3e zondag na Pinksteren : geboorte van Johannes de Doper

 

3e zondag na Pinksteren

(zondag 24 juni – voor de tweede zondag : zie hieronder)

Geboorte van Johannes de doper

 

 Geboorte van Johannes de Doper.jpg

 

Geboorte Johannes de Doper

 

 

Eerste lezing :

Rom.13.12 en 14.4

Draag bij voor de noden van de heiligen, leg u toe op gastvrijheid.. [4] Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

[1] Velen * hebben zich er al toe gezet het verhaal te doen van wat zich bij ons heeft voltrokken, [2] aan de hand van de overlevering van de oorspronkelijke ooggetuigen die dienaar van het woord zijn geworden. [3] Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan en voor u, geachte Teofilus, ordelijk op schrift te stellen, [4] zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen.
Aankondiging van de geboorte van Johannes
[5] In de dagen van Herodes, de koning van Judea*, was er een priester, Zacharias genaamd, die behoorde tot de afdeling* Abia. Ook zijn vrouw stamde af van Aäron, en haar naam was Elisabet. [6] Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer. [7] Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren.
[8] Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was om als priester dienst te doen voor Gods aangezicht, [9] werd hij, volgens priesterlijk gebruik, door loting aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. [10] Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden. [11] Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar. [12] Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen. [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven. [14] Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, [15] want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige* Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. [16] Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. [17] Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen.’ [18] Daarop zei Zacharias tegen de engel: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren.’ [19] De engel gaf hem ten antwoord: ‘Ik ben Gabriël, die God terzijde staat. Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen. [20] Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan.’
[21] Het volk stond op Zacharias te wachten en verbaasde zich erover dat hij zo lang in het heiligdom bleef. [22] Toen hij naar buiten kwam kon hij niet tot hen spreken, en ze begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning had gezien. Hij maakte gebaren naar hen en bleef stom. [23] Zodra zijn tempeldienst was afgelopen ging hij naar huis.
[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.’

Geboorte en naamgeving van Johannes; Zacharias’ profetie
[57] Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. [58] Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. [59] Een* week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. [60] ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden.’ [61] Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor.’ [62] Ze wenkten zijn vader, en vroegen hoe hij hem wilde noemen. [63] Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: ‘Zijn naam is Johannes.’ En iedereen was verbaasd. [64] Maar op hetzelfde moment kon hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prees God. [65] De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. [66] Het hield allen die ervan hoorden bezig, en men vroeg zich af: ‘Wat zal er wel niet worden van dit kind?’ Want onmiskenbaar rustte de hand van de Heer op hem. [67] Zijn vader Zacharias werd vervuld met heilige Geest en profeteerde:

 
 

[68]

‘Gezegend* de Heer, de God van Israël,
want Hij heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken,
en het bevrijd.

 

[76]

En jij, mijn jongen,
zult profeet van de Allerhoogste worden genoemd,
want je zult voor de Heer uit gaan als zijn wegbereider;

[80] De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.

Johannes Chrysostomos : “Wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?”

Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna vanConstantinopel, Kerkleraar
Homilie 63 over Mattheus ; PG 58, 603s

 

Chrysostom.jpg 5.jpg

“Wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?”

      Het was geen middelmatige ijver die de jongeman toonde; hij was als eenverliefde. Terwijl de meeste mensen Jezus benaderden om Hem op de proef testellen of om Hem te spreken over hun ziekte, of van die van hun ouders ofandere mensen, naderde hij om zich met Hem te onderhouden over het eeuwigeleven. De grond was rijk en vruchtbaar, maar het was nog vol met doornstruikendie de zaadjes konden verstikken (Mt 13,7). Zie hoe hij zeer bereid is om aande geboden te gehoorzamen: “Wat moet ik doen om het eeuwig leven teverkrijgen?”… Geen enkele farizeeër had ooit zulke gevoelens; ze wareneerder woedend omdat ze tot stilte gemaand werden. Onze jongeman vertroktreurig met neergeslagen ogen, dat is een teken dat hij niet gekomen is metslechte bedoelingen. Hij was alleen te zwak; hij wenste het Leven, maar eenzeer moeilijke hartstocht die hij moeilijk kon overwinnen, hield hemtegen…

      “Ga heen, verkoop wat je bezit, en geef het aan de armen; en je zult eenschat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij. Maar toen hij die woordenhoorde, ging hij treurig heen…” De evangelist toont wat de oorzaak is vandeze droefheid: “hij had veel bezittingen”. Zij die weinig hebben en zij diezwemmen in overvloed bezitten hun eigendommen niet op dezelfde manier. Bij delaatsten kan gierigheid een gewelddadige en tirannieke hartstocht zijn. In hensteekt elk nieuw bezit een levendiger vlam aan, en zij die erdoor zijnaangetast, zijn armer dan tevoren. Ze hebben meer verlangens en toch voelen zesterker hun zogenaamde tekorten. Zie in ieder geval hoe die hartstocht zijnkracht toont … “Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, hetkoninkrijk Gods binnengaan!” Niet dat Christus de rijken veroordeelt, maareerder het bezit van rijkdommen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

heiligenleven : de heilige Meletios

Heiligenleven

De heilige Meletios

 

Meletios 11124.jpg

 

 

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië, stamde uit een det voornaamste families van Melitene, de hoofdstad van Klein-Armenië. Vanaf zijn jonge jaren was hij geneigd tot gebed en hij had een echt studiehoofd. Zijn oprechte hartelijkheid en vredelievendheid, zijn begrip voor het standpunt van anderen, wonnen waardering bij arianen zowel als orthodoxen. Daarom werd hij gekozen tot bisschop van Sebaste, maar dit kon de merendeels ariaanse bevolking niet verkroppen, zodat hij te maken kreeg met hardnekkige tegenwerking. Hij deed daarom afstand en trok zich terug in de eenzaamheid. Na allerlei twisten werd meletios tot aartsbisschop gekozen van Antiochië, maar toen hij te zeer de orthodoxe leer verkondigde over de godheid van Christus, werd hij reeds na een maand in ballingschap gezonden. Bij het begin van de regering van keizer Juliaan, kon hij naar zijn zetel terugkeren, maar toen deze het heidendom weer wilde invoeren, verzette Meletios zich daartegen met zoveel overtuiging, dat hij al spoedig opnieuw in ballingschap moest gaan.

In de verwarde tijden die volgden, werd hij hethaalde malen op zijn troon hersteld en in ballingschap gezonden, terwijl intussen een nieuwe bisschop, Paulinos, werd benoemd. De beroemde heilige kerkvaders uit die tijd, Basilios, Johannes Chrysostomos, Gregorios van Nazianze en gregorios van Nyssa, schaarden zich achter Meletios, maar deze toonde zijn vreedzame gezindheid door aan te bieden de zetel te delen met Paulinos. Er moesten nog grotere moeilijkheden overwonnen worden, maar tenslotte werd dit aanbod aanvaard. Hij werd voorzitter van het concilie van Antiochië in 379, waar de dwalingen van Appolinaris werden veroordeeld, zonder diens naam te noemen.

Toen hij in 381 voorzitter was van het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel, overleed hij, door iedereen betreurd.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster. Den Haag