De rijke jongeling

26e zondag na Pinksteren

“Een rijke jongeman”

 

rijke-jongeling11.jpg

LEZINGEN :
Galaten,3,23-4,5:

Voordat het geloof kwam, stonden wij onder bewaking van de wet, opgesloten tot het geloof zou worden geopenbaard. 24De wet is dus voor ons een oppasser geweest tot de komst van Christus, opdat wij gerechtvaardigd zouden worden door het geloof. 25Maar nu het geloof is gekomen, staan wij niet langer onder de oppasser. 26Want gij zijt allen kinderen van God door het geloof in Christus Jezus. 27Want gij allen die in Christus zijt gedoopt, zijt met Christus bekleed. 28Er is geen Jood of heiden meer, er is geen slaaf of vrije, er is geen man en vrouw: allen tezamen zijt gij een persoon in Christus Jezus. 29Maar als gij bij Christus hoort, dan zijt ge ook Abraham, ‘nageslacht’, erfgenamen krachtens de belofte.

1Ik bedoel dit: zolang de erfgenaam onmondig is, verschilt hij, hoewel heer van alles, in niets van een slaaf: 2hij staat onder voogden en beheerders tot het tijdstip dat door zijn vader is bepaald. 3Zo waren ook wij, zolang we onmondig waren, slaven, onderworpen aan de machten van de kosmos. 4Maar toen de volheid van de tijd gekomen was, heeft God zijn Zoon gezonden, geboren uit een vrouw, geboren onder de wet, 5opdat Hij hen die onder de wet stonden zou bevrijden, opdat wij de rang van zonen zouden verkrijgen.

Evangelie :
Lucas 18,18-27 :

DE RIJKE JONGEMAN
18
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede Meester, wat moet ik doen om het eeuwig leven te verwerven?’ 19Jezus antwoordde: ‘Waarom, noemt ge Mij goed? Niemand is goed dan God alleen. 20Ge kent de geboden: Gij zult geen echtbreuk plegen, gij zult niet doden, gij zult niet stelen, gij zult niet vals getuigen, eer uw vader en uw moeder.’ 21Hij gaf Hem ten antwoord: ‘Dat alles heb ik onderhouden van mijn jeugd af.’ 22Toen Jezus dit hoorde, zei Hij tot hem: ‘Toch ontbreekt u één ding: verkoop alles wat ge bezit en deel het uit aan de armen; daarna zult ge een schat bezitten in de hemel. En kom dan terug om Mij te volgen.’ 23Maar toen hij dat hoorde, was hij zeer ontdaan, want hij was heel rijk. 24Toen Jezus dit zag, zei Hij: ‘Hoe moeilijk is het voor degenen die geld hebben het Koninkrijk Gods binnen te gaan! 25Voor een kameel is het gemakkelijker door het oog van een naald te gaan, dan voor een rijke in het Koninkrijk Gods te komen.’ 26De mensen die dit hoorden vroegen: ‘Wie kan dan nog gered worden?’ 27Hij sprak: ‘Wat niet in de macht der mensen ligt, ligt wel in die van God.’ .

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s