Sofrony van Jerusalem : “Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

border q3q2 (2).jpg

H. Sofrony van Jeruzalem (?-639)
monnik, bisschop
Homilie voor het feest van het licht ; PG 87c, 3291

 

sofrony van Jerusalem.jpg

Sofrony van Jerusalem

“Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

Laten wij allen, die Christus vol vuur eren en aanbidden, Hem tegemoet gaan, en laten we met heel ons hart naar Hem gaan. Dat allen zonder uitzondering deelnemen aan deze ontmoeting, dat iedereen er zijn licht heenbrengt. Als onze kaarsen stralen, is dat in de eerste plaats om de goddelijke schittering van Degene die komt, te tonen, Degene die het heelal doet schitteren en doet verdrinken in een eeuwig licht, dat de schaduwen van het kwaad wegduwt. Het is vooral ook om het stralen van onze ziel te laten zien, als we zelf Christus tegemoet moeten gaan.

Evenals de Moeder Gods, de zuivere Maagd, immers het ware licht in haar armen heeft gedragen om hen te ontmoeten die “zich in duisternis bevinden” (Jes 9,1;Lc 1,79), laten wij ons zo eveneens verlichten door zijn stralen, laten we ons haasten om Christus te ontmoeten en een zichtbaar licht voor allen in handen houden.
Het is duidelijk: “het licht is in de wereld gekomen” (Joh 1,9) en heeft de wereld verlicht terwijl deze in de duisternis baadde; aangezien “de rijzende Zon ons van uit den hoge komt bezoeken” (Luc 1,78) is dat mysterie het onze… Laten we ons dan samen haasten, om allen God te ontmoeten… Laten we er allen door verlicht worden, broeders en zusters, laten we allen stralend zijn. Dat niemand als een vreemdeling onder ons buiten het licht blijft; dat niemand aandringt om in de nacht te blijven ondergedompeld. Laten we liever naar het licht lopen; om Hem verlicht tegemoet te gaan en ontvangen we met de oude Simeon dat heerlijke en eeuwige licht. Laten we jubelen met heel ons hart en laten we een danklied zingen voor God, Vader van het licht (Jac 1,17), die ons het ware licht heeft gestuurd om ons uit de duisternis te trekken en ons stralend te maken.
Het heil van God, “dat Hij voor het aanschijn van alle mensen heeft bereid” en dat Hij voor ons de glorie voor uw volk, het nieuwe Israël heeft geopenbaard, toen we Hem hebben aanschouwd (Luc 2,30v), dankzij Christus. En weldra waren we bevrijd uit de nacht van onze zonde, zoals Simeon bevrijd werd uit de bindingen met het huidige leven, door Christus te schouwen.

http://www.dagelijksevangelie.org

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie