Macarius van Egypte : Totdat het deeg in zijn geheel gegist was

Homilie toegekend aan Macarius van Egypte (?-390),monnik
Nr. 24, 4 ; PG 34, 662

Macarius_of_Egypt (de grote)1.jpg

Macarios van Egypte

“Totdat het deeg in zijn geheel gegist was”

 

 

      Als iemand het meel kneed zonder er gist in te doen, dan kun je je er van alles aan doen, het aanlengen en bewerken, het deeg zal niet omhoog komen en het zal geen dienst kunnen doen als voedsel. Maar als men er gist doorheen mengt, dan trekt dat het door het hele deeg en laat het helemaal rijzen, net als in de vergelijking die de Heer toepast op het Koninkrijk… Dat geldt ook voor het vlees: wat voor zorg men er ook aan besteedt, als men er geen zout bij doet om het te bewaren, dan zal het gaan stinken en blijft het niet meer geschikt voor consumptie. Stel je op gelijke wijze de hele mensheid voor als vlees of als deeg, en bedenk dat de goddelijke natuur van de heilige Geest het zout en het gist is, die van een andere wereld komen. Als het hemelse gist van de heilige Geest en het goede zout van de goddelijke natuur… niet in de nederige menselijke natuur worden gebracht en ermee worden vermengd, dan zal de ziel nooit de slechte geur van de zonde kwijtraken en ze zal niet oprijzen door de zwaarte en de krachteloosheid van het “oude gist” verliezen (1Kor 5,7)…

      Als de ziel alleen leunt op zijn eigen kracht en zich in staat acht om uit zichzelf zonder de hulp van de heilige Geest volledig te slagen, dan vergist ze zich in hoge mate; ze is niet geschikt voor de hemelse verblijven, niet voor het Koninkrijk… Als de zondaar God niet nadert, de wereld niet verzaakt, niet in hoop en geduld wacht op iets goeds dat vreemd is aan de eigen natuur, dat wil zeggen de kracht van de heilige Geest, als de Heer niet van boven zijn eigen goddelijk leven in deze ziel inblaast, dan zal deze mens nooit proeven van het ware leven… Daarentegen als hij de genade van de heilige Geest heeft ontvangen, als hij zich daar niet van afkeert, als hij Hem niet beledigt met zijn slordigheid en slechte daden, als hij lang standhoudt in de strijd, dan zal hij “de heilige Geest niet bedroeven” (Ef 4,30), hij zal het geluk hebben door het ontvangen van het eeuwige leven.

bron : www.Dagelijksevangelie.org

Johannes Chrysostomos : Heb geduld met mij

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over de proloog van het evangelie van Mattheus, nr. 61 

chrysostom18 modern russisch-amerikaans  detail kon.deur [1600x1200].jpg“Heb geduld met mij”

 

      Christus vraagt twee dingen van ons: om onze eigen zonden te veroordelen en om die van anderen te vergeven; het eerste doen omwille van het tweede, wat dan gemakkelijker zal zijn, want degene die aan zijn eigen zonden denkt, zal minder streng zijn voor zijn metgezel in de ellende. En niet alleen met de mond vergeven, maar diep vanuit het hart, om zo niet het zwaard tegen onszelf te keren waarmee we anderen denken te doorsteken. Welk kwaad kan een vijand je doen als het vergelijkbaar is met wat jij zelf doet door je bitsheid? 
      Zie dus hoeveel voordeel je haalt uit het nederig en met zachtheid ontvangen van een belediging. Je verdient zo ten eerste – en dat is het belangrijkst- vergeving voor je zonden. Je oefent je vervolgens in het geduld en de moed. In de derde plaats verwerf je zachtmoedigheid en liefde, want degene die niet in staat is om kwaad te worden op hen die hem onrecht aan doet, zal veel liefdevoller zijn naar hen die hem liefhebben. In de vierde plaats ontwortel je de woede volledig uit je hart, wat een onvergelijkelijk goed is. Wat zijn ziel van de woede bevrijdt, ontdoet het ook van de droefheid: hij zal zijn leven niet in smarten en angstige ijdelheden slijten. Zo pijnigen wij onszelf door anderen te haten; wij doen onszelf goed door hen lief te hebben. Overigens zullen allen je eren, zelfs je vijanden, zelfs als het demonen zijn. Beter nog door je zo te gedragen, zul je zelfs geen enkele vijand meer hebben. 

bron : www.Dagelijksevangelie.org

patriarch Kirill

 

Kyrill: ‘Oekraïense katholieken willen orthodoxie uitroeien’ door  KN/CWN

 

Het hoofd van de Russisch-orthodoxe Kerk heeft de Oekraïens-katholieke Kerk ervan beschuldigd de orthodoxe Kerk in het land te willen vernietigen.

Dat schrijft patriarch Kyrill in een brief aan de oecumenisch patriarch van Constantinopel, Bartholomaios I, meldt het onafhankelijke Russische persbureau Interfax.

‘Haat gepredikt’

“Al sinds het afgelopen najaar, toen de huidige politieke crisis in Oekraïne net begon, hebben vertegenwoordigers van de Oekraïens-katholieke Kerk en de schismatieke gemeenschappen, die op het Maidanplein in Kiev verschenen, openlijk haat gepredikt tegen de orthodoxe Kerk, gedreigd orthodoxe heiligdommen te bezetten en de orthodoxie op Oekraïens grondgebied uit te roeien”, schrijft Kyrill.

De patriarch van Moskou gaat zover te beweren dat de “uniaten en andere scheurmakers” gewapenderhand de “geestelijken van de canonieke Oekraïens-orthodoxe Kerk in het oosten van het land hebben aangevallen.”

‘Kwalijk’ De Oekraïense Grieks-katholieke Kerk heeft in een officiële verklaring de “ondraaglijke” beschuldigingen van Kyrill scherp van de hand gewezen als een “kwalijke poging” het “legitieme streven van het Oekraïense volk naar vrede en onafhankelijkheid” als religieus conflict af te schilderen. Dat brengt “nieuwe spanningen en verdriet’ teweeg in de Oekraïense samenleving, aldus de verklaring. “Oekraïne heeft nu van zijn geestelijken geen geweldsprovocatie nodig, maar het bouwen aan vrede.”

 

de ontslaping van de Moeder van God

De ontslaping van de Moeder van God

 

Over het overlijden en vervolgens met lichaam en ziel opgenomen worden in de hemel van Maria zijn verschillende versies in omloop. Maria moet ergens tussen 36 en 50 n.Chr. zijn overleden ofwel in Jeruzalem ofwel Ephese. Hierbij zouden alle apostelen aanwezig zijn geweest behalve Tomas . Toen deze arriveerde was

Lees verder de ontslaping van de Moeder van God

9e zondag na Pinksteren : Petrus zinkt

9e zondag na Pinksteren

“Petrus zinkt”

 

petrus zinkt - Armeens muzeum Isfahan.jpg

Lezingen :

1 Kor,1,10-18:

Verdeeldheid in de gemeente      Maar in de naam van onze Heer Jezus Christus, broeders en zusters, doe ik een beroep op u: wees allen eensgezindlaat er geen verdeeldheid onder u zijn; wees volkomen één van zin en één van gevoelen.  Ik heb namelijk van Chloë’s huisgenoten gehoord, broeders en zusters, dat er onenigheid onder u heerst.  Ik* bedoel dit: Ieder van u schijnt zijn eigen leus te hebben: ‘Ik ben van Paulus.’ ‘Ik van Apollos*.’ ‘Ik van Kefas*.’ ‘Ik van Christus*.’ Is Christus dan in stukken verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of bent u gedoopt in de naam van Paulus?  God zij dank dat ik niemand van u gedoopt heb, behalve dan Crispus en Gajus. Dus niemand kan zeggen dat u in mijn naam gedoopt bent.  O ja, ik heb ook nog het gezin van Stefanas gedoopt; verder zou ik niet weten dat ik iemand gedoopt heb. Want Christus heeft mij niet gezonden om te dopen, maar om het evangelie te verkondigen; en dat niet met geleerde* woorden, want dan had het kruis van Christus zijn kracht verloren.
De wijsheid van de wereld      Want de boodschap van het kruis is dwaasheid voor hen die verloren gaan, maar voor hen die gered worden, voor ons, is het een kracht Gods.

Evangelie :

Matth.14,14-22 :

 Toen Hij van boord ging, zag Hij een grote menigte. Hij had zeer met hen te doen en genas hun zieken. Toen het avond werd, kwamen zijn leerlingen Hem zeggen: ‘Dit is een eenzame plaats en het is al laat geworden. Stuur de mensen weg, dan kunnen ze zelf in de dorpen eten gaan kopen.’ Maar Jezus zei: ‘Ze hoeven niet weg te gaan. Jullie moeten hun te eten geven.’  Zij zeiden Hem: ‘Wij hebben hier niets anders dan vijf broden en twee vissen.’ Hij zei: ‘Breng die hier.’ Hij verzocht de mensen op het gras te gaan zitten, nam die vijf broden en twee vissen, keek op naar de hemel, sprak de zegenbede uit, Hij brak de broden en gaf ze aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen.  Allemaal hadden ze volop te eten. Ze haalden de brokken op die over waren, twaalf korven vol. [Afgezien van vrouwen en kinderen waren het zo’n vijfduizend man die gegeten hadden.
Tegenwind op het meer       Meteen hierna dwong Hij de leerlingen om aan boord te gaan en alvast voor Hem uit over te steken; dan zou Hij intussen de mensen wegsturen.