26e zondag na Pinksteren – 40e verjaardag van de parochie

26e zondag na Pinksteren

De rijke dwaas

Feestmetten en pontificale Liturgie ter gelegenheid van de 40e verjaardag van de parochie van de heilige Apostel Andreas de eerstgeroepene

 

rijke dwaas.jpg

De rijke dwaas

 

LEZINGEN

Ef.5,9-19

[9] want de vrucht van het licht kan alleen maar zijn: goedheid, gerechtigheid, waarheid.
[10] Probeer te ontdekken wat de Heer welgevallig is.
[11] Neem geen deel aan de onvruchtbare praktijken van de duisternis, stel ze liever aan de kaak.
[12] Want wat deze mensen in het geheim uitvoeren, is zo schandelijk dat men er maar beter niet over kan spreken.
[13] Alles wat door het licht aan de kaak wordt gesteld, wordt openbaar.
[14] En alles wat openbaar wordt, is licht. Daarom wordt gezegd:

   

Ontwaak,* slaper,
sta op uit de doden,
en Christus zal over u stralen.

[15] Let dus nauwkeurig op, hoe u zich gedraagt: niet als dwazen maar als verstandige mensen. [16] Benut de gunstige gelegenheid, want de tijden zijn slecht. [17] Daarom, wees niet onverstandig, maar probeer te begrijpen wat de Heer wil. [18] Drink niet te veel wijn, wat tot losbandigheid leidt, maar laat u bezielen door de Geest. [19] Spreek elkaar toe in psalmen, hymnen en liederen, ingegeven door de Geest. Zing en speel van ganser harte voor de Heer

Evangelie: Lucas,19-21 :

[16] Hij vertelde hun een gelijkenis: ‘Er was eens een rijke, wiens land veel had opgebracht. [17] Hij dacht* bij zichzelf: “Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn oogst op te slaan.” [18] “Dit ga ik doen,” dacht hij, “ik breek mijn schuren af en ga grotere bouwen; dan kan ik daar al het graan en mijn andere goederen in opslaan, [19] en tegen mezelf zeggen: Je hebt daar nu heel wat liggen, jongen, je kunt jaren vooruit. Rust nu maar eens uit, eet, drink en neem het ervan.” [20] Maar God* zei tegen hem: “Jij dwaas, nog deze nacht wordt je leven opgeëist, en voor wie zijn dan al die voorraden die je hebt aangelegd?” [21] Zo vergaat het iemand die rijke schatten verzamelt voor zichzelf en niet voor God.’

Gregorius van Nazianze : nodig de armen uit

H. Gregorius van Nazianze (330-390), bisschop en Kerkleraar
Sermon over de liefde voor de armen; PG 35, 858

gregorius van Nazianze (2).jpg

Gregorius van Nazianze

 “Nodig de armen uit”

God die bewogen is door de grote ellende van de mens, heeft hem de Wet en de profeten gegeven, na hem de Wet gegeven te hebben, die niet door de natuur is voorgeschreven (cf Rm 1,26)…, heeft Hij uiteindelijk zichzelf overgeleverd aan het leven van de wereld. Hij heeft ons voorzien van apostelen, evangelisten, kerkleraren, geneesheren, wonderen. Hij heeft ons terug in het leven gebracht, Hij heeft de dood vernietigd, Hij heeft hem overwonnen, die ons heeft overwonnen, Hij heeft ons de voorafbeelding van het Verbond gegeven, het Verbond van de Waarheid, het charisma van de heilige Geest, het mysterie van het nieuwe heil…
God vervult ons met geestelijke goederen, als wij ze willen ontvangen: aarzel niet om hen te hulp te komen die het nodig hebben. Geef vooral aan degene die het je vraagt, en zelfs voordat hij het vraagt, laten we onvermoeibaar de aalmoes van de geestelijke leer geven… Bij gebrek aan deze gaven, stel hem tenminste bescheiden diensten voor: geef hem te eten, geef hem oude kleren, verschaf hem medicijnen, verbind zijn wonden, vraag hem naar zijn beproevingen, leer hem geduld. Benader hem zonder vrees. Er is geen gevaar dat je er slechter uit zult komen of dat je zijn ziekte oploopt…Leun op het geloof; dat de liefde je terughoudendheid overwint… Minacht je broeders en zusters niet, blijf niet doof voor hun oproep, ontvlucht hen niet. U bent ledematen van eenzelfde lichaam (1Kor 12, 12s), zelfs als hij door ongeluk gebroken is; evenals aan God is gebeurd, “op U verlaat zich de arme” (Ps 10,14).

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige Virgilius van Arles

Heiligenleven

De heilige Virgilius van Arles

 

 

virgilius van Arles.jpg

reliekschrijn van de heilige Virgilius van Arles

 

De heilige Virgilius, aartsbisschop van Arles, was een kloosterkind van de beroemde abdij van Lerins. Hij onderscheidde zich daar zozeer dat hij later tot abt gekozen werd. Ook in de verdere omtrek raakte hij bekend en toen de bisschopszetel van Arles vacant werd, koos de bevolking hem vrijwel unaniem tot bisschop, in 588.

Inj opdracht van paus Gregorius de Grote wijdde hij de heilige Augustinus tot bisschop van Canterbury voor zijn missie in Engeland. Hij bouwde verschillende kerken in Arles, waaronder de kathedraal van de heilige Stefanos. Hij stond hoog in aanzien bij het volk door de kracht van zijn persoonlijkheid en zijn vurig gebedsleven. Zijn gebeden werden vaak op wonderbare wijze verhoord. Na een vruchtbaar bestuur van dertig jaar is hij gestorven op 10 oktober 610 en hij werd begraven in de door hem gebouwde kerk van de heilige Honoratus.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag.

25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan

25e zondag na Pinksteren

“De barmhartige Samaritaan”

 

 

 

Barmhartige Samaritaan11.jpg

 

LEZINGEN

Ef.4,1-6

Eenheid in verscheidenheid
Ik, de gevangene in de Heer, vraag u dus met aandrang om een leven te leiden dat beantwoordt aan de roeping die u van God ontvangen hebt, en altijd nederig te zijn, zachtmoedig en geduldig, en elkaar liefdevol te verdragen, vol ijver om de eenheid van de Geest te behouden door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop, waarvoor Gods roeping borg staat. Eén Heer, één geloof, één doop. Eén God en Vader van allen, die is boven allen, met allen en in allen.

Evangelie

Lucas 10,25-37

Lees verder 25e zondag na Pinksteren : de Barmhartige Samaritaan

Isaak de Syrier : Herodes probeerde Jezus te zien

H. Izaak de Syriër (7e eeuw), monnik nabij Mossoel
Geestelijke overweging, 1e serie, nr. 20

 

Isaak de Syriër567.jpg

Isaak de Syrier    Herodus probeerde Jezus te zien

Hoe kunnen de geschapen wezens God schouwen? Het zien van God is zo verschrikkelijk dat Mozes zelf zegt dat hij vreest en beeft. Wanneer de glorie van God immers verschenen is op de berg Sinaï (Ex 20), rookte de berg en beefde uit angst voor de openbaring; de beesten die deze helling naderden stierven. De kinderen van Israel zijn voorbereid; ze hebben zich gereinigd gedurende drie dagen naar het bevel van Mozes, om waardig te zijn om de stem van God te horen en zijn openbaring te zien. Welnu, toen de tijd kwam hebben ze noch het zien van het licht kunnen opnemen, noch de kracht van zijn donderende stem kunnen ontvangen.
Maar nu heeft Hij zijn genade over de wereld gegoten door zijn komst, Hij is niet neergedaald in een aardbeving, noch in het vuur, noch door met een verschrikkelijke stem te verkondigen, maar als dauw op de vacht (Richt. 6,37) als een druppel die zachtjes op aarde valt. Hij is onder een andere gedaante onder ons gekomen. Hij heeft immers zijn grootheid met een sluier van vlees bedekt. Hij heeft daar een schat van gemaakt; Hij heeft onder ons geleefd in dat vlees dat zijn wil had gevormd in de schoot van de Maagd Maria, de Moeder van God, opdat door Hem te zien van ons soort en levend onder ons, wij niet bezorgd zouden zijn uit angst om Hem te schouwen. Daarom hebben zij, die zich met hetzelfde kleed hebben bekleed waarin de Schepper is verschenen, in dat lichaam waarmee Hij zich bedekt heeft, Christus zelf bekleed (Gal 3,27). Want ze wensten om hun innerlijke mens (Ef 3,16) dezelfde nederigheid waarmee Christus zich geopenbaard heeft bij zijn schepping en in haar geleefd heeft, als Hij zich nu aan zijn dienaren toont. In plaats van het kleed van eer en de uiterlijke glorie, hebben ze zich met deze nederigheid gesierd.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Romanides JS : Het leven in Christus

HET LEVEN IN CHRISTUS

door Vader John. S.  Romanides

De heilige opdracht voor de Orthodoxie van vandaag en in het bijzonder voor de jongeren, die zich vaak van het liberalisme van de vorige generaties willen losmaken, is om de overwinning van Pasen in het dagelijkse leven van de Kerk te  herontdekken. Het gemeenschappelijk geloof en de verering van de Apostelen en de Vaders blijven essentieel onveranderd in onze liturgische en canonische boeken, maar in de praktijk, in de geest van de clerus en de gelovigen, heerst er een grote verwarring, die zonder twijfel te wijten is aan een gebrek van geestelijk inzicht in de aard zelf van het werk van Christus in de Kerk. Talrijke personen die beweren orthodox te zijn en die het oprecht willen zijn, stellen zich  het leven van de Kerk voor als zijnde in overeenstemming met hun eigen vage gevoelens,en niet in de geest van de Apostelen en de Kerkvaders. Wat ontbreekt, is een levendige aanvaarding van wat het sacramentele leven van de Kerk vooronderstelt.
Dit gebrek aan duidelijkheid verklaart in hoge mate de zwakheid van de Kerk in de westerse wereld en in het bijzonder wanneer het gaat over de houding ten opzichte van de verschillende varianten van schismas en ketterijen.Zij die niet kunnen begrijpen dat „de Geest zelf getuigenis aflegt aan onze geest dat wij kinderen van God zijn „(Rom 8,16) kunnen de Waarheid niet verkondigen, maar moeten zich de vraag stellen: zijn wij zelf niet  buiten de waarheid en, bijgevolg, afgestorven leden van de Kerk?

  1. 1.    Vooronderstelling van het sacramentele leven.

In tegenstelling tot de meeste Westerse belijdenissen die de dood als een normaal verschijnsel aanvaarden, of het beschouwen als een  gevolg van een juridische beslissing van God om de zondaar te straffen, stelt de Traditie van de Kerkvaders van het Oosten dat de dood wezenlijk aan de zonde gebonden is (1 Kor.56), en dat zij tot de macht van de duivel behoort (Hebr.2,14). De Vaders van het Oosten verwierpen het idee dat God de auteur van de dood is, en dat men in deze wereld normaal kan leven , onder voorwaarde dat men de natuurwetten volgt waarvan men veronderstelt dat zij  het universum besturen.

De orthodoxe opvatting van het universum is onverenigbaar met een statisch systeem van natuurlijke morele wetten. De wereld wordt daarentegen opgevat als het actieterrein  van levende personen. Een levende en persoonlijke God  ligt aan de oorsprong van de schepping. Zijn alomtegenwoordigheid sluit echter geen andere wil uit die door Hem zelf tot stand gebracht is, en die de macht heeft om Gods wil, de wil van de Schepper, te verwerpen.

Zo is de duivel niet alleen in staat om te bestaan, maar ook om te streven naar de vernietiging van Gods werken. Hij doet dit door de schepping naar het niets te trekken waaruit het gekomen is. De dood, die ‘een terugkeer is naar het niets’ (Heilige Athanasius – de incarnatio Verbi, 4-5), vormt de essentie zelf van de duivelse macht over de schepping (Rom.8,19-22).

De verrijzenis van Christus, in de realiteit van Zijn vlees en beenderen (Luc.24,39) vormt niet alleen het bewijs van het ‘abnormale karakter van de dood, maar noemt haar ook de echte vijand (1 Kor.15,26).

Maar als de dood een abnormaal verschijnsel is, kan er niet zoiets zijn als een ‘morele wet’, inherent aan het universum. De Bijbel, minstens, kent het niet (Rom.8,19-22). Anders heeft de Heer Jezus Christus zich tevergeefs opgeofferd voor ‘onze zonden’ om ons van deze slechte wereld te verlossen (Gal.1,4). Het lot van de mens was in het begin volmaakt, het moet ook nu terug volmaakt worden, zoals God volmaakt is (Ef.5,1;4,13). Deze voltooiing van de volmaaktheid werd onmogelijk gemaakt door de komst van de dood in de wereld (Rom 5,12), want ‘de angel van de dood’ is de zonde (1 Kor.15,56).

Eenmaal gebonden aan de macht van de dood, kan de mens zich slechts met verwaandheid aan zijn vlees interesseren (Rom 7,14-25).Zijn instinct van zelfbescherming  vervult zijn dagelijks leven en zet hem ertoe aan om vaak onrechtvaardig te handelen tegenover anderen, dit voor zijn persoonlijke winst. (1 Thess.4,4). Iemand die gebonden is door de angst om de dood (Hebr.2,15), kan in zijn leven geen scheppende liefde voortbrengen en navolger van Christus zijn (Ef.5,1). De dood en het instinct van zelfbescherming liggen aan de wortel van de zonde, die de mens van de eenheid in de liefde, het goddelijk leven en de waarheid scheidt. Volgens de Heilige Cyrillos van Alexandrië, is de dood de vijand die de mens verhindert  om God en de naaste te beminnen en om niet bezorgd te zijn om zijn eigen zorgen en zijn eigen comfort. Uit angst om elke waarde te verliezen, probeert de mens aan anderen te bewijzen dat hij werkelijke iemand is. Hij probeert zich dan naar buiten toe te gedragen alsof hij méér is dan anderen, op sommige punten althans. Hij houdt van degenen die hem vleien en verafschuwt diegenen die hem beledigen. Een belediging treft diepgaand de mens die vreest om onbelangrijk te worden!. Datgene wat de wereld beschouwt als een ‘natuurlijk mens’, is gewoonlijk iemand die leeft van gedeeltelijke leugens en teleurstellingen.Hij kan slechts hen liefhebben die hem een zekere veiligheid bezorgen, terwijl zijn instinct van morele en fysische zelf-bescherming hem oproept om zijn vijanden te haten (Matth. 5,46-48; Luc.6,32-36). De dood is de bron van het individualisme : het is zij die de macht bezit  om als scheidsrechter van de mens ‘het lichaam aan de dood’ volledig te onderwerpen (Rom 7,18).Het is de dood die, door de mens te herleiden tot egocentrisme en egoïsme, hem blind maakt voor de waarheid. En de waarheid wordt door velen verworpen, want zij is moeilijk te aanvaarden. De mens verkiest het liefst deze waarheid te aanvaarden die zijn persoonlijke verlangens tevredenstelt. De mensheid beoogt eerder de veiligheid en het geluk dan het lijden en de liefde te aanvaarden, want dit stelt zijn persoonlijke verlangens tevreden (Fil.1,27-29). De natuurlijke mens verkiest een godsdienst die hem een veiligheidsgevoel geeft  met morele voorschriften en eenvoudige regels die gevoelens van comfort geven en die geen enkele verloochening van zijn ‘ik’ vereisen in ‘het afgestorven zijn aan de leerbeginselen van de wereld’ (Kol.2,20).

De Apostelen en de Vaders brengen ons geen voldongen geloof vol van ‘gevoelens van vroomheid’  of  ‘troost’. Integendeel, op elke bladzijde horen wij een overwinningskreet over de dood en de vergankelijkheid.‘O dood,waar is uw prikkel ? O graf waar is uw overwinning ?..Genade aan God, die ons de overwinning geeft door Christus Jezus’ (1 Kor.15,55-57).

De overwinning van Christus op de duivel, die de mens van God en de naaste scheidt, heeft de macht van de dood vernietigd (Ef.2,13-22). Deze overwinning op de dood en de vergankelijkheid werd in het vlees van Christus vervuld (ibid.2,15), zoals ook voor de rechtvaardigen die ervoor gestorven zijn (1 Petrus 3,19). ‘Christus is verrezen uit de doden, door de dood heeft hij de dood overwonnen aan hen die in het graf zijn heeft hij het leven geschonken’ (Hymne van Pasen). Het Koninkrijk Gods is reeds aanwezig zowel over de grenzen van het graf heen als hier op aarde (Ef.2,19). De deuren van de hel kunnen niet zegevieren over het Lichaam van Christus (Matth.16,18). De macht van de dood kan het koninkrijk van het leven niet overweldigen. Elke dag nadert de duivel en zijn koninkrijk zijn definitieve nederlaag(1 Kor.15,26). Deze zekerheid hebben wij gekregen in het Lichaam van Christus.

2. Sacramentele deelname aan de overwinning van het kruis

De deelname aan de overwinning van het kruis is niet enkel maar hoop voor de toekomst, maar een aanwezige werkelijkheid  (Ef. 2,13-22). Zij wordt toegekend aan diegenen die gedoopt zijn (Rom.6,3-4) en gegrifd op het Lichaam van Christus (Joh.15,1-8). Er bestaat echter geen magische garantie voor het heil en de onafgebroken deelname aan het leven van Christus (Rom.9,19—2).

Christus is gekomen om de macht van de verdeeldheid te vernietigen, door diegenen te verenigen die in Hem geloven in het diepste van Zijn Lichaam. Het uiterlijk teken  van de Kerk is de eenheid in Liefde (Joh.17,21), terwijl het centrum en de bron van deze eenheid de eucharistie is : ‘want daar er één Brood is, vormen wij, die verscheiden zijn, één lichaam, omdat wij deelhebben aan één  enkel Brood’ 1 Kor.6,19-20). De doop en de myronzalving enten ons op het Lichaam van Christus, terwijl de eucharistie ons levend maakt in Christus en ons samen één maakt door de inwoning van de Heilige Geest in ons lichaam (1 Kor.6,19-20).

Het geloof is onvoldoende voor ons heil. De catechumenen, die reeds ‘gelovigen’ waren, moesten er voor hun doopsel op waken om datgene te verwerpen wat de wereld als ‘het normale’ beschouwt, door te sterven aan het lichaam van de zonde en de dood, en om te verrijzen in de éénheid van de Heilige Geest. Dit wil zeggen, dat wij moesten met verenig worden met de andere leden van een locale gemeenschap in Christus en het gemeenschappelijk leven in Liefde. De Orthodoxie kent niet zoiets als een  sentimentele liefde voor de mensheid. Het is met concrete mensen dat wij verenigd moeten worden om in Christus te leven. De enige weg die tot de liefde tot Christus leidt is de realiteit van de andere Christenen lief te hebben.’Ik zeg u, wat gij niet gedaan hebt voor één van deze geringsten, dat hebt gij ook voor Mij niet gedaan’ (Matth.25,45). De liefde voor het lichaam van Christus bestaat niet uit vage abstracties over de noodzaak om ideologen of menselijke beweegredenen te dienen. De liefde, volgens het beeld van Christus, bestaat erin om gekruisigd te worden voor de wereld, om zich van alle vage ideeën los te maken, om de volle complexiteit van het gemeenschappelijke te ‘leven’, om Christus lief te hebben in het lichaam van de broeders met hun zeer reëel bestaan. Het is zo gemakkelijk om over liefde en goedheid te spreken, maar het is moeilijker om in een intieme en waarachtige relatie te treden met mensen van verschillende afkomst. Het is nochtans dit wat de dood en de Verrijzenis van Christus heeft teweeggebracht : een  gemeenschap der heiligen die niet aan zichzelf denken, niet aan hun eigen  meningen, maar die ononderbroken hun liefde voor Christus en de andere mensen uitdrukken, zoekende om zich te verootmoedigen, zoals Christus zich heeft verootmoedigd. Wat niet mogelijk was onder de wet van de dood is mogelijk geworden door de eenheid in de Geest van leven.

3. Hoe wij vandaag de overwinning van het kruis verwezenlijken.

Gedurende haar bestaan heeft de kerk altijd moeten vechten tegen de zonde en de corruptie van haar eigen leden, en dikwijls ook in de schoot van haar geestelijkheid. Zij kon echter altijd de aangewezen middelen toepassen, want zij was in staat om de vijand te herkennen. De Kerk is in de waarheid, niet omdat al haar leden zonder zonde zijn, maar omdat het sacramentele leven altijd in haar aanwezig is, en hiertegen is de duivel machteloos. ‘Wanneer u zich vaak in één plaats verzamelt, is de macht van de duivel gebroken’ (H. Ignatios van Antiochië, Epistel aan de Efesiërs,13). Telkens als de leden van een Gemeenschap bijeenkomen om de Eucharistie te celebreren en ze in staat zijn om gemeende vredeskussen uit te delen voordat men communiceert aan het Lichaam en Bloed van Christus is de duivel verslagen. Nochtans, indien één lid van het Lichaam van Christus onwaardig communiceert, eet en drinkt hij zijn veroordeling (1 Kor.11,29). Wanneer een Christen in het geheel niet communiceert aan het Lichaam en Bloed van Christus in elke Eucharistie, is hij geestelijk dood (Joh.6,53). De Kerk heeft altijd geweigerd om het gebruik goed te keuren waarbij een groot aantal gelovigen de Eucharistie bijwonen, maar slechts weinigen communiceren. Aanwezigheid en deelname aan het gebed en de communie zijn onafscheidelijk (7e apostolische canon; Heilige Johannes Chrysostomos,3e homelie aan de Efesiërs). ‘ Hij die zich niet verenigt met de Kerkelijke gemeenschap heeft daardoor zelf zijn hoogmoed bewezen en heeft hij zichzelf veroordeeld’ (Heilige Ignatius van Antiochië, Efesiërs 5). De bijbelse en patristieke traditie is unaniem op dit punt : iemand kan slechts een levend lid van het Lichaam van Christus zijn, indien hij gestorven is voor de macht van de dood en leeft in de hernieuwing van de Geest van leven. Omwille van dezelfde reden werden zij, die Christus gedurende zijn folteringen hebben verloochend, gezien als geëxcommunieerden. Eens dat een christen met Christus stierf  in de doop,verwachtte men van hem dat hij bereid zou zijn om op gelijk welk moment met Christus te sterven. ‘wie Mij voor de mensen verloochent,hem zal ook Ik verloochenen voor mijn Vader, die in de hemelen is’ (Matth.10,33). De 10e Canon van het Eerste Oecumenisch Concilie neemt geen genoegen met de wijding te verbieden van diegenen die Christus gedurende de vervolgingen hebben verloochend, maar verklaart ook automatisch elke wijding van dit soort als ongeldig, zelfs al hebben ze plaatsgevonden in totale onwetendheid van de wijdende bisschop. Hij die dergelijke wijding zou hebben toegediend werd zelfs ook zijn priesterschap ontnomen. Hoe ernstiger is de zonde tegen de beloften van het doopsel van hen die te lui zijn om naar de Kerk te gaan. De goedkeuring die onze clerus van vandaag toekent aan onze sacramentele praktijk is nog meer onaanvaardbaar ! Indien de christen geëxcommunieerd was omdat hij Christus verloochend had na uren van fysische foltering, dan zijn zij die week na week zichzelf excommunieren des te meer te veroordelen. De kwaliteiten en de methodes van de duivel zijn niet veranderd, De duivel is gelijk aan zichzelf gebleven, zoals Paulus het beschrijft :”ook zijn dienaars doen zich voor als dienaars van gerechtigheid” (2 Kor.11,15).  De macht van de dood in de wereld is dezelfde gebleven. De middelen van het heil, door de dood van het doopsel en het leven van de Eucharistie zijn ook dezelfde gebleven (ten minste in de liturgische boeken van de Kerk). De Canons van de Kerk zijn niet veranderd. Wij kiezen nog altijd dezelfde Schriften die bekrachtigd zijn door de Vaders. Hoe kunnen wij dan onze moderne zwakheden verklaren ?  Zij zijn nog nooit zo evident geweest. Er kan slechts één antwoord zijn op die vraag. De leden van de Kerk bestrijden de  kwade niet meer in de geest van de Bijbel.  Veel Christenen gebruiken de Kerk voor hun eigen belangen en interpreteren de leer van Christus volgens hun eigen gevoelens. De essentiële taak van de orthodoxe jeugd moet vandaag de dag daarin bestaan, dat zij terugkeren tot de waarheid van de Apostelen en de Vaders, om niet meer te handelen volgens de wetten van de prins der duisternissen en de grondbeginselen van deze wereld. Want daarvoor is Christus gestorven. Dit  verloochenen betekent Christus’kruis en het bloed der martelaren verloochenen. Vooraleer de ‘strengheid’ van de leer der Kerkvaders te bekritiseren, moet de moderne orthodoxie terugkeren naar de vooronderstellingen van het leven in Christus in de Schrift, en erop letten om de leer van Christus niet te verderven.

P.R. Jean ROMANIDES in SYNAXE No 21 (p.26-28) en No 22 (p.23-26)

Vertaling :Kris Biesbroeck