5e zondag in de vasten : Maria van Egypte

6873d30c8e0d59803701eb13d4173d85.jpg

 

Vijfde zondag in de Vasten

De heilige Maria van Egypte

Maria van Egypte met vita.jpg

 

Lezingen :

Hebr.9,11-14,4

 

De eredienst van het nieuwe verbond [11] Maar* nu is Christus gekomen, de hogepriester van de komende goede dingen. Hij is door een verhevener en volmaakter tent, die niet gemaakt is door mensenhand – dat wil zeggen: ze behoort niet tot onze geschapen wereld – [12] eens en voorgoed het heiligdom binnengegaan, en niet met het bloed van bokken en kalveren maar met zijn eigen bloed heeft Hij een eeuwige verlossing verworven. [13] Want als het bloed van bokken en stieren en het bestrooien met de as van een vaars de verontreinigden kan heiligen zodat zij uiterlijk rein worden, [14] hoeveel te meer dan het bloed* van Christus. Door de eeuwige Geest heeft Hij zichzelf aan God geofferd als een smetteloos offer, dat ons geweten zuivert van dode werken, om de levende God te dienen.

Marcus : 10,32-45:

Onderricht aan de twaalf apart [32] Ze trokken verder op hun weg naar Jeruzalem; Jezus ging voor hen uit. Ze waren ontdaan. Ook de mensen die volgden waren bang. Weer nam Hij de twaalf apart en begon hun te vertellen wat Hem zou overkomen: [33] ‘Kijk*, we gaan op naar Jeruzalem en de Mensenzoon zal overgeleverd worden aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, en ze zullen Hem ter dood veroordelen en overleveren aan de heidenen, [34] en zij zullen Hem bespotten, op Hem spugen, Hem geselen en ter dood brengen, en na drie dagen zal Hij opstaan.’ [35] Toen kwamen Jakobus* en Johannes, de zonen van Zebedeüs, bij Hem: ‘Meester, we willen U vragen iets voor ons te doen.’ [36] Hij vroeg hun: ‘Wat wil je dan dat Ik voor jullie doe?’ [37] Ze zeiden Hem: ‘Dat een van ons rechts en de ander links van U mag zitten, als U in uw heerlijkheid gekomen bent.’ [38] Maar Jezus zei hun: ‘Je weet niet wat je vraagt*. Kunnen jullie de beker* drinken die Ik drink, of gedoopt worden met de doop waarmee Ik gedoopt word?’ [39] Ze zeiden Hem: ‘Ja, dat kunnen wij.’ Jezus zei hun: ‘De beker die Ik drink, die zullen jullie drinken, en met de doop waarmee Ik gedoopt word, daarmee zullen jullie gedoopt worden, [40] maar rechts of links van Mij zitten – het is niet aan Mij om dat te vergeven. Dat wordt gegeven aan hen voor wie dat is weggelegd.’ [41] Toen de tien dat hoorden, ergerden ze zich aan Jakobus en Johannes. [42] Daarop riep Jezus hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat de erkende leiders van de volken heerschappij voeren over hen, en dat hun grote mannen hun gezag laten gelden. [43] Maar zo is het onder jullie zeker niet. Wie daarentegen groot wil worden onder jullie, moet jullie dienaar zijn; [44] wie onder jullie eerste wil zijn, moet slaaf van allen zijn. [45] Want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’

                       

maria van Egypte11.jpg

 Maria van Egypte en Zozima

Leven van Maria van Egypte

 

De heilige Maria van Egypte. Van haar wordt een uitvoerige levensbeschrijving gelezen in de Avonddienst van de 5e donderdag van de Grote Vasten (Triodion 3b, 283-305), geschreven door de heilige Sofronios, bisschop van Jeruzalem in de 7e eeuw. Het oudste bericht wordt aangetroffen in het leven van de heilige Kyriakos ( rond 500), die als eerste kluizenaar leefde in de overjordaanse woestijn. Twee van zijn leerlingen drongen eens diep in de woestijn door, en zagen de schim van een mens wegvluchten. Zij kwamen toen bij een grot waar een stem hen toeriep niet dichterbij te komen daar zij een vrouw was en geen kleren meer had. Op hun vragen noemde zij zich Maria, de grote zondares en publieke vrouw, die boete deed voor haar zonden.

De leerlingen vertelden het aan Kyriakos, keerden enige tijd later terug naar die grot en vonden haar gestorven. Zij haalden spaden om haar te begraven. Dit is een terloopse beschrijving binnen het leven van een andere heilige, maar het helpt ons om de tijd waarin zij leefde vast te stellen.

Haar eigen levensverhaal, dat we lezen in de Avonddienst van de 5e donderdag in de Grote Vasten, brengt natuurlijk veel meer bijzonderheden zoals zij die verteld had aan de monnik Zozima , nadat deze haar zijn kleed had afgestaan.

Maria was geboren op het platteland van Egypte, maar haar verhitte natuur dreef haar al op twaalfjarige leeftijd naar de grote stad, waar zij een onverzadigbaar wellustig leven leidde. Zij was niet berekenend en daardoor bleef zij arm, zodat zij in haar levensonderhoud moest voorzien door vlas te spinnen, de minst betaalde bezigheid. Na 17 jaar wilde ze daarom haar geluk elders beproeven en zij zag de kans naar Jeruzalem te komen. Ze kwam daar in september, de grote feesttijd van de Verheffing van het heilige Kruis, die daar natuurlijk met grote luister werd gevierd en uit nieuwsgierigheid wilde ze dat feest meemaken. Het was haar onmogelijk tussen de opdringende menigte de kerk binnen te komen, al liet zij zich heus niet zo gemakkelijk opzij duwen. Terwijl zij zich zo vergeefs uitputte, kwamen oude herinneringen in haar op, haar geweten ontwaakte en in een flits drong het tot haar door dat zij niet waard was het heilig Kruis te aanschouwen. Haar felle natuur kwam tegelijk tot een volledige ommekeer. Bij de icoon, die daar hing, smeekte zij de heilige Moeder Gods haar borg te zijn dat zij zich zou bekeren, als zij nu maar het kostbare levenschenkende Hout zou mogen aanschouwen. En toen dit inderdaad gebeurde, trok zij vandaar rechtstreeks naar de woestijn over de Jordaan om haar boeteleven aan te vangen.

Daar leefde zij 47 jaar onder de blote hemel, eerst van het weinige brood dat zij had kunnen meenemen, later van de planten die daar in het voorjaar groeien. Van haar kleren bleef langzamerhand niets over, zij ontmoette nooit enig dier, laat staan een mens. Zij had een harde strijd te voeren tegen haar ingeroeste gewoontes, zij snakte naar vlees, zij had een brandende behoefte aan wijn, maar had zelfs geen water te drinken. Ook de dubbelzinnige liedjes die zij gewoon was te zingen wilden maar niet uit haar gedachten. Maar dan weende zij van schaamte, sloeg zich op de borst en wendde zich uit alle macht tot de Moeder Gods die immers haar borg was geweest; en dan kwam zij langzaam tot kalmte en een mystiek licht omscheen haar van alle kanten.

Zo deed zij haar verhaal, ze baden samen en Zosima zag haar daarbij in de lucht zweven, zonder enige steun en los van de grond. Toen zond zij Zosima naar het klooster terug met de opdracht het volgend jaar, op de dag van het Laatste Avondmaal voor haar de heilige Communie gereed te houden. Terwijl hij die avond vol onrust op haar wachtte aan de oever van de Jordaan, zag hij haar over het water naar zich toelopen. Zij ontving de heilige Mysterieën en vroeg hem, haar het volgend jaar weer te komen opzoeken, diep in de woestijn. Zosima vond haar daar, gestorven, en hij begroef haar met behulp van een leeuw die plotseling was komen opdagen. Op de grond stond geschreven dat zij Maria heette en dat ze gestorven was op Goede Vrijdag, de 1e april, hetgeen wijst op het jaar 522 als het meest waarschijnlijke sterfjaar.

Maria van Egypte4.jpg

isaak de syrier : “Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

clip christus.jpg

Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel 

Geestelijke overwegingen, 1ste serie, nr. 58

 

isaak de Syrier.jpg

Isaak de Syriër

“Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?”

 

Aan de ene kant barmhartigheid, aan de andere kant het gewone gerechtelijke oordeel; wanneer deze twee in één en dezelfde ziel verwijlen, zijn zij als een mens die God en de afgoden aanbidt in één en hetzelfde huis. Barmhartigheid is het tegendeel van het gewoon gerechtelijke oordeel. Het zuiver gerechtelijke oordeel veronderstelt immers een gelijke verdeling van eenzelfde regel over iedereen. Het geeft eenieder wat hij verdient, niet meer dan dat; het neigt niet naar de ene, niet naar de andere kant, maakt in de vergelding geen onderscheid. Maar de barmhartigheid wordt gewekt door de genade en neigt naar eenieder met een zelfde genegenheid, zij weerhoudt zich van eenvoudige vergelding voor hen die straf verdienen en vervult hen die het goede verdienen boven elke maat.

De barmhartigheid staat dus aan de kant van de gerechtigheid, het gewoon gerechtelijke oordeel staat aan de kant van het kwaad… Zoals een zandkorrel niet evenveel weegt als een grote hoeveelheid goud, zo weegt Gods gerechtigheid niet evenveel als Zijn barmhartigheid. De zonden van al het vlees zijn als een handvol zand die in de oceaan valt, in vergelijking met Gods’ voorzienigheid en mededogen. Zoals een overvloedig stromende bron niet verstopt kan raken door een handje stof, zo kan de barmhartigheid van de Schepper niet overwonnen worden door de verdorvenheid van zijn schepselen. Degene die in gebed zijn wrok behoudt, is als een mens die zaait in zee, hopend daar te kunnen oogsten.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

Isaak de Syrier  TEKST.jpg

Profeet Jeremias

 

4f60f108360ab26e7f22b1377a1297e3.jpg

Heiligenleven

De heilige profeet Jeremias

jeremias profeet1.jpg

De heilige profeet Jeremia, een van de vier Grote Profeten. Hij was de zoon van de priester Chelkia uit Anatoth, geboren rond 650 vóór Christus, en profeteerde tijdens de regering van koning Josia en zijn opvolgers.
Tegen koning Jojakim profeteerde hij dat deze na zijn dood zou worden weggeworpen als een ezelsbegrafenis; daarom werd hij in de gevangenis geworpen, opdat het hem onmogelijk zou zijn om nog te schrijven. Maar toen dicteerde Jeremia zijn profetieën door de tralies heen aan Baruch, die ze optekende.
Naast het Boek der Profetieën schreef hij een bundel Klaagzangen. Ook schreef hij brieven naar de Joden die in slavernij verkeerden in Babylon‚ waarbij hij voorzegde dat het volk eerst na zeventig jaar zou terugkeren naar Jeruzalem.
Het leven van Jeremia toont op huiveringwekkende wijze het profetenlot: wat een mens die innerlijk verbonden is met God, op deze aarde moet ondergaan. Van nature was hij schuchter en teruggetrokken, maar door zijn goddelijke opdracht moest hij optreden tegen koningen, edellieden en opperpriesters. Terwijl er een oorlogssituatie bestond tussen lsraël en Babylon, moest Jeremia, in opdracht van God, onderwerping aan de vijand prediken, en aanvaarding van de nederlaag als straf van God voor de ontrouw waartoe het volk telkens opnieuw vervallen was. Het is niet verwonderlijk dat dit door zijn landgenoten werd gezien als defaitisme en verraad, en hij heeft daar dan ook telkens weer de gevolgen van moeten ondergaan: tegenwerking, mishandeling, gevangenschap en uiteindelijk de marteldood.
Maar tegelijk met zijn onheilsprofetieën heeft Jeremia ook het heil en de komst van de Messias verkondigd, waardoor de hoop levend bleef, óver het bittere lot van de ballingschap heen. Want het Verbond met de Gezalfde zal onverbrekelijk zijn, zoals de dag altijd weer volgt op de nacht.
Volgens een oude overlevering heeft hij, voordat de Tempel door koning Nabuchodonosor werd verwoest, de Ark van het Verbond verborgen in een spelonk van de berg Nabath‚ en deze is sindsdien onvindbaar gebleven. Jeremia werd gestenigd te Tafnis in Egypte, na de val van Jeruzalem in 587. De heilige Martelaar Batas, een perzische monnik, onthoofd te Nisibis in 364.

uit : heiligenlevens voor elke dag.orth.klooster Den Haag

 

0.jpg

heilige Makarios van Moscou

0df7c49dcfa3969d5bc6382ccb098d34.jpg

HEILIGENLEVEN

 

De heilige Makarios metropoliet van Moscou

 

30_dec_macarius_metropolitan_of_moscow_and_all_russia.jpg

De heilige Makarios (Makari), metropoliet van Moskou en geheel Rusland, 1482-1563, leefde op streng monastieke wijze, zoals hij het geleerd had in het klooster van de heilige Pafnutios in Borovsk. Toen hij 41 jaar was, werd hij archimandriet gewijd voor het Lusjetski-klooster en drie jaar later tot bisschop van Groot-Novgorod en Pskov, de oudste bisschopszetel van het Moskouse diocees.
De stad was 17 jaar zonder bisschop geweest en veel was er in het‚ ongerede geraakt. Hier kwam de grote organisatorische begaafdheid van Makari aan het licht. Ook zond hij missionarissen naar de nog heidense volkeren in het Noorden van Rusland. Door zijn vrome Ievenswandel genoot hij een met liefde aanvaard gezag in de kloosters van zijn eparchie‚ en hij wist hen ertoe te brengen overal het cenobitische leven in te voeren en gemeenschappelijke regels. Er werden kerken en refters gebouw voor de eredienst en de maaltijden.
Ook buiten de kloosters bevorderde Makari het godsdienstig leven. Tijdens zijn bestuur werden in Novgorod 40 kerken gebouwd of hersteld, want vele hadden van vuur te lijden gehad. Hij begon ook met de herziening van de kerkelijke boeken, en hij werkte aan de Minea (de dagelijkse viering van de heiligen met hun leven) van 1528 tot 1540.
Hij toonde grote toewijding bij de ongelukken die de stad troffen, epidemieën en langdurige droogte, leefde mee met ongelukkigen, rijk of arm en bracht geld bijeen om krijgsgevangen stadgenoten vrij te kopen. Zo won hij de genegenheid van zijn gelovigen. Ook de heilige Alexander Svirski had groot vertrouwen in hem, want Makari maakte grote reizen door zijn uitgestrekte diocees om overal een persoonlijk contact te hebben.
In 1542 werd de alom geëerde Makari gekozen tot metropoliet van Moskou en geheel Rusland. Onder zijn leiding begon een grote opbloei van het geestelijk leven. Er werden kerken gebouwd, heiligen gecanoniseerd en hun levens uitgegeven (meer dan in heel de voorafgaande tijd), nieuwe kloosters gesticht en de groei van de oudere aangemoedigd.
In 1547 was het de 65-jarige Makari die de eerste Tsaar van Rusland mocht kronen. Maar dat was ook het jaar van de catastrofale brand die Moskou teisterde. De metropoliet werd door het vuur overvallen in de kathedraal, tijdens de dienst. Het ademen werd al snel onmogelijk en ieder moest vluchten, maar ook buiten was er geen lucht om te ademen, zodat allen die in het altaar hadden gediend de verstikkingsdood stierven. Makari zelf, wiens ene oog verbrand was, kon nog in veiligheid gebracht worden door hem aan een touw naar beneden te laten, ofschoon het touw brak en de deerlijk gekwetste oude man met moeite weer tot bewustzijn gebracht kon worden. Hij werd verder in een van de weinige gespaarde kloosters verpleegd. Er waren 1700 personen in de vlammen omgekomen en nog een veel groter aantal had alles verloren.
Met grote energie nam Makari de wederopbouw ter hand. Maar zijn zorgen strekte hij uit over heel het Russische land. Overal waar nood heerste, wendde men zich tot hem voor hulp. Hij had de gave van een bijzonder scherpzinnig oordeel en tegelijk van wonderbare gebedsverhoringen. Er bestaan hierover nog vele verklaringen van ooggetuigen. Dit gaf hem veel gezag bij het verdedigen van de orthodoxie tegen verschillende ketterijen die in zwang waren. Tevens was Makari een begaafd iconenschilder. Tijdens zijn bestuur werd ook de boekdrukkunst in Rusland ingevoerd. Reeds in 1563, het sterfjaar van Makari, werd met de druk begonnen van de kerkelijk goedgekeurde uitgave van de Heilige Schrift. De eerste drukker was een geestelijke van de Heilige Nikolaas- kerk van het Kremlin.
In december 1563 werd Makari ziek, nadat hij kou had gevat tijdens een processie. Hij had graag naar het klooster van zijn intrede willen terugkeren voor zijn laatste levensdagen, maar liet zich door de tsaar overhalen in Moskou te blijven. Een starets van het Pafnuti-klooster kwam om hem bij te staan. Met Kerstmis ging hij sterk achteruit: hij kon niet langer meer lezen in het Evangelie, zoals hij dagelijks deed, en moest nu voorgelezen worden. In de vroege ochtend van 31 december, terwijl de klok geluid werd voor de Metten, stierf Makari. Tijdens de processie voor de begrafenis, straalde zijn onbedekt gelaat van licht, tot aller verwondering. Makari is plechtig heilig verklaard op het concilie van het Millennium, 1988.

uit : heiligenlevens voor elke dag : orth.klooster Den Haag

bijbeltekst.jpg

cyprianos

H. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
De weldaden van het geduld, 15-16 ; SC 291

 

Cyprianus-de-Carthago 58.jpg

Cyprianus van Carthago

“Maar Ik zeg u, geen weerstand te bieden aan het onrecht

 

 

“Verdraag elkaar in liefde, doe alles wat in uw macht is om de eenheid van geest te bewaren in de band van vrede” (Ef 4,3). Het is niet mogelijk de eenheid noch de vrede te bewaren als de broeders en zusters elkaar niet bemoedigen door een stilzwijgende ondersteuning, door de band van een goede verstandhouding dankzij het geduld…

Vergeef je broeder die in jouw ogen dingen fout heeft gedaan, niet alleen zeventig keer zeven, maar absoluut al zijn fouten. Hou van je vijanden, bid voor al je tegenstanders en je vervolgers – hoe moet je er komen als men niet sterk is in geduld en welwillendheid? Dat zien we bij Stefanus…: in plaats van te vragen om wraak, vraagt hij vergiffenis voor zijn beulen door te zeggen: “Heer, reken hun deze zonde niet aan” (Hand 7,60). Zie wat de eerste martelaar van Christus heeft gedaan…, die niet alleen verkondiger van het Lijden van Christus is, maar navolger van zijn zeer geduldige vriendelijkheid.

Wat te zeggen van de woede, van de onenigheid, van de rivaliteit? Ze hebben geen plaats bij een christen. Het geduld moet in zijn hart wonen; men zal er ook niet een van deze kwaden vinden… De apostel Paulus waarschuwt ons: “Bedroef Gods heilige Geest niet… Alle wrok, drift, woede, geschreeuw en gevloek, kortom: alle boosaardigheid moet bij u verdwijnen” (Ef 4, 30-31). Als de christen aan de dwalingen en de aanvallen van onze natuur ontsnapt, als aan een woeste zee, als hij zich vestigt in de haven van Christus, in de vrede en de rust, dan moet hij in zijn hart noch de woede, noch de onenigheid toelaten. Het is hem niet toegestaan om kwaad met kwaad te vergelden (Rm 12,17), noch om haat te koesteren.

http://www.dagelijksevangelie.org

 

 

http://www.dagelijksevangelie.org