17e zondag na Pinksteren : Van de kananese vrouw

17e zondag na Pinksteren

“Van de kananese vrouw”


kaanaitische vrouw.jpg

 

LEZINGEN :

Eerste lezing :

2 Kor.9,6-16 – 7,1

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen. Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien.

 

Evangelie :

Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon. En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’ Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’ Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’ Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’ Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’ Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’ Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen.

Heiligenleven : de heilige Maron de Syriër

Heiligenleven

De heilige Maron de Syriër

 

 

Maron de syriër.jpg

Maron de Syriër

 

De heilige Maron de Syriër was een kluizenaar die werkte op de top van de Kyronberg,bijna altijd blootgesteld aan de open lucht. Hij had wel een geitenharige tent, maar maakte daarvan slechts gebruik wanneer hij werkelijk ziek was. Op zijn zwerftochten over de berg vond hij een oude afgodstempel, die hij toewijdde aan de ware God. Hij leefde daar onder gebed en vasten, en er ging een roep van hem uit, zodat velen daarheen kwamen om onder zijn leiding het geestelijk leven te leren. Hij werd ook priester gewijd. In 405, en wijdde zich toen nog vuriger aan het onophoudelijk gebed. Er kwamen steeds meer leerlingen om onder zijn leiding te leven, en zo ontstonden er verschillende kloosters en kleuizenarijen; ook de beroemde heilige Jacobus van Syrië was een van zijn leerlingen, en de heilige Johannes Chrysostomos was een van zijn vrienden. Hij is in vrede gestorven, na een ziekte van enkele dagen, in 433.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster – Den Haag

16e zondag na Pinksteren : feest van de Heilige Johannes de doper

16e zondag na Pinksteren

Feest van de ontvangenis van de H.Profeet Voorloper en Doper Johannes

 

 

ontvangenis van de voorloper Johannes zoals voorspeld door de profeet Malachias.jpg

Ontvangenis van de Profeet Johannes de Doper

 

1 Kor,9,-2-12

Al ben ik voor anderen geen apostel, voor u toch zeker wel; want u bent in de Heer het waarmerk van mijn apostelschap. [3] Dit is mijn antwoord aan mijn critici. [4] Hebben wij niet het recht om te eten en te drinken? [5] Hebben wij niet het recht om een christenvrouw* mee te nemen, zoals de andere apostelen en de broers* van de Heer en Kefas? [6] Of zijn Barnabas* en ik de enigen die verplicht zijn te werken voor hun levensonderhoud?
[7] Welke* soldaat betaalt ooit zijn eigen soldij? Wie plant een wijngaard en eet niet van de vruchten? Of wie weidt een kudde zonder de melk van de kudde te gebruiken? [8] Dit zijn niet enkel menselijke overwegingen, de wet zegt precies hetzelfde, of niet soms? [9] In de wet van Mozes staat immers: Een dorsende os mag men niet muilbanden. Bemoeit God zich hier werkelijk met de ossen, [10] of gaat het eigenlijk over ons? Natuurlijk, met het oog op óns staat er geschreven dat de ploeger* moet ploegen en de dorser moet dorsen in de hoop zijn deel te ontvangen. [11] Als wij in u een geestelijk gewas gezaaid hebben, is het dan te veel gevraagd als wij van u stoffelijke steun verwachten? [12] Als anderen zulke aanspraken op u hebben, dan wij toch zeker! Maar wij hebben van dit recht geen gebruik gemaakt, en willen liever alles verduren dan de prediking van Christus’ evangelie belemmeren.

Evangelie  :  Matth.18,23-35

[23] In dit opzicht gaat het met het koninkrijk der hemelen als met een koning die met zijn dienaren afrekening wilde houden. [24] Toen hij begonnen was met afrekenen, werd er iemand bij hem gebracht die een schuld had van tienduizend talenten*. [25] Omdat hij niet kon betalen, gaf de heer het bevel om hem met vrouw en kinderen en alles wat hij had te verkopen, zodat hij zou kunnen betalen. [26] Daarop viel de dienaar voor hem neer en vroeg: “Heb geduld met mij, en ik zal u alles betalen.” [27] De heer kreeg met die dienaar te doen en liet hem vrij, en hij schold hem het geleende geld kwijt. [28] Toen die dienaar buiten kwam, trof hij een van zijn mededienaren, die hem honderd denariën* schuldig was; hij greep hem bij de keel en zei: “Betaal wat je me schuldig bent.” [29] Daarop viel zijn mededienaar voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, en ik zal je betalen.” [30] Dat wilde hij niet, integendeel, hij liet hem zelfs gevangenzetten tot hij het verschuldigde bedrag betaald zou hebben. [31] Toen zijn mededienaren zagen wat er gebeurd was, waren zij buitengewoon ontstemd en gingen alles wat er gebeurd was aan hun heer vertellen. [32] Toen riep zijn heer hem bij zich en zei: “Jij slechte dienaar, ik heb je heel die schuld kwijtgescholden, toen je mij daarom smeekte. [33] Had juist jij geen medelijden moeten hebben met je mededienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” [34] En zijn heer werd zo kwaad, dat hij hem overleverde aan de beulen, totdat hij heel zijn schuld zou hebben terugbetaald. [35] Zo zal ook mijn hemelse Vader met jullie doen, als niet ieder van jullie zijn broeder van ganser harte vergeeft.’

Akathist van de Moeder Gods door Romanos de Melode

AKATHIST

Van de heilige Moeder Gods

Door

Romanos de Melode

 

Moeder Gods van Smolensk_19e eeuw.jpg

MoederGods van smolensk

 

KONTAKION 1, toon 8

Gij zijt de aanvoerdster die voor ons strijdt,

En die ons van alle boosheid hebt bevrijd :

Daarom zingen wij U vol dankbaarheid het zegelied.

Maar door uw onoverwinnelijke macht o Moeder Gods,

Red nu ook uit alle gevaren het bevrijde volk dat tot U zingt :

Verheug U, ongehuwde Bruid.

IKOS 1

De Vorst der Engelen wordt uit de hemel gezonden

Om de Moeder Gods toe te roepen : Verheug U.

Toen aanschouwde hij, Heer, hoe Gij uit haar een lichaam naamt,

En içn opperste verbazing riep hij tot haar met zijn onlichamelijke stem :

Verheug U, uit wie de blijdschap weer opstraalt.

Verheug U, door wie wordt beëindigd de vloek.

Verheug U, herstel van de zonde van Adam.

Verheug U, die van Eva de tranen weer droogt.

Verheug U, gij hoogte boven menselijk denken.

Verheug U, diepte door geen Engel doorgrond.

Verheug U, troon van de hemelse Koning.

Verheug U, die draagt de Drager van het heelal.

Verheug U, ster die de Zon doet schijnen.

Verheug U, schoot van de menswording Gods.

Verheug U, door wie de schepping hernieuwd word.

Verheug U, door wie de Schepper wordt tot een Kind.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 2

De heilige, zich bewust van haar reinheid,

sprak vrijmoedig tot Gabriël :

wonderbaar zijn uw woorden, voor mijn ziel ongelooflijk,

hoe kunt gij spreken over Vrucht zonder zaad,

terwijl gij roept : Alleluia

ALLELUIA, Alleluia,Alleluia !

IKOS 2

De kennis zoekend van het onkenbare

zeide de Maagd tot de Liturg van de Heer :

Verklaar mij hoe mijn schoot die nog rein is

het leven zal schenken aan een Zoon ?

Vol eerbied antwoordde hij en riep deze woorden :

Verheug U,ingewijde in onzegbaar Mysterie,

Verheug U, geloof van wie bidden in rust.

Verheug U, aanvang der wonderen Christi.

Verheug U, die belichaamt de kern van Zijn leer.

Verheug U, hemelse ladder waarlangs God tot ons afdaalt.

Verheug U, brug die de aardbewoners tot de hemel geleidt.

Verheug U, bron van verbazing der Engelen.

Verheug U, tranenbrengende wonde der hel.

Verheug U, die het licht baart op onzegbare wijze.

Verheug U, die niemand dit moment hebt doen zien.

Verheug U, die ontstijgt aan de kennis der wijzen.

Verheug U, die de kennis verlicht van het eenvoudig geloof.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 3

De kracht des Allerhoogsten heeft U overschaduwd en doen

ontvangen hoewel ,gij geen huwelijk kent.

Hij maakt haar vruchtbare schoot tot een lieflijke akker,

die voor allen draagt de oogst van het Heil,

terwijl zij zingen : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 3

Nadat haar moederschoot God had ontvangen

spoedde de Maagd zich naar Elisabeth,

wier ongeboren kind aanstonds haar begroeting herkende,

want vol vreugde sprong het op in haar schoot

alsof het zelf Gods Moeder begroette :

Verheug U, wortel van de onverwelkbare Wijnstok.

Verheug U, oogst van onbederflijke Vrucht.

Verheug U, akker die voortbrengt de mensenbeminnende landman.

Verheug U, die de verwekker van ons leven verwekt.

Verheug U, land waarop bloeit de Vrucht van erbarmen.

Verheug U, tafel die de rijkdommen der genade draagt.

Verheug U, die groen maakt de weiden der vreugde.

Verheug U, die een haven bereidt voor de ziel.

Verheug U, aangename wierook der voorspraak.

Verheug U, die heel de wereld verzoent.

Verheug U, Gods welbehagen voor wie moeten sterven.

Verheug U, die stervelingen moed geeft bij God.

verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 4

Vloedgolven van twijfel overstroomden de wijze Jozef,

toen hij uw ongehuwde zwangerschap zag

en uw onschuld van bedrog moest verdenken

totdat hij uw ontvangen vernam uit heilige Geest,

en toen uitriep : Alleluia

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 4

Daar hoorden de herders hoe Engelen zongen

over Christus’komst in het vlees.

Zij snelden heen naar hun opperste Herder,

het vlekkeloos Lam, weidend op Maria’s schoot.

Toen zongen zij lof met de woorden :

Verheug U, Moeder van lam en van Herder.

Verheug U, van geestelijke schapen de stal.

Verheug U, vesting tegen de onzichtbare vijand.

Verheug U, die opent de poort van het Paradijs.

Verheug U, want Hemelingen juichen over de aarde.

Verheug U, want aardsen begeleiden die hemelse lof.

Verheug U, nimmer zwijgende mond der Apostelen.

Verheug U, onoverwinnelijke moed die de zegekrans wint.

Verheug U, vaste steun van geloof in de Christus.

Verheug U, stralend teken van genadegeschenk.

Verheug U, door wie de Hades beroofd is.

Verheug U, die ,ons met heerlijkheid tooit.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 5

Toen de Magiërs de tot God snellende ster aanschouwden,

volgen zij als een baken diens lichtende glans.

Zij zochten te komen tot een machtige Koning,

maar vol vreugde vonden zij Hem die ongenaakbaar is

en zij riepen Hem toe : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 5

De chaldeeën zagen in maagdelijke handen

hem die de mens had geschapen met Zijn hand.

Zij herkenden hem als Heer, ook in Zijn slavengedaante

en door hun gaven bewezen zij Hem eer,

terwijl zij riepen tot de Gezegende :

Verheug U, Moeder van de Ster zonder avond.

Verheug U, dageraad van de mystieke Dag.

Verheug U, die uitdooft de vuuroven der dwaling.

Verheug U, die in ons het mysterie der Drieëenheid ontsteekt.

Verheug U, die de onmenselijke tyran doet onttronen.

Verheug U, brengster van Christus, de menslievende Heer.

Verheug U, die ons bevrijdt van de afgoderij der barbaren.

Verheug U, die ons redt uit het werk van verderf.

Verheug U, die de vuuraanbidding beëindigt.

Verheug U, die ,ons vrijmaakt van brandende lust.

Verheug U, gids der gelovige zelfzucht.

Verheug U, vreugd van heel het mensengeslacht.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 6

De Magiërs worden Godsherauten,

door Uw Godsspraak teruggevoerd naar Babylon,

om U aan allen te verkondigen als de Christus,

terwijl zij herodes achterlieten als een dwaas

die niet wist te zingen : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia.

IKOS 6

Toen straalde in Egypte de luister der waarheid

die het duister van de leugen verdrijft.

Hun afgoden vielen die Uw kracht niet verdroegen,

Zo hebt Gij als Kind reeds verlossing gebracht.

De bevrijden riepen toen tot Uw heilige Moeder :

Verheug U, gij die de mensheid weer opricht.

Verheug U, die ten val brengt het demonische rijk.

Verheug U, die de waan van het bedrog hebt vertreden.

Verheug U, die de afgodische leugens weerlegt.

Verheugt U, zee die de geestelijke Farao de dood brengt.

Verheug U, rots die met Leven de dorstigen laaft.

Verheug U, vuurzuil en gids voor wie zijn in het duister.

Verheug U, die heel de wereld bedekt als een wolk.

Verheug U, voedsel waaraan het manna voorafging.

Verheug U, dienstmaagd van de heilige Dis.

Verheug U, die zelf zijt het land van Belofte.

Verheug U, die voortbrengt Honing en melk.

Verheug U, ongehuwde bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID

Kontakion 7

Voor Simeon overging uit deze aeoon van de leugen naar de eeuwigheid, laagt Gij in zijn hand als een Kind.

Maar hij er’kende U als de God der volmaaktheid, vol bewondering over de wijsheid van Uw heilseconomie,

terwijl hij uitriep : Alleluia

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 7

Een geheel nieuwe schepping toont ons de schepper

Hij verschijnt ons die door Hem zijn gemaakt.

Hij bloeit op uit de maagdelijke schoot van Zijn Moeder,

die Hij in haar voorafgaande staat ongerept heeft bewaard,

opdat wij om dit wonder tot haar zouden zingen :

Verheug U, bloem die geen enkel bederf kent,

Verheug U, door reinheid getooid met een krans.

Verheug U, der Opstanding stralend voorbeeld.

Verheug U, die ons het leven der Engelen toont.

Verheug U, vruchtboom die de gelovigen spijzigt.

Verheug U, lommerrijk hout dat zovelen beschut.

Verheug U, die in u draagt de Gids der verdwaalden.

Verheug U, die Hem baart die de geboeiden bevrijd.

Verheug U, verbidding des allerrechtvaardigsten Rechters.

Verheug U, om wie Hij zovele zonden vergeeft.

Verheug U, kleed voor wie van vertrouwen ontbloot zijn.

Verheug U, tederheid die de lust overwint.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 8

Deze wonderbare Geboorte maakt ons los van de wereld,

doordat Hij onze geest tot in de hemel verheft.

De verheven God daalt neer tot het diepste der aarde

daar Hij ons omhoog wil voeren tot Hem,

om tot Hem te roepen : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 8

Met heel Zijn Wezen is Hij bij ons beneden,

tegelijk geheel boven als het Goddelijk Woord.

God daalt omlaag, maar zonder verplaatsing;

wordt Kind uit een Maagd die Vrucht draagt door God

toen zij hoorde hoe tot haar gezegd werd :

Verheug U, ruimte die de bovenruimtelijke God omvat houdt.

Verheug U, die voor het eerbiedwaardig Mysterie wordt tot een poort.

Verheug U, door ongelovigen gezien als een fabel.

Verheug U, der gelovigen allerzekerste roem.

Verheug U, heilig voertuig van Die op de Cherubim zetelt.

Verheug U, heerlijk verblijf van Die boven de Serafim troont.

Verheug U, die de tegendelen tot eenheid terugbrengt.

Verheug U, die maagdelijkheid aan moederschap paart.

Verheug U, door wie de oude zonde gedelgd is.

Verheug U, door wie het Paradijs weer wordt opengesteld.

Verheug U, sleutel tot het Rijk van de Christus.

Verheug U, verwachting van het eeuwige goed.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 9

Vol verbazing aanschouwden de Engelen het

heerlijke werk toen Gij mens werd,

want zij zagen hoe de ontoegankelijke God

als Mens toegankelijk werd voor ons allen,

terwijl Hij temidden van ons heeft geleefd

en ons allen hoort roepen : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 9

Rhetoren heeft Uw luister met stomheid geslagen,

onmachtig te zeggen hoe gij als een Maagd,

ongeschonden blijvend een Zoon hebt geboren

en geworden zijt tot de Moeder van God.

Wij bewonderen het Mysterie en roepen gelovig :

Verheug U, vat van Gods oneindige wijsheid.

verheug U, die de Voorzienigheid omsluit als een schat.

Verheug U, die het onbegrip der wijzen aantoont.

Verheug U, die de dwaasheid der geleerden beschaamt.

Verheug U, die woordrijke twisters tot dwaas maakt.

Verheug U, die de makers van mythen verslaat.

Verheug U, die het listweefsel der Etheners uiteenscheurt.

Verheug U, die de netten der vissers vult.

Verheug U, die ons optrekt uit de zee van niet-weten.

Verheug U, die zovelen met kennis verlicht.

Verheug U, schip voor wie zoeken naar redding.

Verheug U, haven waar het Leven ons wacht.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 10

Hij, die de chaos tot kosmos gesmeed heeft,

daalde neer in deze wereld uit eigen wil.

Als God en Herder is Hij om ons als mens verschenen,

omons tot Zich te roepen in onze eigen natuur,

terwijl Hij als God hoort : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 10

Moeder Gods en Maagd, gij ringmuur der maagden

evenals van allen die hun toevlucht nemen tot U.

Want gij zijt overschaduwd, Alreine, door de Schepper van hemel en aarde,

en Hij heeft zich een woning bereid in uw schoot,

waar Hij allen leert om tot U te roepen :

Verheug U, zuil van maagdelijk leven.

Verheug U, poort van het christelijk heil.

Verheug U, grondslag waarop alles hersteld wordt.

Verheug U, schenkster van het goddelijk goed.

Verheug U, want de in zonden ontvangenen hebt gij herboren.

Verheug U, die onwijzen tot verstandigen maakt.

Verheug U, die de bedervers der harten ontkracht hebt.

Verheug U, die de Zaaier der reinheid baart.

Verheug U, bruidsvertrek van maagdelijk huwelijk.

Verheug U, die de gelovigen paart aan de Heer.

Verheug U, schone verzorgster der maagden.

Verheug U, bruidleidster der zielen naar God.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KOTAKION 11

Geen lofzang kan maathouden met Uw

ontfermingen, heilige Koning,

al zongen wij hymnen zo talrijk als zand.

Niets kunnen wij volbrengen dat waardig genoeg is

voor het oneindig vele dat Gij schenkt aan ons,

die U mogen roepen : Alleluia

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia !

IKOS 11

Als lichtend baken dat straalt in het donker

aanschouwen wij de Maagd die ontsteekt het onstoffelijk Licht,

dat ons allen leidt tot de goddelijke kennis,

en met dit schijnsel verlicht zij onze geest,

die haar prijst met deze gezangen :

Verheug U, die de straal van de geestelijkie Zon zijt.

Verheug U, pijl van het avondloos Licht.

Verheug U, bliksem die licht door de zielen.

Verheug U, donder die de vijand verschrikt.

Verheug U, opgang van stralende Luister.

Verheug U, waaruit opwelt de alom vloeiende stroom.

Verheug U, levende Ikoon van het bad van het Doopsel.

Verheug U, die wegneemt de zondige smet.

Verheug U, die ons geweten weer schoonwast.

Verheug U, kelk die onze vreugde mengt.

Verheug U, geur der zoetheid van Christus.

Verheug U, van het leven de mystieke dis.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID.

KONTAKION 12

Toen Hij, die de boete der mensen uitdelgt,

genade kwam brengen voor de oeroude schuld,

wilde Hij wonen bij die ver van Hem vielen.

En nu Hij aan het Kruis de schuldbrief verscheurt

hoort Hij hoe allen Hem zingen : Alleluia

ALLELUIA, Alleluia, Alleluia.

IKOS 12

Wij bezingen uw Kind en prijzen u als Zijn levende Tempel,

want in uw schoot woonde de Heer o Moeder van God,

Die het heelal in Zijn hand omvat houdt;

Hij heeft u geheiligd en verheerlijkte U

en leerde ons tot u te roepen :

Verheug U, tabernakel van God en de Logos.

Verheug U, heilige die alle heiligen overtreft.

Verheug U, ark die door Gods geest verguld zijt.

Verheug U, ’s Levens onuitputtelijke schat.

Verheug U, kostelijkie diadeem van vrome vorsten.

Verheug U, van Gods priesters de heerlijke roem.

Verheug U, die het onwrikbare bolwerk der Kerk zijt.

Verheug U, oninneembare muur van Gods rijk.

Verheug U, die de vijand onhoudbaar verslaat.

Verheug U, genezing van mijn gewond lichaam.

Verheug U, redding van mijn verslagen ziel.

Verheug U, ongehuwde Bruid.

VERHEUG U, ONGEHUWDE BRUID

SLOTKONTAKION (3x)

Albezongen Moeder die ongeschonden gebaard hebt

het boven alle heiligen allerheiligste Woord,

aanvaard welwillend onze liefdevolle gave,

bevrijd ons van alle toekomstige onheil en straf,

nu wij U mogen roepen : Alleluia.

ALLELUIA, Alleluia,Alleluia !

(herhalen : 1e Kontakion)

KONTAKION 1, toon 8

Gij zijt de aanvoerster die voor ons strijdt,

en die ons van alle boosheid hebt bevrijd :

daarom zingen wij U vol dankbaarheid het zegelied.

Maar door uw onoverwinnelijke macht o Moeder Gods,

red nu ook uit alle gevaren het bevrijde volk dat tot U zingt :

Verheug U, ongehuwde bruid.

————————————————————————————————-

gregorius de Grote : Mijn beker zult u wel drinken

H. Gregorius de Grote (ca. 540-604), paus en Kerkleraar
Homilie over het Evangelie, nr 35

gregorius de Grote 4876.jpgGregorius de Grote “Mijn beker zult u wel drinken”

Aangezien we vandaag het feest van een martelaar vieren, mijn broeders en zusters, moet we ons betrokken voelen bij de vorm van geduld die hij beoefend heeft. Want als we met de hulp van de Heer moeite doen om deze deugd te bewaren, dan zullen we de zegepalm van de martelaar verkrijgen, hoewel we in vrede leven in de Kerk. Er zijn twee soorten martelaren: de ene soort bestaat uit een staat van geest, de andere verbindt zich met de staat van geest in uiterlijke acties. Daarom kunnen we zelfs martelaren zijn al sterven we niet door het zwaard van de beul. Sterven door de hand van vervolgers is martelaarschap in actie, in zichtbare vorm; beledigingen verdragen door degene die u haat lief te hebben is martelaarschap in de geest, in een verborgen vorm.
Dat er twee vormen van martelaarschap bestaan, de een verborgen, de ander openbaar, bewijst de Waarheid door aan de zonen van Zebedeüs te vragen: “Jullie zullen inderdaad uit mijn beker drinken”. Wat moeten we onder die beker verstaan, behalve het lijden aan zijn Passie, zoals Hij elders zegt: “Vader, als het mogelijk is, laat deze beker dan aan mij voorbijgaan” (Mt 26,39). De zonen van Zebedeüs, te weten Jacobus en Johannes zijn beiden niet als martelaar gestorven, toch wordt er van hen gezegd dat ze de beker hebben gedronken. Immers, hoewel Johannes niet als martelaar is gestorven, was hij het toch, aangezien zijn lijden niet lichamelijk was, heeft hij het toch in zijn geest ervaren. Uit dit voorbeeld kan men dus concluderen dat wij ook martelaren kunnen zijn zonder langs het zwaard te gaan, als we het geduld in onze ziel bewaren.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De heilige damianos

Heiligenleven

De heilige Damianos

damianos van de athos.jpg

 

De heilige Damianos kwam uit een vroom gezin en ging al vroeg naar de Athos waar hij monnik werd in het Filotheouklooster. Toen hij geoefend was, trok hij naar het verlatengebied waar hij een andere askeet, Dometios, aantrof, met wie hij drie jaar samenleefde.

Toen groeide in hem de overtuiging dat dit leven toch te zeer in zichzelf besloten bleef; hij hoorde innerlijk een stem die hem zei : Damianos, zoek niet alleen je eigen belang, maar ook dat van anderen.

Hij verliet de Athos en ging preken in de dorpen rond de Olymposberg, want in die tijd van de turkse overheersing waren er niet genoeg priesters om de mensen te helpen. Ook ging hij preken in de streek van Kissavon en Larissa, maar de mensen vertrouwden hem niet en sommigen meenden met een bedrieger te doen te hebben; men wist niet goed raad met het zwervend leven dat hij leidde.

Daarom keerde hij terug naar Kissavon waar hij een klooster stichtte van de heilige Johannes de Doper. Daar leefde hij met andere monniken in gebed, en nu kwamen de mensen naar hem toe om naar hem te luisteren. Dat viel ,niet in goede aarde bij de turken. Zij namen hem gevangen en brachten hem bij de bevelhebber van Larissa met de beschuldiging dat hij de mensen sterkte in hun geloof en hen zo afhield van de islam. Nu werd hiju wekenlang gekweld, daarna opgehangen en weer losgesneden en tenslotte verbrand in 1586.

Uit : Heiligenleven voor elke dag. Uitg.Orth.klooster. Den Haag