Ambrosius van Milaan :”Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

Ambrosius (ca 340-397), bisschop van Milaan en Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Lucas, VII, 9v

ambrosius van Milaan987.jpg

Ambrosius van Milaan

 

“Hij werd voor hun ogen van gedaante veranderd. Zijn klederenwerden blinkend en wit”

      Er zijn er drie uitgenodigd om mee de berg op te gaan en twee om met deHeer te verschijnen… Petrus gaat mee omhoog, hij zal de sleutels van hetKoninkrijk der hemelen ontvangen, en Johannes die aan de moeder van Jezustoevertrouwd zal worden, en Jacobus die als eerste de waardigheid van eenbisschop zal bekleden. Dan verschijnen Mozes en Elia, de Wet en de profetie,bij het Woord… Laten wij ook de berg opgaan, laten we het Woord van Godaanroepen opdat Hij voor ons verschijnt in zijn “schittering en schoonheid”,en dat Hij “komt om over de aarde te heersen” (Ps 98,9)…

      Want als je niet de bergkam van een verheven kennis beklimt, dan zal deWijsheid en de kennis van de mysteriën niet voor je verschijnen, het zal nietduidelijk worden welk een schittering en schoonheid de inhoud van het Woordvan God heeft, maar het Woord van God zal aan jou verschijnen als een lichaamdat “iedere schoonheid mist” (Jes 53,2). Hij verschijnt aan je als eengebroken man, die in staat was om aan onze gebreken te lijden (v.5). Hijverschijnt aan jou als een woord dat uit de mens voortkomt, bedekt met desluier van de letter, en niet stralend met de kracht van de Heilige Geest (cf.2Kor 3,6-17)…

      Zijn kleding is anders beneden aan de berg dan bovenaan. Misschien zijnde kleden van het Woord de woorden van de Schrift, die als het ware degoddelijke gedachten kleden. Zoals Hij aan Petrus, Jacobus en Johannes ondereen andere gedaante is verschenen, wanneer zijn kleding straalt van witheid,zo zal ook de betekenis van de goddelijke Schrift zich verduidelijken voorjouw geestelijke ogen. De goddelijke woorden worden dus als sneeuw, de kledenvan het Woord” blinkend van een witheid dat niemand op aarde zal kunnenverkrijgen”…

      Een wolk kwam en nam ze onder zijn schaduw. De wolk is die van degoddelijke Geest; zij versluiert niet het hart van de mensen, maar openbaartwat er in verborgen is… Je ziet: niet alleen voor de beginners, maar ookvoor de volmaakten en zelfs voor de hemelbewoners, is het volmaakte geloof deZoon van God te kennen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

heiligenleven : de heilige Charalambos

Heiligenleven

De heilige Charalampos

charalambos8.jpg

 

heilige Charalambos

 

e heilige Charalampos van Magnesia aan de Meanderrivier in Klein-Azië, niet ver dan Antiochië. Hij was bisschop van de stad en reeds 113 jaar oud toen hij onder Severus zwaar gemarteld werd. Toen hem de stukken vlees van het lichaam werden gescheurd, riep hij tot de beulen : “Ik dank jullie, broeders, dat je me ontdoet van de oude mens en daardoor mijn ziel vernieuwt voor het eeuwige leven”. Om de onzegbare moed waarmee hij de verschrikkelijke kwellingen doorstond en wegens de wonderen die daarbij geschiedden, bekeerden zich zelfs twee van zijn beulen, Porfyrios en Baptos, en drie vrouwen, die er ook getuige wan waren geweest. Zij beleden dat zij in Christus wilden geloven en werden toen onthoofd, in het jaar 202.

(2 Tim.2,1-10; johannes 15,17-27; 16,1-2)

Uit : heiligenlevens voor elke dag . Uitg. Orth. Klooster Den Haag

Heiligenleven : De heilige Petrus damiani

Heiligenleven

De heilige Petrus damiani

 

petrus Damiani.jpg

heilige Petrus Damiani

 

De heilige Petrus damiani, geboren te Ravenna in 988, had als weeskind uit een arme familie een ongelukkige jeugd bij zijn oudste broer, die hem zwaar werk liet doen dat zijn leeftijd te boven ging. En als de kleine jongen de opgelegde taak niet kon volbrengen, werd hij vaak zwaar mishandeld.

Later kwam hij bij zijn andere broer, Damianus, die intussen priester geworden was in Ravenna. Deze had oog voor de begaafdheid van zijn jongste broer en liet hem op zijn kosten studeren. Petrus vergat nooit wat deze broer voor hem had gedaan, en toen hij later bekendheid genoot, voegde hij uit dankbaarheid diens naam aan de zijne toe en noemde zich “Petrus van Damianus”, om uit te drukken dat hij alles aan damianus te danken had.

Dit was voor hem ook een aansporing om bij de studie zich tot het uiterste in te spannen en daardoor was hij weldra zo ver dat hij zelf leraar van anderen werd. Spoedig opende hij zelfs als professor een eigen academie waar zoveel studenten heenstroomden dat hij in korte tijd een vermogend man werd.

Toch bevredigde dit leven de ernstige Petrus niet. Nog geen dertig jaar oud trad hij in bij een kluizenaarskolonie, Fonte Avallano, bij Gubbio in Umbrië. Vol vreugde wijdde hij zich aan dit harde leven van boete. Maar in de gesprekken met de andere monniken bleek al spoedig zijn geweldige belezenheid en zijn diepe kennis van de Heilige Schrift. Hij werd aangewezen voor het theologisch onderricht in het klooster, en er werd gevraagd om ook in andere kloosters te komen spreken.

Intussen hadden de broeders hem tot prior van hun gemeenste gekozen en Petrus kwam tot het bewustzijn dat God hem de taak van hervormer had toevertrouwd. Want het was een tijd van groot geestelijk en moreel verval : er heerste algemene ruwheid, zoals Petrus aan de lijve had ondervonden; geestelijke ambten werden voor geld verkocht en kwamen zo in handen van gewetenloze profiteurs die er alleen de inkomsten van genoten, maar de zielen welke aan hen waren toevertrouwd, verwaarloosden en hun dikwijls grote schade toebrachten door hun lichtzinnig leven. Zwaar voelde hij de verantwoordelijkheid die op hem rustte en heel diep werd daardoor de overtuiging dat zijn eigen leven in elk opzicht boven elke twijfel verheven moest zijn, wilde hij zijn opdracht ten uitvoer kunnen brengen.

Toen de abt van Monte Cassino – het grote moederklooster van de westerse monniken, dat vijf eeuwen eerder gebouwd was door de heilige Benedictus – als Stefanus IX de pauselijke troon besteeg, benoemde hij de nu vijftigjarige monnik tegen diens wil tot kardinaal-bisschop van Ostia en stelde hem aan het hoofd van de hervormingsbeweging.

Door zijn vurige welsprekendheid wist Petrus het volk voor zijn inzicht te winnen en daardoor ook de priesters. Zo kon hij met kracht optreden tegen de misstand van de investituur, het recht dat de vorsten aan zich getrokken hadden om de bisschoppen binnen hun gebied te benoemen, waardoor het geloof zoveel schade had geleden. Daarbij beriep hij zich steeds weer op de leer der grote kerkvaders en op het voorbeeld en onderricht van de oude woestijnmonniken.

Er waren natuurlijk heftige reactie van de kant der belanghebbenden, en hij moest het geweld van zijn persoonlijkheid inzetten om de goede strijd te strijden. Maar veel misstanden zijn tijdens zijn leven verbeterd, en zijn invloed wendde hij telkens eveneens aan om vrede te stichten in die tijden van onophoudelijke kleine oorlogen. Uitgeput trok hij zich de laatste jaren van zijn leven in zijn klooster terug, maar werd toch telkens opgeroepen voor het vervullen van bijzonder moeilijke opdrachten. Op het einde van zijn leven wist hij zo nog een verzoening tot stand te brengen tussen zijn geboortestad Ravenna en de Kerk. Op de terugreis stierf hij, 63 jaar oud.

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster Den haag

H. Hilarius :”Waarom eist dit geslacht een teken?”

H. Hilarius (ca 315-367), bisschop van Poitiers, Kerkleraar
De Drie-eenheid, boek12, 52-53

Hilarion van Poitiers.jpg

Hilarion van Poitiers

“Waarom eist dit geslacht een teken?”

      Heilige Vader, almachtige God…, als ik het zwakke licht van mijn ogennaar uw hemel ophef, kan ik er dan aan twijfelen dat het uw hemel is? Als ikde loop van de sterren schouw, hun terugkomst in de jaarcyclus, als ik dePlejaden zie, de Kleine Beer en de Morgenster en als ik schouw hoe elke sterstraalt op de plaats die hem is aangeduid, dan begrijp ik, o God, dat U daarbent, in die sterren die ik niet begrijp. Als ik “de hoge golven van de zee”(Ps 93,4), zie, begrijp ik de herkomst van die wateren niet, ik begrijp zelfsniet wie of wat hun eb en vloed in regelmatige beweging zet, en toch geloof ikdat er een oorzaak is – die ondoorgrondelijk is voor mij- voor dezewerkelijkheden die ik niet ken, en ook daar neem ik uw aanwezigheid waar.

      Als ik mijn geest naar de aarde keer, die, door de dynamiek vanverborgen krachten, alle zaden die ze in haar schoot ontvangt, openbreekt, enze langzaam laat kiemen en ze vermenigvuldigt, hun de kracht geeft om tegroeien, daarin vind ik niets dat ik met mijn intelligentie kan begrijpen;maar deze onwetendheid helpt me om U te onderscheiden, aangezien ik de natuurniet begrijp die me tot dienst is, ontmoet ik U toch door het feit zelf dat denatuur er is, voor mijn gebruik.

      Als ik me tot U keer, dan zegt mijn ervaring me dat ik zelfs mijzelfniet ken en dan bewonder ik U des te meer omdat ik voor mezelf een onbekendeben. En als ik ervaar dat er bewegingen in mijn geest zijn, zelfs als ik zeniet kan begrijpen, zoals de oordelen, zijn werking, zijn leven, en dieervaringen heb ik aan U te danken. U hebt die gevoelige  natuur, waar ikvreugde in heb, met mij gedeeld, zelfs als zijn oorsprong voorbij het begripvan mijn verstand gaat. Ik ken mezelf niet, maar in mij vind ik U, en door Ute vinden, aanbid ik U.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org