22e zondag na Pinksteren “Van de rijke man en de arme Lazarus”

22e zondag na Pinksteren

“Van de rijke man en de arme Lazarus”

Lazarus5.jpg

LEZINGEN :

 Galaten 6,11-18

Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.

Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam.
Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

 

EVANGELIE :Lucas 16,19-31

Lazarus en een rijke man

Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. ] Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,” riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.Maar de rijke zei: “Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.” Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.” Maar hij zei: “Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.” Maar Abraham antwoordde: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.”

Gregorius de Grote : Onze lampen gaan uit

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en kerkleraar
Homilie over de Evangeliën, 12 ; PL 76, 1119-1120

 

Gregorios de grote 813.jpg

Gregorius de Grote

“Onze lampen gaan uit”

 

      “De vijf domme meisjes namen wel hun lampen mee, maar geen olie. Maar de verstandigen namen ook olie mee in kruiken, niet alleen lampen.” Olie betekent hier de glans van de heerlijkheid; de lampen zijn onze harten, waarin we al onze gedachten dragen. De verstandige meisjes dragen olie in hun lampen, omdat ze in hun geweten de glans van de heerlijkheid bewaren, zoals Paulus het zegt: “Wat onze heerlijkheid maakt is het getuigenis van ons geweten”  (2Kor 1,12). De dwaze maagden daarentegen hebben geen olie bij zich, omdat ze hun heerlijkheid niet in het geheim van hun hart dragen, dat wil zeggen,dat ze de lofzangen van anderen vragen.

      “Midden in de nacht klonk er geroep: ‘Daar is de bruidegom! Ga hem tegemoet!’” Toen stonden alle meisjes op. Maar de lampen van de domme meisjes gingen uit door hun werken, die van buitenaf stralend hadden geleken in de ogen van de mensen, maar van binnen niet meer dan duisternis bleken te zijn bij de aankomst van de Rechter; en ze ontvangen van God geen enkele beloning, ze hadden deze geliefde lofzangen voor zichzelf al van de mensen ontvangen. 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

H. Basilius – God roept ons onvermoeibaar op tot bekering

H. Basilius (ca 330-379), monnik en bisschop van Caesarea in Cappadocië, kerkleraar
Grote monastieke Regels, proloog

 

basil_of_caesarea1.jpg

Basilios van Caesarea

God roept ons onvermoeibaar op tot bekering

 

      Tot wanneer zullen we het uitstellen om te gehoorzamen aan Christus, die ons in zijn hemels Rijk roept? Is het niet nodig dat we ons reinigen? Is het niet nodig dat we ons herstellen door het gewone leven te verlaten en door het Evangelie tot in de diepte te volgen?…. Wij doen alsof we het Rijk van God wensen, maar bekommeren ons niet over de middelen om het te bereiken.

      Nog beter gezegd, in de ijdelheid van onze geest en zonder de minste moeite te doen om de geboden van de Heer te onderhouden, geloven we dat we waardig zijn om dezelfde beloningen te ontvangen, als zij die weerstand aan de zonde hebben geboden tot aan de dood. Maar wie heeft tijdens de zaaitijd thuis kunnen zitten en slapen en heeft vervolgens armen vol arenschoven verzameld ten tijde van de oogst? Wie heeft de wijnoogst gedaan zonder de wijngaard te hebben geplant en gecultiveerd? De vruchten zijn voor hen die moeite gedaan hebben; de beloningen en de kroning voor hen die overwonnen hebben. Heeft men ooit een atleet gekroond die zelfs niet zijn kleren heeft uitgetrokken om zijn tegenstander te verslaan? En toch, moet men niet alleen overwinnen, maar ook “strijden volgens de regels”, zoals Sint Paulus het zegt (2Th 2,5), dat wil zeggen volgens de geboden die ons gegeven zijn…

      God is goed, maar ook rechtvaardig…: “De Heer houdt van barmhartigheid en van gerechtigheid” (Ps 32,5). Daarom Heer, zal ik uw barmhartigheid en uw gerechtigheid bezingen (Ps 100,1)… Zie met welk onderscheid de Heer de barmhartigheid gebruikt. Hij is niet barmhartig zonder beproevingen. En Hij oordeelt niet zonder medelijden, want “de Heer is barmhartig en rechtvaardig” (Ps 114,5). Laten we van God dus geen vertekend idee hebben; zijn liefde voor de mensen moet geen voorwendsel tot verwaarlozing zijn. 

Bron : http://www.dagelijksevangelie.org

Clemens van Alexandrië : Wie dit kind ontvangt in mijn Naam, ontvangt Mij

H. Clemens van Alexandrië (150- ca 215), theoloog
De Pedagoog, I, 21-24

Clemens van alexandrie3.jpg

Clemens van Alexandrië

 

“Wie dit kind ontvangt in mijn Naam, ontvangt Mij”

 

      “Hun kleine kinderen, zegt de Schrift, zullen op de schouders gedragen worden en op de knieën getroost. Zoals een moeder haar kind troost, zo zal Ik u ook troosten” (Jes 66, 12-13). De moeder trekt de kinderen naar zich toe en wij zoeken onze moeder, de Kerk.  Al het zwakke en tere, wiens zwakheid hulp nodig heeft, is gracieus, zacht en charmant; God weigert zijn redding niet aan zo’n jong wezen. Ouders wijden een bijzondere tederheid aan hun kleinen… Zelfs de Vader van heel de schepping ontvangt hen die bij Hem schuilen, herstelt ze door de Geest en adopteert hen als kinderen; Hij kent de zachtheid en zij zijn de enigen van wie Hij houdt, die Hij redt, en verdedigt; het is waarom Hij ze kleine kinderen noemt (cf. Joh 13,33)…

      De Heilige Geest, die spreekt door de mond van Jesaja, past op de Heer zelf de term van klein kind toe: “Zie ons is een kind geboren, een zoon is ons gegeven…” (Jes 9,5). Wie is dat kleine kind, het pasgeborene, naar wiens beeld we allemaal kleine kinderen zijn? De heilige Geest beschrijft voor ons door dezelfde profeet zijn grootheid: “Bewonderenswaardige Raadsman, machtige God, Eeuwige Vader, Prins van Vrede” (v.6).

      O, grote God! O volmaakt kind! De Zoon is in de Vader en de Vader is in de Zoon. Zou de opvoeding dat dit kleine kind geeft, niet volmaakt zijn? Zij bevat alles om ons, zijn kleine kinderen, te leiden. Hij heeft zijn handen over ons uitgespreid en wij hebben in die handen heel ons geloof gelegd. Van dat kleine kind legt Johannes de Doper ook getuigenis af: “Zie, zegt hij, het Lam van God” (Joh 1, 29). Omdat de Schrift alle kleine kinderen lammetjes noemt, heeft hij het Woord van God ‘Lam van God’ genoemd, die voor ons mens geworden is en gelijk aan ons heeft willen zijn, Hij, de Zoon van God, het kleine kind van de Vader. 

bron : http://www.dagelijksevangelie.org