Caesarius van Arles : Komt gezegenden van mijn vader

border U76.jpg

border sisust.gif

H. Caesarius van Arles (470-543)

monnik en bisschop
Sermon 25

caesarius van arles.jpg

“Komt gezegenden van mijn Vader; neemt bezit van het rijk, dat voor u is bereid van de grondvesting der wereld af”

Als we goed opletten, broeders en zusters, dan kunnen we profiteren van het feit dat Christus honger heeft .. Kijk: een muntstuk aan de ene kant, het Koninkrijk aan de andere. Welke vergelijkingen zijn er? Je geeft een muntstuk aan een arme en van Christus ontvang je het Koninkrijk; je geeft een stuk brood en van Christus ontvang je het eeuwige leven; je geeft een kledingstuk en van Christus ontvang je vergeving voor je zonden.

Lees verder Caesarius van Arles : Komt gezegenden van mijn vader

heiligenleven : Petrus Damianus

border020103.jpg

Heiligenleven

De heilige Petrus Damiani

petrus damianus.jpg

Heilige Petrus Damiani

De heilige Petrus Damiani, geboren te Ravenna in 988, had als weeskind uit een arme familie een ongelukkige jeugd bij zijn oudste broer, die hem zwaar werk liet doen dat zijn leeftijd te boven ging. En als de kleine jongen de opgelegde taak niet kon volbrengen, werd hij vaak zwaar mishandeld.
Later kwam hij bij zijn andere broer, Damianus, die intussen priester geworden was in Ravenna. Deze had oog voor de begaafdheid van zijn jongste broer en liet hem op zijn kosten studeren. Petrus vergat nooit wat deze broer voor hem had gedaan, en toen hij later bekendheid genoot, voegde hij uit dankbaarheid diens naam aan de zijne toe en noemde zich Petrus van Damianus, om uit te drukken dat hij alles aan Damianus te danken had.
Dit was voor hem ook een aansporing om bij de studie zich tot het uiterste in te spannen en daardoor was hij weldra zo ver dat hij zelf leraar van anderen werd. Spoedig opende hij zelfs als professor een eigen academie waar zoveel studenten heenstroomden dat hij in korte tijd een vermogend man werd.

Lees verder heiligenleven : Petrus Damianus

Sofrony van Jerusalem : “Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

border q3q2 (2).jpg

H. Sofrony van Jeruzalem (?-639)
monnik, bisschop
Homilie voor het feest van het licht ; PG 87c, 3291

 

sofrony van Jerusalem.jpg

Sofrony van Jerusalem

“Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

Laten wij allen, die Christus vol vuur eren en aanbidden, Hem tegemoet gaan, en laten we met heel ons hart naar Hem gaan. Dat allen zonder uitzondering deelnemen aan deze ontmoeting, dat iedereen er zijn licht heenbrengt. Als onze kaarsen stralen, is dat in de eerste plaats om de goddelijke schittering van Degene die komt, te tonen, Degene die het heelal doet schitteren en doet verdrinken in een eeuwig licht, dat de schaduwen van het kwaad wegduwt. Het is vooral ook om het stralen van onze ziel te laten zien, als we zelf Christus tegemoet moeten gaan.

Lees verder Sofrony van Jerusalem : “Ik ben het licht dat in de wereld is gekomen opdat zij die in Mij geloven niet meer in de duisternis verblijft” (Joh 12,46)

Begin van de vastentijd

border0235.jpg

Begin van de Grote Vasten

Zondag van de verbanning van Adam en Eva uit het Paradijs

VERGEVINGSZONDAG

9ac487210a37e84663ab1f9a7501861ageschiedenis van adam en eva.jpg

 

LEZINGEN

Romeinen : 13,11-14,4:

Waakzaam zijn
U weet trouwens hoe laat het is, u weet dat het uu om uit de slaap te ontwaken reeds is aangebroken. Nu is onze redding dichterbij dan toen wij tot het geloof kwamen. De nacht loopt ten einde, de dag breekt aan. Laten wij ons dus ontdoen van de werken van de duisternis en ons toerusten met de wapens van het licht. Laten wij ons behoorlijk gedragen, als op klaarlichte dag, en ons onthouden van zwelgpartijen en drinkgelagen, van ontucht en losbandigheid, van twist en nijd. Bekleed u met de Heer Jezus Christus, en vertroetel uw lichaam niet; er mogen geen begeerten worden opgewekt.
Hoofdstuk 14
Verdraagzaam zijn
Aanvaard ieder die zwak is in het geloof, zonder zijn opvattingen te betwisten. De een is ervan overtuigd dat hij alles mag eten, terwijl een zwakke alleen maar plantaardig voedsel eet. Wie vlees eet, moet iemand die dat niet doet, niet minachten; en wie geen vlees eet, moet iemand die dat wel doet, niet veroordelen; God zelf heeft die ander immers als de zijne aanvaard. Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Lees verder Begin van de vastentijd

Beda de eerbiedwaardige : U moet Hem Jezus noemen

border ràç!.gif

H. Beda de Eerbiedwaardige (ca 673-735)
monnik, kerkleraar
Homilie 5 ; CCL 122,36

 

“U moet Hem Jezus noemen”

Beda2.jpgIn het Hebreeuws betekent “Jezus”, “heil” of “Verlosser”, een naam die voor de profeten verwees naar een zeer specifieke roeping. Vandaar deze woorden die met een groot verlangen om Hem te zien, zijn gezongen: “Mijn ziel juicht in de Heer, jubelt in zijn verlossing. Smachtend ziet mijn ziel uit naar uw redding” (Ps 12,6; 35,9; 118,81). “Ik echter, ik verheug mij in de Heer, ik jubel om de God mijn Redder” (Hab 3,18). En vooral “Mijn God, in uw naam, red mij” (Ps 55,3). Het is alsof men zei: “U die zich Redder noemt, door mij te verlossen wordt de heerlijkheid van uw Naam getoond”. Dus de naam van de Zoon, die geboren is uit de maagd Maria, is Jezus, volgens de uitleg van de engel: “Hij zal zijn volk van hun zonden verlossen”…
Het woord “Christus” verwijst naar de priesterlijke of koninklijke waardigheid. De priesters en koningen waren immers “gezalfden”, dat wil zeggen gezalfd met het heilig olie; daardoor waren ze tekenen van Degene die, in de wereld verschijnend als de ware koning en de ware priester, de zalving heeft ontvangen van “de vreugdeolie boven al zijn metgezellen” (Ps 45,8). Door deze zalving wordt Hij Christus genoemd, en worden zij, die deel hebben aan dezelfde zalving en van de geestelijke genade, christenen genoemd worden. Dat Hij ons, door zijn naam Verlosser, mag verlossen van onze zonden! Dat Hij ons, door zijn zalving als Hogepriester, mag verzoenen met God de Vader. Dat Hij ons, door zijn zalving als koning, het eeuwige koninkrijk van zijn Vader mag geven.

heilige aartsvader Jozef

Heiligenleven

De heilige Aartsvader Jozef

josef%20wordt%20door%20zijn%20broeders-650aartsvader.jpg

De heilige Jozef de aartsvader, de 11e van de 12 zonen van Jakob. Zijn romantisch levensverhaal wordt uitvoerig beschreven in het Oude Testament (Gen. 37-50). Hij was de zoon van Rachel, de eerste liefde van Jakob, en werd door hem voorgetrokken boven de anderen. De jaloerse broers beraamden een moordaanslag op hem, maar in plaats daarvan verkochten zij hem als slaaf naar Egypte. Door zijn profetische gaven kreeg hij geweldige invloed, en hij steeg van veroordeeld gevangene tot rechterhand van Farao, waarbij hij tijdens een grote hongersnood heel het land in het bezit van de Farao bracht.
Uitvoerig wordt verhaald hoe Jozef handelde met zijn broers, en hoe heel de Joodse stam zich vestigde in Egypte. Eerst werden zij daar ontvangen als redder in de nood, maar toen hun stam daar floreerde werden zij tijdens volgende geslachten behandeld als gastarbeider en verzonken zij in slavernij. Met hun redding door de hand van Mozes begon de heilsgeschiedenis duidelijk zichtbaar te worden.
Jozef stierf rond het jaar 1700 vóór Christus, hij was toen 110 jaar oud, en zijn gebeente werd meegenomen op de tocht naar het Beloofde Land.

bron : heiligen voor elke dag – orth.klooster Den Haag

zondag van het laatste oordeel

border 07.jpg

Derde zondag van de voorvasten.

Zondag van het Laatste Oordeel

 

laatste oordeel 50.jpg

 het laatste oordeel

1 Kor.8,8-9,2

Eten van offervlees

Wat nu het offervlees betreft: ‘Wij allen bezitten de gave van de kennis’, maar kennis alleen leidt tot eigenwaan; het is de liefde die opbouwt. Als iemand kennis meent te bezitten, weet hij nog niet op de juiste wijze te kennen. Maar wie God liefheeft, die wordt door Hem gekend. Wat dus het eten van offervlees betreft: wij weten dat er in de hele wereld geen afgod bestaat en dat er geen God is behalve de Ene. Want ook al zijn er zogenaamde goden, hetzij in de hemel, hetzij op aarde – en in deze zin zijn er vele goden en heren – toch is er voor ons maar één God, de Vader, uit wie alles voortkomt en voor wie wij bestemd zijn, en één Heer, Jezus Christus, door wie alles er is, en door wie wij leven.
Maar niet allen bezitten die kennis. Sommige mensen waren tot voor kort nog zo gewend aan afgoderij, dat ze vlees dat aan goden is geofferd, nog altijd als zodanig beschouwen; en hun geweten, zwak als het is, wordt erdoor besmet als zij het eten. Voedsel brengt ons niet dichter bij God; wij verliezen er niets bij als wij het niet eten, en als wij het wel eten, worden wij er niet beter van. Maar zorg ervoor dat uw vrijheid van handelen de zwakken geen aanstoot geeft. Als zo iemand u, die daar geestelijk boven staat, in een afgodstempel aan een maaltijd ziet deelnemen, zal hij er dan, met zijn zwakke geweten, niet toe aangezet worden om ook offervlees te gaan eten? Dan gaat ten gevolge van uw beter inzicht de zwakke verloren, een broeder voor wie Christus is gestorven. Door zo te zondigen tegen de broeders, en hun angstvallige geweten te kwetsen, zondigt u tegen Christus. Daarom, als mijn voedsel aanstoot geeft aan mijn broeder, zal ik in eeuwigheid geen vlees meer eten, want ik wil mijn broeder geen aanstoot geven.

Het voorbeeld van Paulus
Ben ik geen vrij man? Ben ik geen apostel en heb ik Jezus onze Heer niet gezien? En u bent toch mijn werk in de Heer? Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap.

 

Evangelie :

Mattheüs 25,31-46 :

Het oordeel van de Mensenzoon
Wanneer de Mensenzoon komt, bekleed met zijn heerlijkheid en rondom Hem alle engelen, dan zal Hij plaatsnemen op de troon van zijn heerlijkheid. Alle volkeren zullen vóór Hem bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden, zoals een herder de schapen van de bokken scheidt. De schapen zal Hij aan zijn rechterhand opstellen, de bokken aan zijn linkerhand. Dan zal de koning tegen hen die aan zijn rechterhand staan zeggen: “Kom, gezegenden van mijn Vader, neem het koninkrijk in bezit dat vanaf het begin van de schepping voor jullie klaar ligt. Want Ik had honger en jullie hebben Me te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me opgenomen. Ik was naakt en jullie hebben Me gekleed, Ik was ziek en jullie hebben naar Me omgezien, Ik zat in de gevangenis en jullie kwamen naar Me toe.” Dan zullen de rechtvaardigen Hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien en U te eten gegeven, of dorstig en U te drinken gegeven? Wanneer hebben we U als vreemdeling gezien en U opgenomen, of naakt en hebben we U gekleed? Wanneer hebben we U ziek of in de gevangenis gezien en zijn we naar U toe gekomen?” De koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je voor één van deze minste broeders van Mij hebt gedaan, heb je voor Mij gedaan.” Dan zal Hij zich ook richten tot hen die aan zijn linkerhand staan en tegen hen zal Hij zeggen: “Ga weg van Mij, vervloekten, naar het eeuwige vuur, dat aangelegd is voor de duivel en zijn engelen. Want Ik had honger en jullie hebben Me niet te eten gegeven, Ik had dorst en jullie hebben Me niet te drinken gegeven, Ik was vreemdeling en jullie hebben Me niet opgenomen, Ik was naakt en jullie hebben Me niet gekleed, Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie hebben niet naar Me omgezien.” Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben we U hongerig gezien of dorstig of als vreemdeling of naakt of ziek of in de gevangenis en hebben we U niet geholpen?” Dan zal Hij hun antwoorden: “Ik verzeker jullie, alles wat je niet voor één van deze minsten hebt gedaan, heb je ook niet voor Mij gedaan.” Zij zullen naar de eeuwige straf gaan, maar de rechtvaardigen naar het eeuwig leven.’

border laatste oordeel.gif

 

tekst247.jpg

tekst engels porfyrios.jpg

korreltjezand.jpg

Clemens van Alexandrië : Johannes nodigt ons uit tot het heil

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215)
theoloog
Protreptiek H.1

 

clemens van alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

Johannes nodigt ons uit tot het heil

 

Is het niet vreemd, vrienden, dat God ons altijd aanspoort tot de deugd, en dat wij ons aan deze redding, die ons heil zal brengen, onttrekken? Nodigt Johannes ons niet uit tot het heil, is hij niet een stem die ons aanspoort? Laten we hem dus vragen: “Wie bent u en waar komt u vandaan?” Hij zal zeggen dat hij Elia niet is en zal ontkennen dat hij de Christus is, maar hij zal toegeven dat hij een stem is die roept in de woestijn (Joh 1,20v). Wie is Johannes dan? Als u het me toestaat, zal ik een beeld gebruiken: een stem van het Woord van God die ons aanspoort, door in de woestijn te roepen: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden” (Mc 1,3). Johannes is een voorloper en zijn stem is de voorloper van het Woord van God, een stem die ons aanmoedigt en het heil voorbereidt, een stem die ons aanspoort om de erfenis van de hemel te zoeken.
Dankzij die stem zal “de onvruchtbare en eenzame vrouw nooit meer zonder kinderen zijn” (Jes 54,1). Deze zwangerschap werd verkondigd door de stem van de engel; die stem was, evenals Johannes in de eenzaamheid van de woestijn, ook een voorloper van de Heer; deze stem van de engel bracht het goede nieuws aan de vrouw die niet gebaard had (Lc 1,19). Door deze stem van het Woord baart de onvruchtbare vrouw in vreugde en draagt de woestijn vruchten. Deze twee stemmen van de voorlopers van de Heer, van de engel en van Johannes, vertellen me het verborgen heil in hen, zodat na de verschijning van het Woord, wij de vrucht van vruchtbaarheid plukken: het eeuwig leven.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

 

Johannes van Kronstadt

border 1F1F.jpg

Heiligenleven

De heilige Johannes van Kronstadt

johannes van Krohnstadt1.jpg

De heilige Johannes van Kronstadt, die leefde van 19 oktober 1829 tot 20 december 1908. Hij was de zoon van een koster van een dorpje in het hoge noorden van Rusland, district Archangelsk, en werd zo van kind af in de kerk opgevoed. De hyperintelligente jongen had in het begin grote moeilijkheden op school, maar als een gebedsverhoring begreep hij plotseling het schoolsysteem en vanaf dat ogenblik was hij zulk een briljante leerling dat hij een beurs kreeg om te gaan studeren aan de theologische academie van Sint-Petersburg.

Lees verder Johannes van Kronstadt