Maximos de kausokalybiet

Heiligenleven

Maximos de Kausokalybiet

Maximos de kausokalibiet

De heilige Maximos de Kausokalybiet, was afkomstig uit Klein-Azië. Zijn ouders hadden een gelofte afgelegd om hem aan de Heer te wijden, maar konden het toch niet laten om voor hun zoon een goed huwelijk te plannen toen hij 17 jaar werd. Maximos ontvluchtte toen het ouderlijk huis en trok naar de berg Gan in Macedonië om zich onder leiding van een bekende starets te oefenen in het ascetische leven: vasten, nachtwaken, steeds bidden, op de grond slapen, zich harden, het gering achten van lichamelijk ongemak en van alle tijdelijk bezit. Na de dood van zijn starets begon Maximos blootsvoets rond te trekken, eerst langs de grotten van andere kluizenaars, later in Constantinopel waar hij de verschillende kerken bezocht en dan de nacht doorbracht, staande in gebed. Om zijn armoedige verschijning werd hij als een dwaas beschouwd en hij deed niets om die indruk weg te nemen, integendeel. Men bracht hem aan het verstand dat hij op de Athos thuishoorde. Maximos ging dus naar de heilige berg met het idee om daar kluizenaar te worden, maar omdat men dan eerst in een gemeenschap geoefend moet zijn, onderwierp hij zich aan de abt van de Grote Laura. Hij deed ijverig alles wat hem opgedragen werd, maar hij hield zich verder aan zijn eigen ascese. Hij wilde geen cel hebben maar bracht de nacht door in een koorstoel van de narthex, meest staande in gebed.

Hij at ook in de refter van de broeders, maar zo weinig mogelijk. Na enige tijd nam hij weer zijn zwervend leven op met de ascese van dwaas om Christus. Hij bezocht de verschillende kloosters, maar bleef ‘s nachts bij de poort in een schuilhoekje van biezen en wilde planten, dat hij telkens weer verbrandde om zelfs niet aan zo’n simpel verblijf gehecht te raken. Dat leverde hem zijn naam op, die ‘huttenverbrander’ betekent. Dit leven hield hij vol tot eens de heilige Gregorios van de Sinaï de Athos bezocht. Deze ontmaskerde zijn voorgewende dwaasheid, hield hem voor dat hij zijn talent niet mocht begraven, maar dat hij zijn geestelijk inzicht ten dienste moest stellen van anderen. Daarna vestigde hij zich in een grot op de flank van de Athospiek en ontving daar monniken en leken die zijn raad inwonnen en om zijn gebeden vroegen. Hij werd 95 jaar oud en stierf in 1320, waarna hij begraven werd in het graf dat hij reeds lang geleden voor zichzelf gedolven had, en waar hij vaak de begrafenisgebeden had gezegd voor zijn arme ziel.

Uit : heiligenlevens voor elke dag

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s