De onwillige genodigden

14e zondag na Pinksteren

De onwillige genodigden

zondag 2 september 

 

onwillige genodigden

LEZINGEN
2 Korintiërs 1,21-2,4

21 En God zelf is het die ons samen met u in Christus bevestigt en die ons heeft gezalfd. 22Hij is het die op ons zijn zegel heeft gedrukt en ons de Geest als onderpand heeft gegeven. 23Ik roep God aan als mijn getuige: alleen om u te sparen ben ik niet naar Korinte gekomen. 24Niet alsof wij heer en meester zijn van uw geloof; in het geloof staat gij vast genoeg. Wij willen slechts bijdragen tot uw vreugde.
Want een ding had ik mij voorgenomen: mijn eerstvolgend bezoek aan u mocht onder geen beding weer een bezoek in droefheid zijn. 2Als ik u leed doe, wie moet mij dan gelukkig maken? Wie anders dan de mensen die ik bedroefd heb gemaakt? 3Daarom had ik ook geschreven, om bij mijn komst, een leed te hoeven ondervinden van u die mij juist gelukkig moest maken. Want ik ben er zeker van dat mijn geluk ook uw aller geluk is. 4Toen ik schreef, was het dan ook met een bedrukt en beklemd gemoed en onder veel tranen. Ik wilde u niet verdrietig maken, maar u een blijk geven van de innige liefde die ik u toedraag.

EVANGELIE :

Mattheüs 22,1-14

De onwillige genodigden
1.Jezus nam het woord en sprak opnieuw tot hen in gelijkenissen. Hij zeide: 2“Het Rijk der hemelen gelijkt op een koning die een bruiloftsfeest gaf voor zijn zoon. 3Hij stuurde zijn dienaars uit om allen te roepen die hij tot de bruiloft had uitgenodigd, maar zij wilden niet komen. 4Daarop zond hij andere dienaars met de opdracht: Zegt aan de genodigden: Zie ik heb mijn maaltijd klaar, mijn ossen en het gemeste vee zijn geslacht; alles staat gereed. Komt dus naar de bruiloft. 5Maar zonder er zich om te bekommeren, gingen zij weg, de een naar zijn akker, de ander naar zijn zaken. 6De overigen grepen zijn dienaars vast, mishandelden en doodden hen. 7Nu ontstak de koning in toorn, stuurde zijn troepen en liet de moordenaars ombrengen en hun stad in brand steken. 8Toen sprak hij tot zijn dienaars: Het bruiloftsmaal staat klaar, maar de genodigden waren het niet waard. 9Gaat dus naar de drukke verkeerswegen en nodigt wie ge er maar vindt tot de bruiloft. 10Zijn dienaars gingen naar de wegen en brachten allen mee die zij er aantroffen, slechten zowel als goeden, en de bruiloftszaal liep vol met gasten. 11Toen de koning binnenkwam om de aanliggenden te bezoeken, merkte hij daar iemand op die niet voor een bruiloft gekleed was. 12En hij sprak tot hem: Vriend, hoe zijt gij hier binnengekomen zonder bruiloftskleed? Maar de man bleef het antwoord schuldig. 13Toen sprak de koning tot de bedienden: Bindt hem aan handen en voeten en werpt hem buiten in de duisternis. Daar zal geween zijn en tandengeknars. 14Velen zijn geroepen maar weinigen uitverkoren.”

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie

Geef een reactie

Gelieve met een van deze methodes in te loggen om je reactie te plaatsen:

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s