heiligenleven : de heilige Dositheos

border5825.jpg

Heiligenleven

De heilige Dositheos

 

 

Dositheos heilige.jpg

De heilige Dositheos was page bij een generaal van het byzantijnse leger, in het begin van de zesde eeuw. Hij was een aardige jongen en maakte deel uit van een gezin dat klaarblijkelijk maar heel oppervlakkig christen was, want hij had nog nooit iets over God en het eeuwige leven gehoord. Wel had hij horen spreken over de stad Jeruzalem en hij was nieuwsgierig geworden, en op zijn verzoek gaf de generaal hem mee aan een van zijn vrienden die van plan was de heilige plaatsen te bezoeken. Zo kwam hij ook in de kerk die in Gethsemane was gebouwd. In de narthex bevond zich een uitbeelding van de hel. Dositheos was door dat merkwaardige schouwspel zeer getroffen en hij keek er vol aandacht naar. Plotseling stond er naast hem een statige vrouw, in purper gekleed, die hem uitleg gaf over het lot der verdoemden. Dositheos werd angstig en vroeg hoe hij aan zulk een lot kon ontkomen. De vrouw zeide hem: ‘Vast, eet geen vlees, en bid onophoudelijk’, waarna zij verdwenen was.
De jongen hield zich daaraan, maar toen de soldaten uit het gezelschap hem zo zagen leven, zeiden ze: ‘Zoiets past niet in de wereld, dan moet je in een klooster zijn’. En ofschoon Dositheos geen flauw idee had wat een klooster was, vroeg hij daarheen gebracht te worden. En zo kwam hij terecht in het klooster van Seridos bij Gaza, in het zuiden van Palestina.
Abt Seridos vond het een nogal twijfelachtig geval, maar hij stelde hem in handen van de toen nog jonge, heilige Dorotheos, die aan het hoofd stond van de ziekenafdeling. Deze zag de onschuld en de goede wil van Dositheos en werkte heel geleidelijk aan zijn opvoeding. Hij liet hem helpen bij de ziekenverzorging, een afdeling die een aantal monniken volkomen in beslag nam. De zware ascese van weinig afwisselend en zelden eten, met daarbij het gebrek aan voldoende nachtrust door de diensten en de persoonlijke nachtwaken, waren oorzaak van veel ziekten onder de monniken. Dositheos deed dit werk met hart en ziel en was slechts af en toe bitter bedroefd wanneer hij zich door een lastige zieke tot ongeduld had laten verleiden.
Maar wat Dorotheos vooral in hem wilde bereiken was het volkomen verzaken aan de eigen wil, het blijmoedig volbrengen van alles wat hem werd opgedragen en het nooit iets voor zichzelf zoeken. Daar worden enige typerende voorbeelden van opgenoemd in zijn levensverhaal. Toen hij een mantel nodig had, gaf Dorotheos hem een oude, en de handige Dositheos verstelde deze zo netjes dat die weer als nieuw leek. Toen kreeg hij opdracht die aan een zieke te geven. En dat deed de jongen, zonder enig blijk van protest of wrevel. En dat niet slechts eens, maar herhaalde malen achter elkaar.
Deze volkomen overgave bracht hem rechtstreeks tot een grote volmaaktheid. In het vijfde jaar van zijn kloosterleven liep hij een tuberculeuze besmetting op van een bijzonder kwaadaardig type, zodat zijn gezondheidstoestand met grote snelheid achteruit ging. Een tijdlang kon hij nog het Jezusgebed zeggen tot hij ook daarvoor te zwak werd. Zijn aan alle kanten pijnlijk lichaam moest in een laken gedragen worden. Hij kon nog alleen maar innerlijk zich in Christus’ tegenwoordigheid stellen. Tenslotte werd hij zo door uitputting overmand dat hij verlof vroeg om te mogen sterven. Maar zijn geestelijke vader maande hem aan geduld te hebben en vol te houden, en pas na enkele dagen, toen Dositheos zei dat hij niet meer kon, en aan het einde van zijn krachten was, liet de grote oudvader Barsanoefios hem zeggen: ‘Ga in vrede, neem plaats bij de Heilige Drie-eenheid en bid voor ons’.
Zo was hij door zijn bewonderenswaardige levenswijze van volkomen overgave, zonder dat hij enige opvallende daad of ascese had verricht, in enkele jaren gegroeid tot een grote graad van heiligheid.

‘heiligen voor elke dag’ orth klooster Den Haag

 

78bf445cfe285a69cffdea61c08d337e.jpg

 

 

Gregorius de Grote : “Maar hun ogen waren bevangen, zodat ze Hem niet erkenden”

border123.jpg

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar 

Homilie 23 over het Evangelie

Gregorius de grote8.jpg

“Maar hun ogen waren bevangen, zodat ze Hem niet erkenden”

Beste broeders en zusters, zojuist hebt u gehoord dat twee leerlingen van Jezus onderweg waren en dat ze over Hem spraken zonder in Hem te geloven. De Heer is verschenen, zonder zich echter aan hen te tonen in een vorm waardoor ze Hem konden herkennen. De Heer heeft dus uiterlijk, voor de ogen van het lichaam gerealiseerd, wat zij slechts met de ogen van het hart konden waarnemen. Innerlijk hielden de leerlingen van Hem en tegelijkertijd twijfelden ze; uiterlijk verscheen de Heer aan hen zonder te tonen wie Hij was. Aan hen die met Hem spraken, bood Hij zijn aanwezigheid aan; maar aan hen die twijfelden over Hem, verborg Hij zijn bekende kentekenen, waardoor ze Hem hadden kunnen herkennen. Hij wisselde enkele woorden met hen, verweet hun traagheid van begrip, legde hun de mysteriën van de Heilige Schrift, die Hemzelf betroffen, uit. En toch bleef Hij in hun hart een vreemde, door het gebrek aan geloof; Hij deed dus of Hij verder ging… De Waarheid, die eenvoudig is, heeft niets gedaan met die dubbelhartigheid, maar heeft zich gewoon in zijn lichaam laten zien aan deze twee leerlingen, zoals de waarheid in hun geest was.

Door deze beproeving wilde de Heer zien of zij die nog niet van Hem als God hielden, tenminste in staat waren om van Hem te houden als vreemdeling. De Waarheid liep met hen mee; zij konden dus geen vreemdelingen blijven voor de liefde: zij hebben Hem hun gastvrijheid aangeboden, zoals men dat voor een reiziger doet. Waarom zeggen we overigens dat zij het aangeboden hebben, terwijl er geschreven staat: “Zij drongen sterk bij Hem aan”. Dat voorbeeld toont ons goed dat we niet alleen gastvrijheid moeten aanbieden aan de reizigers, maar moeten blijven aandringen.

De leerlingen maakten dus de tafel klaar, boden te eten aan; en God die ze niet hadden herkend bij de uitleg van de Heilige Schrift, herkenden ze aan het breken van het brood. Dus niet door het horen van de geboden van God werden ze verlicht, maar door ze in de praktijk te brengen

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Kopie van gebedenbundel2.jpg

Germanus van Trier

holy_cross.gif

Heiligenleven

De heilige Germanus van Trier

Germanus van Trier25.jpg

Germanus van Trier wordt vermoord

De heilige Germanus was de zoon van een rijke senator van de stad Trier. Hij was wees en werd opgevoed in de huishouding van bisschop Modoald van die stad. Toen hij een jongeman van zeventien geworden was, deelde hij heel zijn bezit uit aan de armen en sloot zich aan bij een heilige kluizenaar, Arnulf, de voormalige minister van koning Dagobert en voormalig bisschop van Metz, die nu leefde op de Romberg (Remiremont) in Lotharingen. Tussen hen ontstond een diepe vriendschap en Arnulf wist de jonge Germanus te brengen tot de christelijke volmaaktheid.
Germanus had op zijn beurt weer grote invloed op zijn jongere broer Numerianus, en zij trokken samen naar het klooster dat zojuist gesticht was door een andere vriend van Arnulf, de heilige Romaric. Zij leefden daar volgens de regel van de heilige Columbanus‚ die bijzonder aanmoedigde tot harde ascese en het zoeken van vernederingen, om zo zichzelf steeds nauwer te verbinden met God.
Toen dit klooster te zeer onder invloed kwam van de adellijke beschermheren, die de monniken als een soort lijfeigenen gingen beschouwen, vertrokken de twee broers naar Luxeu, het klooster van de heilige Walberg. Deze erkende hun verdienste en zond hen naar Granfel, naar het nieuwe klooster dat gesticht was door Gondon, de hertog van de Elzas. Daar vandaan bestuurde Germanus nog twee andere kloosters, maar hij verbleef gewoonlijk in Granfel.
Hertog Bonifatius‚ de opvolger van Gondon, volgde een volkomen tegengestelde gedragswijze. Hij eiste de goederen van de kloosters op en verdrukte de arme bevolking. Germanus klaagde niet over de vervolging van de monniken, maar kwam wel telkens pleiten voor de belangen van de verdrukte bevolking. Dit verdroot de hertog, maar hij durfde niet openlijk tegen de geliefde abt op te treden. Daarom verzoende hij zich in het openbaar met hem, en beloofde zijn leven te beteren. Maar toen Germanus op de terugweg was naar het klooster, liet hij hem door een troep soldaten opwachten en met lansen doorsteken, in 666.

Heiligenlevens voor elke dag – orth klooster DenHaag

 

ornament4.jpg

Paasboodschap van de Patriarch

 

Paasboodschap van  Patriarch Bartholomeüs

border047.jpg

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP
VAN CONSTANTINOPEL – NIEUW ROME
EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN HEEL DE KERK GRATIE, VREDE EN GENADE
DOOR DE GLORIERIJK VERREZEN CHRISTUS

 

Geliefde broeders in de verrezen Heer,
“In de wereld zullen jullie verdriet hebben, maar heb goede moed want ik heb de wereld overwonnen”, verzekert aan alle generaties de Heer die door de dood de dood vertrappeld heeft. Christus is verrezen! Ook wij verkondigen het aan allen die ver en dichtbij zijn vanuit deze heilige
gaard van het kruis en verdriet van deze wereld, maar ook de gaard van de verrijzenis; van de stad van Constantijn, vanwaar wordt verkondigd dat het leven heerst, het leven dat elke soort van verval vernietigt, ook het verval van de dood.
De Heer waarschuwde zijn leerlingen meermaals over het leed van henzelf maar ook van iedereen die in Hem gelooft, echter met een kenmerkend detail: “gij zult wenen en weeklagen, terwijl de wereld zich zal verheugen. Gij zult bedroefd zijn, maar uw droefenis zal in vreugde verkeren.” Deze verrijzenis- en bovenwereldse vreugde werd eerst beleefd door de zeer vroeg naar het Graf van de Levensschenker gekomen Myrondraagsters door de korte groet van de Heer: “Verheug u”.
Dezelfde verrijzenisvreugde die wordt beleefd door de Kerk van Constantinopel verkondigt zij vandaag stellig: “Dit is de dag des Heren, laten we ons op deze dag verblijden en verheugen”. De laatste vijand, de dood, het verdriet, de problemen, het verval, de kommer, de beproeving, worden nu vernietigd door de Overwinnaar en Theantropische Heer. We leven echter in een wereld waarin de media voortdurend onaangename informatie overmaken aangaande terroristische acties, oorlogen hier en daar, verwoestende natuurfenomenen, problemen ten gevolge van religieus fanatisme, honger, over het immigrantenprobleem, ongeneeslijke ziekten, armoede, psychologische onderdrukking, een gevoel van onveiligheid en andere ongewenste situaties.
Tegenover deze “kruisen” die de mensen met beklag moeten dragen, komt onze Orthodoxe Kerk om ons er aan te herinneren dat we vreugdevol kunnen zijn, omdat onze leider, Christus, er de overwinnaar van is, en Hij is de drager van de vreugde, die alles en iedereen verheugt. Onze vreugde is gebaseerd op de zekerheid van de overwinning van Christus. We hebben de absolute zekerheid, dat het goede de overwinnaar is, omdat Christus in de wereld is gekomen om te
overwinnen. De wereld waarin we eeuwig zullen leven is Christus: het licht, de waarheid, het leven, de vreugde, de vrede.
De Orthodoxe Kerk, ondanks haar alledaagse kruis en kommer, beleeft enkel en alleen het feit van de vreugde. Ze beleeft reeds in het hier en nu het Rijk Gods. Vanuit dit heilig centrum van de Orthodoxie, vanuit de schoot van de Fanar, verkondigen we tijdens deze stralende nacht, dat het einde maar ook het vervolg van het kruis en van de kommer, en de stopzetting van elke menselijke  pijn en beproeving, de volgende verzekering van de Heer is: “Ik zal u niet verweesd achterlaten”.“Ziet, ik ben met u alle dagen tot aan de voleinding der wereld”. Iedereen moet dit bericht horen, de moderne mens moet het horen om zichzelf te laten en samen met Christus verder te wandelen.
Inderdaad, Hem zelfs naast zich te zien. En hij zal Hem zien, alleen wanneer hij Zijn Woord hoort en onderhoudt. Dit bericht van de overmeestering van het leven bovenop de dood, van de overwinning van het licht van de paaskaars op de duisternis van de wanorde, en van de beëindiging van het verdriet en de problemen door het nooit ondergaande licht, verkondigt het Oecumenisch Patriarchaat aan heel de wereld en het nodigt alle mensen uit om het te beleven. Het roept hen om met geloof en hoop tegenover de Verrezen Christus te staan, tegenover het mysterie van het leven; het roept hen om te vertrouwen op de Verrezen Heer die heel de schepping in handen heeft, de Heer van de vreugde en blijdschap.
Christus is dus verrezen, broeders! Dat de Gratie en oneindige Genade van onze Heer die heerst over leven en dood zij met u allen.

Fanar, Heilig Pasen, 2017
Bartholomeüs van Constantinopel
De voor u allen vurig smeker
tot de Verrezen Christus

 

border0001.jpg

Chrysostomos joh. : “Ga de vreugde van de Meester binnen “(Mt 25,23)

Jezus christos NICA.jpg

Een homilie toegekend aan H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), priester te Antiochië, daarna bissc hop van Constantinopel, kerkleraar

Orthodoxe Paasliturgie

yekst chrysostomos joh.jpg

“Ga de vreugde van de Meester binnen “(Mt 25,23) 

Dat ieder toegewijd mens en vriend van God zich verheuge over dit mooie en lichtende feest! Dat iedere trouwe dienaar met blijdschap de vreugde van zijn Heer binnen moge gaan! (Mt 25,23) Dat hij, die de zware last van het vasten heeft gedragen, nu komt om zijn beloning te ontvangen. Dat hij, die gewerkt heeft vanaf het eerste uur, het terechte salaris mag ontvangen (Mt 20,1v). Dat hij die vanaf het derde uur is gekomen, dit feest mag vieren met dankzeggingen. Dat hij die na het zesde uur is gekomen geen vrees moge hebben, hij zal niet achter worden gesteld. Als iemand getreuzeld heeft tot aan het negende uur dat hij zich niet zal schamen over zijn lauwheid, want de meester is gul, Hij ontvangt de laatste als de eerste…, Hij is barmhartig voor hem en vervult hem. Hij geeft aan de een en dankt de ander…

Ga dus zo binnen in de vreugde van de Meester! Eersten en laatsten…, rijken en armen…, waakzamen en luien…, u die gevast hebt en u die niet gevast hebt, verheug u vandaag. Het feestmaal is gereed, kom allen (Mt 22,4). Het vetgemeste kalf wordt opgediend, dat niemand hongerig de deur uitgaat. Verheug u allen over het geloofsmaal, kom putten uit de schat van barmhartigheid. Dat niemand zijn armoede betreurt, want het Koninkrijk is voor allen verschenen; dat niemand zich beklaagt over zijn fouten, want de vergiffenis is uit het graf opgesprongen; dat niemand de dood vreest, want de dood van de Verlosser heeft ons ervan bevrijd. Hij, die door de dood werd omhelsd, heeft de dood vernietigd. Hij, die in de hel was afgedaald, heeft de hel leeggeplunderd …

Jesaja had het voorzegd toen hij zei: “Het dodenrijk beneden is druk in de weer om u te ontvangen” (14,9). De hel is gevuld met bitterheid…, want hij werd overmeesterd; vernederd, want hij werd ter dood veroordeeld; hij viel in duigen, omdat hij werd vernietigd. Hij bemachtigde een lichaam en bevond zich tegenover God; hij heeft de aarde vastgegrepen en heeft de hemel ontmoet; hij nam wat hij zag, en hij is gevallen door de Onzichtbare. “O dood, waar is je angel? Hel, waar is je overwinning?” (1Kor 15,55). Christus is verrezen en jij werd overmeesterd! Christus is verrezen en de demonen zijn gevallen. Christus is verrezen en de engelen zijn vol vreugde! Christus is verrezen en zie dat het leven regeert! Christus is verrezen en er zijn geen doden meer in de graven, want Christus, die uit de doden is verrezen, werd de eerste van hen die zijn ingeslapen. Aan Hem de glorie en de kracht in de eeuwen der eeuwen! Amen.

http://www.dagelijksevangelie.org

be08ffcab2454977617e937fcb648d00.jpg