20e zondag na Pinksteren : de jongeling van Naim

20e zondag na Pinksteren

“Opwekking van de jongeling van Naïm”

 

Naim jongeling van.jpg

De jongeling van Naïm

 

 

Lezingen :

Galaten 1,11-19

Ik verzeker u, broeders en zusters, het evangelie dat door mij is verkondigd, is niet door mensen uitgedacht. Want ook ik heb het niet van een mens ontvangen of geleerd, maar door een openbaring van Jezus Christus. Voorvallen uit Paulus’ leven U hebt toch gehoord hoe ik vroeger als Jood geleefd heb: hoe ik de kerk van God fel vervolgde en haar trachtte uit te roeien; en hoever ik het gebracht heb in de Joodse godsdienst, vele leeftijdgenoten onder mijn volk overtreffend in mijn grenzeloze ijver voor de overleveringenvan mijn voorouders. Maartoen God, die mij had uitgekozen, nog in mijn moeders schoot, en die mij heeft geroepen door zijn genade, besloot zijn Zoon aan mij te openbaren om Hem onder de heidenvolken te verkondigen, toen ben ik aanstonds, zonder een mens te raadplegen, zonder naar Jeruzalem te gaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik, vertrokken naar Arabië en vandaar naar Damascus teruggekeerd. Pas drie jaar later ben ik naar Jeruzalem gegaan om met Kefas kennis te maken, en ik ben veertien dagen bij hem gebleven. Van de andere apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie : Lucas 7,11-16

Opwekking van de zoon van een weduwe uit Naïn Naderhand ging Jezus naar een stad die Naïn heette; zijn leerlingen en een grote menigte gingen met Hem mee. Toen Hij de stadspoort naderde, werd er juist een dode uitgedragen, de enige zoon van een weduwe. Een talrijke menigte uit de stad was bij haar. Toen de Heer haar zag, was Hij ten diepste met haar begaan. ‘Huil niet’, zei Hij tegen haar. Hij liep naar de lijkbaar toe en raakte die aan. De dragers bleven staan en Hij zei: ‘Jongeman, kom overeind, zeg Ik je!’ En de dode ging rechtop zitten en begon te praten, en Hij gaf hem aan zijn moeder. Ontzag vervulde allen en ze prezen God. Ze zeiden: ‘Een groot profeet is onder ons opgestaan’, en: ‘God heeft naar zijn volk omgezien

Heilige Grootmartelares Irene

Heiligenleven

Heilige Grootmartelares Irene

 

 

Irene grootmartelaar.jpg

Irene grootmartelares

De heilige Grootmartelares Irene (Irina) was de dochter van Likinios, hoofd van de stad Magido op de Balcan. Door de apostel Timotheos had zij Christus leren kennen, en vol enthousiasme had zij zich aan Hem toegewijd. Zij poogde ook haar ouders tot inzicht te brengen, maar haar woedende vader slingerde haar onder de hoeven van een aanstormende kudde wilde paarden. Deze stoven uiteen om Irene te ontwijken en vertrapten daarbij Likinios. Op het gebed van zijn dochter keerde hij echter tot het levfen terug. Hij kwam tot het geloof met heel zijn huis, en met vele anderen die van het beschreven voorval getuige waren geweest.

Likinios deed afstand van het ambt. Onder zijn opvolger werd Irene gearrsteerd en aan dodelijke folteringen onderworpen. Maar slangen beten haar niet, en ingenieus uitgedachte foltermachines weigerden dienst op zulk een overtuigende wijze, dat de beul zich liet dopen, evenals een menigte heidenen. Toen Irene de dood voelde naderen in 184, trok zij zich terug in een spelonk, waarvan zij de ingang met stenen liet versperren.

Uit : Heiligen voor elke dag – uitg Orthodox klooster Den Haag

Symeon de Nieuwe Theoloog :Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen

Symeon de Nieuwe Theoloog (ca 949-1022), Griekse monnik Aanroeping van de heilige Geest, inleiding op de hymnen, SC 156

Simeon de nieuwe theoloog2.jpg“Hoeveel te meer zal dan uw Vader in de hemel de heilige Geest geven aan wie Hem erom vragen”

Kom, waarlijk licht. Kom, eeuwig leven. Kom, verborgen mysterie. Kom, schat zonder naam. Kom, onuitsprekelijke werkelijkheid. Kom, onbegrijpelijke persoon. Kom, oneindig geluk. Kom, niet ondergaand licht. Kom, onfeilbare verwachting van allen die gered moeten worden. Kom, ontwaken van allen die slapen, Kom, opstanding uit de doden. Kom, Machtige, die altijd doet en opnieuw doet en alles transformeert door uw wil alleen… Kom, U die altijd onbeweeglijk blijft en toch op ieder moment helemaal in beweging bent om bij ons te komen, gelegen tussen de doden, U die boven alles in de hemelen bent… Kom, U die naar mijn ellendige ziel verlangde en verlangt. U de Enige, kom, want U ziet dat ik alleen ben… Kom, U die in mij verlangen bent geworden, dat me naar U doet verlangen, U die de absoluut ontoegankelijke bent. Kom, mijn adem en mijn leven. Kom, troost van mijn arme ziel. Kom, mijn vreugde, mijn heerlijkheid, mijn oneindige blijdschap.
Ik dank U dat U tot één geest met mij bent geworden (Rom 8,16), zonder verwarring, zonder verandering, zonder omvorming, U de God boven alles, en om voor mij alles in allen te zijn geworden (1Kor 15,28)… Ik dank U dat U voor mij een licht zonder ondergang bent geworden, zon zonder daling, want U hebt geen plaats waar U Uzelf kunt verbergen, U die vervuld bent met het universum van uw heerlijkheid. Nee, nooit aan niemand hebt U Uzelf verborgen, maar wij zijn het die ons altijd voor U verbergen, door te weigeren om tot U te gaan…
Kom toch, Meester, zet vandaag uw tent op in mij (Joh 1,14); maak voortdurend uw huis en verblijf in mij, uw dienaar, onafgescheiden tot aan het einde, U die zeer goed bent. En dat ik me, bij mijn heengaan uit deze wereld, ook in U terugvindt, O zeer Goede, en met U heers, God die boven alles bent.

www.dagelijksevangelie.org

18e zondag na Pinksteren : Gedachtenis van de Vaders van het zevende oecumenisch concilie

18e zondag na Pinksteren

 

Gedachtenis van de Vaders van het zevende Oecumenisch Concilie (787)

oecumenisch concilie zevende9.gif

 

LEZINGEN :

Eerste Lezing :2 Kor.9,6-11

Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. Laat iedereen geven waartoe hij in zijn hart besloten heeft, zonder tegenzin en zonder dwang, want God houdt van een blijmoedige gever. En God heeft de macht om u met allerlei gaven te overstelpen, zodat u altijd in alle opzichten goed voorzien bent en nog ruimschoots overhoudt voor elk goed werk. Zo staat er ook geschreven: Hij heeft overvloedig gegeven aan de armen, zijn gerechtigheid* zal altijd blijven.      Hij die de zaaier zaad verschaft en brood geeft als voedsel, Hij zal ook u zaad verschaffen, het vermenigvuldigen en uw gerechtigheid rijke vrucht laten opleveren. Zo bent u van alles rijk voorzien om vrijgevig te kunnen zijn, en door onze bemiddeling wordt uw vrijgevigheid weer reden tot dankzegging aan God

Evangelie :Lucas 5,1-11

Roeping van enkele vissers Toen Hij aan het meer van Gennesaret stond en de mensenmenigte zich om Hem verdrong om het woord van God te horen, zag Hij twee boten bij het meer liggen. De vissers waren van boord gegaan en spoelden de netten. Hij stapte in een van die boten, die van Simon, en vroeg hem een eindje van het land af te varen. Hij ging zitten en vanuit de boot gaf Hij de mensen onderricht. Toen Hij uitgesproken was zei Hij tegen Simon: ‘Vaar nu het meer op naar diep water. Daar moeten jullie je netten uitwerpen.’  ‘Meester,’ antwoordde Simon, ‘de hele nacht hebben we ons al afgetobd zonder iets te vangen. Maar als U het zegt zal ik de netten uitwerpen.’ Dat deden ze en ze vingen zo’n massa vis dat hun netten ervan scheurden. Daarom wenkten ze hun maats in de andere boot om hen te komen helpen. Die kwamen, en beide boten vulden ze tot zinkens toe. Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op z’n knieën voor Jezus en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, ik ben een zondig mens.’ Want schrik had hem, en allen die bij hem waren, bevangen, vanwege de vissen die ze samen gevangen hadden. Zo verging het ook Jakobus en Johannes, zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Maar Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang. Voortaan zul je mensen* vangen.’ Ze brachten de boten aan land, lieten* alles achter en volgden Hem.

19e zondag na Pinksteren : Heb uw vijanden lief.

19e zondag na Pinksteren

‘Heb uw vijanden lief !’

 

 

 

 

Eerste Lezing

 2 Kor. 11,31-12,9

 

11 .31 De God en Vader van de Heer Jezus, de God die moet worden geprezen tot in eeuwigheid, weet dat ik niet lieg. 32 Toen ik in Damascus was, liet de stadhouder van koning Aretas de stad afsluiten om mij gevangen te nemen; 33 ik kon alleen aan hem ontkomen doordat ik in een mand door een venster in de muur werd neergelaten.

12 .1 Ik word er wel toe gedwongen hoog van mezelf op te geven. Daarom zal ik, hoewel het geen enkel doel dient, het hebben over visioenen en openbaringen die de Heer ons schenkt. 2 Ik ken een volgeling van Christus die veertien jaar geleden tot in de derde hemel werd weggevoerd – in zijn lichaam of buiten zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen. 3 Maar ik weet dat deze man – in zijn lichaam of zonder zijn lichaam, dat weet ik niet, dat weet God alleen – 4 werd weggevoerd tot in het paradijs en dat hij daar woorden hoorde die door geen mens mogen worden uitgesproken. 5 Van zo iemand wil ik hoog opgeven. Wat mijzelf betreft zal ik me slechts op mijn zwakheid laten voorstaan. 6 En zelfs al zou ik hoog van mezelf willen opgeven, dan nog zou ik geen dwaas zijn, want ik zou de waarheid spreken. Maar ik zie ervan af, want ik wil worden beoordeeld op grond van wat men van mij hoort en ziet, 7 niet op grond van de uitzonderlijke openbaringen die ik heb gekregen. Om te verhinderen dat ik mezelf zou verheffen, werd mij een doorn in het vlees gestoken: ik word gekweld door een engel van Satan. 8 Ik heb de Heer driemaal gesmeekt mij van hem te bevrijden, 9 maar hij zei: ‘Je hebt niet meer dan mijn genade nodig, want kracht wordt zichtbaar in zwakheid.’ Dus laat ik mij veel liever voorstaan op mijn zwakheid, zodat de kracht van Christus in mij zichtbaar wordt.

 

 

Evangelie :

 Lucas 6,31-36

 

6 .31 Behandel anderen zoals je wilt dat ze jullie behandelen. 32 Is het een verdienste als je liefhebt wie jullie liefhebben? Want ook de zondaars hebben degenen lief die hen liefhebben. 33 En is het een verdienste als je weldaden bewijst aan wie weldaden bewijzen aan jullie? Ook de zondaars handelen zo. 34 En is het een verdienste als je geld leent aan degenen van wie jullie iets terug verwachten? Ook zondaars lenen geld aan zondaars in de verwachting alles terug te krijgen. 35 Nee, heb je vijanden lief, doe goed en leen geld aan anderen zonder iets terug te verwachten; dan zullen jullie rijkelijk worden beloond, en zullen jullie kinderen van de Allerhoogste zijn, want ook hij is goed voor wie ondankbaar en kwaadwillig is.

36 Wees barmhartig zoals jullie Vader barmhartig is

Johannes Chrysostomos : Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking

H. Johannes Chrysostomus (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie “Vader, als het mogelijk is”; PG 51, 34-35 

 “Het lijden van Christus en de daarop volgende verheerlijking” (1P 1,11)

 

Bij het naderen van zijn dood, riep de Verlosser uit: “Vader, het uur is gekomen, verheerlijk uw Zoon” (Joh 17,1). Welnu, zijn heerlijkheid was zijn kruis. WaaromPaneel van een deesis,15e eeuw,Kerk van de Kruisverheffing, Drogobytch, Lviv region, Ukraïne.JPG zou Hij dan proberen om te vermijden wat Hij eerder had gevraagd? Dat zijn heerlijkheid het kruis zij, het Evangelie leert het ons door te zeggen: “De Geest was er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt was” (Joh 7,39). Dit is de betekenis van dat woord: de genade was nog niet gegeven, omdat Christus nog niet op het kruis was verheven om God en de mensen te verzoenen. Het was immers het kruis dat de mensen met God heeft verzoend, dat van de aarde een hemel heeft gemaakt, dat mensen met de engelen heeft verenigd. Het kruis heeft de burcht van de dood omvergeworpen, de macht van de duivel vernietigd, de aarde bevrijd van de dwaling, de fundamenten van de Kerk gelegd. Het kruis is de wil van de Vader, de heerlijkheid van de Zoon en de vreugde van de heilige Geest. Het kruis is de trots van Paulus: “Ik denk er niet aan om mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus” (Gal 6,14).