Cyrillus van Jeruzalem : Vergroot ons geloof

 


Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Ascetische uiteenzetting, 1ste serie, nr. 2

 

isaac the syrian.jpg

 

 

De verdwaalde schapen


 Heer Jezus Christus onze God, ik heb geen hart dat moeite doet om U te gaan zoeken, noch om berouw te hebben, noch vol van tederheid, ik heb niets wat kinderen tot hun erfdeel leidt. Meester, ik heb geen tranen om te bidden. Mijn geest is verduisterd door de dingen van dit leven en heeft niet de kracht om naar U uit te reiken in zijn verdriet. Mijn hart is koud tijdens de beproevingen, en de liefdestranen voor U kunnen zich niet verwarmen. Maar U, Heer Jezus Christus mijn God, schatkist van het goede, geef mij volledig berouw en een hart vol liefdesverdriet, opdat ik met heel mijn ziel naar U op zoek ga, want zonder U zal ik van al het goede verstoken zijn; o goede God, geef mij Uw genade. Dat de Vader die U, buiten de tijd in de eeuwigheid, heeft verwekt in zijn schoot, in mij de vormen van Uw beeld moge vernieuwen.

      Ik heb U verlaten; verlaat mij niet. Ik ben van U weg gegaan; ga naar mij op zoek. Leid mij naar Uw weidegronden; reken mij tot de schapen van Uw uitgekozen kudde. Voed mij samen met hen met het groene gras van Uw goddelijke mysteriën, waarvan het zuivere hart het verblijf is. Dat hart, dat in de schittering van Uw openbaringen, troost en zoetheid bevat, van hen die in de kwellingen en de beledigingen, moeite gedaan hebben voor U. Zouden wij een dergelijke heerlijkheid waardig mogen zijn, door uw genade en uw liefde voor de mens, U onze Redder Jezus Christus, in de eeuwen der eeuwen, Amen.


 

alle weten overstijgend

Alle weten overstijgend

Juan de la Cruz

(Katholieke mystieker)

 

Ik drong binnen, waar ik niet wist,

en bevond me in een niet-weten,

alle weten overstijgend.

Ik wist niet waarlangs ik inging,

maar toen ik zag dat ik daar was,

zonder dat ik wist waar ergens,

kreeg ik zicht op grote dingen;

toch weet ik niet wat ik zag;

want ik bleef in een niet-weten,

alle weten overstijgend.

Vrede en vroomheid ging ze aan,

deze zeer volkomen kennis, in de diepste

eenzaamheid zonder middel aangeworven;

en het was iets zo verborgens,

dat ik er slechts van kan staam’len,

alle weten overstijgend.

Zo zeer was ik opgetogen,

zo verdiept en zo van zinnen,

dat mijn zelfbesef ontledigd achterbleef

van alle ervaren en de geest verrijkt

werd met een

door-niet-te-verstaan begrijpen,

alle weten overstijgend.

Wie daartoe geraakt -ja waarlijk –

houdt zichzelf niet meer in handen;

wat tot dan hij heeft geweten

komt hem voor als zeer onedel;

en zo machtig groeit zijn kennis,

dat hij blijft in een niet-weten,

alle weten overstijgend.

Stijgt men hoger,

des te minder kan men er begrip van krijgen,

wat het is: die duist’re wolkzuil

die de donk’re nacht verheldert;

wie eens van dit weten weet had,

blijft dan ook in een niet-weten,

alle weten overstijgend.

En dit niet-wetende weten is

van een zo hoog vermogen,

dat de wijzen met hun denkkracht

het nooit kunnen overtreffen;

nooit bereikt hun weten dit

door-niet-te-verstaan begrijpen,

alle weten overstijgend.

Van zo hoge uitnemendheid ook is

dit allerhoogste weten,

dat er wetenschap noch geestkracht is,

die dit bewerken kan; wie zichzelf ertoe kan brengen d

oor-niet-te-verstaan te weten,

zal steeds meer hierin doordringen.

En als ’t u belieft te horen:

d’aard van deze hoge kennis is een allerhoogst besef

van het Wezen van de Godheid; ‘

t is het werk van haar erbarmen als Zij alle weten

in dit niet-weten doet overstijgen