“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

border kruis249 (2).jpg

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië, daarna bisschop te Constantinopel, kerkleraar
Homilie over de Tweede brief aan de Korintiërs, 12,4 ; PG 61, 486

 

yekst chrysostomos joh.jpg

“Verheugt u en juicht, want groot is uw loon in de hemel”

Alleen de christenen schatten de dingen op hun juiste waarde in, en ze hebben niet dezelfde redenen om zich te verheugen en bedroefd te zijn als de rest van de mensen. Bij het zien van een gewonde atleet, die op zijn hoofd de overwinningskroon draagt, kan iemand, die nooit ook maar een enkele sport heeft beoefend, alleen de blessures zien die deze mens laten lijden; hij kan zich het geluk van de gewonde atleet, dat zijn beloning hem verschaft, niet inbeelden. Zo doen de mensen waarover wij spreken. Ze weten dat wij beproevingen ondergaan, maar niet waarom wij ze verdragen. Ze zien slechts het lijden. Ze zien de strijd die we aanvaarden en de gevaren die ons bedreigen. Maar de beloningen en de bekroningen blijven voor hen verborgen, evenals de reden van onze strijd. Zoals Paulus bevestigt: “Wij lijken berooid van alles, maar we bezitten alles” (2Kor 6,10)…

Wat ons betreft, wanneer we onderworpen zijn aan een beproeving om Christus, verdragen we het dan onverschrokken, meer nog, met vreugde. Als we vasten, laten we dan huppelen van vreugde alsof we gelukzalig zijn. Als men ons beledigt, laten we dan blij dansen alsof we vervuld waren met lofzang. Als we pech hebben, beschouwen we het dan als winst. Als we aan de arme geven, overtuigen we ons er dan van dat wij ontvangen… Herinner je voor alles dat je strijd voor Jezus Christus. Dan zul je met plezier de strijd aangaan en je zult altijd in vreugde leven, want niets maakt ons zo gelukkig als een goed geweten.

 

tekst Chrysostomos47.jpg

akathistos hymne in het Engels

De hymne Akathistos is gemeenschappelijk aan alle christenen van de Byzantijnse ritus, of zij nu katholiek of orthodox zijn. Zo vormt ze een oude en plechtige brug naar de volledige gemeenschap van de Kerk in het Oosten en het Westen.

 

Hymne Akathistos, eerste deel, strofe 1-12

 

1. A prince of the angels
was sent from heaven,
to say to the Mother of God, ‘Hail!’ [Three times]
And as, at his bodiless voice,
he saw you, Lord, embodied,
he was astounded and stood still,
crying out to her like this:

Hail, you through whom — joy — will shine out,
Hail, you through whom — the curse — will cease.

Lees verder akathistos hymne in het Engels

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar Hymne over de Drie-eenheid

border slur.gif

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymne over de Drie-eenheid

 

Efraïm de syrier 12.jpg

Efraïm de Syriër

 

“Een enige God, een enige Heer, in de drieëenheid van de Personen en de eenheid van hun natuur”

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

Laten we, als symbool voor de Vader, de zon nemen,

voor de Zoon, het licht,

en voor de Heilige Geest, de warmte.

Hoewel Hij één wezen is, neemt men in Hem

een drieëenheid waar.

Het onverklaarbare begrijpen, wie is dat gegeven?

Deze eenheid is meervoudig: één is gevormd uit drie,

en drie vormen slechts één,

groot mysterie en manifest wonder.

De zon is te onderscheiden van zijn straling

hoewel zij verenigd zijn;

zijn straal is immers ook de zon.

Toch spreekt niemand van twee zonnen,

zelfs als de straal

hier beneden ook de zon is.

We zeggen net zo min dat er twee Goden zijn

God, dat is Onze Heer;
maar ook Hij, die boven al het geschapene is.

Wie kan aanwijzen hoe en waar

de straal met de zon verbonden is,

en zijn warmte, ook al is die vrij?

Zij zijn niet gescheiden noch verward,

verenigd en toch te onderscheiden

vrij maar verbonden, o wonder.

Wie kan, ook al kijkt hij nog zo goed, greep op hen krijgen?

Terwijl ze op het oog

toch zo simpel, zo eenvoudig lijken.

Terwijl de zon hoog in de lucht verblijft,

zijn zijn helderheid en zijn gloed,

voor hen hier beneden, een duidelijk symbool.

Ja, zijn straling is neergedaald op aarde

en bewoont onze ogen

zoals hij ons lichaam bekleedde.

Wanneer de ogen, zoals van de doden, zich sluiten bij de slaap,

verlaat hij hen,

zij die vervolgens weer zullen ontwaken.

En hoe het licht bij het oog naar binnen komt,

niemand kan dat begrijpen,

zo ook komt de Heer bij ons in het hart.

Zo heeft onze Redder een lichaam bekleed,

om, in al zijn kwetsbaarheid,

het heelal te komen heiligen.

Maar, wanneer de straal weer terugkeert tot zijn bron,

is hij nooit gescheiden geweest,

van diegene die hem verwekte.

Hij laat zijn warmte achter voor hen hier beneden

zoals onze Heer,

de Heilige Geest aan zijn leerlingen heeft nagelaten.

Kijk naar deze beelden in de geschapen wereld

en twijfel niet aan de Drie,

want anders zul je je verliezen.

Dat wat duister was heb ik voor je verhelderd:

Hoe de drie één zijn,

drieëenheid die slechts één wezen vormt!

Refrein:
Gezegend Hij die u zond.

 

Efraïm de Syriër.jpg

de heilige Flavianos

borders (2) - kopie.jpg

Heiligenleven

De heilige Flavianos  Patriarch van Constantinopel

 

Flaviano_di_Costantinopoli.jpg

Flavianos van Constantinopel

 

De heilige Flavianos, hiëromartelaar, patriarch van Constantinopel, was eerst schatbewaarder en priester van de Grote Kerk (Agia Sofia) in Constantinopel in de tijd van Johannes Chrysostomos, door wie hij geestelijk was gevormd, in 449 werd hij tot patriarch gekozen, maar zijn bestuur duurde niet lang, ten gevolge van een warnet van oosterse intriges. Keizer Theodosios was een zwakke figuur, die geheel onder invloed stond van Chrysapios, de opperste hofbeambte. Deze had zelf een andere kandidaat en begon nu systematisch de positie van Flavianos te ondermijnen. Hij liet de keizer aan de patriarch een geschenk vragen voor de wijding. Deze zond hem een ‘eulogion’ toe, een van de prosfora’s die gebruikt waren bij de heilige Liturgie. Chrysapios liet zeggen dat er een ander soort geschenk bedoeld werd. Flavianos, die altijd gestreden had tegen het euvel van de simonie (het verkopen van kerkelijke diensten en ambten voor geld) en daarvan zelfs de schijn wilde vermijden, antwoordde dat alle bezittingen van de kerk uitsluitend gebruikt mochten worden voor de luister van de dienst en om de armen bij te staan.

Vervolgens bewerkte hij de keizerin, Eudoxia, die het niet goed kon vinden met de zuster van de keizer, Pulcheria, om deze tot diakones te laten wijden, zodat ze van het hof verwijderd zou zijn. Ook bij deze aanvraag weigerde Flavianos pertinent om zich te lenen voor hofintriges. in die tijd was Eutyches abt van een klooster van driehonderd monniken, bij Constantinopel. Hij was een bekrompen geest, en in zijn fanatieke ijver tegen de dwaling van Nestorios, die de eenheid van de Persoon in Jezus Christus ontkende, was hij monofysiet geworden. Hij erkende in Christus alleen maar de goddelijke natuur, die zich min of meer met een schijnlichaam had bekleed. Ondertussen had Flavianos een concilie bijeengeroepen in Constantinopel, waar Eutyches werd gevraagd om rekenschap te geven van zijn prediking. Op herhaalde oproepen liet hij niets horen, maar tenslotte verscheen hij in gezelschap van een afdeling soldaten. Hij verklaarde dat hij slechts één natuur erkende in Christus en dat hij niet gekomen was om te disputeren, maar alleen om getuigenis af te leggen van zijn geloof. Daarop werd hij door de vaders van het concilie veroordeeld. Eutyches wendde zich toen tot Rome, maar van paus Leo de Grote kreeg hij een uitvoerige brief waarin deze duidelijk de orthodoxe leer uiteenzette. Deze brief is ook opgenomen in de akten van het concilie van Chalcedon, waar de dwalingen van Eutyches plechtig werden veroordeeld.
Intussen had Chrysapios de keizer bewerkt om een nieuw concilie bijeen te roepen, nu onder voorzitterschap van een andere bisschop, omdat Flavianos partijdigheid verweten werd, maar het resultaat was hetzelfde. Nu wendde Chrysapios zich tot de patriarch van Alexandrië, Dioskoros, een omkoopbaar man met een heftig karakter. Keizer Theodosios werd overgehaald tot hun ideeën die de schijn van wereldse logica bezitten, zodat hij te Efese een synode bijeenriep onder voorzitterschap van Dioskoros, om er een vaste grond aan te geven. Het verloop van deze synode werd beheerst door gewapende terreurgroepen, die een schrikbewind uitoefenden over ieder die orthodoxe meningen durfde te uiten. Daarom heeft deze synode in de geschiedenis de naam gekregen van ‘Roverssynode’. Flavianos werd veroordeeld en terstond als een misdadiger geboeid en zwaar mishandeld. De anderen lieten zich intimideren en ondertekenden het bevel tot zijn afzetting en verbanning. Daar zou het echter niet van komen, want na drie dagen was Flavianos reeds aan de gevolgen van zijn verwondingen overleden, in 449. Een jaar later stierf keizer Theodosios en hij werd opgevolgd door keizer Markianos. Er waren intussen zoveel protesten binnengekomen tegen de wijze waarop de uitspraak in Efese tot stand was gekomen, dat hij een nieuwe synode bijeenriep in Chalcedon, die nu bekend is als het vierde oecumenische concilie. Daar werd het monofysitisme als ketterij gebrandmerkt, omdat daardoor het heilswerk van Christus van zijn wezenlijke waarde beroofd wordt. Flavianos werd erkend als martelaar voor de orthodoxie en zijn relieken werden plechtig overgebracht naar Constantinopel en bijgezet in de kerk van de heilige apostelen.

 

tekst951.jpg

Ireneus van Lyon : “Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt”

border 9ht.gif

H. Ireneus van Lyon (ca130-ca 208), bisschop, theoloog en martelaar
Tegen de ketterij, IV, 14

Ireneus van Lyon.jpg

“Om het eeuwige leven te schenken aan allen, die U Hem gegeven hebt”

In den beginne heeft God Adam niet gevormd omdat Hij behoefte had aan de mens, maar om iemand te hebben in wie Hij zijn weldaden kon leggen. Want niet alleen om Adam, maar zelfs om de schepping, verheerlijkte het Woord de Vader, door in Hem te blijven, en Hij werd verheerlijkt door de Vader, zoals Hij zelf zegt: “Vader, verheerlijk Mij met de glorie die Ik bij U had voor het begin van de wereld”. Het was niet omdat Hij onze dienst nodig had dat Hij ons heeft gevraagd om Hem te volgen, maar om ons redding te verschaffen. Want de Redder volgen is aandeel hebben aan de redding, zoals het licht volgen, aandeel aan het licht hebben is.

Wanneer mensen in het licht zijn, zijn zij het niet die het licht aansteken en het laten stralen, maar worden zij verlicht en daardoor stralend gemaakt; zonder er zelf iets aan toe te voegen, genieten zij van het licht en worden zij erdoor verlicht. Zo gaat het ook met de dienst aan God; onze dienst brengt God niets, want God heeft geen behoefte aan de dienst van de mensen; maar aan hen die Hem dienen en die Hem volgen, geeft God het leven, de onvergankelijkheid en de eeuwige glorie…

Als God die goed en barmhartig is, de dienst van de mensen vraagt, is het om zijn weldaden te kunnen toekennen aan degenen die in de dienst aan Hem blijven volharden. Want aangezien God niets nodig heeft, heeft de mens behoefte aan eenheid met God. De glorie van de mens is het volharden in de dienst aan God. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: “Niet u hebt Mij gekozen, maar Ik heb u gekozen” (Joh 15,16). Hij deelde daarbij mee dat zij het niet waren die Hem verheerlijkten door Hem te volgen, maar dat zij door Hem werden verheerlijkt, doordat ze de Zoon van God volgden. “Vader, Ik wil dat daar waar Ik ben ook zij met Mij zijn, opdat zij mijn glorie aanschouwen” (Joh 17,24).

http://www.dagelijksevangelie.org

 

bijbeltekst_5_2.jpg