Heiligenleven De heilige Godelieve van Gistel

De heilige Godelieve van Gistel

 

Godelieve van Gistel78.jpg

 

Godelieve, afkomstig uit het slot Londesvoorde nabij Bonen (Fr.Boulogne),dochter van Hemfried, Heer van Wierre-Effroy was uitgehuwelijkt aan Bertolf,zoon van de kasteelheer van Gistel, die haar nog op hun bruiloft verstootte.Godelieve werd, mede onder impuls van haar schoonmoeder,door haar schoonfamilie mishandeld, uitgehongerd en zelfs gekerkerd. Godelieve kon ontsnappen en nadat haar vader ermee gedreigd had om Bertolf en diens familie over te geven aan de autoriteiten, deden zij alsof zij tot een ander inzicht waren gekomen en keerde Godelieve terug, maar kort daarop werd zij gedood.

Zij werd in een poel geworpen, nadat zij door bedienden van Bertolf wasgewurgd met een halsdoek. Godelieve werd daags na haar dood in de kerk van Gistel begraven.

Nog steeds is de rechterbeuk van de kerk in Gistel, de Godelievebeuk, volledig aan haar gewijd.

Godelieve had steeds haar huwelijk willen redden en bekommerde zich ook altijd om de armen en verschoppelingen. Na haar dood begon het volk haar weldra als een heilige te aanroepen en Bertolf kwam tot inkeer. Hij trok op boetebedevaart naar Rome en ging een tweede huwelijk aan me een zekere Ripsim.

Uit zijn tweede huwelijk kreeg Bertolf een blind dochtertje, Edith. Het kind werd genezen door de ogen te wassen met water uit de poel waarin het lijk van de gewurgde Godelieve was geworpen. Bertolf bekeerde zich nu oprecht en ging op kruistocht en werd monnik in de abdij van Sint-Winoksbergen. Zijn dochter richtte in Gistel een klooster op, de Abdij Ten Putte. Een tiental jaar na haar dood schreef geschiedschrijver Drogo, een monnik van de abdij van Sint-Winoksbergen, met grote nauwkeurigheid de Vita Godeliph (Leven van Godelieve). De Vita werd later aangevuld met bijzonderheden door onder anderen de zogenaamde Anonymus Ghistellensis, vermoedelijk een monnik van de Sint-Andriesabdij. Op 30 juli 1084, slechts 14 jaar na haar dood, werd zij door de bisschop van Doornik, Radbod II, heilig verklaard. Op deze plechtigheid in de kerk van Gistel, waren hoogwaardigheidsbekleders aanwezig zoals gravin Geertruida van Saksen, echtgenote van graaf Robrecht de Fries, de abt van Sint-Winoksbergen en talrijke geestelijken.

St.-Godelieve en Abdij Ten Putte

Godelieve werd geboren omstreeks 1050 in het huidige Wierre-Effroy (nabij Boulogne-sur-Mer in Noord-Frankrijk). Ze was van adellijke afkomst en werd uitgehuwelijkt aan Bertolf, de zoon van de kasteelheer van Gistel. Het huwelijk werd echter een mislukking. De moeder van Bertolf haatte Godelieve en hitste haar zoon op. Uiteindelijk liet Bertolf Godelieve vermoorden door twee knechten. Zij werd eerst gewurgd en daarna ondergedompeld in een waterpoel. Dit gebeurde in juli 1070. Gedurende haar korte leven was Godelieve een weldoenster voor de armen. Zij ontving hen en gaf hen te eten. Op 30 juli 1084 werd Godelieve heilig verklaard door Radbod II, bisschop van Doornik-Noyon.

Sint-Godelieve wordt aangeroepen tegen keel- en oogziekten en om de huiselijke vrede te bewaren of te herstellen. Haar feestdag wordt gevierd op 6 juli.

De typische attributen van Godelieve zijn de wurgdoek en de vier kronen. De wurgdoek verwijst uiteraard naar haar marteldood (de wurging). De vier kronen symboliseren de vier levensperiodes van Godelieve: haar maagdelijkheid (jeugd), haar huwelijk, haar verstoting en haar martelaarschap. Wellicht op het einde van de elfde eeuw werd op de plaats van de marteldood van Sint-Godelieve een abdij van benedictinessen gesticht. De abdij kende een grote bloei, maar werd in 1578 verwoest door de geuzen. De zusters moesten vluchten en stichtten in 1623 een nieuwe abdij in de Boeveriestraat te Brugge. In 1891 keerden een aantal zusters vanuit Brugge terug naar Gistel en namen hun intrek in de nieuwe kloostergebouwen, opgetrokken in neogotische stijl naar de plannen van architect baron J.B. Bethune. In 1934 kreeg de priorij de eeuwenoude titel van abdij terug. Vanaf 1952 werd de abdij grondig verbouwd en uitgebreid onder leiding van architect A. Degeyter. De vernieuwde abdijkerk werd ingewijd in 1962. In 1987 werd binnen de muren van de abdij het Sint-Godelievemuseum opgericht en in 1991 werd de Godelievezaal, een modern onthaalcentrum met cafetaria, geopend. In 2007 verhuisde de Gemeenschap Moeder van Vrede vanuit Meetkerke naar de abdij Ten Putte. De abdij Ten Putte wordt druk bezocht door bedevaarders en toeristen. In een fraaie koepelkapel staat de put met het miraculeuze water (1634).

Verder kunt u de abdijkerk, de devotiekapel, het Kraaikapelletje (op de motte), de gevangenis en de plaats met het Genadebeeld bezoeken. Vergeet ook niet het merkwaardige ‘hemd zonder naad’, dat volgens de legende gemaakt werd door Godelieve, te bezichtigen.

 

Cyrillus van Alexandrië : ik ben niet gekomen om de wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken

H. Cyrillus van Alexandrië (380-444), bisschop en kerkleraar

Homilie 12 ; PG 77, 1041v

CyrillusAlexandrie258.jpg

 

“Ik ben niet gekomen om de Wet op te heffen, maar om ze te vervolmaken”

We hebben gezien dat Christus gehoorzaamde aan de wet van Mozes, dat wil zeggen aan die van God, de wetgever, Hij onderwierp zich als een mens aan zijn eigen wetten. Dat is wat Paulus ons onderricht…: “Toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden” (Gal 4,4-5). Dus Christus heeft hen, die onderworpen waren aan de Wet, maar zich niet aan de Wet hielden, vrijgekocht van de vloek van de Wet. Op welke wijze heeft Hij ze vrijgekocht? Door deze wet te vervullen; anders gezegd, om de overtreding waaraan Adam schuldig was, uit te wissen, toonde Hij zich in onze plaats gehoorzaam en onderworpen aan God de Vader. Want er staat geschreven: “Zoals de overtreding van één enkel mens ertoe heeft geleid dat allen werden veroordeeld, zo zal de rechtvaardigheid van één enkel mens ertoe leiden dat allen worden vrijgesproken” (Rm 5,18). Met ons heeft Hij het hoofd gebogen voor de Wet en Hij heeft het gedaan volgens het goddelijk plan van de menswording. Immers “Hij moest de gerechtigheid volledig te vervullen” (cf Mt 3,15).

Na volledig de staat van een slaaf te hebben aangenomen (Fil 2,7), juist omdat de menselijke staat Hem tot hen rekende, die het juk droegen, heeft Hij aan de belastingontvangers de hoogte van de belasting betaald, zoals iedereen, omdat van nature en als Zoon, Hij er niet van was vrijgesproken (Mt 18,23-26). Dus als je ziet dat Hij zich aan de Wet houdt, wees dan niet gechoqueerd, reken Degene die vrij is niet tot de dienaren, maar zie in gedachten de diepte van een dergelijke bestemming.

bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

Andreas van kreta : Zie de koning komt naar je toe

H. Andreas van Kreta (660-740), monnik en bisschop
Homilie voor Palmzondag PG 97, 989-993

“Zie je koning komt naar je toe” (Za 9,9 ; Mt 21,5)

 

Andreas van Creta6.jpg

Andreas van Kreta

 

Kom, laten we samen de Olijfberg bestijgen en Christus tegemoet gaan, die vandaag uit Betanië terugkeert en zich vrijwillig begeeft naar het eerbiedwaardige en zalige lijden, om het mysterie van ons heil te voltooien. Hij gaat inderdaad vrijwillig de weg naar Jeruzalem, Hij die omwille van ons uit de hemel is neergedaald, om ons, die in de diepten neerlagen, tegelijk met zich te verheffen, “hoog boven alle heerschappijen, machten en krachten, en boven elke naam die genoemd wordt”, zoals de Schrift ons openbaart (Ef. 1, 21). Hij komt echter niet als iemand die uit is op eer en roem. “Hij roept niet, Hij schreeuwt niet, in de straten verheft Hij zijn stem niet” (Jes. 42, 2), maar Hij zal “zachtmoedig zijn en nederig” en bij zijn intrede in Jeruzalem stelt Hij zich bescheiden op.

Welaan dan, laten we samen optrekken met Hem die zich spoedt naar zijn lijden, en hen navolgen die Hem tegemoet trokken. Niet zo dat we olijftakken, mantels of palmtakken voor Hem op de weg uitspreiden, maar dat we onszelf; zoveel we kunnen, met een nederig gemoed en een zuivere intentie ter aarde werpen, om het Woord bij zijn komst te ontvangen (Joh 1,9). Zo wordt God die door niets omvat kan worden, door ons opgenomen.

Want Hij die zich jegens ons zo zachtmoedig getoond heeft, is de Zachtmoedige die de ellende ophief waarin wij, zoals de ondergaande zon in het westen, dreigden te verzinken (Ps 57,12), Hij verheugt zich erover tot ons te komen en met ons omgang te hebben, ons tot zich te verheffen en ons terug te voeren door zijn vereniging met ons.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

heilige Radboud

Sint Radboud

bisschop van Utrecht, pastor, geleerde, historicus, dichter en componist

Door prof.dr. A.G. Weiler

IRadboud van Utrecht1.jpg

Inleiding

 

Bronnen

Het leven en de werken van St. Radboud kennen we uit verschillende bronnen. Voor zijn historische levensbeschrijving is de belangrijkste bron de Vita sancti Radbodi, geschreven door een onbekende Utrechtse kanunnik, niet lang na 919 (volgens Stracke en Bruch), of tussen 962 en 975 (volgens Holder-Egger en Ahlers), d.w.z. tussen de datum van de keizerkroning van Otto I en die van de dood van Radbouds opvolger, bisschop Balderik van Utrecht. K. van Vliet pleit voor een datering na 964. In dat jaar liet bisschop Balderik relieken van St. Agnes vanuit Frankrijk naar Utrecht overbrengen; in de Vita wordt vermeld dat Radboud een visioen had van o.a. deze heilige. Een verband met de translatie van de relieken lijkt hier voor de hand te liggen.

Deze Vita Radbodi, die stoelt op de mondelinge traditie en op kennis van door Radboud zelfgeschreven teksten, is overgeleverd in drie versies: de lange, de korte en de verkorte. Lange tijd bestond er strijd over de vraag of de lange versie het dichtst bij de oorspronkelijke tekst stond, of de kortere versie. Deze kwestie is ten gunste van de lange versie beslist, stelt M. Carasso-Kok. Eerder waren Bruch en Stracke ook al die mening toegedaan. Ahlers neemt aan dat tussen de oorspronkelijke tekst en de bewaarde lange versie nog een Vorstufe bestaan heeft, die niet bewaard is gebleven. Ook de korte versie zou rechtstreeks op die Vorstufe teruggaan. Zij wijst voorts op een directe samenhang van de Vita Radbodi met de Vita Wironis, geschreven in St.-Odiliënberg, en de Vita Odulphi presbyteri, welk laatste geschrift eveneens tijdens het episcopaat van Balderik (918-975) tot stand kwam, en dat thuishoort in de zogenaamde Utrechtse school. De drie genoemde Vitae zijn alle onder andere overgeleverd in een Passionale, ofwel afkomstig uit het St.-Catharinaklooster te Muiden (Vita Odulfi, Vita Radbodi) ofwel uit het klooster St.-Maartensdal te Leuven c.q. het klooster der reguliere kanunniken te Keulen (Vita Wironis).

Hieronder wordt Radbouds levensverhaal weergegeven aan de hand van de ‘langere versie’ van zijn Vita. De overige bronnen komen terloops ter sprake. Ten slotte wordt aandacht geschonken aan zijn literaire nalatenschap. Het artikel bedoelt de historische gegevens aangaande St. Radboud bondig bijeen te plaatsen, en de lezer een handvat te bieden voor verdere studie.

Lees verder heilige Radboud

Begin van de veertigdagenvasten

VASTEN,GEBED EN LIEFDE

De periode van de vasten, van de veertig dagen die beginnen met Vergevingszondag, kan begrepen worden als een volmaakt unieke tijd, een tijd van voorbereiding tot het jaarlijkse Pasen van de lente, en daardoor, tot het eeuwige Pasen van de ‘doortocht’ ( dit is de letterlijke betekenis van het joodse woord Pasen-Pesah), van het bederfelijk leven naar het eeuwig leven, van het halfduister naar het licht, van de ballingschap in een verre wereld, deze van de zonde, naar het visioen van het ‘van aangezicht tot aangezicht’ in het Koninkrijk. Het programma van de Vasten dat de voortdurende ascese van gans het christelijk leven, bewust en verantwoordelijk samenvat en terug in herinnering brengt, is het antwoord op de drie bekoringen welke Christus in de loop van de veertig dagen heeft ondergaan in de woestijn ,en waarin Hij niet at en honger leed (Mt.4,3).

  Lees verder Begin van de veertigdagenvasten

Zenon van Verona : Hij had medelijden met hen

H. Zenon van Verona (?-ca 308), bisschop

Sermon De spe, fide et caritate, 9 ; PL 11, 278

 

zenon van verona.jpg

Zenon van Verona

“Hij had medelijden met hen”

Ach Liefde wat ben je mooi en rijk ! wat ben je krachtig! Degene die jou niet bezit, bezit niets. Jij hebt van God een mens kunnen maken. Jij hebt Hem zichzelf laten vernederen en zich een tijd van zijn onmetelijke Majesteit laten verwijderen. Jij hebt Hem negen maanden gevangen gehouden in de schoot van de Maagd. Jij hebt Eva genezen in Maria. Jij hebt Adam vernieuwd in Christus. Jij hebt het kruis voor het heil van de reeds verloren wereld voorbereid…

Ach Liefde, jij hebt er vrede mee om naakt te zijn, om daardoor iemand die naakt is te bekleden. Voor jou is de honger een overvloedige maaltijd, als een hongerige arme jouw brood gegeten heeft. Jouw rijkdom bestaat eruit, om alles wat je bezit te bestemmen voor de barmhartigheid. Jij laat niet tot je smeken. De onderdrukten red je zonder dralen, zelfs op eigen kosten, wat ook de ellende mag zijn, waarin ze ondergedompeld zijn. Jij bent het oog van de blinden, de voet van de manken, de trouwe beschermer van weduwen en wezen… Jij hebt je vijanden zo lief dat niemand het verschil onderscheidt tussen hen en je vrienden.

Jij, o Liefde, hebt de hemelse mysteriën met de menselijke zaken verenigd, en de menselijke mysteriën met de hemelse zaken. Jij bent de bewaakster van alles dat goddelijk is. Jij beheerst en beveelt alles in de Vader; jij bent de gehoorzaamheid van de Zoon; jij jubelt in de Heilige Geest. Omdat jij één bent in de drie Personen, kun je niet verdeeld worden… Ontspringend aan de bron, die de Vader is, stort je jezelf uit.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org