Heilige Efraïm de Syriër : Dan zal je scherp genoeg zien

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Sermon 3, 2.4-5

 

“Dan zal je scherp genoeg zien”

 

Door de stralende dag die U kent,

duw de duistere nacht weg, Heer,

ephraim_the_syrian2 28 januari.jpgopdat verlichte intelligentie

U dient met nieuwe zuiverheid.

Het begin van de omloop van de zon

markeert voor de stervelingen het begin van het werk;

bereid in onze zielen, Heer,

een woning voor die dag zonder einde.

Maak dat we in onze persoon

het verrezen leven zien

en vervul onze harten met uw eeuwig genot.

Druk in ons Heer, door onze trouw om U te dienen,

het teken van die Dag die niet afhangt

van het opkomen of de omloop van de zon.

Iedere dag omhelzen we U in de sacramenten

en we ontvangen U in ons lichaam:

sta ons toe dat we in onszelf

de verrijzenis waarop we hopen, ervaren.

Wees voor onze gedachten, Heer,

de vleugels die ons optillen in de hoogten

en ons brengen bij onze ware verblijfplaats.

Wij verbergen door de genade van de doop,

een schat in ons lichaam …

Konden we maar begrijpen tot welke schoonheid

wij geroepen zijn door de geestelijke schoonheid

die uw onsterfelijke wil in ons wakker maakt…

Dat uw verrijzenis, Jezus,

in ons de innerlijke mens laat groeien (cf Ef 3,16),

en dat het schouwen van uw mysteriën

de spiegel is, waarin we U van aangezicht tot aangezicht kunnen zien (cf 1Kor 13,12).

Maak dat we ons haasten, Heer, naar ons heilig vaderland,

en om het vanaf nu reeds te bezitten door het te schouwen,

zoals Mozes het heilige land

heeft gezien vanaf de top van de berg (Dt 34,1).

 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Cyprianus van Carthago :God dag en nacht dienen

  1. Cyprianus (ca. 200-258), bisschop van Carthago en martelaar
    Over het Onze Vader; PL 4, 544

 

Cyprian van Carthago.jpg

Cyprianus van Carthago

“God dag en nacht dienen”

 

In de heilige Schriften is Christus de ware zon en de ware dag; daarom is voor de christenen geen enkel uur uitgesloten, zonder ophouden en altijd moet men God aanbidden. Laten we, omdat we in Christus zijn, dat wil zeggen in het ware licht, gedurende de dag smeken en bidden. En wanneer volgens het tijdsverloop de nacht na de dag terugkomt, verhindert niets van de nachtelijke duisternis ons om te bidden: voor de kinderen van het licht (1Tes 5,5) is het altijd dag, zelfs ’s nachts. Wanneer is degene die het licht in zijn hart heeft, dan zonder licht? Wanneer ontbreekt dan de zon, wanneer is het dan geen dag meer voor degene voor wie Christus Zon en Dag is?

Verlaten we het gebed dus niet tijdens de nacht. Zo verkreeg Hanna, de weduwe, de gunst van God door te volharden in het gebed en in het waken, zoals er in het Evangelie staat geschreven: “Ze was altijd in de tempel en diende God dag en nacht met vasten en bidden”… Dat de luiheid en de nonchalance ons niet verhinderen om te bidden. Door de barmhartigheid van God zijn we herschapen in de heilige Geest en wij zijn herboren. Laten we dus al zijn wat we zullen worden. Wij moeten in een koninkrijk wonen waar er geen nacht meer bestaat, waar de zon onafgebroken zal schijnen, laten we nu al waken gedurende de nacht alsof het volop dag is. Wij zijn tot gebed geroepen en om God in de hemel onafgebroken te danken, laten we nu al beginnen om zonder ophouden te bidden en hierbeneden al dank te zeggen.

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org