Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilius de Grote: een bruggenbouwer

Basilios de grote  77.jpg

De monnik | Wie is Christus? | De botsing met de keizer | De zorg voor de armen | Zaken zijn zaken | Nieuwe verwikkelingen | Het dispuut over de Geest | De schepping | De cultuur

De monnik
Basilius leefde van 310 tot 379 n.Chr.. Hij werd geboren te Caesarea in Cappadocië (een streek in het huidige Turkije), als oudste zoon van een christelijk gezin. Zijn ouders hadden beiden vervolgingen meegemaakt, maar toch keerden zij zich niet tegen de ‘boze’ buitenwereld. Ze gaven Basilius daarentegen een brede vorming, dat wil zeggen dat hij zich bekwaamde in vele vormen van wetenschap. Hij raakte thuis in de platoonse, aristotelische en stoïcijnse denkwereld, en hij kwam in contact met tal van geleerden, onderzoekers, schrijvers en poëten.
Ondanks dit alles raakte Basilius onder de indruk van het ascetische ideaal. Dankzij de bisschop van Sebaste – Eustathius – trokken zijn oudere zus Macrina en zijn moeder zich na het overlijden van zijn vader terug in de eenzaamheid van arbeid en gebed. Ook Basilius maakte een radicale keuze. Hij wilde gehoor geven aan de roeping die losstaat van de wereldse ‘wijsheid’ en die zijn vorige leven volledig in de schaduw stelde. Hierbij riep hij de hulp in van monniken. Basilius raakte sterk onder de indruk van een leven van volmaaktheid door goederen aan de armen te geven en daardoor los te komen van de aardse verlokkingen. Hij maakte reizen naar Egypte, Palestina, Coële-Syrië en Mesopotamië. Tijdens deze reizen werd hij sterk aangesproken door de asceten die hij daar tegenkwam. Na thuiskomst liet Basilius zich dopen, om zich vervolgens bij zijn moeder en zus aan te sluiten in Annisi.
Basilius wilde Christus volgen door het kruis op te nemen en zichzelf te verloochenen. Dat betekende voor hem afstand doen van alles wat hem bond, dus ook de denkbeelden van zijn studie. De vraag blijft echter of Basilius ooit écht heeft gebroken met het denken van zijn verleden. Voor het monniken-ideaal waren er in de tijd van Basilius diverse voorbeelden, zoals de volgelingen van Antonius, van Pachomius en Eustathius. Basilius’ grote liefde betrof de natuur, de plek bij uitstek om tot rust te komen. Dit punt speelde een grote rol bij de totstandkoming van zijn gedachten met betrekking tot het leven van monniken, die hij op schrift heeft gesteld.

Lees verder Basilius de Grote : een bruggenbouwer

Basilios van Caesarea :”Jezus zei hun…altijd te bidden”

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Homelie 5

Basilios of_caesarea _de Grote.jpg

Basilios van Caesarea

 

“Jezus zei hun…altijd te bidden”

 

 

U moet uw gebed niet beperken tot een in woorden geformuleerde vraag. God heeft het immers niet nodig dat men Hem toespreekt; Hij weet, zelfs als we niets vragen, wat nuttig voor ons is. Wat valt er te zeggen? Het gebed bestaat niet uit formules; zij omvat het gehele leven. “Of u dus eet of drinkt, of wat dan ook doet, doe alles tot eer van God” (1Kor 10,31). Zit u aan tafel? Bid: door uw brood te nemen, dank Degene die het u heeft gegeven; als u uw wijn drinkt, herinner u dan Degene die u die gave heeft gegeven om uw hart te verblijden en uw ellende te verlichten. Als de maaltijd beëindigd is, vergeet dan niet de herinnering aan uw weldoener. Als u zich aankleedt, bedank dan Degene die het u gegeven heeft; als u uw mantel aantrekt, getuig dan van genegenheid voor God die ons kleding levert voor zowel de winter als de zomer, en om ons leven te beschermen.

Dank aan het einde van de dag, Degene die u de zon heeft gegeven voor het dagelijks werk en het vuur om de nacht te verlichten en om onze behoeften te voorzien. De nacht geeft u redenen tot dankbaarheid; door naar de hemel te kijken en door de schoonheid van de sterren te aanschouwen, bid dan tot de Meester van het universum die alles gemaakt heeft met wijsheid. Als u de gehele natuur ingeslapen ziet, aanbid dan nog steeds Degene die ons door de slaap van onze vermoeidheid ontlast en die ons door een beetje rust de energie aan onze krachten teruggeeft.

Zo zult u bidden zonder ophouden, als door de formules uw gebed onbevredigend is, blijft u daarentegen verenigd met God gedurende uw hele bestaan, door zo van uw leven een onophoudelijk gebed te maken.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

feest heilige apostel Andreas

kaart (153 x 90).jpg

FEESTDAG VAN DE HEILIGE APOSTEL EN EERSTGEROEPENE ANDREAS

Patroonfeest van de Orthodoxe kerk van Gent
Pontificale Goddelijke Liturgie voorgegaan door Metropoliet Athenagoras om 10.00u

 

 

Andreas 158.JPG

heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene der apostelen

 

Lezingen

Apostellezing : 1 Kor.4,9-16

Want ons, apostelen, heeft God volgens mij de minste plaats toegewezen, die van ter dood veroordeelden. Wij zijn een schouwspel geworden voor heel de wereld, voor engelen en voor mensen: wij zijn dwaas ter wille van Christus, en u bent zo verstandig in Christus! Wij zijn zwak, u bent sterk; u geëerd, wij geminacht.Tot nu toe lijden wij honger en dorst. Wij zijn naakt en krijgen slaag, wij zijn dakloos en matten ons af om met eigen handen de kost te verdienen. Worden wij uitgescholden, dan zegenen wij; worden wij vervolgd, dan verdragen wij het; op smaad antwoorden wij minzaam. Wij worden nog steeds behandeld als het schuim der aarde, als het uitvaagsel van de maatschappij. Niet om u beschaamd te maken schrijf ik dit, maar om u te vermanen als mijn dierbare kinderen. Misschien hebt u in Christus duizend opvoeders, maar veel vaders hebt u niet. Ik ben het die u door het evangelie in Christus Jezus heb verwekt. Ik mag u dus aansporen: neem een voorbeeld aan mij.

 

Evangelielezing : Joh.1,35-51

De eerste leerlingen De volgende dag was Johannes daar weer; twee van zijn leerlingen waren bij hem. Hij richtte zijn blik op Jezus, die daar langskwam, en zei: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen gaven gehoor aan zijn woord en volgden Jezus. Jezus keerde zich om, zag dat ze Hem volgden en sprak hen aan: ‘Zoeken jullie iets?’ Ze zeiden: ‘Rabbi (dat betekent: meester), waar houdt U uw verblijf?’ Hij antwoordde: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Ze gingen mee, en zagen waar Hij zijn verblijf hield. En ze verbleven die dag bij Hem. Het was ongeveer het tiende uur. Andreas, de broer van Simon Petrus, was een van die twee die naar Johannes hadden geluisterd en Jezus waren gevolgd. De eerste die hij ging opzoeken was zijn broer Simon. ‘We hebben de Messias gevonden!’ zei hij. (Messias betekent: gezalfde.) Daarop bracht hij hem bij Jezus. Jezus richtte zijn blik op hem en zei: ‘Jij* bent Simon, de zoon van Johannes; voortaan zul je Kefas heten.’ (Dat betekent: rots).
Jezus roept Filippus en Natanaël De volgende dag, toen Hij besloten had om naar Galilea te gaan, ontmoette Hij Filippus. ‘Volg Mij’, zei Jezus tegen hem. Filippus was afkomstig uit Betsaïda, de stad waar ook Andreas en Petrus vandaan kwamen. Filippus ging Natanaël opzoeken en zei tegen hem: ‘Degene over wie Mozes in de Wet en ook de profeten hebben geschreven, die hebben we gevonden: Jezus, de zoon van Jozef, uit Nazaret.’ ‘Nazaret?’ zei Natanaël. ‘Kan daar iets goeds vandaan komen?’ Maar Filippus hield vol: ‘Kom mee en je zult het zien.’ Jezus zag dat Natanaël naar Hem toe kwam en zei over hem: ‘Daar heb je een echte Israëliet, in wie geen oneerlijkheid is.’ ‘Waar kent U mij van?’ vroeg Natanaël. Jezus gaf hem ten antwoord: ‘Nog voordat Filippus je kwam roepen, toen je onder de vijgenboom* zat, had Ik je al gezien.’ ‘Rabbi,’ zei Natanaël, ‘U bent de Zoon van God, U bent de koning van Israël!’ Waarop Jezus zei: ‘Je gelooft dus omdat Ik zei dat Ik je gezien heb onder de vijgenboom? Je zult nog grotere dingen zien!’ En Hij voegde eraan toe: ‘Waarachtig, Ik verzeker jullie: je zult zien hoe de hemel* geopend is en Gods engelen opstijgen en neerdalen boven de Mensenzoon.

 

kerk van gent.jpg

22e zondag na Pinksteren

22e zondag na pinksteren

“Rijkdom en dwaasheid”

LEZINGEN

Galaten,6,11-18

[11] Zie met wat voor grote* letters ik* u nu eigenhandig heb geschreven. [12] De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. [13] Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.
[14] Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. [15] Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. [16] Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! [17] Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam.
[18] Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

EVANGELIE

Lucas 10,38-42;11,27-28

Bij Marta en Maria
[38] Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. [39] Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. [40] Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ [41] De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, [42] maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’
Gelukwensen
[27] Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ [28] ‘Inderdaad*,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.’

Gregorius van Nyssa :”Zalig jullie armen”

H. Gregorius van Nyssa (ca. 335-395), monnik en bisschop
De Zaligsprekingen 1

 

Gregor_von_Nazianz_der_Juengere741.jpg

 

“Zalig jullie armen”

 

 

Aangezien bijna alle mensen op natuurlijke wijze naar de trots worden gebracht, begint de Heer met de Zaligsprekingen door het oorspronkelijk kwaad van de zelfgenoegzaamheid te verwijderen en door aan te raden om de ware vrijwillige Arme, die werkelijk gelukkig is, na te volgen – door op Hem te lijken naar ons vermogen, door een vrijwillige armoede, om zo deel te hebben aan zijn zaligspreking, aan zijn geluk. “Die gezindheid moet onder u heersen welke ook Jezus Christus bezielde. Hij die bestond in goddelijke majesteit heeft zich niet willen vastklampen aan de gelijkheid met God: Hij heeft zich van zichzelf ontdaan en het bestaan van een slaaf aangenomen” (Fil 2,5-7).

Wat is er ellendiger voor God dan de gestalte van een dienstknecht aan te nemen? Wat is er geringer voor de Koning van het universum, dan onze menselijke natuur aan te nemen? De Koning der koningen en de Heer der heren, de Rechter van het universum betaalt belasting aan de keizer (1Tm 6,17; He 12,23; Mc 12,17). De Meester van de schepping omhelst deze wereld, gaat een grot binnen, vindt geen plaats in een herberg en neemt toevlucht in een stal, in gezelschap van redeloze dieren. Degene die zuiver en onbevlekt is neemt de zonden van de menselijke natuur op zich, en na al onze ellende te hebben gedeeld, gaat Hij door tot aan de ervaring van de dood. Beschouw de mateloosheid van zijn vrijwillige armoede! Het Leven proeft de dood; de Rechter is voor de rechtbank gesleept; de Meester van het leven van allen, onderwerpt zich aan de gezagsdragers; de Koning van de hemelse machten onttrekt zich niet aan de beulen. Naar dit voorbeeld, zegt de heilige Paulus, wordt nederigheid gemeten (Fil 2,5-7).

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

theodorus de Studiet

H. Theodorus de Studiet (759-826), monnik te Constantinopel
Klein Catechisme, nr 130

 

Theodoor stratilates.jpg

theodorus de studiet

Elk moment is gunstig

Broeders en zusters, er is een tijd van zaaien en een tijd oogsten, een tijd voor vrede en een tijd voor oorlog. Een tijd om bezig te zijn en een tijd voor vrije tijd (cf Pr. 3) Maar voor het heil van de ziel, is elk moment gunstig, en elke dag geschikt, als we dat tenminste willen. Laten we zo dus altijd op weg zijn naar het goede, het is gemakkelijk in beweging te zetten, vol van frisheid, door woorden in handelingen om te zetten. “Want, zegt de apostel Paulus, het zijn niet zij die luisteren naar de wet die rechtvaardig zijn in God’s ogen, maar zij die de wet in de praktijk omzetten, zijn rechtvaardigen” (Rom 2,13)… Is dit de tijd van de spirituele oorlog? Dan moet men met vuur vechten en de demonische gedachten, die in ons opkomen, met de hulp van God achtervolgen… Als integendeel, het tijd is voor de spirituele oogst, dan moet men oogsten met vuur en de voorraden van het eeuwig leven in de geestelijke voorraadschuren verzamelen…

Het is altijd tijd voor het gebed, tijd voor tranen, tijd voor verzoening na fouten, en tijd om zich te verheugen over het Koninkrijk des hemelen. Waarom aarzelen we desondanks? Waarom verzetten we het naar later? Waarom stellen we verbetering dag na dag uit? “Gaat deze wereld zoals we die zien, niet voorbij?” (1 Kor 7,31) … Zullen wij altijd blijven?… Maakt het voorbeeld van de tien verstandige meisjes ons niet bevreesd? “Daar komt de bruidegom, zegt het Evangelie, ga Hem tegemoet”. En de verstandige meisjes zijn Hem tegemoet gegaan met brandende lampen en ze zijn bij de bruidsvertrek binnengegaan; terwijl de dwaze meisjes die verlaat waren door de afwezigheid van goede werken, schreeuwden; “Heer, Heer, doe voor ons open”. Maar Hij antwoordde: “Ik zeg jullie in waarheid, ik ken jullie niet” en Hij voegde er aan toe: “Waak dus want u kent dag noch uur”. Men moet dus waken en de ziel wakker maken voor soberheid, berouw, heiligheid, zuiverheid, voor de verlichting, om te voorkomen dat de dood ons de deur sluit en dat er niemand is die voor ons open doet of ons helpt

bron : http://www.dagelijksevangelie.org