3e zondag na Pinksteren : geboorte van Johannes de Doper

 

3e zondag na Pinksteren

(zondag 24 juni – voor de tweede zondag : zie hieronder)

Geboorte van Johannes de doper

 

 Geboorte van Johannes de Doper.jpg

 

Geboorte Johannes de Doper

 

 

Eerste lezing :

Rom.13.12 en 14.4

Draag bij voor de noden van de heiligen, leg u toe op gastvrijheid.. [4] Wie ben jij, dat je jezelf een oordeel aanmatigt over de knecht van een ander? Of hij staat of valt, gaat alleen zijn heer aan. Hij zal trouwens staande blijven, want zijn heer is bij machte hem staande te houden.

Evangelie :

[1] Velen * hebben zich er al toe gezet het verhaal te doen van wat zich bij ons heeft voltrokken, [2] aan de hand van de overlevering van de oorspronkelijke ooggetuigen die dienaar van het woord zijn geworden. [3] Nu heb ook ik besloten alles van voren af aan nauwkeurig na te gaan en voor u, geachte Teofilus, ordelijk op schrift te stellen, [4] zodat u zich kunt overtuigen van de betrouwbaarheid van de berichten die u hebt ontvangen.
Aankondiging van de geboorte van Johannes
[5] In de dagen van Herodes, de koning van Judea*, was er een priester, Zacharias genaamd, die behoorde tot de afdeling* Abia. Ook zijn vrouw stamde af van Aäron, en haar naam was Elisabet. [6] Beiden waren rechtvaardig in Gods ogen en leidden een onberispelijk leven, geheel volgens de geboden en voorschriften van de Heer. [7] Zij hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren ze al op jaren.
[8] Eens, toen Zacharias met zijn afdeling aan de beurt was om als priester dienst te doen voor Gods aangezicht, [9] werd hij, volgens priesterlijk gebruik, door loting aangewezen om het heiligdom van de Heer binnen te gaan en het reukoffer te brengen. [10] Tijdens het offer stond heel het volk buiten te bidden. [11] Toen verscheen hem een engel van de Heer, rechts van het offeraltaar. [12] Zacharias raakte in verwarring toen hij hem zag en werd door vrees overvallen. [13] Maar de engel zei tegen hem: ‘Schrik niet, Zacharias, want uw gebed is verhoord; uw vrouw Elisabet zal u een zoon baren, die u de naam Johannes moet geven. [14] Hij zal u vreugde en blijdschap brengen. Om zijn geboorte zullen zich velen verheugen, [15] want hij zal groot zijn in de ogen van de Heer. Wijn en sterke drank zal hij niet drinken, met heilige* Geest zal hij vervuld worden, al in de schoot van zijn moeder. [16] Vele Israëlieten zal hij bekeren tot de Heer hun God. [17] Hij zal voor Hem uit gaan in de geest en de kracht van Elia, om het hart van de vaders te keren naar de kinderen, en ongehoorzamen tot de houding van rechtvaardigen, en zo voor de Heer een volk in gereedheid te brengen.’ [18] Daarop zei Zacharias tegen de engel: ‘Hoe kan ik daar zeker van zijn? Ik ben een oude man en mijn vrouw is al op jaren.’ [19] De engel gaf hem ten antwoord: ‘Ik ben Gabriël, die God terzijde staat. Ik ben gezonden om met u te spreken en u dit heuglijke nieuws te brengen. [20] Maar u zult zwijgen en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit gebeurt, omdat u mijn woorden niet hebt geloofd; maar die zullen op hun tijd in vervulling gaan.’
[21] Het volk stond op Zacharias te wachten en verbaasde zich erover dat hij zo lang in het heiligdom bleef. [22] Toen hij naar buiten kwam kon hij niet tot hen spreken, en ze begrepen dat hij in het heiligdom een verschijning had gezien. Hij maakte gebaren naar hen en bleef stom. [23] Zodra zijn tempeldienst was afgelopen ging hij naar huis.
[24] Niet lang daarna werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Zij hield zich vijf maanden lang verborgen. Ze zei: [25] ‘Dit heeft de Heer voor mij gedaan, toen Hij zich mijn lot aantrok en mijn smaad* onder de mensen wegnam.’

Geboorte en naamgeving van Johannes; Zacharias’ profetie
[57] Voor Elisabet was de tijd gekomen dat ze moest bevallen, en ze baarde een zoon. [58] Haar buren en haar familie hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze deelden in haar vreugde. [59] Een* week later kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden hem de naam van zijn vader Zacharias geven. [60] ‘Nee,’ zei zijn moeder, ‘hij moet Johannes genoemd worden.’ [61] Ze zeiden tegen haar: ‘Die naam komt in de familie toch niet voor.’ [62] Ze wenkten zijn vader, en vroegen hoe hij hem wilde noemen. [63] Hij vroeg om een schrijftafeltje en schreef daarop: ‘Zijn naam is Johannes.’ En iedereen was verbaasd. [64] Maar op hetzelfde moment kon hij zijn mond en zijn tong weer bewegen, en hij prees God. [65] De hele buurt werd door ontzag bevangen, en in heel het bergland van Judea werd dit alles druk besproken. [66] Het hield allen die ervan hoorden bezig, en men vroeg zich af: ‘Wat zal er wel niet worden van dit kind?’ Want onmiskenbaar rustte de hand van de Heer op hem. [67] Zijn vader Zacharias werd vervuld met heilige Geest en profeteerde:

 
 

[68]

‘Gezegend* de Heer, de God van Israël,
want Hij heeft zich het lot van zijn volk aangetrokken,
en het bevrijd.

 

[76]

En jij, mijn jongen,
zult profeet van de Allerhoogste worden genoemd,
want je zult voor de Heer uit gaan als zijn wegbereider;

[80] De jongen groeide op en werd steeds sterker door de Geest; hij verbleef in eenzame streken tot de dag waarop hij zich aan Israël vertoonde.

“Roeping van de eerste leerlingen”

2e zondag na Pinksteren

 

“Roeping van de eerste leerlingen”

 

 roeping eerste leerlingen.jpg

 

 

EERSTE LEZING :

Romeinen 2,10-16

10.heerlijkheid, eer en vrede wacht een ieder die het goede doet, de Jood in de eerste plaats, maar ook de Griek. [11] Want God kent geen aanzien* des persoons.
Wet en besnijdenis

[12] Zij die zonder de wet* hebben gezondigd, zullen ook zonder de wet omkomen; en zij die met de wet hebben gezondigd, zullen door de wet worden veroordeeld. [13] Want niet de hoorders van de wet zijn rechtvaardig in Gods oog; alleen de onderhouders van de wet zullen worden gerechtvaardigd. [14] Wanneer heidenen, die de wet niet hebben, uit zichzelf* doen wat de wet verlangt, zijn zij zichzelf tot wet, ook al bezitten zij de wet niet. [15] Zij tonen dat wat de wet vereist, in hun hart geschreven staat. Hun geweten getuigt daarvan, en hun gedachten, die hen over en weer beschuldigen of ook wel vrijspreken [16] op de dag dat God volgens mijn evangelie over de verborgen daden van de mens zal oordelen, door Christus Jezus.

EVANGELIE :

Matth.4,18-23

Roeping van enkele vissers
[18] Toen Hij eens langs het meer van Galilea liep, zag Hij twee broers – Simon*, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas – het net uitwerpen in het meer; want het waren vissers. [19] Hij sprak hen aan: ‘Kom achter Mij aan, en Ik zal jullie tot vissers van mensen maken.’ [20] Meteen lieten ze hun netten achter en volgden Hem. [21] Verderop zag Hij nog twee broers, Jakobus van Zebedeüs en zijn broer Johannes; ze waren in de boot met hun vader Zebedeüs hun netten aan het klaren. Hij riep hen. [22] Meteen lieten ze de boot en hun vader achter en volgden Hem.

Een grote menigte volgt Hem

[23] Hij trok rond in heel Galilea, terwijl Hij in hun synagogen onderricht gaf, de goede boodschap verkondigde van het koninkrijk, en elke ziekte en elke kwaal onder het volk genas.

“De katholiciteit van de Kerk als mystiek lichaam van Christus”

“De katholiciteit van de Kerk als mystiek lichaam van Christus”

Door Jean Gueit.

De protestantse gemeenschap van de zusters van Pomeyrol, te Saint-Etienne-du-Grès (Bouches du Rhone) heeft van 1 tot 6 augustus laatstleden, orthodoxen , Katholieken en protestanten uitgenodigd voor de traditionele ontmoeting naar aanleiding van de Transfiguratie. Zoals elk jaar en dit reeds gedurende vijftig jaar waren de dagen gevuld met diensten van de gemeenschap en vervolgens door de liturgieën van de drie belijdenissen, alsook door drie uiteenzettingen gecentreerd rond het thema “vele ledematen, één enkel lichaam”

Jean Gueit, sedert 1982 priester, is 63 jaar. Hij is de rektor van de Kathedraal Sint- Nicolas te Nice en van de kerk van de heilige Hermogène, te Marseille (Bouches-du-Rhône). Hij is gespecialiseerd in recht en politieke wetenschappen, hij is conferentie-meester aan de universiteit van Aix- Marseille-III, waar hij de leiding heeft over het instituut voor centraal Euopese en Oosterse studies. Hij is gehuwd en vader van drie kinderen.

Ik zal geen academische uiteenzetting geven, ik wil een meer pastoraal getuigenis brengen gegrond op mijn persoonlijke ervaring, geconfronteerd met de contradicties die kunnen bestaan binnen de orthodoxie, ongelukkiglijk,die sedert lang steeds terugkeren, en die Olivier Clément reeds heeft vastgesteld, in 1977, tijdens een congres van de West- Europese orthodoxie, door het verschil aan het licht te brengen tussen zeggen en doen.

De kerk van God en de kerken

De ecclesiologie van het primitief christianisme is een fundamenteel praktische ecclesiologie, concreet, en niet abstract of theoretisch. Feitelijk is er geen definitie van Kerk. De Kerk is eenvoudigweg, vooreerst en voor alles, een vergadering, in een bepaalde ruimte, die zich op verschillende niveau’s kan bevinden : een familiale bijeenkomst, een bijeenkomst op het niveau van de stad . Men zal dan spreken van een kerk van een stad, van kerken van een regio, meer of minder uitgestrekt. Het enige concept min of meer abstract zal deze zijn van de Kerk van God. Maar, sprekend over de Kerk van God, verwijst op elk vlak concreet naar een vergadering, een “synaxe”, om de griekse term te gebruiken, maar een specifieke vergadering, eucharistisch : een vergadering die eenvoudigweg bijeenkomst om de eucharistie te vieren !

Er is dus een eenvoudige assimilatie tussen de notie van Kerk en de celebratie van de eucharistie : men komt tezamen om de maaltijd van de Heer samen te delen, in een eucharistische houding, van dankzegging. Dat is de eerste identificatie van de Kerk.

Maar, meer dan dat, zoals verschillende hedendaagse orthodoxe theologen het hebben gezegd, en in het bijzonder Vader Serge Boulgakov, is de Kerk een auto-evidentie voor zichzelf, als fundament van elke definitie : het is de Kerk die de definities geeft, maar er is geen definitie van de kerk. Er kan geen definitie van de Kerk zijn terwijl zijzelf de basis is van elke dogmatische definitie als “kolom en fundament van de waarheid” zoals Sint Paulus zegt (1 Tim 3,15). Het vers uit de geloofsbelijdenis van Nicea-Constantinopel, het Credo : ‘Ik geloof in de ene Kerk, heilig, katholiek en apostolisch’ is geen definitie : het is een identificatie, een karakterisering.

Overigens, de Kerk is niet definieerbaar, zoals ook de Heilige Geest die in haar leeft. De Kerk is de Kerk. Zij begrijpt alles : wij zijn hier niet ver van de notie van katholiciteit. Maar het is slechts in haar, en in de kerkelijkheid, wel te verstaan – in de conciliariteit, dat men in staat is de dogma’s te verklaren.

De god-menselijkheid als uitdrukking van de orthodoxie

De “orthodoxie”duidt geen geopolitieke zone, een volksgroep, een beschaving, een historische periode aan : de orthodoxie (‘ortho-doxa’) duidt het rechte geloof, geformuleerd door het kerkelijk conciliaire bewustzijn aan. De orthodoxie is op zichzelf een ideologie, een belijdenis, het is een karakterisering van het rechte geloof. De orthodoxie legt getuigenis af van de juistheid van het geloof, terwijl men niet kan spreken van ‘katholiek geloof’, omdat katholiek betrekking heeft op de inhoud. ‘Ik geloof in de ene, heilige, katholieke Kerk’ dat is een inhoud, het is geen karakterisering van het uiterlijke. Het is geen bevestiging van : het is juist of het is niet juist… Het geloof kan slechts orthodox zijn of heterodox, of ketters. Het geloof heeft een karakterisering die conciliair is gegeven en waarvan wij getuigen in de Kerk door te zeggen “het is juist” of “het is niet juist”. Als wij dus spreken over de ‘orthodoxie van het geloof’, waarover gaat het dan ? Wat zijn de fundamenten ? Welke orthodoxie van het christelijk geloof ? wat doet de ‘christen’ ?

Voor ons is het meest fundamentele het dogma van de twee naturen van Christus, God en mens. Het gaat hier om een dogmatische definitie ons gegeven door het concilie van Chalcedon : Twee naturen, zonder verwarring, noch vermenging, noch onderscheid, in één enkele persoon. De God-menselijkheid van Christus is het punt waarop er geen overstapmogelijk is tussen de orthodoxie en het christelijk geloof en elke andere religie, er is geen compromis noch syncretisme mogelijk. Deze bevestiging van de god-menselijkheid van Christus bevestigt alles door zijn inhoud : tegelijk de verzoening van de hemel en de aarde, van de schepper en zijn schepsel, en van de ganse cosmos, een verzoening zonder fusie, zonder verwarring, hereniging van twee polen. Het is ook een dualiteit, god menselijk : twee naturen, zonder verwarring – in één enkele persoon : hoe is dit denkbaar ?. Gans de geschiedenis van de christenheid, gisteren en vandaag, gaat voort met hierover te struikelen. In de eerste eeuw, ging gans het christologisch debat in verband met alle ketterijen op een of andere manier over deze problematiek van het god-menselijke, sedert de ariaanse crisis tot aan die van het iconoclasme. In naam van wat zal de verering van de iconen worden hersteld ? In naam van de god-menselijkheid van Christus. Om de formule van Theodoor de Studiet te hernemen : Indien God geen mens was geworden dan kunnen we hem ook niet voorstellen ! Indien wij hem niet kunnen voorstellen, dan is hij geen mens geworden ! God is mens geworden, en juist daarom kunnen we hem voorstellen !

De spanning tussen hemel en aarde

De dualiteit is voor ons mensen, zoals voor elk menselijk wezen een spanning, en dit blijft altijd een spanning. In feite heeft men altijd de tweeterm hemel-aarde, dat is universeel : alle religies, en vooral gans de problematiek van het menselijk zijn, draaien rond de relatie met de hemel. Elke rechtvaardiging van de macht, elke regeling binnen de maatschappij, overal, definiëren zich met betrekking tot een opvatting van de relatie die wij hebben met de hemel. Welnu, deze realiteit, deze universele tweeterm hemel-aarde is het hierboven en de aarde hier beneden, maar men kan, als het gaat over God die mens is geworden, het beschouwen in een horizontaal plan. En het is één van de karateristieken die per slot van rekening op een fundamentele manier gaat binnensluipen tussen de Westerse en de Oosterse christenheid en hen tegenover mekaar plaatsen. Men spreekt van de byzantijnse symfonie , maar bestaat deze symfonie wel ? is zij mogelijk ? Het is een uiterst onstabiel evenwicht dat heeft gespeeld tussen Rome en Constantinopel : Rome is tenslotte opstandig geweest over het feit dat het de Keizer was die de concilies bijeenriep ! Ja, het was de keizer… en waarom niet ? Er was daar geen in vraagstelling van de essentiele dogmas ! Wat zeker is, is dat de verticaliteit noodzakelijk een hiërarchisch principe suggereert. Welnu, de horizontaliteit suggereert een synodaliteit of conciliariteit. De verticaliteit, omdat zij bijna noodzakelijk hiërarchisch is brengt alle “-ismen” voort omdat de “-ismen” de bevestiging zijn van de autoriteit en de macht. Maar men moet erkennen dat, als de byzantijnse gedachte een horizontalisme aanhangt, zij er toch niet in slaagt om elk “-isme” te bannen zoals liturgisme, ritualisme, clericalisme, nationalisme, enz…

Dit alles brengt ons tot de ecclesiologie. De ecclesiologie, wat is dat ? Het is tegelijk de essentie en de wijze van organisatie, want in de grond, elke geschiedenis van de christenheid, alle debatten, draaien rond deze kwestie : Wat is de essentie van de Kerk ? Hoe organiseert ze zich ? Hoe is het gegrond om ze te organiseren ?

Der Kerk, afspiegeling van het trinitair mysterie

De ecclesiologie ontwikkelt zich in twee tijden, die in fine, er slechts één zal zijn. De eerste, is de Kerk eenvoudig weg de eucharistische synaxe, dus de eerste ecclesiologie is eenvoudigweg eucharistisch. Dat wil zeggen dat wij het princiepe stellen van de bijeenkomst, die samenkomt om de eucharistie te vieren, maar deze bijeenkomst heeft een proestos. Ik gebruik de griekse term om het woord “voorzitter” te vermijden, want de proestos, is diegene die rechtopstaande voorgaat. Een samenkomen om de eucharistie te vieren moet een proestos hebben. Deze bestaat enkel omdat er een bijeenkomst is, maar de bijeenkomst kan de eucharistie niet vieren zonder een ‘proestos’ . Deze ‘proestos’ is geen vertegenwoordiger van Christus, hij brengt het priesterschap van Christus die onze enige priester is naderbij. Hij stelt het priesterschap van Christus tegenwoordig, wat wil zeggen dat er geen verpersoonlijking is, dat er geen specifiek merkteken is, wat het ook mag zijn, dat gegeven wordt aan de celebrant. Ik leg de nadruk op dit punt, de proestos kan niets als er geen bijeenkomst is, want het is’ hij die voorgaat’ : met als gevolg,er moeten mensen achter hem staan !

Vervolgens, met de uitbreiding van de Kerk in de regio’s en de steden, gaat zich de vraag stellen omtrent de relatie tussen de kerkelijke gemeenschappen, welke ecclesiologie,welke regel om te functionneren ? Ik antwoord snel met de apostolische canon 34, die kort kan samengevat worden. Het bevestigt dat iedere proestos, hieronder moet men de bisschoppen verstaan – want de bisschop is de eerste proestos, de voorgangers van de eucharistie -, moeten wederzijds elkaar erkennen en anderzijds : moeten een eerste onder hen erkennen, en wel op deze manier dat er niets belangrijks wordt ondernomen door de anderen zonder hem, maar dat deze ook zelf niets onderneemt zonder de anderen, “opdat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest worden verheerlijkt”, aldus het besluit van dezelfde canon. Het princiepe van de 34e apostolische canon geeft ons een synodale ecclesiologie, die wij zouden durven noemen, op een min of meer achterhaalde en veeleer profane wijze, een “gedecentraliseerde ecclesiologie”, maar die niettemin een centraal merkteken draagt : de “eerste onder hen”. De territoriale Kerken kunnen niet enkel autonoom worden, maar autocephaal . Maar de eersten van elk van deze Kerken moeten onder hen een eerste aanvaarden (…)

Hier is de basis gelegd van de synodaliteit en de ecclesiologie die ik orthodox noem in de eerste betekenis van de term. Wij hebben een projectie van het mysterie van de één-Drieeenheid en de communio van personen van de Drie-eenheid als de essensie zelf van de ecclesiologie. De kerk is dus de weerspiegeling van de personen van de Drie-eenheid, van de trinitaire relatie. In zekere zin kan men zeggen dat de geboorte van de Kerk, Pinksteren is, dat de Kerk evident de Kerk van de Heilige Geest is, op gelijke wijze, zonder scheiding en zonder hiërarchie tussen de Zoon en de Geest.

“Een katholiciteit die alles betreft”

De russische ecclesiologische gedachte stelt katholiciteit en conciliariteit gelijk met het woord “sobornost”. Dit is een samenvoeging waarover kan gediscutieerd worden, maar zij heeft de verdienste om aan te tonen op welk punt de essentie van de Kerk, haar katholiciteit is, maar een katholiciteit die alles betreft. Anders gezegd, het gaat over een katholiciteit van de Kerk als mystiek Lichaam van Christus. het Lichaam van Christus sluit de ganse kosmos in. Het is niet de kosmos die het Lichaam van Christus insluit.De Kerk is niet in de wereld : de wereld, de ganse schepping, is vervat in de Kerk. Rond deze dualiteit, zelfs in de Kerk hebben wij alle soorten van ondervragingen : welke relatie hebben wij met de eucharistie zelf ? Met het brood en de wijn ? Welke relatie hebben wij met de celebratie van de eucharistie, met haar strukturen? Wie gaat er voor ? Wat vertegenwoordigt het voorgaan in de eucharistie ? Welke opvatting hebben wij van de verschillende celebraties in de ruimte ? Welke zijn de kriterea of de fundamenten van de kerkelijke eenheid ? Al deze vragen voeren ons terug naar de ecclesiologie en naar ons zijn in de Kerk.(…)

Deze dualiteit van de Kerk is een extreem moeilijk evenwicht, voornamelijk op het ecclesiologisch plan. De ecclesiologie hangt af van dit beleven, van de relatie die wij hebben met het God-menselijke.Men overdrijft zowel in het ene als in het andere, en het is bijna zoals de communicerende vaten. Dat is de reden waarom wij al deze afdwalingen hebben in de geschiedenis, of het nu gaat over de dwaling van het romeins verticalisme , of de orthodoxe dwaling die té veel de nadruk legt op het horizontalisme met het naast elkaar plaatsen van de autocephale Kerken die ontstaan zijn door het feit van de ontwikkeling van de staten.

“Terugkeren naar de fundamenten van ons geloof

Eén van de voorgaande sprekers heeft gezegd, dat in de dialoog onder Christenen, men vooral niet mag raken aan de dogmatiek, maar dat men de moraal voor ogen moet houden. het lijkt mij dat dit juist de weg is die sommige Kerken nemen, wellicht een beetje om zich te beschermen tegenover de omringende wereld. Men heeft de indruk dat men deelgenoot is van een zekere kruistocht tegen het Westen die het model zou zijn van alle kwaad en in elk geval van alle losbandigheid… Dat is ten minste wat men moet verstaan in sommige redevoeringen.

In de theologie van de Oosterse christen die zichzelf inschrijft in de lijn te liggen van de semitische traditie van de bijbel, zijn wij in de lijn van de intuïtie, van het mysterieuze aannemen van de waarheid… Ik neem een zin van Vader serge Boulgakov : ‘ De waarheid onthult zich niet aan de individuele rede, maar aan de kerkelijke eenheid in de liefde. Haar wegen zijn mysterieus en ondefinieerbaar, zoals de nederdaling van de heilige Geest in het hart van de menen’.

Ik denk dat wij samen terug moeten keren naar de fundamenten van ons geloof. Want wij zijn op dit moment allen de zondebok – katholieken, protestanten, orthodoxen – , ieder op zijn manier, ieder omwille van historische redenen… Welnu, zoals de apostel Paulus schrijft, ‘Indien één lid lijdt, dan lijdt het ganse lichaam’, dat betekent dat, welk ook de oorsprong is van het lijdende ledemaat, indien het ganse kerk-lichaam lijdt, dan lijden alle leden, zelfs al dragen zij hiervan niet de verantwoordelijkheid ! Onder deze omstandigheden, tot welk wezenlijks moeten wij terugkeren ?

De persoonlijke ontmoeting met Christus, God en Mens

Wij moeten blijvend de god-menselijkheid van Christus in beschouwing nemen, en goed begrijpen wat dit inhoudt : het gaat over een ontmoeting. Men moet goed begrijpen wat dit wil zeggen, een ‘ontmoeting’, en men moet dit horizontaal bekijken en niet vertikaal : men moet het beschouwen als een intieme, barmhartige ontmoeting. ‘Ik ben gekomen voor de zieken en niet voor hen die gezond zijn’, zegt jezus Christus. Er bestaat geen zonde die niet vergeeflijk is of vergeven, door Christus. Hij heeft ons het berouw geschonken als weg naar het heil. Dus, deze christologische bevestiging is niet uitputtelijk. Integendeel. En dit bepaalt al de rest, zelfs het geloof in de verrijzenis.(…)

De Kerk heeft het filosofisch vocabularium geërfd van de griekse cultuur, maar haar diepe gedachte blijft een bijbelse gedachte, semitisch, gedomineerd door het idee van de eenheid, van de enigheid van het menselijk zijn. Wat betreft de relatie hemel-aarde, is er God, maar waar is de God van het volk van Israël ? het is daar, aanwezig, en de mens discusieerd met hem . Dat is dialoog… En in de joodse gedachte aanvaard God om te discussieren, zelfs al is hij ontoegankelijk, zelf al kan men hem niet zien…Het lijkt mij dat deze benadering de God-menselijkheid nabij brengt omdat, ja, God mens geworden is en er dus een persoonlijke ontmoeting kan plaatsvinden : ik ontmoet God persoonlijk ! Maar durf ik zeggen op voet van gelijkheid ? Door Christus, ja : wanneer Christus de hand rijkt aan Adam op de icoon van de verrijzenis is het buitengewoon : men moet ook hem de hand rijken. Christus rijkt zijn hand aan ieder van ons, het ligt aan ons of wij het zullen aannemen of niet.(…)

Dus, geloven : ja ! Sint Paulus zegt : ‘ Indien Christus niet is verrezen, is ons geloof ijdel…’ Maar om te geloven in de verrezen Christus moet men wel geloven in de waarachtige Christus – God en mens – De onmogelijkheid van het schepsel om God te kennen in zijn essentie sluit de realiteit van de communio die zich realiseert in het sacrament die een manier van tegenwoordigheid is als symbool, niet uit. Het symbool is het middel van kennis van datgene wat niet op een andere wijze kan gekend worden. Ook moeten wij allen samen opnieuw werken, om de betekenis van de woorden ‘katholiek’, ‘orthodox’, ‘protestant’, ‘symbool’ te herontdekken. Pas dan kunnen wij communiceren aan dezelfde kelk.

Uit : SOP 363

Vertaling : Kris Biesbroeck

Johannes Chrysostomos : “Wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?”

Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna vanConstantinopel, Kerkleraar
Homilie 63 over Mattheus ; PG 58, 603s

 

Chrysostom.jpg 5.jpg

“Wat moet ik doen, om het eeuwige leven te verkrijgen?”

      Het was geen middelmatige ijver die de jongeman toonde; hij was als eenverliefde. Terwijl de meeste mensen Jezus benaderden om Hem op de proef testellen of om Hem te spreken over hun ziekte, of van die van hun ouders ofandere mensen, naderde hij om zich met Hem te onderhouden over het eeuwigeleven. De grond was rijk en vruchtbaar, maar het was nog vol met doornstruikendie de zaadjes konden verstikken (Mt 13,7). Zie hoe hij zeer bereid is om aande geboden te gehoorzamen: “Wat moet ik doen om het eeuwig leven teverkrijgen?”… Geen enkele farizeeër had ooit zulke gevoelens; ze wareneerder woedend omdat ze tot stilte gemaand werden. Onze jongeman vertroktreurig met neergeslagen ogen, dat is een teken dat hij niet gekomen is metslechte bedoelingen. Hij was alleen te zwak; hij wenste het Leven, maar eenzeer moeilijke hartstocht die hij moeilijk kon overwinnen, hield hemtegen…

      “Ga heen, verkoop wat je bezit, en geef het aan de armen; en je zult eenschat in de hemel bezitten. Kom dan, en volg Mij. Maar toen hij die woordenhoorde, ging hij treurig heen…” De evangelist toont wat de oorzaak is vandeze droefheid: “hij had veel bezittingen”. Zij die weinig hebben en zij diezwemmen in overvloed bezitten hun eigendommen niet op dezelfde manier. Bij delaatsten kan gierigheid een gewelddadige en tirannieke hartstocht zijn. In hensteekt elk nieuw bezit een levendiger vlam aan, en zij die erdoor zijnaangetast, zijn armer dan tevoren. Ze hebben meer verlangens en toch voelen zesterker hun zogenaamde tekorten. Zie in ieder geval hoe die hartstocht zijnkracht toont … “Hoe moeilijk toch zullen zij, die rijkdommen bezitten, hetkoninkrijk Gods binnengaan!” Niet dat Christus de rijken veroordeelt, maareerder het bezit van rijkdommen.

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

heiligenleven : de heilige Meletios

Heiligenleven

De heilige Meletios

 

Meletios 11124.jpg

 

 

De heilige Meletios, aartsbisschop van Antiochië, stamde uit een det voornaamste families van Melitene, de hoofdstad van Klein-Armenië. Vanaf zijn jonge jaren was hij geneigd tot gebed en hij had een echt studiehoofd. Zijn oprechte hartelijkheid en vredelievendheid, zijn begrip voor het standpunt van anderen, wonnen waardering bij arianen zowel als orthodoxen. Daarom werd hij gekozen tot bisschop van Sebaste, maar dit kon de merendeels ariaanse bevolking niet verkroppen, zodat hij te maken kreeg met hardnekkige tegenwerking. Hij deed daarom afstand en trok zich terug in de eenzaamheid. Na allerlei twisten werd meletios tot aartsbisschop gekozen van Antiochië, maar toen hij te zeer de orthodoxe leer verkondigde over de godheid van Christus, werd hij reeds na een maand in ballingschap gezonden. Bij het begin van de regering van keizer Juliaan, kon hij naar zijn zetel terugkeren, maar toen deze het heidendom weer wilde invoeren, verzette Meletios zich daartegen met zoveel overtuiging, dat hij al spoedig opnieuw in ballingschap moest gaan.

In de verwarde tijden die volgden, werd hij hethaalde malen op zijn troon hersteld en in ballingschap gezonden, terwijl intussen een nieuwe bisschop, Paulinos, werd benoemd. De beroemde heilige kerkvaders uit die tijd, Basilios, Johannes Chrysostomos, Gregorios van Nazianze en gregorios van Nyssa, schaarden zich achter Meletios, maar deze toonde zijn vreedzame gezindheid door aan te bieden de zetel te delen met Paulinos. Er moesten nog grotere moeilijkheden overwonnen worden, maar tenslotte werd dit aanbod aanvaard. Hij werd voorzitter van het concilie van Antiochië in 379, waar de dwalingen van Appolinaris werden veroordeeld, zonder diens naam te noemen.

Toen hij in 381 voorzitter was van het tweede Oecumenisch Concilie van Constantinopel, overleed hij, door iedereen betreurd.

Uit : Heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orth.klooster. Den Haag