De heilige Gerasimos

Heiligenleven

De heilige Gerasimos

Gerasimos12.jpg

Heilige Gerasimos

 

De heilige Gerasimos was een monnik uit Lycië die in Palestina gewonnen werd voor de ketterij van Eutychios, waarin de goddelijke natuur van Christus eenzijdig werd beklemtoond tegenover Zijn menselijke natuur. Hij werd opgezocht door de heilige Euthymios en deze bracht hem terug tot de eenheid van het ware geloof. In die dagen groeide er een warme vriendschap tussen de heilige Gerasimos, Euthymios, Johannes de Hesychast, Sabbas en Theotiktos.

Elk van hen trok vele leerlingen en Gerasimos bouwde bij Jericho vanaf 455 een Laura van zeventig cellen rond een klooster met gemeenschappelijk leven, waar de leerlingen werden voorbereid op het als kluizenaar leven in een van de cellen.

De kluizenaars bleven vijf dagen per week in hun cel, waar zij manden en matten vlochten tijdens het bidden van de Psalmen. In hun cellen mocht geen vuur zijn, hun voedsel bestond uit droog brood en dadels. Ieder had slechts één habijt, een vacht om op te slapen, en een waterkruik. De deur moest altijd open zijn, ook wanneer zij weg waren, zodat ieder die iets nodig had dat uit hun cel kon nemen. Op zaterdag en zondag kwamen zij bijeen in de gemeenschappelijke kerk; ze ontvingen de heilige communie en aten dan gekookte groenten en dronken een beetje wijn ter ere Gods. (Deze verzachtingen paste Gerasimos echter niet op zichzelf toe). Het werk dat ze in die week hadden klaar gekregen brachten ze mee om het aan de abt te geven, die het verder verhandelde. Maar gerasimos dreef de ascese veel verder dan de anderen en heel de Grote Vasten gebruikte hij geen andere spijs dan de heilige Eucharistie.

Zijn leven werd een eeuw later door Johannes Moschos in diens ‘Geestelijke weide’ beschreven. Het beroemste verhaal is zijn ontmoeting met de leeuw. Doe kwam op een dag op de Jordaan-oever naar hem toe, hinkend en brullend van de pijn. Het dier stak vertrouwvol zijn zieke poot naar hem uit en Gerasimos trok het scherpe stuk riet eruit dat diep in de poot was doorgedrongen.

De dankbare leeuw volgde sindsdien de kluizenaar als een hondje en hem werd geleerd wacht te houden bij een ezel die het water voor de broeders naar boven droeg, wanneer deze aan het grazen was. Dit was blijkbaar toch een te tam baantje voor de leeuw, die dan maar wat doezelde, en op een dag slaagde een Arabische kameeldrijver erin de ezel te stelen. De leeuw kwam met hangende kop in het klooster terug, zonder ezel. Natuurlijk veronderstelde gerasimos dat de leeuw de ezel verslonden had, en nadat hij hem eerst had uitgescholden, zei hij : ‘Laat ons God prijzen. In elk geval moet jij nu maar de taak van de ezel overnemen’. En sindsdien haalde de leeuw het water voor de broeders, totdat een bezoeker medelijden kreeg met het Koninklijke dier en beloofde de broeders een andere ezel te verschaffen.

Maar enkele dagen later kwam de karavaan op de terugweg weer langs, met de gestolen ezel. De leeuw vloog er brullend op af en de kameeldrijvers renden angstig het klooster binnen om zich in veiligheid te brengen. Maar de leeuw kwam trots met de ezel bij de cel van de heilige Gerasimos die hem toen zijn verontschuldiging moest maken.

Vijf jaar kwam de leeuw steeds weer naar Gerasimos terug om zich te laten aanhalen, maar toen was diens tijd gekomen en hij was overgegaan naar het hemels koninkrijk, in het jaar 475. Gerasimos was begraven en de volgende dag kwam de leeuw hem opzoeken, maar tevergeefs : hij kon hem nergens vinden, en kon maar niet tot rust komen. De broeders brachten hem toen naar het graf en daar bleef hij treuren, wilde niets eten en na een paar dagen vond men de trouwe vriend gestorven. In de middeleeuwen werd de naam van Gerasimos verward met Jeronimos, zodat de heilige Hiëronimos het verhaal van de leeuw kreeg toebedeeld.

Ook al zou het slechts een legende zijn, er wordt levendig mee uitgedrukt dat de werkelijk bekeerde mens weer een stukje paradijs terugbrengt op aarde, en dat juist daarin zijn kracht is gelegen.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

24e zondag na Pinksteren : opstanding van het dochtertje van Jairus

24e zondag na Pinksteren

“De opstanding van het dochtertje van Jaïrus”

 

 jairus2.jpg

 opstanding van het dochtertje van Jaïrus

 

 LEZINGEN :

 

Ef.2,14-22

Want Hij is onze vrede, Hij die de twee werelden één gemaakt heeft, en de scheidsmuur heeft neergehaald, door in zijn vlees de vijandschap, de wet met haar geboden en verordeningen, te vernietigen. Hij heeft vrede gesticht door in zijn persoon uit die twee één nieuwe mens te scheppen, en beiden in één lichaam met God te verzoenen door het kruis, waaraan Hij de vijandschap heeft gedood. En bij zijn komst heeft Hij vrede verkondigd aan u die veraf was en vrede aan hen die dichtbij waren. Want door Hem hebben wij beiden in één Geest toegang tot de Vader.
Zo bent u dus geen vreemdelingen en ontheemden meer, maar medeburgers van de heiligen en huisgenoten van God, gebouwd op het fundament van de apostelen en profeten, waarvan Christus Jezus zelf de hoeksteen is. Op Hem, die het hele bouwwerk in zijn voegen houdt, groeit het uit tot een heilige tempel in de Heer. Op Hem wordt ook u mee opgebouwd tot een woning van God, in de Geest.

EVANGELIE :

Lucas 8,41-56 :

Daar kwam een man naar voren, een zekere Jaïrus, hoofd van de synagoge. Hij wierp zich aan zijn voeten en smeekte Hem mee te gaan naar zijn huis,
omdat zijn enig kind, een dochter van een jaar of twaalf, op sterven lag.
Op weg daar naartoe raakte Jezus bekneld in de mensenmassa. Een vrouw die al twaalf jaar aan vloeiingen leed en haar hele inkomen aan dokters had besteed zonder bij iemand genezing te vinden, kwam van achteren naar Hem toe en raakte de zoom van zijn kleren aan. Onmiddellijk hielden haar vloeiingen op. Jezus vroeg: ‘Wie heeft Me aangeraakt?’ Iedereen ontkende het en Petrus zei: ‘Meester, al die mensen staan te duwen en te dringen om U heen.’ Maar Jezus zei: ‘Iemand heeft Me aangeraakt, want Ik heb kracht van Mij voelen uitstromen.’ Omdat de vrouw besefte dat het niet verborgen kon blijven, kwam ze bevend naar Jezus toe, wierp zich neer voor zijn voeten, en vertelde waar het hele volk bij stond waarom ze Hem had aangeraakt en hoe ze onmiddellijk genezen was. Jezus zei tot haar: ‘Mijn dochter, uw vertrouwen is uw redding; ga in vrede.’
Hij was nog niet uitgesproken of de voorzitter van de synagoge kreeg van thuis het bericht: ‘Uw dochter is gestorven; val de meester niet langer lastig.’ Jezus hoorde dat en zei tegen Hem: ‘Wees niet bang; heb maar vertrouwen, dan zal ze gered worden.’ Bij het huis gekomen liet Hij alleen Petrus, Johannes en Jakobus mee naar binnen gaan, en de vader en de moeder van het meisje. Iedereen was in tranen en rouwde om haar, maar Jezus zei: ‘Huil niet; ze is niet gestorven, ze slaapt.’ Ze lachten Hem uit, omdat ze ervan overtuigd waren dat ze gestorven was. Hij pakte haar echter bij de hand en riep: ‘Meisje, sta op.’ Het leven keerde in haar terug, ze stond onmiddellijk op, en Jezus liet haar te eten geven. Haar ouders stonden versteld, maar Hij verbood hun met iemand te praten over wat er was gebeurd.

Clemens van Alexandrië : Maak vrienden

H. Clemens van Alexandrië (150 – ca. 215), theoloog
Sermon “Welke rijke zal gered worden?”, § 31

Clemens_van_Alexandrie.jpg

Clemens van Alexandrië

 “Maak vrienden”

“Wie een van deze geringe mensen een beker koel water te drinken geeft, omdat hij een leerling van mij is, ik verzeker jullie: die zal zeker beloond worden” (Mt 10,42)… Dat is het enige loon dat nooit zijn waarde zal verliezen: “Maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen”. De rijkdommen waarover we beschikken moeten niet alleen voor onszelf gebruikt worden; met de onrechtvaardige goederen kan men een rechtvaardig en heilzaam werk verrichten, en een van hen verlichten die de Vader bestemd heeft voor zijn eeuwige verblijven… Wat is dat woord van Paulus bewonderenswaardig: “God heeft lief wie blijmoedig geeft” (2Kor 9,7), wie een aalmoes geeft met een goed hart, zaait zonder berekening opdat de oogst ook overvloedig zal zijn, en deelt zonder mopperen, aarzeling of terughoudendheid… En dat woord dat de Heer elders zegt is nog groter: “Geef aan een ieder die iets van je vraagt” (Lc 6,30)…
Denk eens na over het geweldige loon dat beloofd wordt voor uw gulheid: de eeuwige verblijven. Wat een mooie handel! Wat een bijzonder zaak! Men koopt de onsterfelijkheid voor geld; men ruilt nietige goederen van deze wereld tegen een eeuwig verblijf in de hemelen! Als dus, u, rijken, wijsheid bezitten, pas die dan toe in deze handel… Waarom laat u zich boeien door diamanten en edelstenen, door huizen die door brand kunnen worden verwoest, die met de tijd instorten, die door een aardbeving kunnen omvallen? Ambieer slechts om in de hemel te leven en met God te heersen. Een arme zal u dat koninkrijk geven… Overigens heeft de Heer niet gezegd: “Geef, wees genereus en ruimhartig, red uw broeders”, maar “maak vrienden”. De vriendschap wordt niet uit een gave geboren, maar uit een lange bekendheid. Noch het geloof, noch de liefde, noch het geduld zijn het werk van één dag: “maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered” (Mt 10,22).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

plaatsen in Frankrijk

Reliek van de heilige Antonios de Grote in de kerk van Sint Trophimus in Arles.

 

 

PICT8754.JPG

 

PICT8753.JPG

Deze reliek  bevat de schedel van de heilige.

Het verhaal over deze grote heilige is reeds op deze site verschenen.

http://krisbiesbroeck.skynetblogs.be/apps/search/?s=Antonius+de+grote

 

Een tweede belangrijke ontdekking was in de Kathedraal Notre-Dame de Fourvière in Lyon, waar in een grote mozaïek het derde oecumenisch concilie van Ephese wordt afgebeeld. Het is op dit concilie dat aan Maria de titel van Moeder Gods wordt toegekend (Theotokos). Het is nog de tijd van de onverdeelde Kerk. Je ziet er zowel westerse als oosterse bisschoppen op staan. In het midden staat de Moeder Gods en boven haar hoofd de titel ‘Theotokos). Op de zijkant lezen we Ephesos – oecumenisch concilie.

 

 

CIMG7027.JPG

3e oecumenisch concilie – Ephese

 

De heilige Benedictus van Ariane

Heiligenleven

De heilige Benedictus van Ariane

 

Benedikt_von_Aniane.jpg

 Benedictus van Ariane

 

De heilige Benedictus van Ariane was een schenker aan het hof van koning Pepijn en van Karel de Grote, die beiden veel belang stelden in de buitengewoon intelligente jongeman en hem overlaadde met geschenken en eerbewijzen om hem aan zich te binden. Maar zijn radicale persoonlijkheid kon in dit halfslachtige leven geen blijvende bevrediging vinden. Naast zijn werk deed hij strenge boeteplegingen, en zo hield hij dit leven drie jaar vol zonder te weten wat hij eigenlijk moest doen.

Een ongeval gaf de doorslag. Op een gezamelijke tocht was zijn broer eens in het water gevallen. Benedictus sprong hem na, maar was zelf bijna verdronken eer hij erin slaagde de andere te redden. Het was als het ware een demonstratie van het feit hoe plotseling de dood ons kan overvallen, zonder de minste waarschuwing.

Na raad gezocht te hebben bij een in de buurt wonende kluizenaar, trad hij in het klooster van St. Seine in 774. Daar leefde hij in strenge onthouding, hij gunde zichzelf slechts het allernoodzakelijkste en leefde op water en brood, zo weinig mogelijk slaap, vaak op de naakte grond, en stond lange uren blootsvoets te bidden op de stenen van de Kerkvloer, ook in het hartje van de winter. Hij streefde heel de strengheid na van de oude woestijnvaders en verkreeg daardoor in bijzondere mate de geest van gebed.

Toen hij tot kellenaar was aangesteld, kwamen zijn bestuursgaven duidelijk aan de dag. Bij de dood van de abt wilden de monniken daarom Benedictus tot nieuwe abt kiezen, maar omdat ze zich niet wilden verbinden tot een hervorming om weer strikt de Regel na te leven, weigerde hij deze taak. Toen hij daarover niet met rust gelaten werd, verliet hij het klooster, na een verblijf , van zes jaar, en keerde terug naar Languedoc, waar hij op een stuk land uit het familiebezit een kluis bouwde in de buurt van het kerkje van de heilige Saturninus, aan de oever van de Aniane-beek.

Daar leefde hij in uiterste armoede, en langzamerhand kwamen anderen bij hem, hoewel hij hen in het begin steeds had weggestuurd. Zo ontstond een strenge gemeenschap. Men leefde op water en brood van zelfverbouwd graan; slechts op zondagen werd wat wijn en melk gebruikt uit de aangeboden giften.

Op de duur moest er een klooster gebouwd worden, maar ook daar handhaafde men streng de armoede. Zelfs de kelken voor de heilige Eucharistie waren oorspronkelijk van hout, later van glas of tin. Wanneer men kostbaarder vaten schonk, dan werden deze weggegeven aan andere kerken.

Het was een edelmoedige tijd. Dit harde leven trok veel jonge mensen aan en het duurde niet lang of er waren daar al meer dan driehonderd monniken. Benedictus werd bovendien belast met het toezicht op de kloosters van heel Zuid-frankrijk. Hij trad ook op tegen ketterse ideeën zoals die van Felix d’Urgel die het goddelijk zoonschap van Christus loochende, totdat deze door het concilie van frankfort werd veroordeeld, in 794.

Maar zijn hoofdwerk was de monastieke hervorming. Zijn schitterende geestesgaven, gepaard aan een deemoedig en hartelijk optreden, wonnen aller hart. Hij werd overal uitgenodigd voor geestelijk herstelwerk aan de verslapte kloosters en in 817 was hij voorzitter van een vergadering van abten ten behoeve van het herstel der discipline. In datzelfde jaar schreef hij ook de canons voor het concilie van Aken, die op de kloosters betrekking ,hadden.

Deze wettelijke centralisatie hield weliswaar geen stand na zijn dood, maar zijn invloed bleef doorwerken in het europese monnikswezen. Keizer Lodewijk, de opvolger van Karel de Grote, liet voor Benedictus een klooster bouwen dicht bij Aken, het Cornelimünster, als centrale zetel. Van daaruit hield Benedictus toezicht op de verschillende abdijen. Heel zijn leven had hij steeds dezelfde strenge ascese beoefend als in zijn jonge jaren.

Intussen ging zijn gezondheid steeds meer achteruit en de laatste jaren werd hij voortdurend door ziekten gepijnigd, totdat hij stierf in 821, in de ouderdom van 71jaar.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster – Den Haag

23e zondag na Pinksteren : genezing van een bezetene

23e zondag na Pinksteren

“genezing van een bezetene”


 

bezeten zwijnen.jpg

 

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse* regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen* de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

 

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene
Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan