feestdag van de heilige Andreas

26e zondag na Pinksteren

Parochiefeest en feest van de Heilige Andreas de eerstgeroepene

 

 

Andreas apostel5.jpg

Heilige Apostel Andreas

 

Lezingen :

Eerste lezing :

De wapenrusting van God

10] Ten slotte, zoek uw kracht bij de Heer en zijn almacht. [11] Trek de wapenrusting* van God aan om te kunnen standhouden tegen de listen van de duivel. [12] Want* onze strijd is niet gericht tegen vlees en bloed, maar tegen de heerschappijen, tegen de machten, tegen de wereldbeheersers van deze duisternis* en tegen de geesten van het kwaad in de hemelse* regionen. [13] Grijp daarom naar de wapenrusting van God om weerstand te kunnen bieden op de dag van het kwaad en staande te blijven, strijdend tot het einde. [14] Stel u op, de waarheid als een gordel om uw middel, de gerechtigheid als een pantser om uw borst, [15] de ijver voor het evangelie van de vrede als schoeisel aan uw voeten. [16] Draag steeds het schild van het geloof, waarmee u alle brandende pijlen van het kwaad kunt doven. [17] Draag ook de helm van de redding en het zwaard van de Geest, dat wil zeggen, het woord van God.

Evangelie:

Gesprek met een rijke    

  [18] Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat* moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ [19] Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God. [20] De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’ [21] ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man. [22] ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ [23] Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. [24] Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. [25] Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ [26] ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders. [27] Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’

 

 

 

 

Basilios de Grote :”Ga uit naar wegen en akkers…

De Goddelijke Liturgie van de Heilige Basilius (4e eeuw)

Eucharistisch gebed, 1e deel

 

Basilios de Grote aartsbisschop van Caesarea in Cappadocia.jpg

Basilios de Grote

 

“Ga uit naar wegen en akkers… om mensen binnen te laten komen; want mijn huis moet vol zijn”

Heilig, heilig, heilig, U bent waarlijk heilig, Heer onze God, er is geen enkele beperking aan uw grootheid: U hebt met recht en gerechtigheid over alle dingen beschikt. U hebt de mens gevormd met het slijk van deze aarde, en U hebt hem vereerd met het beeld van God zelf, U hebt hem in het Paradijs vol met heerlijkheden geplaatst en hem de onsterfelijkheid en de vreugde van eeuwige goederen beloofd, als hij zich aan de geboden hield. Maar hij heeft uw gebod overtreden, ware God, en verleid door de sluwheden van de slang werd hij slachtoffer van zijn eigen zonde, hij heeft zich aan de dood onderworpen. Door uw rechtvaardige oordeel werd hij van het Paradijs verbannen naar onze wereld, teruggestuurd naar de aarde waaruit hij getrokken werd.

Maar U regelde voor hen het heil door de nieuwe geboorte in Christus, want U hebt uw schepsel, dat U in uw goedheid had geschapen, niet voor altijd verworpen; U hebt op vele wijzen met de grootheid van uw barmhartigheid, over haar gewaakt. U hebt de profeten gestuurd, U hebt wonderen gedaan door heiligen, die U in iedere generatie aangenaam waren; U hebt de Wet gegeven om ons te redden; U hebt engelen aangesteld om over ons te waken.

 Toen de volheid der tijden kwam, hebt U tot ons gesproken door uw eniggeboren Zoon, door wie U het universum hebt geschapen; Hij is de schittering van uw glorie en het beeld van uw natuur; Hij draagt alles door zijn machtige woord; Hij heeft niet zijn gelijkheid aan God opgeëist, maar de God van de eeuwigheid is op aarde verschenen, Hij heeft met de mensen geleefd, is vlees geworden door de Maagd Maria, heeft zijn toestand als slaaf aanvaard, heeft ons gebrekkig lichaam aangenomen, om ons gelijk te maken aan zijn verheerlijkt lichaam (Heb 1,2-3;Fil 2,6-7;3,21).

Aangezien door de mens de zonde in de wereld gekomen is, en door de zonde de dood, heeft uw eniggeboren Zoon, Hij die eeuwig in uw schoot was, O Vader, maar die uit een vrouw geboren is, het zich tot taak gesteld om de zonde in zijn lichaam te veroordelen, opdat zij die in Adam stierven, het leven in Christus hadden (Rm 5,12;8,3). Door in deze wereld te leven heeft Hij ons heilsvoorschriften gegeven, en heeft Hij ons afgekeerd van de vergissingen van de afgoden, en heeft ons gebracht tot het kennen van U, ware God. Daardoor heeft Hij ons voor zich gewonnen als een uitverkoren volk, een koninklijk priesterschap, een heilige natie (1P 2,9).

25e zondag na Pinksteren : Feest van de tempelgang van de Moeder Gods

Tempelgang van de Moeder Gods

25e zondag na Pinksteren

 

 

Tempelgang moeder gods 4 groot.jpg

                       LEZINGEN :

Hebreeën 9,1-7 :

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.
     In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

Evangelielezing :

Lucas 10,38-42,11,27-28

Bij Marta en Maria
     Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen
     Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

Basilius van Caesarea : Dit is het ….eerste gebod. Het tweede is daarmee gelijkwaardig

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Grote Monastieke Regels § 3 (vert. Sionline)

 

Basilios de Grote5.jpg

 

   “Dit is het … eerste gebod. Het           tweede is daarmee gelijkwaar­dig”

 

      Wij hebben het voorschrift ontvangen om onze naaste lief te hebben als onszelf. Maar heeft God ons niet ook een natuurlijk vermogen gegeven om dit te doen?… Niets behoort zo wezenlijk tot onze natuur als het feit, dat wij sociale wezens zijn, dat wij elkaar nodig hebben en dat wij onze soortgenoten beminnen. De Heer zelf heeft in ons de kiem van deze eigenschappen gelegd en vraagt nu ook consequent de vruchten ervan, want Hij zegt: “Een nieuw gebod geef Ik u: Bemin elkander ” [Joh 13,34].

      Toen Hij onze ziel wilde opwekken tot het vervullen van dit gebod, vroeg Hij, als herkenningsteken van zijn leerlingen, geen tekenen of wonderen (ook al had Hij hun de macht gegeven om uit de kracht van de Heilige Geest wonderen te doen), maar wat zegt Hij? “Hieraan zullen allen erkennen, dat jullie mijn leerlingen zijn, wanneer jullie elkander liefhebben” [Joh13,35]. En deze twee geboden verbindt Hij zo nauw met elkaar, dat Hij de weldaad aan de naaste bewezen op Zichzelf betrekt. “Want Ik was hongerig,” zegt Hij”, en u hebt Mij te eten gegeven, enzovoort.” En Hij voegt eraan toe: “Wat u voor één van mijn geringste broeders hebt gedaan, dat hebt u voor Mij gedaan” [Mt 25,35.40].

      Daarom is het ook mogelijk het tweede gebod te onderhouden, doordat men het eerste onderhoudt, en door middel van het tweede gebod weer terug te keren tot het eerste. Degene, die de Heer bemint, bemint derhalve ook zijn naaste. “Zo iemand Mij liefheeft,” zegt de Heer, “zal hij mijn woord onderhouden,” [Joh 14,23] en even verder: “Dit is mijn gebod: Heb elkander lief zoals Ik u heb bemind” [Joh 15,12]. En men kan dit omkeren en zeggen: Wie zijn naaste bemint, die vervult ook de liefde die hij tegenover God verplicht is, want God aanvaardt deze weldaad alsof het aan Hemzelf bewezen was.

Isaak de Syrier : “Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aan­schouwd”

H. Efraïm (ca. 306-373), diaken in Syrië, kerkleraar
Hymne over de verrijzenis

 

Isaak de Syriër55.jpg

Isaak de Syrier

 

“Het volk dat in de duisternis zat, heeft een groot licht aan­schouwd”

 

Jezus, onze Heer, Christus,

is aan ons verschenen uit de schoot van zijn Vader.

Hij is gekomen en heeft ons uit de duisternis getrokken

en heeft ons verlicht met zijn vreugdevol licht.

De dag is voor de mensen begonnen;

de macht van de duisternis is verjaagd.

Uit zijn licht is voor ons een licht opgegaan

dat onze verduisterde ogen heeft verlicht.

Hij heeft zijn heerlijkheid over de wereld laten opgaan

en heeft de diepste afgronden verlicht.

De dood is vernietigd, aan de duisternis is een einde gekomen.

De poorten van de hel zijn in stukjes.

Hij heeft alle schepselen verlicht,

die verduisterd waren sinds oude tijden.

Hij heeft de redding verwerkelijkt en ons het leven gegeven;

Vervolgens zal Hij komen in zijn heerlijkheid

en zal Hij de ogen van allen die op Hem hebben gewacht, verlichten.

Onze Koning komt in zijn heerlijkheid:

laten we onze lampen aansteken, laten we Hem tegemoet gaan (Mt 25,6);

verheugen we ons om Hem zoals Hij zich verheugt om ons

en ons verheugt door zijn heerlijk licht.

Mijn broeders en zusters, sta op, maak u gereed

om dank te brengen aan onze Koning en Redder

die zal komen in zijn heerlijkheid en ons zal verheugen

met zijn vreugdevol licht in het Koninkrijk. 

bron : http://www.dagelijksevangelie.org