschillende autonome kerken, vaak aangeduid als Grieks-katholiek

Bron: Instituut voor Oosters Christendom, Radboud Universiteit Nijmegen

 

de dresscode der heiligen

De dresscode der heiligen

                   mitra2              mitra3

DE STANDAARD ANALYSE – Bij zijn intocht eergisteren in Antwerpen droeg de Sint een mijter zonder kruis maar met een omgekeerde gouden T. Enkele verontwaardigde ouders voerden daarom vorige week actie tegen de Sint.Maar ze hadden de verkeerde valse Sint als doel gekozen. De echte Sint draagt immers niet altijd een kruis op zijn mijter.

Meer zelfs: de oersint Nicolaas van Myra droeg helemaal geen hoofddeksel. In de vierde eeuw na Christus wandelde deze Oosters-orthodoxe bisschop blootshoofds rond. ‘Die religie kende de mijter toen niet’, weet Rita Ghesquière, professor emeritus aan de KU Leuven en auteur van het boek Van Nicolaas van Myra tot Sinterklaas. De kracht van een verhaal.

‘De iconografie binnen de orthodoxe traditie duidt heiligen in de eerste plaats aan met een stola of mantel met daarop een kruis. Het was pas bij de verwestelijking van de heilige Nicolaas van Myra, vanaf de twaalfde eeuw na Christus, dat hij ook een mijter op kreeg.’ De mijter bestaat nu ook binnen de orthodoxe Kerk, maar heeft gewoonlijk meer weg van een ronde kroon dan van een puntig hoofddeksel.

De mijter zoals die van de Sint is dus een typisch katholiek symbool, dat teruggaat op de ‘infula’, het hoofddeksel van heidense geestelijken. De mijter, gewoonlijk met een omgekeerde T als versiering, duidt aan dat de drager een zekere functie heeft binnen de katholieke Kerk. Enkel bisschoppen, aartsbisschoppen en de paus mogen een mijter dragen. Ook abten, kanunniken en prelaten nullius, dat zijn katholieke hoogwaardigheidsbekleders die geen bisschop zijn, kunnen zich tooien met het hoofddeksel en het naar eigen goeddunken versieren. In de dertiende eeuw gingen sommigen daar echter zo ver in dat de toenmalige paus Clemens IV moest ingrijpen. Hij vaardigde een bul uit die bepaalde dat de abten en prelaten nullius enkel nog eenvoudige witte mijters mochten dragen. Met de rode kleur van zijn mijter valt de Sint hoe dan ook op. Tegenwoordig krijgen de meeste mijters, ook die van de paus, wit als basiskleur.

De beeltenis van Nicolaas van Myra overleefde in heiligenbeelden, die op de mijter soms wel en soms niet een kruis droegen. Zolang die verwesterde Sint-Nicolaas een bisschoppelijke mijter op had, was hij in orde met de vestimentaire voorschriften.

De uitgave in 1850 van het boek Sint-Nikolaas en zijn knecht, geschreven door de Amsterdamse onderwijzer Jan Schenkman, gaf de Sint zoals we die nu kennen in de Lage Landen definitief vorm. Schenkman voerde Zwarte Piet ten tonele, net zoals de stoomboot uit Spanje, het rijden over de daken en het gooien van pakjes door schoorstenen. Met de introductie van de roe en de zak van Zwarte Piet gaf Schenkman bovendien een pedagogisch aspect aan het verhaal van de Sint.

Ghesquière: ‘Op de afbeeldingen in Sint-Nikolaas en zijn knecht draagt de Sint een rode mijter zonder kruis. Voor een deel beantwoordt dit beeld aan de normen van de katholieke Kerk, anderzijds speelt in die prenten het conflict met de protestantse Kerk in Nederland.’ Het protestantisme zette zich onder meer af van de katholieke Kerk door het gebruik van het Hugenotenkruis, dat meer gestileerd is dan het katholieke.

Dat conflict tussen protestantisme en katholicisme speelt niet zo sterk in Vlaanderen. Ook al wijkt hij hiermee af van de omgekeerde T, de Sint kan hier zonder gêne een kruis dragen op zijn mijter. Sinds het begin van de twintigste eeuw doet hij dat ook op de meeste Vlaamse prenten, onder meer op de tekeningen van Felix Timmermans. Vandaag hangt de keuze van de Sint voor een mijter met of zonder kruis deels af van waar zijn stoomboot aanmeert: boven of onder de Moerdijk.

‘Dat kruis heeft bij ons vooral een functionele waarde’, verklaart Ghesquière. ‘Het moet kinderen duidelijk maken dat de persoon op de afbeelding een heilige is. De stelling dat het kruis er is gekomen na de commercialisering van de Sint, waarbij men toch de religieuze link wilde behouden, gaat iets te kort door de bocht. De afbeelding met kruis bestaat al langer.’

De echte oersint draagt dus geen mijter, en als hij er al een zou dragen, dan staat er een omgekeerde T op en is de mijter wit. Maar die kleur zou minder passen bij de rest van zijn outfit.

Nikolas Vanhecke is redacteur binnenland.
www.standaard.be/analyse

Kerkwijding van de nieuwe Orthodoxe Kerk in Luxemburg

MEDEDELING

 

Kerkwijding van de nieuw gebouwde orthodoxe Kerk

van de Heilige Nikolaas te Luxemburg

(Groot Hertogdom Luxemburg).

Op zaterdag 18 oktober 2008

 

 

Kerk Luxemburg

 

Op zaterdag 18 oktober 2008 zal de plechtige inwijding plaats hebben van de nieuw gebouwde orthodoxe kerk van de Heilige Nikolaas te Luxemburg.

Het zal onze Metropoliet Panteleimon van België zijn die de kerk zal inwijden. Voor de gelegenheid zal hij omringd worden van meerdere metropolieten en bisschoppen van de omliggende landen. Men verwacht er heel veel volk. Op vraag van verschillende leden van onze parochie zouden we een bus willen inleggen met vertrek op vrijdag middag 17 oktober 2008. We zouden in de omgeving slapen om dan tijdig te kunnen deelnemen aan deze wijding van deze nieuwe kerk.

 Voor de verdere praktische organisatie zouden we graag reeds de namen weten van wie wenst mee te gaan. U kan dit laten weten aan Vader Bernard.

 Verdere informatie alsook de prijs volgen in de maand september.

 Iedereen is van harte welkom!