Aartsbisschop Joan (Maximowitsj)

Heiligenleven

Aartsbisschop Joan (Maximowitsj) van San Francisco

 
Maximovitsch of Shangai.jpg

 

Aartsbisschop Joan (Maximowitsj) van San Francisco leefde in de moderne wereld, maar was geheel bezield door de geest van de oude woestijnvaders.
Na een korte loopbaan aan de rechtbank, temidden van de russische revo- lutie, werd hij in 1925 monnik gewijd en het volgend jaar priester. Reeds in 1934, op de leeftijd van 38 jaar, werd hij tot bisschop gewijd voor Sjanghai, waar hij zich inzette voor het missiewerk onder de Chinezen, totdat dit onmogelijk gemaakt werd door het communistische bewind. Ook droeg hij bijzonder zorg voor de gevluchte Russen die in Sjanghai gestrand waren en dikwijls volkomen aan lager wal waren geraakt.
Hij moest China verlaten en met de kinderen van zijn weeshuis en een deel van zijn gelovigen werd hij overgebracht naar een eiland in de Stille Oceaan, dat schaars bewoond was omdat het in de gewone baan lag van de heftige wervelstormen welke die aardstreek onveilig maken. Maar zolang Wladyko Joan daar verbleef, deed zich geen enkele storm voor, tot kort na zijn vertrek, toen een orkaan weer bijna alle gebouwen van het eiland verwoestte.

Door zijn volhardend optreden op het ministerie van buitenlandse zaken in Amerika wist hij voor de aan hem toevertrouwden een inreisvisum te verkrijgen, zodat zij, meestal in San Francisco, een nieuw leven konden beginnen.
Hijzelf werd toen tot aartsbisschop benoemd voor West-Europa, met zijn zetel in de russische kadettenschool te Versailles. In Brussel bouwde hij de Gedachteniskerk voor de slachtoffers van de revolutie, een van de grootste orthodoxe kerken in West-Europa in de moderne tijd. Hij steunde de russische monialen-gemeenschap uit Lesna, onder hegoemena Theodora, die in Fourqueux een onderkomen had gevonden. Vanuit Versailles bezocht hij de verschillende parochies in Frankrijk, België en Nederland, waar hij de zieken in hun huis opzocht en ze de heilige Communie bracht en met zijn gebarsten stem het Moleben zong van de heilige Moeder Gods van Korsun, wier ikoon hij in een leren houder om zijn hals meedroeg.
Hij leidde een leven van strenge askese en gebed. Dagelijks zong hij het gehele officie, waar hij zich ook bevond, en zo mogelijk vierde hij ook dagelijks de Goddelijke Liturgie. Daarna at hij de prosfora’s van de gedachtenissen en dronk het hete water waarmee hij de Kelk gereinigd had. De rest van de dag at hij niets tot middernacht, dan gebruikte hij zijn enige maaltijd. Hij had geen bed, maar sliep enkele uren, zittend in een stoel.
Zijn zakken waren vol brieven waarin om zijn gebeden gevraagd werd. Hij kende al de schrijvers en gedacht hun namen bij de langdurige proskomidie en opnieuw voor de Grote Intocht. Vaak wist hij de noden reeds voordat de brief was opengemaakt, ook al kwamen ze van verschillende kanten van de wereld.
De laatste jaren van zijn leven stond hij aan het hoofd van het bisdom Californië. Ook in San Francisco wist hij de bouw van de kathedraal, die door conflicten stagneerde, tot een goed einde te brengen. Tijdens een inspectiereis door zijn bisdom is hij in 1966 in Seattle gestorven, tijdens zijn dankzegging na de Heilige Liturgie. Hij was zeventig jaar oud en had de Kerk tweeëndertig jaar als bisschop gediend. Zijn gedachtenis wordt ook gevierd op de 11e juli

Uit : heiligenlevens voor elke dag.Uitg.orth.klooster Den Haag

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s