De heilige Hermenegild

De heilige Hermenegild

 

Hermenegild

De heilige Hermenegild, de zoon van de gothische koning Leovigild (ook gevierd op 13 april). Het is goed nog eens te zien wat hier eigenlijk gebeurde. Leovigild was overgegaan tot het Arianisme, waarschijnlijk vooral om politieke redenen. Op deze manier vormden de Germanen een gezamenlijk afweerfront tegen het Romeinse Rijk. Daarin ligt waarschijnlijk ook de verklaring waarom hij zijn zoon met geweld wilde dwingen met hem afvallig te worden. Hermenegild bleef zich echter principieel verzetten en werd onthoofd in 586.
Misschien vragen wij ons af waarom zulk een uiterst verzet nodig was. Is het niet overdreven? Het gaat om wat de arianen wilden. We zouden kunnen zeggen: zij wilden een rationeel christendom, iets wat in overeenstemming is met onze menselijke redeneringen, waartoe ook in onze tijd een zeer sterke geneigdheid bestaat. Voor ons verstand is het onmogelijk dat God werkelijk mens zou worden, dus Christus kán niet werkelijk God zijn. Hij is iets heel bijzonders, misschien hoog verheven boven de mensen, maar niet God zelf. Maar op die manier wordt het hart uit het Christus-geloof gesneden.
Zulke mislukte pogingen tot het formuleren van de christelijke waarheid dwongen de christenen zich te bezinnen, en onder woorden te brengen wat het geloof dan wél betekende. Om zulk een gedachtenstrijd tot klaarheid te brengen, werden de verschillende grote concilies bijeengeroepen, om tot een gezamenlijke uitspraak van het bewustzijn van de kerk te komen. Deze formuleringen worden ‚“dogma’s” genoemd, en zij vormen de grondslag van het geloof voor de volgende tijden.

Bidden in de vroege Kerk

Het bidden in de vroege kerk

bidden

In het Nieuwe Testament wordt regelmatig verteld dat mensen bidden, niet alleen in de tempel en in een liturgische context, maar ook in andere situaties. Zo wordt in Handelingen 20: 36 gemeld dat Paulus, als hij afscheid neemt van de gemeente in Efeze ‘neerknielde en bad met hen allen’. In het Grieks wordt het knielen zeer beeldend uitgedrukt: ‘Theis ta gonata autou’, ‘zijn knieën gesteld/in de juiste positie gebracht hebbend’. Het gebed wordt spontaan begonnen doordat Paulus zijn knieën in de juiste positie brengt. Opmerkelijk is ook de beschrijving die Lukas in Handelingen geeft, voorafgaand aan dit vers (Hand. 7: 60): ‘Maar hij, vol van de Heilige Geest, hield zijn ogen naar de hemel gericht en zag de heerlijkheid van God, en Jezus, die aan de rechterhand van God stond’ (Hand. 7: 55). Dat het hier om een gebedshouding gaat is zeker, want de evangelist vervolgt: ‘En zij stenigden Stefanus, die Jezus aanriep en zei: ‘Here Jezus, ontvang mijn geest.’ En terwijl hij op zijn knieën viel, riep hij met luide stem: ‘Here, reken hun deze zonde niet toe!’ Ook hier moeten we denken aan het bidden met opgeheven handen, ogen die naar de hemel gericht zijn en knieën die op de grond een plek hebben gezocht om in een eerbiedige houding tot God te kunnen bidden.

Als we nadenken over het gebedsleven in de Vroege Kerk, dan komen we steeds weer terecht bij Christus zelf, die zijn discipelen leerde bidden. Het gebed dat Christus zijn discipelen leerde, het ‘Onze Vader’, heeft in het gebedsleven van de vroege kerk een grote rol gespeeld.

Lees verder Bidden in de vroege Kerk

Hesychius de Sinaiet
– soms gelijkgesteld aan de priester Hesychius van Jerusalem, monnik

Hoofdstukken over “de soberheid en de waakzaamheid”, nr 91,106,107, 149, 203 (Filokalia van de neptische vaderen; vert. © Evangelizo.org)

Bidt zonder te versagen om de pracht van zijn Koninkrijk te ontwaren

Het voortdurend aanroepen van Jezus, gepaard aan zoet en vreugedevol verlangen, geeft aan ons hart de ruimte om, door de genade van de uiterste aandacht, vervuld te raken van vreugde en vrede. Maar degene die de zuivering van het hart vervolmaakt is Jezus Christus, de Zoon van God en zelf God, die de oorsprong en schepper is van al het goede. Want hij zegt: “Ik, de Heer, maak de vrede ” (Jes. 45,7).
Laten wij, net als David, ons de moeite getroosten en roepen: “Heer Jezus Christus, mogen ‘onze kelen schor worden’ en mogen de ogen van ons verstand ‘mat staan van het staren naar de Heer’ ” (Ps 69,4). Als we voortdurend de gelijkenis van de onrechtvaardige rechter in gedachten houden, waarin de Heer ons zegt om “steeds te bidden en daarin niet versagen” (Luc 18, 1), dan zullen we onze glorie en rechtvaardiging vinden.

Lees verder