De nacht die ons bevrijdt van de slaap van de dood

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar

2e Homilie voor de Heilige Nacht; PLS 2, 549-552 ; Sermon Morin Guelferbytanus 5

De nacht die ons bevrijdt van de slaap van de dood

Laten wij waken, geliefden, want de herdenking aan Christus’ graflegging heeft geduurd tot deze nacht, om nog in deze nacht zelf tot de bekroning van de verrijzenis te komen naar het lichaam, dat toen, hangend aan het kruishout, werd bespot, maar dat nu in de hemel en op aarde wordt aanbeden. Die nacht behoort, zoals bekend, bij de volgende dag, de zondag, die wij beschouwen als de dag van de Heer. Hij moest vanzelfsprekend ’s nachts verrijzen, omdat Hij door zijn verrijzenis onze duisternis heeft verlicht… Zoals ons geloof, gesterkt door de verrijzenis van Christus, alle slaap verjaagt, evenals de nacht, verlicht door ons waken vervult zich met helderheid. Ze laat ons hopen, met de Kerk verspreid over de hele aarde, om niet meer door de nacht verrast te worden (Mc 13,33).

Bij veel volken waar dit feest, overal zo plechtig, verzamelt in de naam van Christus, is de zon ondergegaan – maar de dag is niet gevallen; de helderheid van de hemel heeft plaats gemaakt voor de helderheid van de aarde… Degene die ons zijn Naam heeft gegeven (Ps 29,2) heeft ook deze nacht verlicht. Degene tegen wie we zeggen “U verlicht mijn duisternis” (Ps 19,29) verspreidt zijn helderheid in onze harten. Zoals de verblinde ogen deze stralende toortsen schouwen, zo liet onze verlichte geest ons zien hoe lichtend de nacht is – deze heilige nacht waarin de Heer in zijn eigen vlees is begonnen aan het leven dat geen slaap en geen dood kent!

bron : dagelijksevangelie.org

 

 

Auteur: orthodoxeinformatiebron

Christiaan Biesbroeck Licentiaat Theologie