H. Efraïm (ca. 306-373)
diaken in Syrië, kerkleraar
Commentaar op het Evangilie 5, 17

Efrem de Syriër47

“Waarom eet uw Meester met tollenaars en zondaars?”

Onze Heer heeft Mattheus, de belastinginner, gekozen om zijn collega’s aan te moedigen om ook met Hem mee te komen. Hij heeft de zondaars gezien, Hij heeft ze geroepen en hen dichtbij Zich laten zitten. Wat een wonderlijk schouwspel: de engelen staan rechtop en beven, terwijl de tollenaars zitten en zich verheugen. De engelen zijn vol vrees door de grootheid van de Heer en de zondaars eten en drinken met Hem. De schriftgeleerden stikken van haat en teleurstelling, en de tollenaars jubelen om zijn barmhartigheid. De hemelen hebben dat schouwspel gezien en zijn vol bewondering; de hellen hebben het gezien en zijn gek geworden. Satan heeft het gezien en is woest geworden; de dood heeft het gezien en is ingestort; de schriftgeleerden hebben het gezien en zijn er zeer verward door geworden.
Er was vreugde in de hemel en blijdschap bij de engelen omdat de opstandelingen overtuigd waren, omdat de dwarsliggers wijs werden en de zondaars verbeterden, en omdat die tollenaars gerechtvaardigd werden. Zoals onze Heer geen afstand deed van de schande van het kruis ondanks de waarschuwingen van zijn vrienden (Mat 16,22), zo is Hij het gezelschap van de tollenaars niet uit de weg gegaan ondanks de spot van zijn vijanden. Hij minachtte de spot en verachtte de roem, en deed zo alles wat het beste is voor de mensen.

Uit : Dagelijks Evangelie.org

Heiligenleven : de heilige Leodegar

Heiligenleven

De heilige Leodegar van Autun

Leodegar 2

De heilige Leodegar (Leger), 616 – 679, en zijn broeder Gerinus, die door de wraakzucht van Ebroin eveneens ter dood was gebracht en daarom in Frankrijk als martelaar wordt vereerd. Leodegar, van vorstelijke afkomst, was van jongsaf bestemd voor een kerkelijke loopbaan. Op 20-jarige leeftijd was hij diaken bij zijn oom, de bisschop van Poitiers, en toen hij 35 jaar oud was, werd hij aangesteld tot abt van het klooster van de heilige Maxentius aldaar. Hij was een bekend geleerde, vooral op juridisch gebied, en docent van canoniek recht. Ook het klooster bestuurde hij op strikte en tegelijk verstandige wijze.

Lees verder Heiligenleven : de heilige Leodegar

Vaders zevende oecumenisch concilie

20e zondag na Pinksteren

Zondag van de Vaders van het 7e Oecumenisch concilie

 

zevende oecumenisch concilie222

Eerste lezing :
Titus 3,8-15

8Op dit woord kunt ge bouwen, en ik wil dat me moedig voor uw overtuiging uitkomt. Zij die in God geloven, moeten zij beijveren de eersten te zijn bij elk goed werk. Dat is voor hen een ereplicht en de wereld zal er wel bij varen.
9Maar houd u niet op met onzinnige kwesties, genealogieën, discussies en twistpunten aangaande de wet; deze dingen zijn nutteloos en hebben geen zin.
10Een ketter moet ge na een eerste en een tweede waarschuwing afwijzen.
11Ge kunt er zeker van zijn dat zo iemand op de verkeerde weg is en met zijn zonde zichzelf veroordeelt.
12Kom, als ik Artemas of Týchikus naar u gezonden heb, zo spoedig mogelijk bij mij in Nikópolis, want ik heb besloten daar de winter door te brengen.
13Neem alle maatregelen voor de reis van Zenas, de rechtsgeleerde, en Apollos; het mag hun aan niets ontbreken.
14Ook de onzen moeten leren zich met eerlijke arbeid bezig te houden en het hunne bij te dragen ter voorziening in allerlei behoeften; dan maken zij zich nuttig.
15Allen die bij mij zijn, groeten u. Groet alle vrienden in het geloof. De genade zij met u allen.

Evangelie :
Lucas 8,5-15 :

8Nog een ander gedeelte viel op goede grond; het schoot op en bracht honderdvoudige vrucht voort.’ En met luider stem voegde Hij eraan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, hij luistere.’
9Zijn leerlingen vroegen Hem, wat die gelijkenis wel betekende.
10Hij antwoordde: ‘Aan u is het gegeven de geheimen van het Rijk Gods te kennen, maar de overigen ontvangen ze in gelijkenissen, opdat zij ziende niet zien, en horende niet begrijpen.
11Welnu, de betekenis van de gelijkenis is deze: Het zaad is het woord van God.
12Die op de weg, zijn zij die geluisterd hebben. Maar dan komt de duivel en rooft het woord uit hun hart weg, opdat ze niet door te geloven gered worden.
13Die op de rots, zijn zij die het woord met blijdschap ontvangen wanneer zij het horen, maar zij hebben geen wortel, zij geloven voor een ogenblik, maar ten tijde van de beproeving vallen zij af.
14Wat onder de distels viel, zijn zij die wel geluisterd hebben, maar gaandeweg door de zorgen, de rijkdom en de genoegens van het leven verstrikt raken en niet tot rijpheid komen.
15Het zaad in de goede aarde zijn zij, die het woord dat Zij hoorden in een goed en edel hart bewaren en vrucht voortbrengen door hun standvastigheid.

Romanos de Melode

Heiligenleven

De heilige Romanos de Melode

romanos_de_melode_45_01 (1)

De heilige Romanos de Melode‚ monnik en diaken. Hij was van joods bloed, afkomstig uit Emesa (Rome) in Syrië en werd diaken in de kerk van Beyroet. Hij was een beroemd zanger en door keizer Anastasios I werd hij in 496 verbonden aan de kerk van de Moeder Gods van Kyros, in Konstantinopel‚ waar hij zich geheel wijdde aan de beschouwing, welke hij dan weer uitdroeg in zijn gezangen. Hij is misschien wel de grootste van de christelijke dichters: diepe theologische gedachten onder woorden gebracht met grote kracht en rijke beeldspraak. Dit wordt in zijn levensverhaal toegeschreven aan het feit dat, toen hij zich lange tijd vergeefs had ingespannen om een preek samen te stellen voor de Geboorte des Heren, hem in een droom de heilige Moeder Gods verschenen was, waarna hij de volgende morgen als een engel het Kerstkondakion zong: “De Maagd baart heden Hem Die is voor alle Zijn…”. Dit werd het begin van zijn dichterschap.
Het beginkondakion en de 1e ikos van zijn grote feestzangen (die eveneens Kondakion heten) worden nog altijd in de orthodoxe kerk gebruikt. Meer dan duizend kondakia (waarvan er echter slechts een tachtigtal behouden zijn gebleven) en ook de beroemde Akathist van de heilige Moeder Gods worden aan hem toegeschreven. Hij stierf als diaken tegen het jaar 500.

Heiligenlevens voor elke dag.Uitg.orthodox klooster Den Haag

Augustinus over Pinksteren

“De dag van pinksteren omsluit een mysterie. Terwijl zevenmaal zeven negenenveertig is, wordt het aantal van vijftig dagen bereikt, doordat men weer het begin herhaalt en de eerste dag – die ook de achtste is – eraan toevoegt. Deze vijftig dagen vieren wij na ’s Heren verrijzenis, nu niet meer (zoals de veertig dagen vóór pasen) ten teken van moeizame inspanning, maar integendeel van rust en vreugde. Vandaar dat in die periode het vasten achterwege wordt gelaten, en wij staande bidden, hetgeen wijst op de verrijzenis. Ook wordt in die dagen het alleluia gezongen om aan te geven, dat in de eeuwigheid onze enige taak bestaan zal in het loven van Gods majesteit.”

Augustinus, Brief 55, 15 (Jean Daniélou, Bijbel en liturgie, Brugge/Utrecht,1964, p. 465)