Caesarius van Arles : “Het koninkrijk van God … is gerechtigheid, vrede en vreugdeor de heilige Geest” (Rm 14,17) do

border 76UA.gif

H. Caesarius van Arles (470-543), monnik en bisschop
Sermon 166

 

caesarius van arles.jpg

“Het koninkrijk van God … is gerechtigheid, vrede en vreugde door de heilige Geest” (Rm 14,17)

Wat is de ware vreugde, zusters en broeders, als het niet het Koninkrijk der hemelen is? En wat is het Koninkrijk der hemelen, als Christus niet onze Heer is? Ik weet dat alle mensen de ware vreugde willen hebben. Maar wie gelukkig wil zijn met de oogst zonder de akker te bewerken, misleidt zichzelf. Wie vruchten wil plukken zonder bomen te planten, vergist zich. Men bezit de ware vreugde niet zonder gerechtigheid en vrede… Door nu de gerechtigheid te respecteren en om de vrede te bezitten, werken we hard gedurende een korte tijd als gebogen over een goed werk. Maar vervolgens zullen we ons zonder einde verheugen over de vruchten van dit werk.

Luister naar wat de apostel Paulus over Christus zegt: “Hij is onze vrede” (Ef 2,14)… En de Heer zegt tegen zijn leerlingen: “Ik u zal weerzien, uw hart zal zich verheugen en uw vreugde zal niemand u kunnen ontnemen”. Wat is deze vreugde die niemand u zal kunnen afnemen, behalve Hijzelf, uw Heer, die niemand ons kan ontnemen?

Onderzoek uw geweten, zusters en broeders; als de gerechtigheid er heerst, als u voor uzelf hetzelfde wilt, verlangt en wenst als voor allen, als de vrede in u is, niet alleen met uw vrienden, maar ook met uw vijanden, weet dan dat het Koninkrijk der hemelen, dat wil zeggen Christus de Heer, in u woont.

 Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

border 58.jpg

Heilige Jozef de hymnenschrijver

border hstr.jpg

Heiligenleven

De heilige Jozef de hymnenschrijver

 

Jozef de Hymnenschrijver.jpg

Jozef de Hymnenschrijver

De heilige Jozef de hymnendichter‚ was geboren op Sicilië maar toen het eiland in 830 bezet werd door de moslims vluchtte hij naar Thessalonika. Daar werd hij, 15 jaar oud, monnik in het klooster van Latoma, en daar is hij ook priester gewijd. Hij trok de aandacht door innige vroomheid en studiezin. Daarom werd hij naar de hoofdstad gehaald door de heilige Gregorios de Dekapoliet, in het klooster van de heilige Antipas te Constantinopel. De kerk van Constantinopel zond hem met Gregorios naar Rome om de kerk daar op de hoogte te brengen van het onheil dat door de iconoclasten werd gesticht. Onderweg werd hij echter door zeerovers gevangen genomen en als slaaf verkocht op Kreta.
Gedurende zes jaren verkeerde hij in slavernij maar tegelijk benutte hij de mogelijkheid om velen tot het geloof te brengen. Onder hen was waarschijnlijk ook zijn eigenaar, want hij herkreeg de vrijheid en trok opnieuw naar Constantinopel, waar de vervolging intussen geëindigd was. Hij stond daar in aanzien en genoot het vertrouwen van de heilige patriarch lgnatios en van diens opvolger de heilige Fotios, die hem tot geestelijke vader benoemde van de stadsgeestelijken, en met wie hij opnieuw in ballingschap ging.
Na de dood van Fotios werd hij weer teruggeroepen naar de keizerstad en hij besteedde verder zijn tijd aan het schrijven van hymnen, o.m. bijna 300 canons. Daarvan worden nog steeds enkele gebruikt in de liturgische diensten, maar ze maken slechts een klein deel uit van zijn uitgebreide geschriften. (De meeste van onze canons zijn echter van de hand van een andere Jozef‚ de broer van de heilige Nikolaas de Studiet.) Hij is gestorven op de vooravond van de Grote Donderdag, in 883.
Aan zijn dood is nog een merkwaardige legende verbonden. ln die dagen was een belangrijk burger van Constantinopel een voortdurende gebedsdienst aan het houden in de kerk van de noodhelper de heilige Theodoros, om hulp in een wanhopige positie. Hij was al drie dagen en nachten in de kerk gebleven zonder enig teken te ontvangen en wilde toen in uiterste ellende de kerk verlaten. Maar toen verscheen hem de heilige Theodoros en verontschuldigde zich dat hij de ander zo lang had laten wachten: hij was bezig geweest, samen met de andere door Jozef bezongen heiligen, diens ziel te begeleiden naar het paradijs, en daarom was hij zo lang weggeweest uit zijn kerk!

bron: heiligenlevens voor elke dag . Orth.klooster Den Haag

 

border muzieknoten.gif

 

border 105.jpg

Augustinus : “Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

1 (2).jpg

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon over het evangelie van Johannes, nr. 12

 

 

Augustinus.jpg

“Wanneer u de Mensenzoon omhoog geheven hebt, dan zult u begrijpen dat Ik het ben”

 

Christus heeft de dood aanvaard en hem aan het kruis bevestigd, opdat de sterfelijke mens verlost werd van de dood. De Heer herinnert ons hiermee aan iets wat ooit eerder op symbolische wijze plaatsvond: “Evenals Mozes in de woestijn de slang omhoog geheven heeft, zo moet ook de Mensenzoon omhoog worden geheven, zodat iedereen die gelooft, in Hem eeuwig leven bezit” (Joh 3,14-15). Oh diep mysterie!… De Heer had Mozes namelijk opgedragen een bronzen slang te maken en deze, midden in de woestijn, op een paal te zetten en het volk van Israël op te dragen om, wanneer iemand van hen gebeten werd door een slang, zijn ogen te richten op deze, op een paal verheven slang. Zo werd gedaan en wie gebeten werd keek omhoog en was genezen (Num 21,6-9).

Waar staat de beet van een slang voor? Voor zonden, voortkomend uit de sterfelijkheid van het vlees. Waar staat de opgeheven slang voor? Voor de dood van de Heer aan het kruis. Want zoals de dood is gekomen door de slang (Gen 3), zo wordt zij gesymboliseerd door het beeld van een slang. De beet van de slang is dodelijk, de dood van de Heer is leven gevend. Men keek de slang aan, opdat de slang geen macht meer zou hebben. Wat wil dit zeggen? Men keek de dood aan, opdat de dood geen macht meer zou hebben. Maar wiens dood? De dood van het leven, zo men kan spreken over de dood van het leven, en daar men dat kan zeggen, hoe wonderbaarlijk is die uitspraak! Maar zal ik twijfelen te zeggen dat wat de Heer verwaardigde te doen voor mij? Is Christus niet het leven? En toch is Christus gekruisigd. Is Christus niet het leven? En toch is Christus dood. In de dood van Christus heeft de dood de dood gevonden…. De volheid van leven heeft de dood verzwolgen, de dood is tenietgedaan in het lichaam van Christus. Zo ook zullen wij spreken bij de verrijzenis wanneer wij zegevierend zingen: “Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?” (1Kol 15,55).

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

tekst bijbel nederl 65.jpg

Alexander Nevsky

 

borders4 (5).jpg

 

Heiligenleven

De heilige Alexander Nevsky

nevsky alexander4.jpg

Alexander Nevsky

 

De heilige Alexander Nevski, de zoon van Jaroslav II, prins van Novgorod, was geboren in 1219. Het land verkeerde in grote ellende door de invallen van de Gouden Horde uit Mongolië. De steden waren verwoest, de inwoners waren in de wouden gevlucht, de kerken waren in brand gestoken en de priesters vermoord. Jaroslav moest onderhorigheid betuigen aan de Mongolen om zijn positie te kunnen handhaven. Nadat hij gestorven was in 1246, werd hij opgevolgd door de twee oudste zonen, lsjaslav, in 1248 gedood tijdens een schermutseling met de Litauers, en Andreas II, door de Khan uit het land verdreven in 1252. Nu werd de jongste broer, Alexander, prins van Novgorod. Deze had, in 1241, de Zweden bloedig verslagen aan de oevers van de Newa, en droeg sindsdien de bijnaam ‘Nevski’.
Ook had hij het volk aan zich verknocht door in 1231, tijdens de grote hongersnood, al zijn middelen ter beschikking te stellen, en zich persoonlijk in te zetten voor de Ieniging van de barre nood tijdens de buitengewoon strenge winter.
Van 1237 tot 1239 drongen de tataarse ruiterbenden Rusland binnen, alles verwoestend wat zij op hun weg vonden. Wladimir werd door hen ingenomen, maar op 100 km afstand van Novgorod bogen zij af naar het zuiden, verwoestten Kiev en vestigden zich in het zuid-westen van Rusland, in de streek langs de Zwarte Zee. Gedurende twee eeuwen legden zij de Russische volkeren onmetelijk zware belastingen op, onder bedreiging anders tot een verwoestende inval te zullen overgaan.
Hoewel Novgorod door de Horde met rust werd gelaten, moest Alexander steeds weer de strijd aanbinden met aanvallers uit het westen: zowel het Zweedse koninkrijk als Litauen en de Duitse ridderorde. Op 16 juli 1240 werd Alexander met zijn kleine leger geconfronteerd met een machtige Zweedse invasie. Gesterkt door een verschijning van de heilige Boris en Gleb op de Newa, behaalde hij een roemrijke overwinning. Maar het volk van Novgorod raakte opnieuw verdeeld en verdreef de jonge prins uit hun gebied. Toen het volgend jaar echter de Duitse orde zich meester had gemaakt van Pskov en het gevaar voor Novgorod dreigend werd, schreeuwden ze in hun nood weer om Alexander, die kwam aansnellen en een nieuwe overwinning behaalde bij het Peipusmeer. Nu werd hij in triomf Novgorod binnengehaald, en de volgende vier jaar werd hij in beslag genomen door de steeds hernieuwde invallen der Litauers.
Hij was ook grootvorst van Wladimir geworden, en de macht die in zijn handen lag door het beheer over de twee belangrijkste steden uit dit gebied, gebruikte hij om meer eenheid te brengen tussen de elkaar beconcurrerende vorsten. Want deze onderlinge verdeeldheid was de oorzaak van de Russische machteloosheid tegenover de tataarse legers.
Na de dood van zijn vader werd Alexander opgeroepen om voor de Gouden Horde te verschijnen voor de tataarse Khan, samen met de andere Russische prinsen. Ofschoon hij wist dat de doodstraf stond op het niet volgen van het afgodische begroetingsritueel, verklaarde Alexander: “Vorst, ik buig mij eerbiedig voor u neer, want God heeft u de oppermacht geschonken, maar uw goden kan ik niet vereren, want ik ben christen, en ik vereer de Ene God in Drie Personen, de Schepper van hemel en aarde”. De Khan bewonderde zijn moed en toen hij gehoord had welke heldendaden Alexander had verricht, nam hij hem op als een geëerde gast.
Van daar werd hij met zijn broer doorgezonden naar de Groot-Khan in de Karakorum, het uiterste grensgebied van Mongolië. Pas in 1251 kwam hij in Novgorod terug, ziek en uitgeput van de reis, maar als bevestigde prins van Novgorod en vertrouwde bondgenoot van de invallers.
Het volgende jaar kwam prins Andreas van Wladimir in opstand tegen de Tataren. Hij sloot een bondgenootschap met de Zweden, en lokte zo afgrijselijke represailles van de Mongolen uit. Opnieuw begaf Alexander zich naar de Gouden Horde, en hij wist het gevaar af te wenden, en met de laatste reserves van de staatskas kocht hij talrijke gevangenen vrij. Nu kreeg hij de macht toebedeeld over geheel Rusland. Nog tweemaal begaf hij zich naar de Khan, om tussenbeide te komen voor het opstandige volk en verlichting te verkrijgen van de verpletterende belastingdruk.
In diezelfde jaren kwam ook sterke druk uit het westen. Paus Innocentius IV zond missionarissen naar de Russische vorstenhoven om het orthodoxe volk te bekeren, en toen Alexander weigerde het oude geloof op te geven, werd een soort kruistocht georganiseerd: in 1256 trokken de Zweedse, Deense, Finse en Duitse legers op tegen Novgorod, maar Alexander versloeg de coalitie en bezette zelfs Finland.
In 1260 werd het tataarse tribuut weer opgeschroefd, terwijl tevens manschappen werden verlangd voor een mongoolse inval in Perzië. Opnieuw trok Alexander naar de Horde en wist in Iangdurige besprekingen beide gevaren af te wenden. Maar de nauwelijks 44-jarige was aan het einde van zijn krachten, hij had zich letterlijk versleten in dienst van zijn volk. Hij werd ziek, en op de terugweg stierf hij, op 14 november 1263, nadat hij op zijn sterfbed de monniksgeloften had afgelegd.
ln dit zeer kritieke tijdperk van de bewogen geschiedenis van het Russische volk, schitterde de heilige Alexander door zijn moed en staatsmanswijsheid, zijn energie en zijn ijver voor het geloof.

Bron : heiligenlevens : orth.klooster Den Haag

nevsky alexander2.jpg

Alexander Nevsky