tweede zondag van de voorvasten : de verloren zoon

Tweede zondag van de voorvasten

“de verloren zoon”

 

 

verloren zoon789.jpg

De verloren zoon

 

 

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : 1 Kor.6,12-20 :

Het lichaam als tempel van de Geest
     ‘Alles is mij geoorloofd.’ Ja, maar niet alles is goed voor mij. ‘Alles mág ik.’ Ja, maar ik moet mij door niets laten knechten.  ‘Het voedsel is er voor de buik en de buik voor het voedsel, en God zal aan allebei een eind maken.’ Het lichaam is er echter niet voor de ontucht, maar voor de Heer, en de Heer voor het lichaam. God heeft niet alleen de Heer opgewekt, Hij zal ook ons laten opstaan door zijn kracht. U weet toch dat uw lichamen lichaamsdelen zijn van Christus? Zou ik dan van die lichaamsdelen van Christus lichaamsdelen van een hoer maken? Dat nooit! Of weet u niet dat hij die met een hoer omgang heeft, één met haar wordt? De Schrift zegt immers: Die twee zullen één zijn. Maar wie zich met de Heer verenigt, is met Hem één geest. Vlucht weg van ontucht. Elke andere zonde die een mens bedrijft, gaat buiten het lichaam om; maar de ontuchtige zondigt tegen zijn eigen lichaam. U weet het: uw lichaam is een tempel van de heilige Geest die in u woont, die u van God hebt ontvangen. U bent niet van uzelf. U bent gekocht en de prijs is betaald. Eer God dus met uw lichaam.

EVANGELIE : Lucas 15,11-32 :

Gelijkenis van een vader met twee zonen
     Hij zei: ‘Iemand had twee zonen. De jongste zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij mijn deel van de erfenis.” En hij verdeelde zijn vermogen onder hen. Niet lang daarna vertrok de jongste zoon met al zijn bezit naar een ver land, waar hij het verkwistte in een losbandig leven. Toen hij alles opgemaakt had, kwam er een zware hongersnood over dat land en ook hij begon gebrek te lijden. Hij zwierf rond tot hij in dienst trad bij een van de inwoners van dat land; die stuurde hem het veld in om varkens  te hoeden. Graag had hij zijn honger gestild met het voer dat de varkens aten, maar niemand gaf hem wat. Toen kwam hij tot zichzelf en zei: “Zoveel dagloners van mijn vader hebben brood in overvloed, en ik verga hier van de honger! Ik ga terug naar mijn vader. Ik zal hem zeggen: Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten, behandel me als een van uw dagloners.” En hij ging terug naar zijn vader. Toen hij nog ver van huis was, zag zijn vader hem al en werd ontroerd; snel liep hij op hem toe, viel hem om de hals en kuste hem. “Vader,” zei de zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u; ik ben het niet meer waard om uw zoon te heten.” Maar de vader zei tegen zijn slaven: “Haal vlug de mooiste kleren en trek ze hem aan, doe een ring aan zijn vinger en schoenen aan zijn voeten. Haal het gemeste kalf en slacht het; laten we eten en feestvieren, want mijn zoon hier was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.” En het feest begon.
     Maar zijn oudste zoon was nog op het land. Toen hij naar huis kwam, hoorde hij muziek en dans. Hij riep een van de knechten en vroeg wat er te doen was. Die antwoordde: “Uw broer is thuisgekomen en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht, omdat hij hem gezond en wel terug heeft.” Toen werd hij kwaad en hij wilde niet binnenkomen. Daarop kwam zijn vader naar buiten en probeerde hem tot andere gedachten te brengen. Maar hij gaf zijn vader ten antwoord: “Ik dien u nu al zoveel jaren en nooit heb ik een gebod van u overtreden, maar mij hebt u nog nooit een bokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. Maar nu die zoon van u is thuisgekomen, die uw vermogen met hoeren heeft verbrast, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” Maar hij zei : “Jongen, jij bent altijd bij me en alles wat ik heb is van jou. We moeten feestvieren en blij zijn, want die broer van je was dood en is weer levend geworden, hij was verloren en is teruggevonden.”

 

verlorenzoon.jpg

Ambrosius : De parabel van de wijngaard

H. Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en kerkleraar

De parabel van de wijngaard

Overweging over het Evangelie van Lucas, 9, 29-30

 

 

Ambrosius van Milaan 1.jpg

De wijngaard is een beeld van ons, omdat het volk van God geworteld is op de wijnstok van de eeuwige wijngaard, die oprijst boven de aarde. Uitgezet op onvruchtbare grond komt ze spoedig in de knop en komt tot bloei, weldra bekleedt ze zich met groen, al snel lijkt ze op het liefdevolle juk van het kruis, wanneer ze gegroeid is en wanneer haar uitgestrekte armen de wijnranken vormen van een vruchtbare wijngaard… Men heeft dus gelijk als men de wijngaard het volk van Christus noemt, hetzij omdat op hun voorhoofden een teken van het kruis wordt gezet (Ez 9,4), hetzij omdat het zijn vruchten oogst in het laatste seizoen van het jaar, hetzij omdat, evenals de rijen wijnstokken in een wijngaard, arm en rijk, nederig en machtig, dienaren en meesters, allen volmaakt gelijk zijn in de Kerk…

Wanneer men een wijnstok vastzet, richt ze zich weer op; als men het snoeit, dan is het niet om het te verminderen, maar om het te laten groeien. Zo is het ook voor het heilig volk: als men het vastbindt, bevrijdt het zich; als men het vernedert, richt het zich weer op; als men het snoeit, geeft men het als het ware een kroon. Nog beter: evenals de loot, die van een oude boom wordt genomen en op een andere wortel wordt geënt, zo zal ook het heilig volk… dat wordt gevoed door de boom van het kruis.. zich ontwikkelen. En de Heilige Geest stort zich uit in ons lichaam alsof Hij verspreid wordt over de ploegvoren van de aarde, en wast op deze wijze alles dat onrein is en richt onze ledematen weer op om ze op de hemel te richten.

De Wijngaardenier heeft de gewoonte om deze wijngaard te wieden, het vast te binden, het te snoeien (Joh 15,2)… Nu eens brandt Hij met de zon op de geheimen van ons lichaam en dan weer besproeit Hij het met regen. Hij houdt ervan om zijn terrein te wieden, opdat de doornstruiken de knoppen niet beschadigen; Hij waakt ervoor dat de bladeren niet teveel schaduw maken…, en zo het licht niet van onze deugden wegnemen, en het rijpen van onze vruchten niet verhinderen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

 

 De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

De fronten

De Cappadociërs situeren hun trinitarische godsconcepties tussen de godsconceptie van Arius / Eunomius en die van Sabellius. Hiermee zijn de fronten tevens gedefinieerd, namelijk het tritheïsme en het modalisme, d.w.z. (1) het bestaan van drie goden en (2) het bestaan van één God die afhankelijk van de situatie een ander masker opzet, namelijk dat van de Vader of van de Zoon of van de heilige Geest.

Lees verder  De triniteitsleer van de Cappadocische kerkvaders

Heilige Paraskeva

Heiligenleven

 

De Heilige Parascheva

 

 

Paraskeva_rond 1750 Ukraine.jpg

De heilige Parascheva

 

 

 

Elk jaar, op 14 oktober, herdenkt de orthodoxe kerk wereldwijd de Heilige Eerbiedwaardige Parascheva. Zij wordt, in het bijzonder, vereerd in de regio Moldavie uit Roemenie, waar haar relikwieen al meer dan 350 jaar worden bewaard te Iasi. Zij is een bron van zegen, spirituele en lichamelijke genezing voor ieder die Haar hulp vraagt tot de barmhartige Heer.

Heilige Eerbiedwaardige Parascheva heeft geleefd in de eerste helft van de elfde eeuw. De eerste roemeense schrift over haar leven vinden we in het Roemeense boek van geleerdheidvan de mitropoliet Varlaam uit Moldavie, te Iasi, 1643.

Zij is geboren te Epivata (vandaag Boiados), bij de Marmara zee, in de buurt van Constantinopol (later Istanbul), toendertijd hoofdstad van het byzantijnse rijk. Haar ouders, lieve en Godsvrezenden mensen, hebben haar geleerd te leven in Godsvrees en hebben haar in het bijzonder aangemoedigd om haar leven toe te wijden aan goede daden, vasten, gebeden en barmhartigheid.

Toen ze 10 was, heeft zij deze evangelie gehoord tijdens de Heilige Liturgie Hij die Mij wil volgen, laat alles achter, neem zijn kruis en volg Mij(Markus 8,34). De roeping tot de Heer was zo sterk in haar hart gekomen dat zij al haar kleren aan de armen heeft gegeven, tegen de wens van haar ouders. Alles wat ze heeft geerfd van haar ouders heeft zij gegeven aan de armen en is daarna weggetrokken van het dagelijks leven in het diepe wilderness. Zij is eerst gestopt in Constantinopol, bijgeleerd van monniken en nonnen en is toen naar de regio Pont gegaan. Zij is 5 jaar lang bij de klooster der Moeder Gods in Heracleea gebleven. Daarna is ze naar het Heilige Land vertrokken met de wens om de rest van haar leven te verblijven in de plekken waar onze Heer Jezus Christus en de Heilige Apostolen hebben geleefd. Ze is gebelven in een nonnen klooster in Jordaan, waar ze bad, vastte en groeide in haar geloof, net zoals Johannes de Doper en Heilgie Maria uit Egypte.

Lees verder Heilige Paraskeva

1e zondag van de voorvasten : zondag van de farizeeër en de tollenaar

 

1e zondag van de voorvasten

Zondag van de Tollenaar en de Farizeeër

 

farizeeer en tollenaar3.gif

 

Lezingen :

2 Tim.3,10-15

De taak van Timoteüs

[10] U echter bent mij trouw gevolgd in mijn leer, mijn manier van leven en mijn streven, in mijn geloof, geduld, liefde en volharding, [11] in de vervolgingen en in het lijden dat mij getroffen heeft in Antiochië, Ikonium en Lystra. Wat heb ik al niet moeten verduren! Maar de Heer heeft mij uit al die vervolgingen gered. [12] Trouwens, allen die in Christus Jezus vroom willen leven, zullen vervolgd worden, [13] terwijl booswichten en zwendelaars van kwaad tot erger vervallen: het zijn bedriegers die bedrogen worden. [14] Houd u dus aan de leer die u gelovig hebt aanvaard. U weet wie u onderricht hebben. [15] Van kindsbeen af kent u de heilige geschriften waaruit u de wijsheid kunt putten die u brengt tot de redding, door het geloof in Christus Jezus.

Evangelie :Lucas 18,10-14

Twee mensen gingen naar de tempel om te bidden, de een was een farizeeër, de ander een tollenaar. [11] De farizeeër ging daar staan en sprak in zijn gebed over zichzelf: “God, ik dank U dat ik niet ben zoals de andere mensen, hebzuchtig, onrechtvaardig en overspelig, of zoals die tollenaar daar! [12] Ik vast tweemaal per week en geef een tiende weg van al mijn inkomsten.” [13] De tollenaar daarentegen, die op een afstand bleef staan, durfde zelfs zijn ogen niet naar de hemel op te slaan. Hij sloeg zich vol berouw op de borst en zei: “O God, genade voor een arme zondaar!” [14] Ik verzeker jullie dat deze man gerechtvaardigd naar huis ging, en de ander niet. Want ieder die zich verheft zal vernederd worden, maar wie zich vernedert zal verheven worden.’

Daniël de styliet

Heiligenleven

 

Daniel de Styliet (409-493)

 

Daniël de styliet.jpg

Daniël de Styliet

 

Daniel werd geboren in 409 en trad al in het jaar 412 in een Syrisch klooster in toen hij nog maar twaalf jaar oud was. Hij bracht 25 jaar in dat klooster door. In die periode maakte hij voor het eerst kennis met Simeon, die toen als eerste een ascetisch leven op een pilaar leidde. Dit gebeurde tijdens een reis van een groep geestelijken, waaronder ook Daniel, die naar Antiochië moesten voor een kerkelijk overleg. De ontmoeting zou richtinggevend worden voor de rest van zijn leven.

Ascetische loopbaan

 In 446 werd Daniel tot abt van zijn klooster gekozen, maar hij deed dat ambt al heel snel over aan een ander en verliet zelf het klooster. Hij begon aan een vijf jaar durende tocht langs een reeks monniken en kluizenaars, waaronder opnieuw Simeon, bij wie hij twee weken verbleef. Hij probeerde op die manier te leren hoe men een echt ascetisch leven kon leiden, los van wereldse verlangens en ver van aardse genoegens.

Toen hij de leeftijd van 42 jaar had bereikt, ging hij op grond van een openbaring, zo vertelt ons zijn biograaf, naar de Constantinopel, de stad van de keizer. Hij sloot zich daar eerst negen jaar lang in een heidense tempel op, en stond daar alleen via een klein venster in contact met de buitenwereld. Hij deed dit bij wijze van oefening voor of voorbereiding op de ascetische inspanning die wilde gaan verrichten.

Hij was namelijk tot de overtuiging gekomen (op grond van goddelijke openbaringen, stelt de biograaf) dat hij de levenswijze van Simeon de Styliet moest navolgen. Hij liet vlakbij de hoofdstad een zuil plaatsen (eerst één, en daarna een zogenaamde dubbele zuil waarop hij iets meer ruimte had), en ging daarop leven. Hij zou er 33 jaar en drie maanden blijven, afgezien van een korte onderbreking aan het eind van zijn leven. Als men bedenkt hoe verzengend heet de zomers en hoe onbarmhartig koud de winters aan de Bosporus kunnen zijn, dan mag het een wonder heten dat Daniel, die elke dag 24 uur lang aan de elementen stond blootgesteld, toch nog 84 jaar oud is geworden. Ook hij had zich met ijzeren boeien laten vastketenen, en door het langdurige staan was na verloop van tijd het onderste deel van zijn voeten (of benen?) volkomen weggerot. Wel had hij, op aandringen van zijn volgelingen, een muurtje op zijn zuil staan dat hem tegen de ergste stormen en regenbuien enigszins beschermde.

Invloed

Daniel dankte zijn faam, afgezien van zijn bijzondere vorm van ascese, met name aan zijn effectieve voorbede, met name als het ging om genezingen van ziekte en bezetenheid. Het bijbelwoord ‘Het gebed van een rechtvaardige vermag veel’ (Jakobus 5: 16) zagen de inwoners van Constantinopel voor hun ogen in vervulling gaan. Het effect van zijn optreden moet overweldigend zijn geweest. Dagelijks verzamelden zich mensenmassa’s rond zijn zuil, op zoek naar genezing, exorcisme, voorbede, goede raad, en wat dies meer zij.

In 475 maakte Flavius Basiliscus (zwager van keizer Leo I, die in 474 werd opgevolgd door keizer Zeno) zich meester van de troon. Basiliscus was aanhanger van het miafysitisme, en tegenstander van de leer van het Concilie van Chalcedon, en de kerkelijke autoriteiten in Constantinopel maakten zich dan ook ernstige zorgen toen zijn heerschappij een feit was. Uiteindelijk wisten ze Daniel te bewegen zijn zuil te verlaten, en een soort rondgang door de stad te houden. De toeloop van belangstellenden was ongelofelijk: begrijpelijk, want normaliter was Daniel alleen boven op zijn zuil, dus slechts uit de verte en voor een gedeelte te zien, tenzij men de zuil wilde (en mocht) beklimmen. Daniel maande Basiliscus zich bij de Chalcedonische beslissingen neer te leggen, en maakte ook duidelijk dat hij weinig vertrouwen had in zijn regering. Basiliscus zou het volgende jaar inderdaad worden verslagen door Zeno, de keizer die hij had verjaagd.

Het bijzondere van Daniels lange verblijf op zijn zuilen in Constantinopel is dat hij niet alleen diepe indruk maakte op het vrome kerkvolk, maar ook op intellectuelen en magistraten, ja zelfs op diverse Byzantijnse keizers die hem in hun regeringsperiodes leerden kennen (met name Leo I, Zeno en Anastasius). Het is fascinerend (maar voor de moderne lezer ook enigszins onthutsend) te zien hoe deze oppermachtige keizers zo onder de indruk raakten van de extreme ascese van deze pilaarheilige, dat ze in talrijke politieke crises niets beter wisten te doen dan de wankele ladder die tegen Daniels pilaar aan stond te beklimmen en balancerend op de hoogste treden de heilige om advies of voorbede te vragen. Soms gingen de keizers zelfs zo ver dat ze zich voor de pilaar op de grond wierpen en hem om bijstand of vergeving smeekten. In menige crisissituatie heeft Daniel zo de politieke koers (inclusief die van de kerkpolitiek) van het Byzantijnse Rijk mede bepaald. Hij trad hierbij in het voetspoor van zijn leermeester Simeon, maar doordat hij zoveel dichter bij het centrum van de macht zat, was zijn invloed navenant veel groter.

Zijn immense prestige samen met zijn grote kerkelijke invloed maken Daniel volstrekt uniek onder de christelijke asceten van de oudheid.

Voortleven

Door een leerling is er een uiterst boeiende biografie van Daniel geschreven; we weten verder niets van de auteur, maar hij maakt duidelijk dat hij met name de laatste periode van Daniels leven persoonlijk als ooggetuige heeft meegemaakt. Deze levensbeschrijving is ook in het Nederlands beschikbaar.

Daniel wordt in de Rooms-Katholieke en Orthodoxe Kerken als heilige vereerd; zijn feestdag valt op 11 december.

Het volgende gebed, dat hij zou hebben uitgesproken alvorens zijn zuil te beklimmen, is van hem overgeleverd:

Ik geef U de eer, Jezus Christus mijn God, voor alle zegeningen waarmee U mij heeft bedacht, en voor de genade die U mij hebt verleend dat ik deze levenswijze tot de mijne mag maken. Maar Gij weet dat ik bij het bestijgen van deze zuil slechts op U alleen steun, en dat ik alleen van U een gunstige uitkomst van mijn voornemen verwacht. Aanvaard dan mijn voornemen en help mij deze wedloop te volbrengen en verleen mij de genade die in heiligheid te volbrengen.

(door Pieter W. van der Horst)

 

Augustinus : Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en kerkleraar
Sermon 43, 5-6 ; CCL 41, 510-511

 

augustinus van Hippo3.jpg

“Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen”

 

Wat is de goedheid van Christus groot! Petrus was visser, en nu verdient een spreker grote lof, als hij in staat is om zich als visser begrijpelijk uit te drukken. Daarom zegt de apostel Paulus tot de eerste christenen: “Denk aan uw eigen roeping, broeders en zusters. Naar menselijke maatstaf waren daar niet veel geleerden bij, niet veel machtigen, niet velen van hoge afkomst. Nee, wat voor de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat voor de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om het sterke te beschamen; wat voor de wereld van geringe afkomst is en onbeduidend, heeft God uitgekozen; wat niets betekent, koos Hij uit, om teniet te doen wat wel iets betekent” (1Kor1,26-28).

Want als Christus in de eerste plaats een spreker had gekozen, dan zou de spreker kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn welsprekendheid”. Als hij een senator was geweest, dan zou de senator kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn rang”. Als Hij een keizer had gekozen, dan zou de keizer kunnen zeggen: “Ik ben gekozen om mijn macht”. Dat die mensen zwijgen, dat ze even wachten, dat ze zich rustig houden. Ze zullen niet vergeten of verworpen worden, omdat ze zich kunnen verheerlijken om wat ze uit zichzelf zijn.

“Geef Mij deze visser, zegt Christus, geef Mij deze eenvoudige onopgeleide mens, geef Mij degene met wie de senator niet durft te spreken, zelfs niet wanneer hij vis van hem koopt. Ja, geef Mij die mens. Dan zal Ik hem vervullen, men zal duidelijk zien dat Ik alleen het ben die handel. Ik zal zeker ook mijn werk vervullen in de senator, de spreker en de keizer…, maar mijn handelen zal het meest duidelijk worden in de visser. De senator, de spreker en de keizer kunnen zich verheerlijken met wat zij zijn: de visser, alleen in Christus. Dat de visser hun de nederigheid komt onderrichten die door de redding wordt gegeven. Dat de visser als eerste doorgaat”

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org