Pasen

Zondag van Pasen 

Aan iedereen een zalig Paasfeest

 

Lezingen van de Goddelijke Liturgie van Pasen

Handelingen 1,1-8:
Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart [1] Mijn * eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin [2] tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. [3] Aan hen heeft Hij veertig* dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. [4] Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; [5] immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ [6] Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt* U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ [7] Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; [8] maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.‘

Evangelie :

Johannes, 1,1-17 Hoofdstuk 1

[1] In* het begin was het woord*, en het woord was bij God, en het woord was God. [2] Het was in het begin bij God. [3] Alles* is door Hem ontstaan, en buiten Hem om is er niets ontstaan. Wat ontstaan was, [4] had leven in Hem, en het leven was het licht van de mensen. [5] Het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis kon het niet aan. [6] Er is een mens geweest, een gezondene van God; zijn naam was Johannes. [7] Hij kwam als getuige: hij moest getuigen van het licht, opdat allen door hem tot geloof zouden komen. [8] Hij was niet het licht, hij moest getuigen van het licht. [9] Het* ware licht was er, dat elke mens verlicht en dat in de wereld* moest komen. [10] Het was in de wereld, een wereld die door Hem was ontstaan, en die wereld heeft Hem niet erkend. [11] In zijn eigen* huis is Hij gekomen, en zijn eigen* mensen hebben Hem niet opgenomen. [12] Aan diegenen die Hem toch opnamen, heeft Hij het vermogen gegeven om kinderen te worden van God: aan hen die geloven* in zijn naam. [13] Niet langs de weg van het bloed, niet door de begeerte van het vlees of door mannelijk streven, maar uit God zijn ze geboren. [14] Ja, het woord* is vlees geworden! Hij* is onder ons zijn tent komen opslaan en we hebben zijn heerlijkheid gezien, de heerlijkheid die Hij als eniggeboren* Zoon aan de Vader ontleende, vervuld als Hij was van genade en waarheid. [15] Van Hem legt Johannes getuigenis af en zijn verklaring luidt: ‘Hem bedoelde ik toen ik zei: “Hij die na mij komt, is mijn meerdere, want vóór mij was Hij er al.” ‘ [16] Van zijn volheid hebben wij allen ontvangen, genade op genade. [17] wet gegeven door Mozes, de genade en de waarheid zijn gebracht door Jezus Christus.

verrijzenis4PASEN

Pasen is geen vroom feest,
Zachtjes te vieren
Zo midden in de lente,
na de droefenis van Goede Vrijdag.
Het is het gewelddadig doorbreken
van krachtig leven,
tegen elke dood in

Pasen is het onbegrijpbaar wonder
van de onderste steen boven,
van rotsen die water geven,
van woestijn waar brood te rapen valt.

Pasen is de doortocht
over de moerassen van de Rietzee
naar het Land van Hoop
Pasen is de uittocht
uit het land van slavernij.

Pasen is opstanding,
Verrijzenis,
nieuw leven.

Auteur onbekend

Goede Vrijdag

Goede Vrijdag

goede vrijdag

 

 De Ed’le Jozef

De ed’le Jozef heeft u van het kruis genomen
U o Heer
In smetteloos welriekend linnen heeft hij U gehuld.

Toen Gij in ’t dodenrijk zijt afgedaald
O onsterfelijk leven
Hebt Gij hades vernietigd door uw God’lijk licht

De Myrondraagsters kwamen aan Uw graf
O Heer en God
Maar de engel aan het graf sprak hun toe

Zie deze myronbalsem is passend
voor wie gestorven zijn
Maar Christus is de onvergankelijke Heer

 

Verraden door een vriend,
onteerd, bespot,
veroordeeld om
eerloos te sterven.
Gij antwoordt niet
en wacht
omdat gij weet dat
waarheid overwinnen zal
op duisternis en haat.

Gij neemt op U het kruis
van smaad en schande.
Uw handen dragen hout
dat weegt onder de last
van liefdeloosheid, kwade wil.

Verloochend door een vriend,
terwijl de haan driemaal zal kraaien
gaat gij, gebukt, de stad uit
naar de berg, gehoorzaam als een lam.
Uw liefde wint het op de haat

Gij gaat de weg van
kruis en zelfverloochening.
Verminkt, vertrapt, draagt Gij
de lasten van ontelbaar velen.
Gij valt en weet wat het betekent
ont-kracht, ont-luisterd en ont-eerd te zijn.

Toch staat Gij op,
gesteund, gedragen
door het woord van Hem,
de Ene die in U gelooft.

Eén ogenblik
een zee van pijn
een druppel eeuwigheid
van mateloze liefde.

De woorden blijven steken
in een onmachtig handgebaar.
Wat kan haar nog bewegen
dit dodenpad mét U te gaan?

Gij kijkt haar aan
en zij heeft het begrepen.
Haar ogen zeggen ‘ja’ –
zij laat U verder gaan

Gij hebt aanvaard
dat iemand hulp aanbood.
De vreemdeling wordt vriend
en deelgenoot in dit onmenselijk lijden.
Ontmoeting wordt vertroosting wederzijds
en Simon is sindsdien een ander mens.

Zij durft het aan,
baant zich een weg
doorheen het kluwen
van een wilde menigte,
trotserend onbegrip en hoon.
Ofschoon zij nauwelijks U kennen kan
reikt zij haar hart en handen aan
bewogen door de macht
die mede-lijden heet.

En Gij blijft staan – heel even –
genoeg om haar erbarmen
dankbaar te ondergaan.

Zij zal dit nooit vergeten
want uw gelaat, de afdruk,
don
ker op het witte lijnwaad,
draagt zij voor altijd met zich mee.
Kostbaar geschenk, tastbaar
nalatenschap voor eeuwen

Gij valt een tweede maal.
Wat weegt het zwaarst?
Doodsangst of onverschilligheid
van hen die U omringen?
De pijn die in het lichaam snijdt
of alles wat uw ziel, uw hart bezwaart?
Geweld heeft veel gezichten.

Maar Gij staat recht,
gaat verder op de weg
en draagt met liefde onze smart.

Gij wordt geraakt,
staat stil bij het verdriet van anderen.
Nog vindt Gij woorden en gebaren
die zegen en vertroosting zijn.
Ween niet, althans niet over Mij,
zegt Gij, maar heb verdriet om
alles wat niet liefde is,
om wat haar kwetst, verminkt
en ondermijnt.

En midden uw oneindig leiden zegt Gij:
vrees niet en blijf in Mij.
De wijnstok zal weer bloeien
en vruchten dragen, honderdvoud.

Gij valt een derde maal
en voelt weerom de harde grond,
de hardheid van uw mensen.
Maar sterker dan de zwakheid
van uw gefolterd lichaam
spreekt uw wil, uw liefdedrang
om één te zijn met wat uw Vader wil.

Gij staat weer recht vóór ons,
om onzentwil gehoorzaam tot de dood.
Gij strompelt voort, gebroken,
tot aan het altaar op de heuvel.

Weerloos en beroofd
van alles wat U toebehoorde,
zelfs het kleed wordt weggenomen
en niets geeft nog beschutting.
En om uw naadloos kleed
wordt grimmig hard gedobbeld.

Toch blijft Gij voor G
od zelf
de welbeminde Zoon.
Gij zegt:
bekleed u met gerechtigheid
en tooi u met barmhartigheid
want alles wat gij doet aan
wie de minsten zijn,
dat hebt gij ook aan Mij gedaan.

Het is het derde uur
als zij U kruisigen.
Onzinnig is dit hout
waarmee Gij één wordt nu
en hoe uit-zinnig moet de liefde zijn
die God zijn mensen toedraagt.
Nog steeds wordt Gij gekruisigd
in wie verdrukt, vervolgd, gepijnigd wordt.
Nog steeds spreidt Gij uw handen uit
in dit gebaar van geven en vergeven,
van liefdevol ontvangen.

Dit is het negende,
het zwaarste uur,
het uur van duisternis en
eenzaamheid ten dode toe,
verlatenheid en angst
gekruid met bitterheid.
Maar ook het uur dat Gij de geest,
uw eigen leven hebt gegeven
aan wie het dierbaarst bleven:
de Moeder krijgt een Zoon,
de Zoon ziet plots zijn Moeder!
Uur van de dood
maar meer nog:
uur van leven!

De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
De wereld zwijgt
nu alles is volbracht.
Nooit was er stiller nacht
Dan deze waarin een
zachte moederhand
U voor het laatst ontvangen mag
op haar gewijde schoot
en U met tederheid
voorgoed te rust mag leggen.
Nooit was een afscheid
zo gevuld met goddelijke aanwezigheid.
Gij keert terug naar Hem:
uw oorsprong en uw huis
waar Gij ons thuis verwacht.
Leid mij doorheen de nacht
van dood en duisternis naar
licht en eeuwig leven.
Na veertien donkere
staties zinloos leed
met uitzicht op de dood
verrast het helder morgenrood
achter de steen die, weggerold,
zijn diep geheim te raden geeft.

Het antwoord op de vragen
geneeskracht voor verdriet:
niets gaat verloren voor
wie de waarheid ziet
boven het lege graf.

Dit is het wonder dat
nog dagelijks geschiedt:
stenen van ongeloof
worden opzij geschoven
en mensen leven weer
met paaslicht in de ogen
omdat de Zon hen zin en
nieuwe draagkracht gaf.

Palmzondag

PALMZONDAG

Palmzondag
Loof en groen in onze handen
opgaan naar Jeruzalem.
Verwachting in ons hart
misschien zien we Hem.
We roepen mee of kijken uit
daar komt Jezus!
Hij lijkt moe.
Hosanna klinkt het luid
wachtend op respons.
Maar dat gezicht
is niet van een koning.
Meer een van ons!

Palmzondag.jpg

Lezingen
Fil.4,4-9 :

[4] Verheug u altijd in de Heer. Nog eens: verheug u! [5] Uw vriendelijkheid moet bij alle mensen bekend zijn. De Heer* is nabij. [6] Wees niet bezorgd, maar laat al uw wensen bij God bekend worden door te bidden en te smeken en door een dankgebed te zeggen. [7] En de vrede van God, die alle begrip te boven gaat, zal uw hart en uw gedachten bewaren in Christus Jezus.
[8] Tenslotte, broeders en zusters, blijf aandacht besteden aan al wat waar en edel is, rechtvaardig en rein, beminnelijk en aantrekkelijk, aan al wat deugd heet en lof verdient. [9] En breng in praktijk wat u geleerd en overgeleverd is, en wat u van mij hebt gehoord en gezien. Dan zal de God van vrede met u zijn

Lees verder Palmzondag

Heilige Zozimas

Heiligenleven

De heilige Zozima

Maria van Egypte en Zozimas.jpgMaria van Egypte en ZOZIMAS

De heilige Zosima was van jongsaf opgevoed in een klooster van Palestina en leidde een voorbeeldig monniksleven in onthouding, zelfverloochening en gebed, zodat velen zijn raad inwonnen en zich naar hem richtten. Toen hij zo tot zijn 53e jaar had geleefd begon hij tevreden over zichzelf te worden en de gedachte drong zich aan hem op dat hij wel zo’n beetje de top van de monastieke ontwikkeling had bereikt. Toen kwam er een stem die tot hem zei: “Ge hebt wel goed gestreden, maar er zijn nog heel wat andere mogelijkheden. Ga naar het klooster aan de Jordaan”.
Zosima gaf hieraan ogenblikkelijk gehoor en trok als Abraham weg uit zijn huis, waar hij zoveel jaren had gewoond. Zonder zich bekend te maken vroeg hij om toegang tot het afgelegen Jordaan-klooster en leefde met de monniken mee. Hij werd gesticht door de daar gevolgde levenswijze. De gehele nacht werd doorgebracht met het zingen van de diensten. Overdag werd er ijverig gewerkt onder het reciteren van psalmen, onderlinge gesprekken werden zoveel mogelijk vermeden. Het voedsel bestond in hoofdzaak uit water en brood.

Lees verder Heilige Zozimas

Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Homilie over Genesis, VIII, 6, 8, 9 : PG 12, 206-209 (vert. Evangelizo)

origines1

“Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien, en toen hij die zag was hij vol vreugde “

“Abraham liet zijn zoon Isaak het hout voor het brandoffer dragen; zelf droeg hij het vuur en het offermes. Zo gingen zij samen op weg. Toen zei Isaak tegen zijn vader Abraham: ‘Vader.’ Hij antwoordde: ‘Hier ben ik, mijn zoon.’ Isaak zei: ‘Wij hebben wel vuur en hout, maar waar is het offerdier?’ Abraham antwoordde: ‘God zelf zal wel voor het offerdier zorgen, mijn zoon.” (Gn 22,6-8). Dit antwoord van Abraham dat tegelijk exact en voorzichtig is, treft me. Ik weet niet wat hij in de geest zag, want het gaat niet over het nu, maar over de toekomst als hij zegt: “God zelf zal wel voor het offerdier zorgen”. Hij spreekt in de toekomst tegen zijn zoon die hem over het nu vragen stelt. Dat komt omdat de Heer zelf in een lam moest voorzien in de persoon van Christus…

Lees verder Origines : Abraham verheugde zich erop dat hij mijn dag zou zien….

5e zondag van de vasten : H.Maria van Egypte

Vijfde zondag in de Vasten
De heilige Maria van Egypte

Maria van Egypte met vita
Lezingen :
Hebr.9,11-14,4

De eredienst van het nieuwe verbond [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand – dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld – [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.

Lees verder 5e zondag van de vasten : H.Maria van Egypte

Origines : Niemand sloeg de hand aan Hem

Origines (ca 185-253)
priester en theoloog
Overdenking van uitgangspunten, boek 2, hoofdst. 6,2 : PG 11, 210-211 (vert. Evangelizo)

origines1

“Niemand sloeg de hand aan Hem”

Wij komen in Christus trekjes tegen die zo menselijk zijn, dat ze in niets verschillen van onze gemeenschappelijke zwakheid als stervelingen, en tegelijkertijd heeft Hij goddelijke kenmerken die slechts kunnen behoren aan de almachtige en onvergankelijke goddelijke natuur. Daarmee vergeleken is de menselijke intelligentie veel te beperkt en raakt ze verwonderd zodat ze niet weet meer waaraan ze zich moet houden noch welke richting zal nemen. Ze voelt God in Christus, toch ze ziet Hem sterven. Ze ziet Hem aan voor een mens, en zie Hij keert met zijn overwinningsbuit terug uit het dodenrijk na het rijk van de dood te hebben vernietigd. Zo moeten we inoefenen om met veel ontzag en vrees te schouwen zodat we in dezelfde Jezus de waarheid van de twee naturen zien, en vermijden om aan de onvergankelijke goddelijke essentie dingen toe te kennen die haar onwaardig zijn of die niet bij haar passen, maar ook vermijden om de historische gebeurtenissen slechts als illusoire verschijningen te zien.
Waarlijk, zoiets aan menselijke oren te laten horen, en om te proberen om het met woorden uit te drukken, gaat onze krachten, talenten en taal ver te boven. Ik denk zelfs dat het de maat van de apostelen te boven gaat. Meer nog, het uitleggen van dat mysterie overschrijdt mogelijkerwijze alle rangordes van de engelenmachten.

Dagelijks evangelie.org