Goede Vrijdag

Goede Vrijdag

goede vrijdag

 

 De Ed’le Jozef

De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen
U o Heer
In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.

Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald
O onsterfelijk leven
Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht

De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf
O Heer en God
Maar de engel aan het graf sprak hun toe

Zie deze myronbalsem is passend
voor wie gestorven zijn
Maar Christus is de onvergankelijke Heer

 

Verraden door een vriend,
onteerd, bespot,
veroordeeld om
eerloos te sterven.
Gij antwoordt niet
en wacht
omdat gij weet dat
waarheid overwinnen zal
op duisternis en haat.

Gij neemt op U het kruis
van smaad en schande.
Uw handen dragen hout
dat weegt onder de last
van liefdeloosheid, kwade wil.

Verloochend door een vriend,
terwijl de haan driemaal zal kraaien
gaat gij, gebukt, de stad uit
naar de berg, gehoorzaam als een lam.
Uw liefde wint het op de haat

Gij gaat de weg van
kruis en zelfverloochening.
Verminkt, vertrapt, draagt Gij
de lasten van ontelbaar velen.
Gij valt en weet wat het betekent
ont-kracht, ont-luisterd en ont-eerd te zijn.

Toch staat Gij op,
gesteund, gedragen
door het woord van Hem,
de Ene die in U gelooft.

Eén ogenblik
een zee van pijn
een druppel eeuwigheid
van mateloze liefde.

De woorden blijven steken
in een onmachtig handgebaar.
Wat kan haar nog bewegen
dit dodenpad mét U te gaan?

Gij kijkt haar aan
en zij heeft het begrepen.
Haar ogen zeggen ‘ja’ –
zij laat U verder gaan

Gij hebt aanvaard
dat iemand hulp aanbood.
De vreemdeling wordt vriend
en deelgenoot in dit onmenselijk lijden.
Ontmoeting wordt vertroosting wederzijds
en Simon is sindsdien een ander mens.

Zij durft het aan,
baant zich een weg
doorheen het kluwen
van een wilde menigte,
trotserend onbegrip en hoon.
Ofschoon zij nauwelijks U kennen kan
reikt zij haar hart en handen aan
bewogen door de macht
die mede-lijden heet.

En Gij blijft staan – heel even –
genoeg om haar erbarmen
dankbaar te ondergaan.

Zij zal dit nooit vergeten
want uw gelaat, de afdruk,
don
ker op het witte lijnwaad,
draagt zij voor altijd met zich mee.
Kostbaar geschenk, tastbaar
nalatenschap voor eeuwen

Gij valt een tweede maal.
Wat weegt het zwaarst?
Doodsangst of onverschilligheid
van hen die U omringen?
De pijn die in het lichaam snijdt
of alles wat uw ziel, uw hart bezwaart?
Geweld heeft veel gezichten.

Maar Gij staat recht,
gaat verder op de weg
en draagt met liefde onze smart.

Gij wordt geraakt,
staat stil bij het verdriet van anderen.
Nog vindt Gij woorden en gebaren
die zegen en vertroosting zijn.
Ween niet, althans niet over Mij,
zegt Gij, maar heb verdriet om
alles wat niet liefde is,
om wat haar kwetst, verminkt
en ondermijnt.

En midden uw oneindig leiden zegt Gij:
vrees niet en blijf in Mij.
De wijnstok zal weer bloeien
en vruchten dragen, honderdvoud.

Gij valt een derde maal
en voelt weerom de harde grond,
de hardheid van uw mensen.
Maar sterker dan de zwakheid
van uw gefolterd lichaam
spreekt uw wil, uw liefdedrang
om één te zijn met wat uw Vader wil.

Gij staat weer recht vóór ons,
om onzentwil gehoorzaam tot de dood.
Gij strompelt voort, gebroken,
tot aan het altaar op de heuvel.

Weerloos en beroofd
van alles wat U toebehoorde,
zelfs het kleed wordt weggenomen
en niets geeft nog beschutting.
En om uw naadloos kleed
wordt grimmig hard gedobbeld.

Toch blijft Gij voor G
od zelf
de welbeminde Zoon.
Gij zegt:
bekleed u met gerechtigheid
en tooi u met barmhartigheid
want alles wat gij doet aan
wie de minsten zijn,
dat hebt gij ook aan Mij gedaan.

Het is het derde uur
als zij U kruisigen.
Onzinnig is dit hout
waarmee Gij één wordt nu
en hoe uit-zinnig moet de liefde zijn
die God zijn mensen toedraagt.
Nog steeds wordt Gij gekruisigd
in wie verdrukt, vervolgd, gepijnigd wordt.
Nog steeds spreidt Gij uw handen uit
in dit gebaar van geven en vergeven,
van liefdevol ontvangen.

Dit is het negende,
het zwaarste uur,
het uur van duisternis en
eenzaamheid ten dode toe,
verlatenheid en angst
gekruid met bitterheid.
Maar ook het uur dat Gij de geest,
uw eigen leven hebt gegeven
aan wie het dierbaarst bleven:
de Moeder krijgt een Zoon,
de Zoon ziet plots zijn Moeder!
Uur van de dood
maar meer nog:
uur van leven!

De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
Na veertien donkere
staties zinloos leed
met uitzicht op de dood
verrast het helder morgenrood
achter de steen die, weggerold,
zijn diep geheim te raden geeft.

Het antwoord op de vragen
geneeskracht voor verdriet:
niets gaat verloren voor
wie de waarheid ziet
boven het lege graf.

Dit is het wonder dat
nog dagelijks geschiedt:
stenen van ongeloof
worden opzij geschoven
en mensen leven weer
met paaslicht in de ogen
omdat de Zon hen zin en
nieuwe draagkracht gaf.

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s