Johannes Chrysostomos : Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), priester in Antiochië, daarna bisschop van Constantinopel, kerkleraar Homilie voor kerstmis; PG 56, 392

 

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg

“Zijn vader en moeder stonden verbaasd over wat van Hem gezegd werd”

 

Wat kan ik zeggen over dit mysterie? Ik zie een arbeider, een voederbak, een kind, doeken, het baren door een maagd die al het benodigde ontbreekt, allemaal tekenen van nederigheid, de hele last van de armoede. Hebt u ooit de rijkdom in zo’n penarie zien zitten? Hoe arm heeft degene die rijk was zich toch voor ons gemaakt (2Kor 8,9) tot op het punt dat Hij, bij een tekort aan een wieg en dekens, moest slapen in een harde voederbak? … Ach, enorme rijkdom onder de verschijning van armoede! Hij slaapt in een voederbak en Hij laat het universum wankelen. Hij is strak in doeken gewikkeld en breekt de boeien van de zonde. Terwijl Hij geen woord uit kan brengen, onderricht Hij de magiërs, opdat ze een andere weg terug gaan nemen. Het mysterie gaat het woord te boven! Zie de baby gewikkeld in doeken, gelegen in een kribbe; daar is ook Maria die tegelijk maagd en moeder is; en daar is Jozef die men zijn vader noemt. Hij is met Maria getrouwd, maar de heilige Geest heeft Maria met zijn schaduw overdekt. Daarom was Jozef bang, hij wist niet hoe hij het kind moest noemen… In zijn angst werd hem door een engel een boodschap gebracht: “Vrees niet, Jozef, het kind dat in haar verwekt is, is uit de heilige Geest” (Mt 1,20)… Waarom is de Verlosser uit een maagd geboren? Vroeger liet Eva die maagd was, zich verleiden en baarde de oorzaak van onze dood; Maria, die de Goede Boodschap van de engel had ontvangen, baarde het Woord dat vlees geworden was en dat ons het eeuwige leven brengt

Bron : www.dagelijksevangelie.org

Augustinus : vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Overwegingen over de psalmen, psalm 119, nr 20

 

 

Augustinus6.jpg

 

 

“Vele profeten en koningen verlangden te zien wat u ziet”

 

      “Heer, mijn ziel smacht naar uw redding” (Ps 119,81), dat wil zeggen In haar verwachting. Zalige zwakheid die het verlangen toont van iets wat nog niet ontvangen is, maar vurig begeerd wordt. Op wie slaan die woorden behalve op de oorsprong van de mensheid, tot aan het einde der eeuwen, “een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige volk” (1P 2,9), op elk mens dat, ieder in zijn eeuw, leefde, leeft of zal leven in het verlangen naar Christus?       De getuige van deze verwachting, is de oude man Simeon, die bij het ontvangen van het kind in zijn armen, uitroept: “Nu, Meester, laat U, zoals U gezegd hebt, uw knecht in vrede gaan; want mijn ogen hebben uw heil gezien” (Lc 2,29-30). Want hij had van God de belofte ontvangen dat hij de dood niet zou smaken voordat hij Christus de Heer zou hebben gezien. Het verlangen van deze oude man – dat moeten we geloven- is die van alle heiligen in de tijd die daaraan vooraf ging. Daarom zei de Heer tegen zijn leerlingen: “Vele profeten en koningen hadden willen zien wat jullie zien, maar zij hebben het niet gezien en willen horen wat jullie horen, maar zij hebben het niet gehoord”.       Alle mensen moeten dan ook gerekend worden bij hen die zingen: “Mijn ziel bezweek bij het zien van uw heil”. Nooit is het verlangen van de heiligen in die tijd tot rust gekomen, en nooit zal hij rust vinden in het Lichaam van Christus, in zijn Kerk, tot aan het einde van de wereld totdat “het Verlangen van alle volken”, beloofd door de profeet, komt (Hag 2,8 Vulg)… Het verlangen waarover we spreken komt van wie men liefheeft volgens de apostel Paulus als “de verschijning van Christus”. Dit verlangen zegt: “Wanneer Christus, die uw leven is, verschijnt, zult ook u met Hem verschijnen in heerlijkheid” (Kol 3,4). De Kerk in zijn eerste tijd, voor het baren van de Maagd, zag degenen die naar de komst van Christus in het lichaam verlangden, als heiligen. Vandaag de dag zien ze anderen als heilig, namelijk zij  die verlangen naar de verschijning van Christus in zijn heerlijkheid. Sinds het begin van de wereld tot aan het einde der tijden, is dat verlangen van de Kerk er onafgebroken.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

heilige Laurentius

Heiligenleven

De Heilige Laurentius

Laurentius van Rome9.jpg

De heilige Laurentius was de diaken van paus Sixtus . Toen deze op weg was naar het executieveld, tijdens de vervolging van Valeriaan, kon Laurentius, die zich onder de samengestroomde menigte bevond, zijn tranen niet bedwingen en hij riep hem toe :”Waarom laat ge mij achter, heilige Vader ? Gij behoort toch niet het offer op te dragen zonder uw diaken ?” Sixtus windde zich tot hem met de woorden : “Mijn zoon, over drie dagen zul je mij volgen”.

Men had vastgesteld dat Laurentius de schatbewaarder was van de kerk. Hij werd daarom gearresteerd met de opdracht het kerkbezit in te leveren. Laurentius vroeg een dag tijd om alles bijeen te brengen. Heel de nacht trok hij door de armste wijken van de stad om al wat in de kerk aanwezig was aan de behoeftigen uit te delen, en ’s morgens verscheen hij voor het gerecht, gevolgd door een hele stoet van armen,kreupelen en blinden. “Ziedaar de schatten van de kerk”, zei hij.

Hij werd ntot een gruwelijke dood veroordeeld: levend geroosterd te worden boven een klein vuur. Hij werd vastgebonden op het gloeiende rooster en leed zonder een enkele klacht te uiten. Integendeel, zijn gelaat straalde als dat van een engel, in innerlijke vreugde. Hij wist zelfs spottend tegen zijn beulen te zeggen :”Keer me maar om, deze kant is gaar”.

Zo stierf hij op deze dag van het jaar 258.Hij werd begraven in de zandgroeve aan de Via Tiburtia, op het goed van de weduwe Cyriaca, naast de lichamen van de heilige Hippolytus en de priester Justinus. Zijn gedachtenis werd al spoedig gevierd in alle delen van de Kerk als van de beroemste romeinse martelaar.

Met hem wordt herdacht de gevangenbewaarder Hippolytus, die door de moed waarmee Laurentius de martelingen verduurd had, tot het inzicht van de waarheid was gekomen, en daarom eveneens ter dood was gebracht.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den Haag