Iconostase : de koninklijke deuren

Iconostase : de koninklijke deuren

 

koninklijke deuren.jpgDe centrale deuren van de iconostase worden de Koninklijke deuren genoemd want het was hierdoor dat de keizer van Constantinopel plechtig het schip van de kerk binnentrad. Deze deuren zijn heilig en blijven altijd gesloten. Het is enkel tijdens de Goddelijke Liturgie dat de priester ze opent om het heiligdom binnen te treden (bema), waar hij het brood en de wijn consacreert. Op de vleugels van de poort worden de engel Gabriël en de Maagd Maria voorgesteld, alsook de vier evangelisten. Soms wordt ook de communie der apostelen afgebeeld. In de XVIe eeuw opent men de linkse zijdeur (op de Russische iconen) om naar de plaats te gaan waar de prothesis plaatsvindt, waar men de heilige gaven voorbereid, de zuidelijke zijdeur leidt naar het diakonikon, een soort sacristie, waar men de liturgische gewaden bewaart. Op de diaconale poorten zijn soms diakens afgebeeld of scènes die verband houden met de Verbanning uit het paradijs of scènes van de Goede Moordenaar, van het laatste oordeel en van de dodencultus. In het bijzonder legt de aanwezigheid van eschatologische thema’s op sommige diaconale poort van de prothesis uit, dat hier de ceremoniën plaatsvinden voor de overledenen. Binnenin, op de tafel van de prothesis bevinden zich onder andere de lijsten van de weldoeners waarvoor men zal bidden tijdens de Goddelijke Liturgie.

Uit : Icones et saints d’Orient

Vertaling : Kris Biesbroeck

De heilige Agathon

Heiligenleven

De heilige Agathon

 

Agathon abba  Hongaarse orthodoxe kerk.jpg

Heilige Agathon

 

De heilige Agathon , een van de grote Oudvaders in de Egyptische woestijn, leerling van abba Lot en tijdgenoot van de grote Makarios. Hij stond vooral bekend om zijn grote zachtmoedigheid en omdat hij de innerlijke gesteldheid van groter belang achtte dan lichamelijke werken van askese. Hij beval aan om zich elk uur af te vragen hoe wij, wat wij zojuist gedaan hadden, zouden moeten verantwoorden op de oordeelsdag.

In het Vadersboek staat een kort verhaal dat ons een blik gunt op de monnikensamenleving in de woestijn. Een aantal jonge monniken had zich onder de leiding van Agathon gesteld om het monniksleven te leren. Deze was vooral gesteld op één van hen, Alexander, die zich zo gewillig liet leiden en alle plichten met grote nauwkeurigheid vervulde.Nu was deze groep eens naar de rivier gegaan om hun kleren te wassen. In de hitte was dit geen onaangenaam werk en iedereen was vol ijver bezig, behalve Alexander, die misschien oververmoeid was. En omdat de anderen waarschijnlijk jaloers waren op zijn voorrangspositie, werd al gauw aan Agathon het bericht overgebracht dat die broeder niets uitvoerde. Agathon kwam en gaf hem een standje, waarop Alexander heel bedroefd was. Maar later nam Agathos Alexander apart en zei hem : “wees maar niet bedroefd, ik weet heus wel dat je gedaan hebt wat je kunt, maar het leek mij nuttig ,om je te berispen waar de anderen bij waren, om hun hardheid van geest wat te verzachten door het voorbeeld van jouw gehoorzaamheid.

Ook over het samenwonen van de broeders heeft hij zeer praktische dingen gezegd, toen hem eens gevraagd werd hoe dat moest gebeuren. We moeten daarbij vasthouden aan de gesteldheid van de eerste dag waarop we bij de anderen kwamen en diezelfde innerlijke afstand en vreemdheid bewaren. Immers, een al te grote vertrouwelijkheid leidt tot gebrek aan eerbied, en uit deze ondeugd stammen alle andere hartstochten. En vooral moeten we nooit gaan slapen voordat we eventuele wrijvingen naar ons vermogen hebben bijgelegd.

Eens had hij met zijn groep hard gewerkt om een nieuwe kluis te bouwen en in te richten en toen hij klaar was , trokken zij erin om zich neer te zetten voor het gebed. Maar na afloop van de eerste week had zich in Agathon de overtuiging gevestigd dat de nieuwe kluis niet geheel beantwoordde aan wat hij zich ervan had voorgesteld, en hij zei daarom tot de anderen : “Laten we ergens anders heengaan”. Dat viel hun rauw op het lijf en ze begonnen te mopperen dat hij dat wel eens had mogen bedenken voordat ze er zoveel werk aan hadden besteed. En wat moeten de mensen wel denken over zulk een ongedurigheid ? Daarop antwoordde Agathon dat de verstandigen hen juist zouden prijzen omdat ze omwille van God dit alles opgaven, en dat hij in ieder geval zou vertrekken. Daarop konden ze niets anders doen dan hem vergeving vragen en hem verzoeken hen mee te nemen.

Toen er eens gediscussieerd werd over wat wel het moeilijkste was dat een monnik op zich kan nemen, ,gaf Agathon als zijn mening dat werkelijk bidden de allerzwaarste taak was. Want de andere werken brengen hun eigen genoegdoening mee wanneer we erin slagen ze te volbrengen, maar bidden kost strijd tot de laatste ademtocht.

Eens maakte hij met zijn leerlingen een wandeling en een van hen vond op de weg een erwt liggen. Hij vroeg aan de Oudvader of hij die niet moest oprapen. Maar die keek hem vol verbazing aan en vroeg : “Heb jij die dan neergelegd ? Hoe kun je dan op het idee komen om die op te rapen ?”

Ook op een andere wijze toonde hij zijn fijngevoeligheid. Hij wilde nooit aalmoezen geven, maar bij kopen en verkopen accepteerde hij zonder enige bedenking de prijs die hem geboden of gevraagd werd, zodat de mensen hun winstje aan hun eigen slimheid zouden toeschrijven en niet aan zijn goedgeefsheid. Zo spaarde hij hun gevoel van eigenwaarde en dat beschouwde hij als zijn liefdegave.

Hij stond altijd klaar om anderen te helpen. Het weinige dat hij had stond hij ogenblikkelijk af wanneer iemand iets nodig had of zelfs maar bewonderde. Wanneer met de boot de Nijl moest worden overgestoken, was hij de eerste die naar de riemen greep.

Wanneer hij de neiging in zich voelde opkomen om een oordeel te vellen over de fout van een ander, dan zei hij in zichzelf : “Agathon, zorg maar eerst dat je zelf niet zoiets doet”, en daarmee bracht hij zijn gedachte tot rust. Want hij was ervan overtuigd dat zelfs wanneer iemand in toorn een dode ten leven zou wekken, hij toch nog veroordeeld zou worden door God.

Een kenmerkende uiting van hem is ook dat hij graag zijn gezond lichaam ,zou willen ruilen met dat van een melaatse, opdat die dan tenminste geholpen zou zijn. Ook droeg hij eens een melaatse op diens verzoek naar de stad. De man vroeg hem iets voor hem te kopen voor alles wat Agathon voor zijn producten ontvangen had. En tenslotte vroeg hij hem terug te dragen naar de plaats waar hij hem gevonden had. Daar zei de melaatse “Gezegend zijt gij, Agathon, door de Heer in de hemel en op de aarde”, en was daarna plotseling verdwenen, zodat Agathon begreep dat het een Engel was geweest om hem op de proef te stellen.

Eens vond hij op het dorpsplein een zieke vreemdeling liggen, geheel onverzorgd, om wie niemand zich bekommerde. Agathon huurde toen een kamer, droeg de zieke erheen, bleef bij hem en verzorgde hem vier maanden lang, tot deze weer genezen was. Eerst toen ging hij nterug naar zijn cel.

Maar op zijn sterfbed was hij onzeker en toen de broeders hem vroegen of zelfs hij angst had, antwoordde hij : “Al heb ik altijd mijn best gedaan om God geboden te volbrengen, ik ben toch maar een mens, hoe kan ik weten of mijn daden God bhehaagd hebben ? Gods oordeel is immers heel iets anders dan het oordeel van de mensen.” Maar zij zagen dat hij vol vreugde stierf, als iemand die zijn vrienden en geliefden gaat verwelkomen.

Uit. Heiligenlevens voor elke dag . Uitg. orth. Klooster – Den haag

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Ikonen in de vroegchristelijke tijd

Hoewel er geen ikonen overgebleven zijn uit de eerste eeuwen van het christendom,is het eigenlijk vanzelfsprekend dat die er wel geweest zijn.De ikonen pasten in de schildertraditie en waren daar een voortzetting van.De eerste christenen immers leefden in het Romeinse Rijk in een zeer kunstlievende omgeving.Overal in de stad stonden standbeelden van goden, heersers en filosofen;ook in de huizen waren afbeeldingen van voorouders, goden en filosofen te vinden.De wanden van de villa’s van de welgestelde klasse waren bedekt met decoratieve schilderingen.Alleen in Pompeii zijn daar voorbeelden van overgebleven.De Romeinse wandschilders hebben zich vermoedelijklaten inspireren door Griekse voorbeelden.2 De schilderkunst van de oude Romeinen kende vele motieven, zoals mythologische voorstellingen, landschappen, planten, dieren en scènes uit het dagelijks leven.Ook waren er portretten op panelen van de klassieke goden, helden en familieleden. Van dit type antieke (voorchristelijke) ikonen zijn er tot nu toe zo’n twintigtal gevonden.De meeste zijn in Egypte ontdekt, in huizen en in tempels. Zij dateren uit de 2e tot de 4e eeuw.De eerste portretschilderkunst waarvan genoeg bewaard is gebleven om er een beeld van te vormen, zijn de Fayoemportretten.Hoewel deze portretten ook op andere plaatsen gevonden zijn, zijn zij vernoemd naar de Fayoemdelta in Egypte, een vruchtbare en welvarende delta (ongeveer 60 km ten zuiden van Caïro) waar de meeste portretten zijn ontdekt. [1-3]De eerste twee portretten werden ontdekt in het begin van de 17e eeuw door Pietro della Valle, die op pelgrimage naar het Heilige Land in Egypte belandde. In 1888 heeft de Britse archeoloog W.M. Flinders Petrie portretten opgegraven in Hawara; dit waren de eerste portretten die wetenschappelijk zijn onderzocht. Van deze buitengewoon mooie portretten zijn er tot nu toe zo’n duizend gevonden. Ze zijn geschilderd op dunne houten panelen en verkeren veelal in een uitstekende staat.Het zijn portretten van mannen, vrouwen en kinderen, jong en oud, zowel eenvoudig als gedetailleerd uitgewerkt.

In deze streek van het Romeinse Egypte woonden in de eerste drie eeuwen Grieken, Egyptenaren, Romeinen, Syriërs, Libiërs,Nubiërs en Jodennaast en met elkaar. In deze multiculturele samenleving waren de cultuur en de taal voornamelijk Grieks,maar men had veel respect voor de Egyptische religie en gebruiken. In navolging van de Egyptische dodenmaskers uit de vroege tijd van de farao’s, bestond de gewoonte om de doden te balsemen en hun sarcofaag te tooien met het portret van de overledene. Na röntgenonderzoek van enkele mummies die samen met hun portret gevonden zijn, bleek een discrepantie te bestaan in leeftijd: het portret toonde een veel jonger iemand dan de mummie.Daarom wordt aangenomen dat de meeste van deze portretten nog tijdens het leven van de geportretteerde werden geschilderd en in huis opgehangen.De Fayoemportretten en de christelijke ikonen hebben duidelijke overeenkomsten.Het meest opvallend, behalve de gebruikte schildertechniek en materialen, is de expressieve blik in de ogen.Mogelijk hebben Fayoemportretten en ikonen naast elkaar bestaan totdat deze mummieportretten in onbruik raakten.De ikonen uit de 5e en 6e eeuw die bewaard zijn in het afgelegen Catharinaklooster in de Sinaïwoestijn, hebben een opvallende gelijkenismet de Fayoemportretten. [5, 40]

Het moet voor de eerste christenen niet moeilijk geweest zijn om over te stappen van de verering van geschilderde portretten van goden, keizers en familieleden naar de verering van ikonen als afbeeldingen van goddelijke personen, zoals Christus, de Moeder Gods, heiligen en martelaren.Het blijft heel moeilijk om zich een voorstelling te maken van het religieuze leven van de christenen in de eerste eeuwen. Zij probeerden een weg te vinden tussen enerzijds hun behoefte iets tastbaars van hun geloof te bezitten en anderzijds hun verzet tegen afgodsbeelden. Bovendien bestond de ban op afbeeldingen die de joden uitgesproken hadden.

Eusebius (265-340), die bisschop was van Caesarea, schrijft over oude portretten van Christus en van Petrus en Paulus, die hij in grote aantallen gezien heeft. Eusebius en ook andere kerkvaders vonden de ikonen overbodig. Zij voegden niets toe aan de ‘openbaring door middel van het woord’.

Epifanius (315-403),metropoliet van Cyprus, vertelt in zijn Epistola ad Joannem, dat hij op een avond een kerk binnenging en daar op het gordijn dat het heiligdom van het schip scheidde, religieuze afbeeldingen aantrof. Hij scheurde het gordijn af en gaf het aan een plaatselijke bewaarder, die hetaan een arme kon geven om als lijkkleed te dienen. Ondanks de negatieve kritiek van bisschoppen en kerkvaders waren ikonen niet alleen een zaak van de theologen maar ook van een gemeenschap die zich in en door de religie wilde uitdrukken.Maar er zijn tot nu toe weinig ikonen teruggevonden en de oude documenten hierover zijn niet altijd betrouwbaar.Wél gevonden zijn de symbolische voorstellingen uit de 3e en 4e eeuw in de catacomben waar christenen samenkwamen.De oudste christelijke kunst zijn muurschilderingen met Bijbelse thema’s in een huis in Dura Europos in Syrië uit 232.

De eerste literaire bron over een ikoon is te vinden in de apocriefe Handelingen van Johannes, een tekst uit het midden van de 2e eeuw uit Klein-Azië. Lycomedes, een leerling van Johannes, had in het geheim een portret van de apostel laten schilderen en het op een altaartje versierd met bloemen in zijn kamer neergezet.Toen Johannes het portret zag, vroeg hij vol verbazing wie deze figuur was die door Lycomedes op heidense manier vereerd werd.Toen hij hoorde dat hij het zelf was, vroeg hij om een spiegel,want hij had zichzelf nooit eerder gezien.Hij keurde het gebruik af: ‘Het portret lijkt opmij,maar niet op mijzelf’.

4e – 7e eeuw

Na het Edict vanMilaan in 313 waren de Romeinse burgers vrij om hun godsdienst te kiezen en ontstond er een gunstig klimaat voor de ontwikkeling van de christelijke kunst.Keizer Constantijn [4] verplaatste in 330 de zetel van het Romeinse Rijk naar Byzantium, dat werd omgedoopt tot Nova Roma (Nieuw Rome),maar al snel Constantinopel (stad van Constantijn) werd genoemd. In 395 leidde de stichting van Constantinopel, het huidige Istanbul, tot een permanente scheiding tussen de oostelijke (Griekse) en westelijke (Latijnse) helft van het rijk. Aan de oever van de Nijl hadden zich heremieten teruggetrokken, op de vlucht voor de christenvervolgingen.Hieruit ontstonden kloostergemeenschappen, die een belangrijke rol gingen spelen in het debat over de legitimiteit van ikonen.Ook in Constantinopel waren aan het eind van de 6e eeuw alleen al zeventig kloosters.

Onder keizer Justinianus, die regeerde van 527 tot 565,maakte het Byzantijnse Rijk een grote bloeiperiode door, ook op het gebied van de kunst. Justinianus liet in tal van steden prachtige kerken bouwen met schitterende mozaïeken. Helaas werd het merendeel van de gebouwen en mozaïeken in de periode van de Beeldenstorm verwoest.De San Vitale in Ravenna, die wel bewaard gebleven is, geeft een goed beeld van de rijkdomen kwaliteit van de kunst uit die tijd.

Slechts een twintigtal ikonen heeft deze Beeldenstorm overleefd.Het zijn de oudste ikonen die er zijn. Enkele uit de 5e en 6e eeuw worden bewaard in het al eerder genoemde klooster in de Sinaïwoestijn.De beroemdste ikoon is de ikoon van Christus uit de 6e eeuw, die sterke gelijkenis vertoont met de eerdergenoemde Fayoem portretten.

 

Uit het boek : ‘ De rijkdom van ikonen’ Drs. Ingrid Zoetmulder

 

34e zondag na Pinksteren : de goede Meester

34e zondag na Pinksteren

“De goede Meester”

 

 

GoedeHerder1.jpg

 

Lezingen :

 

Kol.3,12-16

 

Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven. Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is. En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar. Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.

Evangelie :

Lucas 18,18-27 :

Gesprek met een rijke
Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’ Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God. De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’ ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man. ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders. Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’

Johannes Chrysostomos : de Heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Mattheus, nr 12 ; PG 57, 201

chrysostom16 modern amerikaans [1600x1200].jpg “De heilige Geest daalde in lichamelijke gedaante als een duif, over Jezus neer”

Laten we het grote wonder, dat gebeurde na de doop van de Verlosser, beschouwen; het is het voorteken van wat binnenkort gaat gebeuren. Het is niet het oude Paradijs, het is de hemel die zich opent: “Zodra Jezus gedoopt was, opende de hemel zich” (Mt 3,16). Waarom opende de hemel zich toen Jezus gedoopt werd? Om ons te leren dat hetzelfde onzichtbaar gebeurt bij onze doop: God roept u dan naar het vaderland dat in de hemel is, en nodigt u uit om niets meer gemeenschappelijks met de wereld te hebben, daarvan waren deze tekenen het symbool.
Men zag toen een witte duif neerdalen: zij betekende voor Johannes de Doper en voor de Joden dat Jezus de Zoon van God was. Zij moest bovendien aan een ieder leren dat, op het moment van de doop, de heilige Geest in onze ziel neerdaalt. Hij komt niet meer in zichtbare vorm, omdat we dat niet meer nodig hebben: het geloof is nu voldoende…
Waarom verschijnt de heilige Geest in de vorm van een witte duif? Dat is omdat de duif zacht en zuiver is en de heilige Geest is een geest van zachtmoedigheid en van vrede. Deze duif herinnert ons ook aan een gebeurtenis die we in het Oude Testament lezen: als de aarde door de zondvloed overstroomd is en het hele menselijke ras in gevaar is om te vergaan, dan verschijnt ook de witte duif om ons het einde van de grote ramp aan te kondigen, ze droeg een olijftakje, en het goede nieuws van het herstel van vrede in de wereld. Welnu, dat alles was een voorafbeelding van de toekomst… Toen alles verloren was zijn de bevrijding en de vernieuwing onverwacht gekomen. Wat vroeger gebeurd is door de zondvloed van het water, roept ons op om de aarde weer te bevolken: zij trekt alle mensen naar de hemel. In plaats van een olijftakje brengt ze de mensen de waardigheid van hun aanname als kinderen van God.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De goddelijke wijsheid (Sophia)

De goddelijke wijsheid (Sophia)

 

Sophia icoon.jpg

 

Het zoeken naar de goddelijke wijsheid heeft de oude volkeren gepassioneerd. Salomon , die koning David opvolgde in 970 na Christus, vroeg aan God de wijsheid vóór alle andere goeds. In het boek der spreuken wordt de wijsheid vergeleken met een huis dat gebouwd is op “zeven zuilen”. De Tempel van Jerusalem ( gebouwd door dezelfde koning Salomon, en heropgebouwd door Herodes de Grote in 18 voor Christus, en vernietigd door de Romeinen in 66-70 na Christus) is het beeld  van de wijsheid, de verblijfplaats van God onder de volkeren. In de iconen is de Wijsheid-Sophia gefigureerd onder het aspect van een koningin-engel gezeten op een troon, een architectonisch element dat verwijst naar de Tempel, en het gezicht, de handen en de vleugels hebben een roze kleur, die het vuur symboliseren van de Geest. Haar kroon symboliseert de nederigheid, de lintvormige versiering die vanuit haar haar hangen symboliseren de kuisheid, en haar klederen symboliseren zowel haar hoge ouderdom als het koninklijk priesterschap. De Sophia zetelt in het midden van een sombere cirkel die het ondoorgrondelijk mysterie van God weergeven. Links en rechts van de “verblijfplaats van de wijsheid” bevinden zich Maria en Johannes de Doper. Achteraan, in het midden van de groep engelen, verschijnen Christus en de Oude der dagen. Bovenaan rollen de engelen de hemelen uit alsof het hier gaat om een tapijt en bereiden zo de Hétimasie, t.t.z.de voorbereiding van de troon voor het laatste oordeel voor, waar Christus zal zetelen op hetb einde der tijden.

Uit : ‘Icones et saints d’orient’

Vertaling : Kris Biesbroeck

Ikonenschilder

 

Ikonenschilder

 

De bijzondere betekenis van de ikoon voor de orthodoxe gelovigenmaakt dat de vervaardiging van ikonen gebonden is aan traditionele regels. Van groot belang is de authenticiteit van de ikoon.De schilders schilderden naar oude voorbeelden. Zij bleven trouw aan het prototype,maar waren vrij in de stijl en artistieke weergave. Er zijn ook voorbeeldboeken,Hermeneia (Grieks)ofPodlinnik (Russisch), overgeleverd. In het oudst bekende boek (uit de15e eeuw) zijn voortekeningen van heiligen en taferelen opgenomen. In de bekende Hermeneia van Dionysios van Fourna uit ongeveer 1730 staan instructies beschreven over de techniek, de kleuren, de ikonografie en inscripties op de ikonen.Deze Hermeneia is het schildersboek van de monnikengemeenschap op de berg Athos.

Ikonenschilders waren vaak monniken,maar vooral in latere eeuwen werden ikonen ook door leken geschilderd.De ikonenschilder was zich sterk bewust van de tradities van het schilderen en was in principe niet vrij om uitdrukking te geven aan zijn eigen verbeeldingswereld, zoals kunstenaars in het Westen na de renaissance.De waarachtigheid en authenticiteit van de ikonen zijn belangrijker dan de verbeeldingswereld van de kunstenaar.Door bepaalde gebeden en door vasten geraakte de schilder in de juiste stemming om een ikoon te kunnen schilderen. Zijn penseelstreken reflecteren zijn levensstijl. Een ikoon schilderen was voor hem een spiritueel avontuur.De ikonenschilder was niet geïnteresseerd in de werkelijkheid.Hij wilde een beeld weergeven van een onzichtbare en spirituele wereld.Een wereld waarvan de aardse wereld slechts een reflectie is. Een wereld waarin de wetten van logica en perspectief niet gelden.De schilder beschouwde zichzelf als een mediumt ussen hemel en aarde.Hij was slechts de hand die schilderde; wie hij zelf was,was niet belangrijk.Daarom zijn ikonen bijna nooit gesigneerd.Door de overlevering zijn natuurlijk wel namen van ikonenschilders bekend geworden,maar de geschiedenis van de ikonen blijft toch veel meer de geschiedenis van het beeld zelf en niet die van de kunstenaar.

Uit : De rijkdom van ikonen door Ingrid Zoetmulder

Wenst U een mooie oude icoon te kopen ?

Daarvoor kan je terecht bij Zoetmulder ikonen

Beethovenstraat,107a – 1077 HX Amsterdam

Email : Zoetmulder@russicon.net

Website : http://www.zoetmulderikonen.nl