Heiligenleven : Polycarpus van Smyrna

banner47.jpg

Heiligenleven

Heilige Polykarpos van Smyrna

 

polycarpos.jpg

 

De heilige Polykarpos, bisschop van Smyrna, was samen met de Godsdrager Ignatios leerling van de apostel Johannes. Hij was geboren in de gevangenis van Efese, waar zijn ouders direct na zijn geboorte als christen ter dood werden gebracht. Een christen weduwe, Kallistis, voedde hem op en gaf hem de naam van zijn vader, Pankratios. Hij leerde van haar milddadig te zijn voor de armen, maar in jeugdige onbesuisdheid had hij eens de gehele wintervoorraad weggegeven. Niet onbegrijpelijk was zijn beschermster toen in alle staten, maar de jongen ging naar de ledige schuur, bad vurig tot God, en de volgende dag was de schuur weer gevuld als tevoren. Toen de weduwe dit wonder zag, noemde ze de jongen voortaan Polykarpos om de rijke vrucht die hij gebracht had.

Toen hij 25 jaar oud was, kwam de grote apostel Johannes in de stad wonen. Met zijn vrienden Ignatios en Boekolos ging hij naar hem toe om alles over Christus te horen, en zij bleven bij hem. Toen Johannes naar Patmos verbannen werd, wijdde hij Boekolos tot bisschop van Smyrna en gaf hem Polykarpos mee als metgezel, terwijl Prochoros met Johannes meeging.
Na de dood van Boekolos werd Polykarpos op zijn beurt bisschop van Smyrna. Ook hier toonde hij steeds opnieuw zijn oude vrijgevigheid en hij won de algemene liefde door zijn vaderlijke zorg voor armen en rechtenlozen‚ en daaronder vooral de martelaren. Toen de vervolging opnieuw in alle hevigheid losbrak, presten de gelovigen hun bisschop zich buiten de stad in veiligheid te brengen op een klein landgoed. Daar bad hij dag en nacht voor allen en voor alle kerken ter wereld, zoals hij gewoon was. In een droom voorzag hij dat hij de vuurdood zou sterven, en toen dan ook enkele jongens uit de omgeving aangehouden en gemarteld waren om zijn verblijfplaats te verraden, verschool hij zich niet langer maar ging naar de soldaten die gestuurd waren om hem gevangen te nemen. Dezen verbaasden zich dat zij uitgezonden waren tegen zulk een eerbiedwaardige grijsaard, want Polykarpos was 86 jaar en hij toonde een grote gemoedsrust. Hij liet de groep een maaltijd voorzetten en vroeg verlof om intussen zijn gebeden te doen.
Staande bad hij toen gedurende twee uur met luide stem voor allen die hij ooit gekend had, kleinen en groten, aanzienlijken en verachten‚ en voor heel de katholieke kerk over heel de wereld. Op een ezel werd hij daarna naar de stad gebracht. De vervolger kwam hem in een rijtuig tegemoet, liet hem naast zich plaatsnemen en poogde hem met allerlei argumenten over te halen om te offeren voor de goddelijke keizer, maar toen Polykarpos weigerde, werd hij uit de wagen geworpen, zodat hij met een gewond scheenbeen verder naar het stadion moest lopen.
Toen de proconsul er bij hem op aandrong Christus te vervloeken om vrijgelaten te worden, antwoordde Polykarpos: ‘Zes en tachtig jaar dien ik Hem en Hij heeft mij geen enkel onrecht aangedaan; hoe kan ik dan mijn Koning vervloeken?’ Daarna werd hij veroordeeld om verbrand te worden. Een heraut maakte dit in het stadion bekend, en heel het opgehitste volk trok erop uit om overal brandhout bij elkaar te grijpen uit badhuizen en werkplaatsen, zodat er in een minimum van tijd een grote brandstapel was opgericht. Op zijn verzoek werd Polykarpos niet aan de paal vastgespijkerd, omdat hij beloofde te zullen blijven staan; wel bond men hem de handen op de rug.
Nadat hij zich met een plechtig gebed aan God had opgedragen, werd het vuur aangestoken, dat onmiddellijk met een geweldige vlam omhoog schoot. De vlammen stonden echter als een zeil om hem heen, en Polykarpos scheen zelf ongedeerd. De beul kreeg toen opdracht hem met een lans te doorboren. Polykarpos stierf, maar de stroom van zijn bloed doofde het vuur.
Dit is een samenvatting uit een uitvoerig ooggetuigenverslag, misschien de oudste martelaarsakte die tot ons gekomen is. Daarin wordt aangegeven dat zijn dood zou hebben plaatsgevonden op de 23e februari, maar tegelijk wordt die dag de grote sabbath genoemd.

 

st.Silouan the  Athonite.jpg

Efrem de Syriër : “Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon over de Transfiguratie (toegekend) 1,3-4)

 

efrem de Syrier7.jpg

Efrem de Syriër

“Dit is mijn Zoon, de Welbeminde, in wie Ik mijn behagen heb gesteld”

Hij zal hen de berg op leiden om hen de glorie van zijn goddelijkheid te laten zien en om aan hen te openbaren dat Hij de Verlosser van Israël was, zoals zijn profeten dat onthuld hadden … Zij hadden Hem zien eten en drinken, zich zien vermoeien en rusten, zien indutten en slapen, Hem bang zien worden tot zijn zweetdruppels bloed werden, allerlei zaken die nauwelijks in overeenstemmming leken met zijn goddelijke natuur, maar slechts met zijn menselijke. Daarom zal Hij hen de berg op leiden, opdat de Vader Hem “mijn Zoon” noemt en hen toont dat Hij werkelijk zijn Zoon was en dat Hij God was.

Hij zal hen de berg op leiden en hen zijn majesteit laten zien alvorens te lijden, zijn macht alvorens te sterven, zijn glorie alvorens te worden beschimpt en zijn eer alvorens tot schande te worden gemaakt. Op deze wijze zouden zijn apostelen begrijpen dat Hij, wanneer Hij gegrepen en gekruisigd zal zijn, dit niet geweest is uit zwakte, maar uit vrije wil en ermee instemmend voor de redding van de wereld.

Hij zal hen de berg op leiden en hen, alvorens te verrijzen, de glorie van zijn Goddelijkheid laten zien. Opdat zijn discipelen zouden getuigen dat hij, wanneer Hij zou opstaan uit de dood in de glorie van zijn Goddelijkheid, deze glorie niet ontving als beloning voor zijn lijden, alsof Hij die nodig had, maar dat deze Hem al ver voor de eeuwen toebehoorde, met de Vader en in de Vader, zoals Hij dat zelf zegt bij het naderen van zijn vrijwillige lijdensweg: “Gij, Vader, verheerlijk Mij thans bij Uzelf en geef Mij de heerlijkheid, die Ik bij U had eer de wereld bestond” (Joh 17,5).

http://www.dagelijksevangelie.org

heiligenleven : de heilige Ethelbert van Kent

Heiligenleven

De heilige Ethelbert van Kent

ethelbert van Kent.jpg

 Ethelbert van Kent

 

De heilige Ethelbert, de heidense koning van Kent, was gehuwd met Bertha, de enige dochter van Caribert, de koning van Parijs. Een langdurige vrede van bijna een eeuw had Kent tot grote welstand gebracht, en het een macht verleend die ver uitging boven die van de andere Saksische vorstendommen. Daardoor werd Ethelbert vaak aangeduid met de algemene titel Koning van Engeland. Bertha had in haar gevolg de heilige bisschop Letard meegebracht, wiens gedachtenis eveneens vandaag gevierd wordt. Deze droeg de heilige Mysteriën op in een oude kerk, toegewijd aan de heilige Martinus, nabij Canterbury. Zijn voorbeeldig leven en de goedheid die van hem uitging, maakten grote indruk op de bevolking, en de vijandigheid tegen het christendom begon te verminderen. Ook de koning kwam in verschillende opzichten terug van zijn vooroordelen. Zo werd langzaamaan de bodem voorbereid voor de prediking van de heilige Augustinus, die enige tijd later in Kent kwam missioneren. Onder invloed van Bertha kwam Ethelbert tot bekering en hij verzaakte openlijk aan de afgodendienst. Hij bekeerde zich uit geheel zijn hart en werd een volkomen nieuw mens. Hij besteedde veel tijd aan het gezamenlijk gebed en de zorg voor de armen werd nu een van zijn voornaamste bezigheden. Veel heeft hij ook gedaan voor een rechtvaardige wetgeving, die nog lange tijd rechtsgeldig is gebleven.
In tegenstelling tot zoveel andere nieuw-bekeerde vorsten, wilde hij geen dwang uitoefenen op zijn volk om zijn voorbeeld na te volgen, maar hij gaf wel daadkrachtige steun aan de missionarissen en moedigde hen aan om op vreedzame wijze het Evangelie te verkondigen. Deze wijze van optreden won ook koning Sabert van het aangrenzende Oost-Saksen, en op diens grondgebied bouwde Ethelbert toen de eerste kathedraal van de heilige Paulos (in het huidige Londen). Verder bouwde hij in Canterbury de beroemde kathedraal, en nog verschillende andere grote kerken. Zijn paleis in Canterbury schonk hij aan de heilige Augustinus. Hij is als een heilige gestorven in 616. Hij was toen 56 jaar oud.

uit : heiligenleven voor elke dag. orth.klooster Den Haag

Isaak de Syriër : “Toen verliet de duivel Hem”

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische overwegingen 1ste serie, nr. 85
 
 

isaak de syrier5.jpg

 
“Toen verliet de duivel Hem”
    
 
 
  Evenals het verlangen naar het licht de gezonde ogen volgt, zo volgt ook het verlangen naar het gebed het vasten, dat gehouden wordt met onderscheidingsvermogen. Als een mens begint met vasten, wenst hij in de gedachten van zijn geest, één te worden met God. Het lichaam dat vast, verdraagt het immers niet om de hele nacht op bed te slapen. Als het vasten de mond van de mens verzegeld heeft, mediteert deze in een toestand van boetvaardigheid, zijn hart bidt, zijn gezicht is ernstig, de slechte gedachten verlaten hem; hij is de vijand van hebzucht en ijdele gesprekken. Men heeft nog nooit een mens, die beheerst werd door slechte verlangens, zien vasten met onderscheidingsvermogen. Het vasten dat met onderscheidingsvermogen geleid wordt, is een grote verblijfplaats dat al het goede beschermt…
      Want het vasten is een bevel, dat gegeven werd vanaf het begin van onze natuur, om het te beschermen tegen het eten van de vrucht van de boom (Gn 2,17), daar komt hetgeen ons misleidt vandaan… Daar is de Verlosser ook begonnen, Hij heeft zich aan de wereld geopenbaard in de Jordaan. Na de doop heeft de heilige Geest Hem de woestijn ingeleid, waar Hij veertig dagen en veertig nachten heeft gevast.
      Allen die op weg gaan om Hem te volgen, doen voortaan hetzelfde: op dat fundament zetten ze het begin van hun strijd, want dat wapen is gesmeed door God… En wanneer nu de duivel dat wapen in handen van een mens ziet, begint deze tegenstander en tiran bang te worden. Hij herinnert zich al snel dat hij verslagen werd door de Heer in de woestijn, hij herinnert het zich, en zijn kracht is gebroken. Hij kwijnt weg als hij het wapen ziet, dat ons gegeven is door Degene die ons in de strijd leidt. Welk wapen is het meest krachtig en doet het hart weer opleven in de strijd tegen de geesten van het kwaad?

 

zondag van de orthodoxie

ZONDAG VAN DE ORTHODOXIE

1e zondag van de Grote Vasten

H. Basiliosliturgie

 

 

zondag van de orthodoxie88.jpg

Zondag van de orthodoxie – herstel van de iconenverering

 

Eerste lezing : Hebr.11,24-26,32 – 12,2

Door het geloof heeft Mozes zelf, toen hij groot geworden was, geweigerd om door te gaan voor een zoon van de dochter van de farao. Hij wilde liever mishandeld worden met het volk van God dan voor korte tijd profiteren van de zonde. Voor hem was de smaad van de Messias kostbaarder dan al de schatten van Egypte, want hij hield het oog gericht op de komende beloning

En wat moet ik nog meer noemen? De tijd ontbreekt me om te verhalen van Gideon, Barak, Simson en Jefta, van David en Samuël en de profeten.

Kijk naar Jezus, de leidsman en voltooier van ons geloof. Omwille* van de vreugde die voor Hem in het verschiet lag, heeft Hij een kruis op zich genomen en de schande niet geteld: nu zit Hij aan de rechterkant van Gods troon.

EVANGELIE : Joh 1,43-51

. Jezus roept Filippus en Natanaël
De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen.Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.”Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.’