De sacramenten – Kallistos Ware

ORTHODOX RITUEEL – de sacramenten – deel 2
Zalving – Eucharistie – Vergeving

(Vrij vertaald uit het boek : Orthodoxie – Metropoliet Kallistos (Ware)
door Kris Biesbroeck

ZALVING

De zalving volgt onmiddellijk na het doopsel. De priester neemt een speciale olie, het heilig chrisma (myron), en zalft het kind met een kruisteken : eerst op het voorhoofd, dan de ogen, de neus, de mond en de oren, de borst, de handen en de voeten. Bij elke zalving, zegt hij : ‘ Zegel en gave van de Heilige Geest,Amen’ Het kind, dat ingelijfd is in Christus door het doopsel, ontvangt zo de gave van de Heilige Geest en wordt een laikos (leek), een lid van het Godsvolk (laos). De zalving is een verderzetten van Pinksteren : dezelfde Geest die zichbaar over de apostelen verscheen in vurige tongen, daalt onzichtbaar neer over de nieuw gedoopte.

Door deze zalving wordt elk lid van de Kerk een profeet, en neemt hij deel aan het koninklijk priesterschap van Christus. Alle christenen , juist omdat zij gezalfd zijn, zijn geroepen om bewuste getuigen te zijn van de waarheid. ‘ Gij echter hebt een zalving(chrisma) van de Heilige en gij weet dat allen’ (I joh.,II,20).
In het westen wordt de zalving gegeven door een bisschop (4), maar in het oosten wordt de zalving gegeven door een priester. Wel is het zo, dat het chrisma moet worden gezegend door een bisschop (volgens een streng orthodoxe gebruik, is het slechts een bisschop die aan het hoofd staat van een autocephale Kerk, welke het voorrecht heeft om het heilig chrisma te wijden). Zo is, zowel in het westen , als in het oosten de bisschop betrokken bij het christelijk initiatiesacrament : in het westen op een direkte manier, in het oosten op een indirekte.
De zalving is ook gebruikt als sacrament van verzoening. Als een orthodox afvallig is en wilt
(4) Momenteel is het zo, dat ook in de rooms-katholieke Kerk, de zalving niet alleen meer door de bisschop wordt toegediend. Ook gewone priesters kunnen het doen. Gewoonlijk zijn het de hoofden van een dekenij (dekens), en medewerkers van de bisschop die de zalving toedienen, maar ook de bisschop zelf.

terugkeren naar zijn religie, dan is het met het sacrament van de zalving dat men hem opnieuw opneemt. Hetzelfde geldt voor rooms-katholieken die orthodox worden : het patriarchaat van Constantinopel en de griekse Kerk ontvangen hen algemeen gezien met de zalving (myronzalving). Maar de Russische Kerk vraagt hen alleen een geloofsbelijdenis en geen zalving met chrisma. Anglikanen en protestanten worden altijd met een zlving opgenomen.

Zo spoedig mogelijk na de myronzalving zal het orthodoxe kind te communie gaan. Zijn oudste herinneringen aan de Kerk zullen deze zijn van zijn naderen tot de heilige gaven van het lichaam en bloed van Christus. Hij gaat niet, zoals bij de rooms katholieken, te communie op de leeftijd van zes-zeven jaar, of op de leeftijd van de adolescentie zoals bij de anglikanen., maar het is nooit uitgesloten.

EUCHARISTIE

De eucharistie wordt gecelebreerd in alle orthodoxe Kerken onder een van de vier verschillende vormen :

1. De liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos (gewoonlijk is dit de liturgie van de zondagen en de weekdagen).
2. De liturgie van de Heilige Basilius de Grote (gebruikt tien maal per jaar, zij verschilt uiterlijk een weinig van deze van de Heilige Chrisostomos, maar de persoonlijke gebeden van de priester zijn wat langer)
3. De liturgie van de Heilige Jacobus, broeder van Christus (één maal per jaar gebruikt, op de dag van de Heilige Jacobus, 23 oktober, en dit slechts op enkele plaatsen (5).
4. De liturgie van de voorafbereidde gaven (gebruikt de woensdagen en de vrijdagen gedurende de grote Vasten, en de drie eerste dagen van de Heilige Week. Het zijn liturgieën zonder consecratie, waarin de communie wordt uitgedeeld met de geconsacreerde elementen van de vorige zondag).

Ziehier, in grote lijnen, de structuur van de liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos en van de Heilige Basilius :

I. De voorbereiding – Prothese of Proscomidie : voorbereiding van het brood en de wijn welke tijdens de liturgie zullen gebruikt worden.
II De liturgie van de catechumenen – Synaxe
a. Begin van de dienst (Enarxis) (6).
Grote litanie of vredeslitanie
Psalm 102 (103)
Kleine litanie
Psalm 145 (146) gevolgd door de hymne Eniggeboren Zoon en
Woord van God
(5) Tot voor kort was zij slechts in gebruik te Jeruzalem en op het griekse eiland Zante.Zij is hernomen door onder andere de Patriarchale Kerk van Constantinopel, de Kathedraal (griekse) van Londen en het russisch monasterie van Jordanville (USA)
(6) Strikt begint de Synaxe met de kleine intocht ; De Enarxis bij het begin van de dienst was vroeger een aparte dienst.

Kleine liturgie
De zaligsprekingen ( met de troparia van de dag).

b. Kleine intrede, gevolgd door de intredehymne of het introïtus van
Het trisagion :’Heilige God, Heilige Sterke, Heilige Onsterfelijke
Ontferm U over ons’ (driemaal of meer gezongen)

c. Lezing uit de Schrift.
Prokimenon – verzen (hoofdzakelijk genomen uit de psalmen)
Uit de brieven
Alléluia negen maal gezongen ( drie maal drie met verzen)
Evangelie
Predikatie ( soms naar het einde van de dienst overgebracht)

d. Gebeden voor de Kerk
Dringende litanie
Litanie voor de overledenen
Litanie voor de Catechumenen en wegzending van de catechumenen.

III De liturgie van de gelovigen (of eucharistie)

a. Twee korte litanieën leiden tot de grote intrede die gevolgd
Wordt door de smekende litanie.

b. Vredeskus en credo

c. Eucharistisch gebed

Dankgebed dat eindigt met de woorden van Christus : Dit is mijn
Lichaam…….Dit is mijn bloed……
Anamnese. De priester gedenkt de dood van Christus, de graflegging, de verrijzenis, de hemelvaart en de tweede komst ; en offert de heilige gaven aan God.
Epiclese. Aanroeping van de Heilige Geest over de heilige gaven.Gedachtenis aan alle leden van de Kerk : De Moeder van God, de heiligen, de overledenen, de levenden.
Smeeklitanie, gevolgd door het Onze-Vader.

d. Opheffing en breking van de geconsacreerde gaven.

e. Communie van de priester en de gelovigen.

f. Einde van de dienst, dankgebeden, eindzegen en uitdeling van
het gezegend brood of antidoron.

Het eerste deel van de liturgie, de dienst van de voorbereiding, wordt gecelebreerd door de priester en de diaken, in de prothesis. Het gemeenschappelijk deel van de dienst bevat twee delen : synaxe (hymen, gebeden, lezingen uit de schrift) en de eucharistie : synaxe en eucharistie waren oorspronkelijk twee afzonderlijke diensten, maar sedert de IV e eeuw zijn zij samengesmolten tot één dienst. In elk van de twee vindt men een processie : de kleine en de grote intocht. Het evangelie wordt in processie rond het altaar gedragen tijdens de kleine intocht, en tijdens de grote intocht wordt worden het brood en de wijn (die op voorhand klaargemaakt zijn) binnengedragen en op het altaar gezet. De kleine intocht komt overeen met het intrïtus van de westerse rite (oorspronkelijk was dit het begin van het publieke deel van de dienst, maar tegenwoordig wordt het ze voorafgegaan door verschillende litanieën en psalmen) ; De grote intocht is een offer-processie. Syntaxe en eucharistie hebben elk een hoogtepunt : in de syntaxe is het de lezing van het Evangelie, in de eucharistie is het de epiclese van de Heilige Geest.

Het orthodoxe geloof in verband met de eucharistie is zeer duidelijk weergegeven in het eucharistisch gebed. De priester leest met zachte stem het begin va
n de dankzegging, tot wanneer hij aan de woorden van Christus tijdens het laatste avondmaal komt :’ Neemt, eet, dit is mijn lichaam…Drink allen hieruit, dit is mijn bloed…’. Deze passage wordt steeds met volle stem gelezen opdat allen het zouden horen. Dan gaat de priester met zachte stem voort met de anamnese:

‘ Dit verlossend gebod indachtig, stellen wij nu tegenwoordig alles wat voor ons geschied is : het kruis, het Graf, de Opstanding op de derde dag, de Hemelvaart, de Troon ter rechterzijde, en de Wederkomst in heerlijkheid en..

(en nu met harde stem)

Offeren wij het uwe, genomen uit het uwe, namens alles en voor alles.

De Epiclese wordt gewoonlijk met zachte stem gebeden, maar het is geen algemene regel :

‘Zend uw heilige Geest neer over ons en over deze voor U neergelegde gaven’
En maak dit brood het kostbaar lichaam van uw Christus
En wat in deze kelk is, het kostbaar bloed van uw Christus
Ze herscheppend door uw Heilige Geest. Amen, Amen, Amen ‘(7).

De priester en de diaken buigen nu voor de heilige gaven die nu geconsacreerd zijn.
Het is evident, dat orthodoxen en katholieken het ‘ moment van de consecratie’ anders opvatten. Volgens de latijnse theologie is de consecratie op het moment van de instellingswoorden : ‘Dit is mijn Lichaam….Dit is mijn Bloed’. Volgens de orthodoxe theologie is de consecratie niet voltooid voor het einde van de epiclese. En de orthodoxe Kerk veroordeeld de aanbidding van de heilige gaven voor dit moment, als artolatrie (aanbidding van brood). Er is nochtans geen enkel gegeven in de orthodoxe theologie die ons moet doen geloven dat de consecratie voltooid is alleen maar na de epiclese, noch dat de instellingswoorden maar bijkomstig zijn of van weinig belang. Voor de orthodoxe Kerk vormt
het eucharistisch gebed een ondeelbaar geheel waarvan de drie belangrijkste fasen ,
(7) Anamnese en epiclese, zoals hier naar voor gebracht komen van de liturgie van de Heilige Johannes Chrisostomos ; in deze van Sint Basilius is het licht verschillend.

dankzegging,anamnese, epiclese een integrerend deel vormen van de ene consecratorische daad. Maar het is duidelijk, dat, als er een consecratie-moment moet worden gekozen, het zeker voor het amen van de epiclese moet zijn.(8).

Tegenwoordigheid van Christus in de eucharistie.

De woorden van de epiclese bewijzen overvloedig dat de orthodoxe Kerk gelooft dat het brood en de wijn, na de consecratie, werkelijk het lichaam en het Bloed van Christus zijn : het zijn geen symbolen, maar realiteiten. Nochtans, terwijl de orthodoxie de realiteit van de verandering bevestigt, zal zij nooit proberen uit te leggen hoe dit gebeurt. Het eucharistisch gebed gebruikt een neutrale term ‘metaballo’ : Veranderen, anders worden. Het is juist, dat in de XVII eeuw enkele orthodoxe auteurs , en zelfs concilies, de latijnse term ‘transsubstantiatie’ ( in het grieks : metaousios) hebben gebruikt, evenals het scholastieke onderscheid tussen substantie en accidenten (9).Maar de Vaders van Jeruzalem voegden er terzelfdertijd aan toe, dat het gebruik van deze termen geen uitleg geeft over het ‘hoe’ van de verandering, want dit is een mysterie dat altijd onbegrijpelijkr moet blijven (10). Nochtans, ondanks deze lichte afkeuring, hebben vele orthodoxen dit compromis met de latijnse en scholastieke terminologie aanvaard, en in 1838, heeft de russische Kerk een vertaling uitgegeven van de acten van Jeruzalem, waarin het merkwaardig is vast te stellen, dat het woord ‘transsubstantiatie’ is weerhouden, maar door een vernuftige paragraaf men de technische termen van substantie en accidenten heeft kunnen vermijden(11).
Hedendaagse orthodoxe schrijvers gebruiken nog de term transsubstantiatie, maar ze benadrukken twee punten.Ten eerste : er kunnen veel andere termen gebruikt worden om de betekenis van de consecratie aan te duiden. De term transsubstantiatie heeft voor hen geen beslissende autoriteit. Ten tweede : het gebruik ervan betekent niet noodzakelijk dat men de ideeën van de Aristotelische filosofie aanvaardt.

Het orthodox standpunt is helder samengevat in de ontwikkelde Catechismuus van Philaret, metropoliet van Moskou (1782-1867), dat bekrachtigd is door de russische Kerk in 1839 :
(8) Het lijkt erop dat de canon van de romeinse liturgie geen epiclese heeft; maar verschillende orthodoxe liturgisten, waaronder Nicolas Cabasilas, zien de paragraaf ‘Supplices te’ als een feitelijke epiclese. De hedendaagse katholieken, met enige notabele uitzonderingen zien het echter niet zo.
(9) De middeleeuwse filosofie maakt een onderscheid tussen substantie (dat wat een ding maakt tot wat het is) en de accidenten, of de kwaliteiten die aan de substantie toebehoren (Alles wat de zintuigen waarnemen : volume, gewicht,vorm,kleur, smaak, reuk enz..) De substantie is iets wat inzichzelf bestaat (ens per se), maar de accidenten bestaan enkel in iets anders (ens in allo). Door dit onderscheid op de eucharistie toe te passen komt men tot de leer van de transsubstantiatie : volgens deze leer, heeft er op het moment van de consecratie een verandering in de substantie plaats, terwijl de accidenten blijven wat ze waren ; de substantie van brood en wijn is veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus, maar de accidenten van brood en wijn blijven zichbaar voor de zintuigen.
(10) Zonder twijfel denken ook veel rooms-katholieken op dezelfde wijze
(11) Dit is een interessant voorbeeld van de wijze waarop de Kerk ‘selectief’ omgaat met het aanvaarden van de decreten van de locale Concilies.

‘Vraag : Hoe moeten wij het woord ‘transsubstantiatie’ verstaan ?
Antwoord : …..het woord transsubstantiatie zegt ons niet hoe het brood en de wijn zijn veranderd in het Lichaam en Bloed van Christus, maar het betekent alleen dat het brood en de wijn werkelijk het Lichaam en Bloed van de Heer zijn geworden’ (12)

En de Catechismus vervolgt met een citaat van Johannes van Damascus :

‘Als je wilt weten hoe dit gebeurt, volstaat het te weten dat dit door de Heilige Geest is…..
wij weten niets méér : het woord van God is waar, actief en almachtig, maar ondoorgrondbaar in zijn daden’ (13).

Het heilg sacrament wordt in bijna elke orthodoxe parochiekerk bewaard, meestal op het altaar, maar er is geen reglement hiervoor. Het worden er echter geen publieke vereringsplechtigheden voor gehouden, zoals dit het gebruik is in de romms-katholieke Kerk.Er is geen uitstalling en zegen van het Heilig sacrament. Er is ook geen theologische grondslag (in de zin van onderscheiden van een liturgische reden) voor. Tijdens de liturgie zegent de priester de gelovigen met de geconsacreerde elementen, maar nooit daar buiten.
De Eucharistie : offer. Voor de orthodoxe Kerk is de eucharistie een offer. De orthodoxe leer is opnieuw heel duidelijk aangegeven in de tekst van de liturgie zelf: ‘offeren wij het Uwe, genomen uit het Uwe, namens alles en voor alles’. Datgene dat geofferd wordt in de eucharistie, is Christus zelf, en het is Christus, die in de Kerk, het offer vervult : Hij is de priester én het slachtoffer, Gij ,Christus onze God, zijt het immers Die offert en geofferd wordt
(14).Wij offeren het U : de eucharistie is geofferd aan God, de Heilige Drieeenheid, niet alleen aan de Vader, maar ook aan de Heilige Geest en aan Christus zelf. Zo ook wanneer wij vragen : wat is het offer van de eucharistie? Door wie is het geofferd ? Aan wie is het geofferd ? Het antwoord is altijd : Christus (15).

Wij offeren het U voor allen : volgens de orthodoxe theologie is de eucharistie een verzoenend offer ( in het grieks : thusia hilastirios ) en dit voor levenden en doden.Het is dus het offer van Christus dat geofferd wordt in de eucharistie, maar wat wil dit zeggen ?
De theorieën van de theologen zijn veelzijdig op dit punt; de Kerk heeft er enkele als ongeschikt verworpen, maar heeft zich anderzijds nooit definitief ingelaten met een of andere specifieke uitleg van het eucharistisch offer. Nicolas Cabasilas vat op deze wijze het orthodoxe standpunt samen :

‘Vooreerst, het is noch een simpel beeld, noch een symbool, maar een werkelijk offer, en , ten tweede, het is niet het brood dat geofferd wordt, maar het werkelijk Lichaam van Christus; ten derde, Het Lam Gods is slechts éénmaal geofferd en voor allen… In de eucharistie bestaat het offer niet in de bloedige offerande van het Lam, maar in de transformatie van het brood in het Lam van het offer (16)’.
(12) The Doctrine of the Russian Church, traduit par RWBlackmore, London, 1845,p.92
(13) Sur la Foi orthodoxe, IV,13 (P.G., XCIV, 1145A).
(14) Ingetogen gebed van de priester voor de grote intocht.
(15) Plechtig bepaald door het concilie van Constantinopel in 1156(P.G.,CXL,176-177)
(16) Explication de la divine Liturgie,32
De eucharistie is geen herdenking noch een denkbeeldige tegenwoordigstelling van het offer van Christus, maar een reëel offer. Nochtans is het geen nieuw offer, ook niet een
herhaling van het offer op de Calvarie, het Lam is geofferd ‘eenmaal voor allen’. Alle elementen van het offer – de menswording, het laatste avondmaal, de kruisiging, de verrijzenis, de hemelvaart (17) worden niet herhaald in de eucharistie, maar worden ‘tegenwoordig gesteld’ . ‘ Gedurende de liturgie, door zijn heilige kracht , worden wij geprojekteerd naar het punt waar de eeuwigheid de tijd kruist, en op dat moment worden wij reële tijdgenoten van de bijbelse gebeurtenissen.’. ‘ Alle Heilige Kerkelijke avondmalen zijn niets anders dan één eeuwig en enige avondmaal, dat van Christus vanuit de hoge.Dezelfde goddelijke act, heeft op een bepaald moment van de geschiedenis plaatsgehad in de geschiedenis, en offert zich nog altijd in het sacrament’(18).

Het wordt gegeven op een klein lepeltje dat een deel van het brood en wijn bevat. De gelovige ontvangt het rechtop. Voor de communie is een strikte vasten vereist : vanaf middernacht mag niets gegeten of gedronken worden (19). Algemeen gezien communiceren (vele) orthodoxen slechts vijf of zes-maal per jaar; niet uit lauwheid tegenover het sacrament, maar uit gewoonte. Recent zijn enkele parochies in Griekenland en in Rusland teruggekeerd tot de oorspronkelijke wekelijkse communie, en het lijkt erop dat dit dit ook frequenter is geworden in de landen van het (vroegere) oostblok. Men kan alleen hopen, dat dit gebruik zich verder zal ontwikkelen in de komende jaren.

Na eindzegen van de liturgie, komen de gelovigen het kruis kussen, het kruis dat de priester hen geeft, en zij ontvangen een klein stukje brood, genaamd ‘antidoron’ : het is gezegend, maar niet geconsacreerd, alhoewel het genomen is uit hetzelfde brood dat gebruikt werd bij de consecratie. In de meeste orthodoxe parochies, zijn ook de niet-orthodoxen uitgenodigd om dit antidoron te ontvangen, teken van broederlijkheid en christelijke liefde.

VERGEVING

Een orthodox kind ontvangt de heilige communie heel vroeg. Wanneer hij groot genoeg is om goed en kwaad van mekaar te onderscheiden, en begrip heeft van wat zonde is ( dit rond de leeftijd van zes, zeven jaar), dan ontvangt het een nieuw sacrament : dat van de vergeving of de biecht ( in het grieks metanoia of exomologisis). Door dit sacrament worden de zonden, bedreven na de doop vergeven, en de zondaar hervindt hierdoor opnieuw de verzoening met de Kerk : daarom wordt dit ook genoemd een ‘tweede doop’.Het gaat daarbij ook om een een morele kuur voor de genezing van de ziel, want de priester geeft niet alleen de absolutie, maar ook geestelijke leiding.

Oorspronkelijk was de biecht publiek, daar de zonde niet alleen een misdrijf is tegenover God, maar ook tegenover de gemeenschap. Nochtans is de biecht sedert eeuwen, zowel in het Oosten als in het Westen, een persoonlijk onderhoud geworden tussen priester en
(17) Het offer van Christus bevat véél meer dan zijn dood alleen : dit is een heel belangrijk punt in de leer van de Kerkvaders en van de orthodoxie.
(18) P.Evdokimov, L’orthodoxie,p.208 en p.241
(19) ‘Zij die de Keizer uitnodigen, reinigen hun huis ; zo ook jij die God wil ontvangen in het huis van uw lichaam, en voor de verlichting van uw leven moet dit lichaam eerst geheiligd worden door vasten’ (Gennade, Les cent Chapitres). In geval van ziekte of een dringende noodzaak, kan de biechtvader hiervan dispenseren.
De priester is gehouden tot absolute geheimhouden van wat hem in de biecht is gezegd.

Er is in de orthodoxe Kerk geen ‘biechtstoel’ aanwezig zoals in de rooms-katholieke Kerken : biechteling en priester staan gewoonlijk voor de iconostase, dikwijls achter een scherm, of in een plaats daarvoor voorbehouden, terwijl in het westende biechteling geknield zit. In de orthodoxe ker blijven biechteling en priester rechtopstaan ( alhoewel het ook zittend kan gebeuren). De biechteling staat voor een verhoogde standaard bedekt met een doek, vergelijkbaar met deze welke gebruikt wordt om de ikonen op te leggen en op dewelke zich een kruis en een ikoon van Christus bevindt, of een evangelieboek. De priester staat een weinig aan de zijde ervan, en deze houding duidt, duidelijker dan in het westen, aan dat het God is die oordeelt, en dat de priester slechts een getuige is. Dit wordt nog meer onderlijnd door wat de priester zegt voor het aanhoren van de belijdenis : ‘ Mijn kind, Christus is onzichtbaar aanwezig om uw belijdenis te ontvangen. Heb geen schaamte, vrees niet en verberg niets. Maar zegt alles zonder terughoudendheid wat gij misdaan hebt, om de vergeving van onze Heer Jezus Christus te ontvangen. Kijk naar Zijn ikoon voor u, ik ben slechts een getuige om getuigenis af te leggen voor Hem over alles wat je mij zult toevertrouwen. Indien je een of ander voor mij verbergt verdubbel je je zonden. Heb moed, Jij bent gekomen tot de geneesheer. Waak er u voor ongenezen terug te keren’ (20).

Daarna ondervraagt de priester de penitent en geeft hem raad. De penitent knielt of buigt het hoofd waarop de priester zijn stola legt, en, het hand ondersteunend geeft hij de vergeving. De formules die hiervoor gebruikt worden zijn verschillend : in de griekse tekst, in de derde persoon ( God vergeeft U), in de slavische tekst in de eerste persoon (Ik vergeef U). Ziehier de griekse tekst :

‘Alles wat jij aan mijn nederige persoon hebt toevertrouwd, of alles wat gij verzuimt hebt te zeggen, door onwetendheid of vergetelheid, wat het ook is, dat God U vergeve in deze wereld en in de andere..Heb geen angst meer, ga in vrede’.

En de tekst van de slavische formule :

&nbs
p; ‘Dat onze Heer en God, Jezus Christus, door de genade en de overvloed van Zijn liefde voor de mensen, U alle overtredingen moge vergeven, mijn kind. En ik, onwaardige priester, vergeef je, door de kracht die mij gegeven is door Hem, en onthef je van al uw zonden’

Deze formule in de eerste persoon is onder latijnse invloed ingevoerd door Pierre de Moghila in Oekraine, en door de russische Kerk aangenomen in de XVIIIe eeuw.

De priester kan, als hij het nuttig vindt een penitentie opleggen (epitimia), maar dit is niet essentieel voor het sacrament, en het is iets wat zelden voorkomt. Het is de gewoonte van de orthodoxen om zich toe te vertrouwen aan een ‘geestelijke vader’, dit is niet noodzakelijk de priester van hun parochie (21). Wat betreft de frequentie van de biecht bestaan er ook geen regels, dit wordt overgelaten aan de discretie van de geestelijke vader.
(20) Een aansporing die men vindt in de slavische boeken, maar niet in de griekse.
(21) De orthodoxe Kerk heeft ook leken als geestelijke leiders, zij kunnen de biecht aanhoren, raad geven, de penitent van Gods vergeving verzekeren, maar zij kunnen de sacramentele absolutie niet geven. Daarvoor zendt hij hem naar een priester.
.In het geval van minder frequente communies, moet de gelovige biechten voor te communiceren, maar in het geval van frequente communies moet de gelovige niet telkens voor de communie biechten.
(wordt vervolgd)

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s