Isaak de Syriër : zeg dan : wij zijn onnutte knechten

Isaak de Syriër (7e eeuw) monnik nabij Mossoel Overweging, 1e serie, nr. 5

 

isaac de syriër.jpg

“Zeg dan: Wij zijn onnutte knechten”

 

      De ogen van de Heer kijken naar de nederigen, opdat ze zich verheugen. Maar het gelaat van de Heer keert zich af van de trotsen, om ze te vernederen. De nederige ontvangt altijd medeleven van God… Maak je klein in alles tegenover de mensen en je zult hoger verheven worden dan de prinsen van deze wereld. Loop vooruit op alle wezens, omhels ze, verlaag je voor hen, en je zult meer geëerd worden dan hen die goud aanbieden… Daal lager af dan jezelf en je zult de heerlijkheid van God in je zien. Want daar ontspruit de nederigheid, daar verspreidt zich de heerlijkheid van God… Als je nederig in je hart bent, dan zal God je daar opheffen in zijn heerlijkheid…       Hou niet van eer, dan zul je niet onteerd worden. De eer vlucht voor degene die het naloopt. Maar de eer achtervolgt degene die het ontvlucht, en hij verklaart zijn nederigheid aan alle mensen. Als je jezelf minacht, om zo niet geëerd te worden, dan zal God Zich zal aan je tonen. Als je jezelf beschuldigt uit liefde voor de waarheid, dan zal God toestaan dat je bij de schepselen wordt geloofd. Ze zullen de deur naar de heerlijkheid van je Schepper openen en ze zullen je loven. Want je bent werkelijk zijn beeld en gelijkenis (Gn 1,26).

Bron :www. dagelijksevangelie.org

24e zondag na Pinksteren : de tempelgang van de Moeder Gods

24e zondag na Pinksteren

FEEST VAN DE TEMPELGANG VAN DE ALHEILIGE  MOEDER GODS 

 

Tempelgang moeder gods.jpg

 Tempelgang van de Moeder Gods

Eerste lezing

Hebr.9,1-7

Toch had ook het eerste verbond liturgische voorschriften en zijn eigen, aardse heiligdom. Er was een eerste tent ingericht die de kandelaar en de tafel met de toonbroden bevatte; die noemde men het heilige. Achter het tweede voorhangsel was een tent die het allerheiligste werd genoemd. Daar stonden een gouden reukofferaltaar en de ark van het verbond, geheel met goud overtrokken, waarin zich een gouden vaas met het manna, de staf van Aäron die gebloeid had, en de tafelen van het verbond bevonden. Boven de ark waren de cherubs van de heerlijkheid, die het verzoendeksel overdekten. Wij kunnen hier nu niet verder op ingaan.      In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters bij de uitoefening van de eredienst geregeld de eerste tent binnen, maar de tweede wordt alleen door de hogepriester betreden, slechts eenmaal per jaar, en niet zonder het bloed dat hij opdraagt voor zichzelf en voor de tekortkomingen van het volk.

 Evangelie :

Lucas 10,38-42 en 11,27-28

Bij Marta en Maria      Op hun reis ging Hij een dorp in. Een vrouw, Marta genaamd, ontving Hem. Zij had een zuster die Maria heette. Die kwam aan de voeten van de Heer zitten en luisterde naar zijn woorden. Marta had het heel druk met bedienen. Ze ging naar Jezus toe en vroeg: ‘Heer, laat het U koud dat mijn zuster mij alleen laat bedienen? Zeg haar dat ze mij komt helpen.’ De Heer gaf haar ten antwoord: ‘Marta, Marta, je maakt je bezorgd en druk over van alles, maar slechts één ding is nodig. Maria heeft het beste deel gekozen en dat zal haar niet worden ontnomen.’

Gelukwensen      Tijdens zijn toespraak verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep Hem toe: ‘Gelukkig de schoot die U heeft gedragen, en de borsten waaraan U hebt gezogen.’ ‘Inderdaad,’ zei Hij, ‘gelukkig zij die het woord van God horen en het bewaren.

 

TROPARION :

 

 

 

 

 

Heden is het begin van Gods welbehagen : de voorbereidende Verkondiging van de Verlossing der mensen. De Maagd komt in de Tempel Gods en verkondigt reeds aan allen de Christus. Tot haar willen ook wij met de Engel roepen : Verheug U, Vervulling van het Heilsplan van de Schepper.

 

KONDAKION : 

 

 

 

De alreine Tempel van de Verlosser, het kostelijk maagdelijk Bruidsvertrek, de geheiligde Schatkamer van Gods Heerlijkheid wordt heden binnengeleid in het Huis des Heren. Zij brengt daar de genade van Gods Heilige Geest, terwijl Zijn Engelen zingen : Zie, daar is de hemelse woontent.

 

Augustinus : Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

H. Augustinus (354-430), bisschop van Hippo (Noord Afrika) en Kerkleraar. Sermon 90 ; PL 38, 559v

Weer bekleed worden met het bruiloftskleed

 Augustine_Hippo_small.jpg

Wat is toch het bruiloftskleed waar het Evangelie over spreekt? Zeker is dat kleed iets dat alleen de goeden bezitten, zij die aan het feestmaal moeten deelnemen… Zouden het de sacramenten zijn? de doop? Zonder de doop, zal niemand tot bij God komen, maar er zijn er die de doop ontvangen en niet tot God komen… Misschien is het het altaar of dat wat men op het altaar ontvangt? Maar door het Lichaam van de Heer te ontvangen, eten en drinken sommigen hun eigen veroordeling (1Kor 11,29). Wat is het dan? het vasten? De boosdoeners vasten ook. Het kerkbezoek? De boosdoeners gaan net als de anderen naar de kerk… Wat is dan het bruiloftskleed? De apostel Paulus zegt ons: “De voorschriften hebben geen ander doel dan de liefde, die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren” (1Tim 1,5). Dat is het bruiloftskleed. Het gaat niet om zomaar een liefde, want vaak ziet men oneerlijke mensen anderen liefhebben…, maar men ziet bij hen niet deze liefde “die in een zuiver hart, een goed geweten en een ongeveinsd geloof, wordt geboren”; welnu die liefde is het bruiloftskleed. “Al ware het dat ik alle talen van de mensen en van de engelen sprak, zegt de apostel Paulus, als ik de liefde niet had, was ik slechts een klinkende gong, of een schelle cimbaal… Al had ik de gave om te profeteren en doorgrondde ik alle geheimen, al bezat ik alle kennis en had ik het geloof dat bergen kan verplaatsen- had ik de liefde niet, dan ware ik niets” (1Kor 13,1-2)… Had ik dat alles, maar zonder Christus, zegt hij, dan “ware ik niets”… Hoeveel bezittingen zijn nutteloos, als er één bezit mist! Als ik geen liefde had, kon ik al mijn bezit uitdelen, de naam van Christus getuigen tot aan mijn bloedvergieten toe (1Kor 13,3), het zou nergens toe dienen, want ik zou zo kunnen handelen uit liefde voor mijn eer… “Als ik de liefde niet heb, dan zou het mij niet baten.” Dat is het bruiloftskleed. Onderzoek uzelf: als u het hebt, kom dan met vertrouwen het feestmaal van de Heer.

Bron : www.dagelijksevangelie.org

23e zondag na Pinksteren ‘de zwijnenhoeders’

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”

 

bezeten zwijnen6.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.      Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene      Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

22e zondag na Pinksteren : van de rijke man en de arme Lazarus

22e zondag na Pinksteren

 “Van de rijke man en de arme Lazarus”

Lazarus en de rijke en de arme man 1.jpg

 

 

LEZINGEN :

 

Galaten 6,11-18

 

Zie met wat voor grote letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn. Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam. Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

 

EVANGELIE :Lucas 16,19-31

 

Lazarus en een rijke man Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. ] Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,” riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.Maar de rijke zei: “Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.” Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.” Maar hij zei: “Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.” Maar Abraham antwoordde: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.”

Clemens van Alexandrië : De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het Rijk God binnengaan dan u

H. Clemens van Alexandrië (150-ca 215), theoloog Homilie “Welke rijke zal gered worden”, 39-40

 

ClemensVonAlexandrien.jpg

 

“De tollenaars en zondaressen zullen eerder in het rijk Gods binnengaan dan u”

 

De deuren van het Rijk Gods worden geopend voor wie zich oprecht en met heel zijn hart tot God richt, en de Vader ontvangt met vreugde een mens die werkelijk berouw heeft. Wat is het teken van waarlijk berouw? Niet terugvallen in zijn oude fouten en de zonden die u in doodsgevaar brengen met wortel en al uit uw hart trekken. Als ze dan uitgewist zijn, zal God weer in u komen wonen. Want, zoals de Schrift zegt, een zondaar die zich bekeert en berouw toont, geeft aan de Vader en aan de engelen een enorme, onvergelijkelijke vreugde (Lc 15,10). Hierom heeft de Heer uitgeroepen: “Ik wil geen offers, maar barmhartigheid” (Hos 6,6; Mt 9,13). “Ik wil niet de dood van een zondaar, maar dat hij zich bekeert” (Ez 33,11). “Als uw zonden als scharlaken zijn, ze zullen wit worden als sneeuw; als ze donkerder dan de nacht zijn, zal Ik ze wassen, en ze worden als witte wol” (Jes 1,18). Alleen God kan de zonden vergeven en de fouten niet aanrekenen, terwijl de Heer Jezus ons verhoort door elke dag onze broeders en zusters te vergeven als ze berouw hebben. En als wij, die slecht zijn, goede dingen aan anderen weten te geven (Mt 7,11), hoeveel te meer zal “de Vader vol van tederheid” (2Kor 1,3) dat dan doen? De Vader van alle troost, die goed is, vol van barmhartigheid, van compassie, en van nature geduldig is, wacht op hen die zich bekeren. En de werkelijke bekering veronderstelt dat men stopt met zondigen en dat men niet meer achterom kijkt… Laten we dus bitter spijt hebben over onze fouten uit het verleden en bidden we tot de Vader dat Hij ze vergeet. Hij kan, in zijn barmhartigheid, afstand doen van wat was en onze slechte daden uit het verleden door de dauw van de Heilige Geest, uitwissen.

Bron : www.dagelijksevangelie.org