21e zondag na Pinksteren

 

border tttt.gif

21e zondag na Pinksteren

‘Opwekking van Jaïrus dochtertje en genezing van een vrouw’

 

Jairus.jpg

 

Lezingen
Galaten 1,11-16

6 Daar wij weten dat de mens niet gerechtvaardigd wordt door de werken van de wet, maar alleen door het geloof in Jezus Christus, zijn ook wij in Jezus Christus gaan geloven, om gerechtvaardigd te worden door het geloof in Christus en niet door de werken van de wet zal geen mens gerechtvaardigd worden. 17Als wij nu door onze gerechtigheid te zoeken bij Christus ook zelf zondaars bleken te zijn, betekent dit dan dat Christus handlanger is van de zonde? Dat nooit! 18Maar als ik weer opbouw wat ik heb afgebroken, maak ik mezelf tot overtreder. 19Want door de wet ben ik gestorven voor de wet, om te leven voor God. Met Christus ben ik gekruisigd. 20Ikzelf leef niet meer, Christus is het die leeft in mij. Voor zover ik nu leef in het vlees, leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zichzelf heeft overgeleverd voor mij.
Evangelie :
Lucas 8, 27-39

OPWEKKING JAÏRUS’ DOCHTER; GENEZING VAN EEN VROUW
40Toen Jezus bij zijn terugkeer door het volk werd ontvangen, omdat iedereen Hem verwachtte, 41trad er een man naar voren, die Jaïrus heette en overste van de synagoge was. Hij viel Jezus te voet en smeekte Hem naar zijn huis te komen, 42want hij had maar een dochter, een kind van een jaar of twaalf, en deze lag op sterven. Terwijl Hij er heen ging, raakte Hij door de opdringende menigte bekneld.
43Er was een vrouw bij die sinds twaalf jaar aan bloedvloeiing leed. Haar hele vermogen had zij aan dokters uitgegeven, maar bij niemand genezing kunnen vinden. 44Zij naderde Hem van achteren, raakte de zoom van zijn mantel aan en op hetzelfde ogenblik hield haar bloedvloeiing op. 45Jezus vroeg nu: ‘Wie heeft mij aangeraakt?’ Allen ontkenden het en Petrus merkte op: ‘Meester, de samengepakte menigte dringt van alle kanten tegen U op.’ 46Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Mij aangeraakt, want Ik heb een kracht van Mij voelen uitgaan.’ 47Toen de vrouw zag, dat zij niet onopgemerkt was gebleven, kwam zij bevend naar voren, viel Hem te voet en verhaalde ten aanhoren van al het volk, waarom zij Hem had aangeraakt en hoe zij op hetzelfde ogenblik genezen was. 48Hij sprak tot haar: ‘Dochter, uw geloof heeft u genezen; ga in vrede.’ 49Nog was Hij niet uitgesproken, of daar kwam iemand uit het huis van de overste van de synagoge met de boodschap: ‘Uw dochter is gestorven; val de Meester niet langer lastig.’ 50Maar Jezus die het hoorde, zei tot Jaïrus: ‘Wees niet bang, maar heb geloof, dan zal zij gered worden.’ 51Toen Hij aan het huis kwam, liet Hij niemand mee binnengaan, behalve Petrus, Johannes en Jakobus, en de vader en moeder van het kind. 52Allen waren luid aan het wenen als rouwklacht over haar. Maar Hij sprak: ‘Weent niet; ze is niet gestorven, maar slaapt.’ 53Ze lachten Hem uit, omdat ze wisten, dat ze gestorven was. 54Hij pakte haar bij de hand en roep: ‘Meisje, sta op!’ 55Haar levensgeesten keerden terug en onmiddellijk stond ze op. Hij gaf opdracht haar te eten te geven. 56Haar ouders stonden verbaasd, maar Hij verbood hun aan iemand te vertellen wat er gebeurd was.

jairus2.jpg

 

tekst bijbel ojg.jpg

tekst bijbel psalm 139 nederlnas.jpg

tekst bijbel kkk.jpg

 

Isaak de Syriër : “Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”

border a en o.gif

Izaak de Syriër (7e eeuw)
monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen, 1ste serie, nr.2

 

Isaak de syriër5.jpg

Isaak de Syrier

“Ik ben gekomen, om vuur op de aarde te brengen”

Doe jezelf geweld aan (cf Mt 11,12), doe moeite om de nederigheid van Christus na te volgen, zodat het vuur dat Hij in je heeft geworpen, steeds meer zal opvlammen. Dat vuur waardoor al die impulsen van deze wereld verteerd worden, die de nieuwe mens vernietigen en de verblijven van de heilige en machtige Heer besmeuren. Ik bevestig met Paulus dat “wij de tempel van God zijn” (2Kor 6,16). Laten we zijn tempel reinigen, zoals “Hijzelf rein is” (1Joh 3,3), opdat Hij verlangt om er te wonen; laten we Hem heiligen, zoals Hijzelf heilig is (1P1,16); laten we ons versieren met goede en waardige werken.
Laten we de tempel van de rust vullen met zijn wil, als met parfum, door het zuivere gebed, het gebed van het hart, dat onmogelijk te verwerven is als men zich overgeeft aan de voortdurende impulsen van deze wereld. Dan zal de wolk van zijn heerlijkheid je ziel bedekken, en het licht van zijn grootheid zal in je hart schitteren (cf 1Kon 8,10). Allen die wonen in het huis van de Heer zullen met vreugde vervuld zijn en zullen zich verheugen. Maar de arroganten en de laaghartigen zullen verdwijnen in de vlam van de heilige Geest.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst Isaak de Syrier.jpg

 

tekst engels isaak de syrier.jpg

Isaak de Syriër.jpg

tekst bijbel psalm 25 nederl.jpg

20e zondag na Pinksteren

newban.gif

20e zondag na Pinksteren

“Het legioen van duivels”

bezeten varkens.jpg

bezeten varkens.jpg2.jpg

LEZINGEN
Eerste lezing :
Galaten 1,11-19

 11 Ik verzeker u, broeders; het evangelie dat door mij is verkondigd is geen produkt van mensen. 12Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. 13Gij hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel heb vervolgd en haar trachtte uit te roeien; 14en hoe ver ik het bracht in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringen van mijn voorouders. 15Maar toen Hij die mij vanaf mijn geboorte had uitgekozen en mij riep door zijn genade, 16besloot zijn Zoon aan mij te openbaren, opdat ik Hem onder de heidenvolken zou verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, 17zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar weer teruggekeerd naar Damascus. 18Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om met Kefas kennis te maken en ik ben maar veertien dagen bij hem gebleven. 19Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broeder des Heren.

 

Evangelie :

Lucas,8,26-39

Genezing van een bezetene
[26] Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. [27] Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. [28] Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ [29] Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. [30] Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. [31] Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. [32] Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. [33] De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. [34] Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. [35] De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. [36] Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. [37] De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen. [38] De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. [39] ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan.

 

tekst antonius de grote3.jpg

 

tekst antonius de grote5.jpg

 

tekst Philaret of Moscou.jpg

 

tekst engels5.jpg

Maximiliaan van Turijn : “Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

border04010101.gif

 

H. Maximilianus van Turijn (?-ca. 420), bisschop
Homilie 58, over Pasen ; PL 57, 363

 

“Aan hen die zijn zoals zij, behoort het Rijk der hemelen”

 

maximiliaan van Turijn.jpg

Maximiliaan van Turijn

Wat een prachtig en bewonderingswaardig geschenk heeft God ons bereid, mijn broeders [en zusters]! In zijn Paasmysterie …, door de opstanding van Christus, wordt wie gisteren wegkwijnde in zonde, herboren in de onschuld van de allerkleinsten. In zijn eenvoud omarmt Christus de kinderlijkheid. Het kind is zonder wrok, kent geen bedrog, waagt het niet te slaan. Evenzo trekt de christen, die kind geworden is, zich niets aan van beledigingen, hij verdedigt zich niet als men hem besteelt, hij slaat niet terug als hij geslagen wordt. De Heer vraagt hem zelfs om te bidden voor zijn vijanden, om hemd en mantel af te staan aan dieven, om de andere wang toe te keren (Mt 5,39v).

Deze kinderlijkheid van Christus overstijgt de simpele menselijke kinderlijkheid. Deze laatste kent geen zonde, de eerste heeft er afkeer van. De laatste heeft zijn onschuld te danken aan zijn kwetsbaarheid, de eerste aan zijn deugdzaamheid. Hij verdient zelfs nog meer lofprijzing: zijn haat voor het kwaad komt voort uit zijn wil, niet uit zijn hulpeloosheid… Natuurlijk, je ontmoet kinderen met de wijsheid van een ouderling, en de onschuld van de jeugd vind je bij personen op leeftijd. En de juiste en ware liefde kan jongeren tot volwassenen maken, want, zegt de profeet: “Het aanzien van de ouderdom berust niet op een lang leven en wordt niet afgemeten naar het aantal jaren, … maar naar verstandigheid”. (Wijsh 4,8) Maar toch zegt de Heer tot de reeds volwassen apostelen: “Als gij niet opnieuw wordt als de kleine kinderen, zult gij het Rijk der Hemelen zeker niet binnengaan” (Mt 18,3). Hij stuurt hen terug naar de bron van hun leven; Hij moedigt hen aan om hun kinderlijkheid weer te hervinden, opdat deze mannen, wiens krachten al aan het afnemen zijn, herboren worden in de onschuld van hun hart. “Als iemand niet geboren wordt uit water en geest, kan hij het Rijk Gods niet binnengaan” (Joh 3,5).

http://www.dagelijksevangelie.org

 

tekst bijbel psalm 90.png

 

 

5f3591807a06667729f5542d1e348824.jpg

 

11df055a928cdbc2e39671c0efb84d07.jpg

 

tekst dankbaar zijn.jpg

heilige Dunstan aartsbisschop van Canterbury

border 7gE.jpg

Heiligenleven

De heilige Dunstan, Aartsbisschop van Canterbury

Dunstan2.jpg

De heilige Dunstan, aartsbisschop van Canterbury. Hij was geboren in de buurt van deze stad in 909, en werd als jongen naar de beroemde abdij van Glastonbury gestuurd voor zijn opvoeding. Daar werd hij aangetast door hersenvliesontsteking, en hij was zo’n rumoerige patient dat hij niet op de slaapzaal gehandhaafd kon worden. Daarom werd hij toevertrouwd aan een zorgzame vrouw om hem te verplegen. Op een nacht sprong hij schreeuwend uit zijn bed en vloog de torentrap op tot hij uitkwam op het dak van de kerk, waar hij gezien werd, wankelend op de scherpe nok. Maar hij kwam heelhuids beneden en ging in de kerk, waar hij uitgeput in slaap viel. Men liet hem maar liggen en de volgende dag kwam hij geheel verkwikt wakker, zonder herinnering aan wat hij die nacht had gedaan.

Lees verder heilige Dunstan aartsbisschop van Canterbury

heilige Pulcheria

border 54.jpg

Heiligenleven

De heilige Pulcheria

Markianos en Pulcheria.jpg

Heilige Pulcheria (rechts)

De heilige keizerin Pulcheria. Het bestuur werd in haar handen gelegd in 414, toen zij nog slechts 16 jaar oud was. Maar zij was zeer begaafd en bezat een grote geestkracht: een ware erfgenaam van de grote keizer Theodosios. Zij moest waarnemen voor haar 13-jarige broer, de eveneens heilige Theodosios (zie 29 juli).

Lees verder heilige Pulcheria