andreas van creta : “Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

 

2cddca68bed61292b54a0e12e878c504.jpg

 

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop 

Grote canon van de orthodoxe liturgie voor de veertigdagetijd, 1ste ode

Andreas aartsbisschop van Creta.jpg

Andreas van Creta

 

“Ik verga hier van de honger. Ik ga weer naar mijn vader”

Waar moet ik beginnen mijn levenswerken te bewenen?

wat zullen de eerste tonen van dit treurlied zijn?
Ach Christus, schenk mij, in uw barmhartigheid, vergeving van zonden.

Zoals de pottenbakker de klei kneedt,
zo hebt U, mijn Schepper, mij vlees en botten, adem en leven gegeven.
Heer die mij hebt geschapen, mijn rechter en mijn Verlosser,
breng me vandaag naar U terug.

Ach, mijn Verlosser, voor u beleid ik mijn zonden.
Ik ben gesneuveld door de slagen van de Vijand,
en zie hier de verwondingen waarmee mijn moordende gedachten, als rovers,
mijn ziel en mijn lichaam hebben omgebracht.

Ik heb gezondigd, Verlosser, maar ik weet, U houdt van de mens.
U straft ons met uw tederheid
en uw barmhartigheid is verschroeiend.
U ziet mijn tranen en U komt naar me toe
zoals de Vader zijn verloren zoon verwelkomt.

Ach mijn Verlosser, vanaf mijn jeugd heb ik uw geboden geminacht.
in hartstocht en onwetendheid heb ik mijn leven doorgebracht.
Nu roep ik U aan: redt mij, voordat de dood komt…

Het erfdeel van mijn ziel heb ik verkwist in leegte
Ik beschik niet over de vruchten van ijver, maar ik heb honger.
Ik schreeuw: Vader vol van tederheid, kom tot mij, neem mij op in uw barmhartigheid.

Die door de rovers werd mishandeld,
dat ben ik, te midden van de dwalingen van mijn gedachten.

Ze slaan mij, ze verwonden mij.
Maar buig U over mij, Christus Redder, en genees me.

De priester zag me en keerde zich af.
De leviet zag me, naakt en lijdend, maar ging ook voorbij.
Maar U, Jezus geboren uit Maria, U blijft staan en U redt mij…

Ik werp me aan uw voeten, Jezus,
Ik heb gezondigd tegen uw liefde.
Verlos mij van deze te zware last
en ontvang me in uw barmhartigheid

Vonnis mij niet,
onthul niet mijn daden,
breng mijn motieven en verlangens niet aan het licht,
maar sluit, in uw ontferming, oh Almachtige,
uw ogen voor wat ik misdeed, en redt mij.

De tijd van berouw is gekomen. Ik kom tot U.
Verlos mij van de zware last van mijn zonden
en schenk mij, in al uw tederheid, tranen van berouw.

 

banner258.jpg

http://www.dagelijksevangelie.org

Heiligenleven : Polycarpus van Smyrna

banner47.jpg

Heiligenleven

Heilige Polykarpos van Smyrna

 

polycarpos.jpg

 

De heilige Polykarpos, bisschop van Smyrna, was samen met de Godsdrager Ignatios leerling van de apostel Johannes. Hij was geboren in de gevangenis van Efese, waar zijn ouders direct na zijn geboorte als christen ter dood werden gebracht. Een christen weduwe, Kallistis, voedde hem op en gaf hem de naam van zijn vader, Pankratios. Hij leerde van haar milddadig te zijn voor de armen, maar in jeugdige onbesuisdheid had hij eens de gehele wintervoorraad weggegeven. Niet onbegrijpelijk was zijn beschermster toen in alle staten, maar de jongen ging naar de ledige schuur, bad vurig tot God, en de volgende dag was de schuur weer gevuld als tevoren. Toen de weduwe dit wonder zag, noemde ze de jongen voortaan Polykarpos om de rijke vrucht die hij gebracht had.

Toen hij 25 jaar oud was, kwam de grote apostel Johannes in de stad wonen. Met zijn vrienden Ignatios en Boekolos ging hij naar hem toe om alles over Christus te horen, en zij bleven bij hem. Toen Johannes naar Patmos verbannen werd, wijdde hij Boekolos tot bisschop van Smyrna en gaf hem Polykarpos mee als metgezel, terwijl Prochoros met Johannes meeging.
Na de dood van Boekolos werd Polykarpos op zijn beurt bisschop van Smyrna. Ook hier toonde hij steeds opnieuw zijn oude vrijgevigheid en hij won de algemene liefde door zijn vaderlijke zorg voor armen en rechtenlozen‚ en daaronder vooral de martelaren. Toen de vervolging opnieuw in alle hevigheid losbrak, presten de gelovigen hun bisschop zich buiten de stad in veiligheid te brengen op een klein landgoed. Daar bad hij dag en nacht voor allen en voor alle kerken ter wereld, zoals hij gewoon was. In een droom voorzag hij dat hij de vuurdood zou sterven, en toen dan ook enkele jongens uit de omgeving aangehouden en gemarteld waren om zijn verblijfplaats te verraden, verschool hij zich niet langer maar ging naar de soldaten die gestuurd waren om hem gevangen te nemen. Dezen verbaasden zich dat zij uitgezonden waren tegen zulk een eerbiedwaardige grijsaard, want Polykarpos was 86 jaar en hij toonde een grote gemoedsrust. Hij liet de groep een maaltijd voorzetten en vroeg verlof om intussen zijn gebeden te doen.
Staande bad hij toen gedurende twee uur met luide stem voor allen die hij ooit gekend had, kleinen en groten, aanzienlijken en verachten‚ en voor heel de katholieke kerk over heel de wereld. Op een ezel werd hij daarna naar de stad gebracht. De vervolger kwam hem in een rijtuig tegemoet, liet hem naast zich plaatsnemen en poogde hem met allerlei argumenten over te halen om te offeren voor de goddelijke keizer, maar toen Polykarpos weigerde, werd hij uit de wagen geworpen, zodat hij met een gewond scheenbeen verder naar het stadion moest lopen.
Toen de proconsul er bij hem op aandrong Christus te vervloeken om vrijgelaten te worden, antwoordde Polykarpos: ‘Zes en tachtig jaar dien ik Hem en Hij heeft mij geen enkel onrecht aangedaan; hoe kan ik dan mijn Koning vervloeken?’ Daarna werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Een heraut maakte dit in het stadion bekend, en heel het opgehitste volk trok erop uit om overal brandhout bij elkaar te grijpen uit badhuizen en werkplaatsen, zodat er in een minimum van tijd een grote brandstapel was opgericht. Op zijn verzoek werd Polykarpos niet aan de paal vastgespijkerd, omdat hij beloofde te zullen blijven staan; wel bond men hem de handen op de rug.
Nadat hij zich met een plechtig gebed aan God had opgedragen, werd het vuur aangestoken, dat onmiddellijk met een geweldige vlam omhoog schoot. De vlammen stonden echter als een zeil om hem heen, en Polykarpos scheen zelf ongedeerd. De beul kreeg toen opdracht hem met een lans te doorboren. Polykarpos stierf, maar de stroom van zijn bloed doofde het vuur.
Dit is een samenvatting uit een uitvoerig ooggetuigenverslag, misschien de oudste martelaarsakte die tot ons gekomen is. Daarin wordt aangegeven dat zijn dood zou hebben plaatsgevonden op de 23e februari, maar tegelijk wordt die dag de grote sabbath genoemd.

 

st.Silouan the  Athonite.jpg

Efrem de Syriër : “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon over de Transfiguratie (toegekend) 1,3-4)

 

efrem de Syrier7.jpg

Efrem de Syriër

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

Hij zal hen de berg op leiden om hen de glorie van zijn goddelijkheid te laten zien en om aan hen te openbaren dat Hij de Verlosser van Israël was, zoals zijn profeten dat onthuld hadden … Zij hadden Hem zien eten en drinken, zich zien vermoeien en rusten, zien indutten en slapen, Hem bang zien worden tot zijn zweetdruppels bloed werden, allerlei zaken die nauwelijks in overeenstemmming leken met zijn goddelijke natuur, maar slechts met zijn menselijke. Daarom zal Hij hen de berg op leiden, opdat de Vader Hem “mijn Zoon” noemt en hen toont dat Hij werkelijk zijn Zoon was en dat Hij God was.

Hij zal hen de berg op leiden en hen zijn majesteit laten zien alvorens te lijden, zijn macht alvorens te sterven, zijn glorie alvorens te worden beschimpt en zijn eer alvorens tot schande te worden gemaakt. Op deze wijze zouden zijn apostelen begrijpen dat Hij, wanneer Hij gegrepen en gekruisigd zal zijn, dit niet geweest is uit zwakte, maar uit vrije wil en ermee instemmend voor de redding van de wereld.

Hij zal hen de berg op leiden en hen, alvorens te verrijzen, de glorie van zijn Goddelijkheid laten zien. Opdat zijn discipelen zouden getuigen dat hij, wanneer Hij zou opstaan uit de dood in de glorie van zijn Goddelijkheid, deze glorie niet ontving als beloning voor zijn lijden, alsof Hij die nodig had, maar dat deze Hem al ver voor de eeuwen toebehoorde, met de Vader en in de Vader, zoals Hij dat zelf zegt bij het naderen van zijn vrijwillige lijdensweg: “Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond” (Joh 17,5).

http://www.dagelijksevangelie.org