‘Wij verklaren ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld en vervolging’

‘Wij verklaren ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld en vervolging’

Boodschap van de synaxe van primaten van de orthodoxe kerken in het Midden Oosten

Het is met een boodschap van waarheid en hoop dat de primaten van de orthodoxe Kerken van de oude stichting, waarvan het territorium zich uitstrekt over de landen van het Midden Oosten hun topbijeenkomst hebben besloten (synaxe) die plaats vond in de Phanar, zetel van het oecumenisch patriarchaat, te Istambul (oude Constantinopel), van 1 tot 3 september laatstleden. De belangrijkste thema’s waren de politieke en sociale crisis die sedert het begin van dit jaar is begonnen in verschillende regio’s van het land, en het gevaar dat dit kan meebrengen voor het leven van de christelijke gemeenschappen die sterk verzwakt zijn in deze regio als gevolg van de gestegen persoonlijke sentimenten en de onverdraagzaamheid. Deze boodschap drukt de bezorgdheid uit van de orthodoxe Kerken voor de evolutie van de situatie in het Midden Oosten en ze doet een beroep op de religieuze en politieke verantwoordelijken van deze regio, maar ook op diegenen in de gehele wereld, tot dialoog, respect , vrijheid en de rechten van de volkeren alsook voor de bescherming van het leefmilieu.

De primaten van de oude orthodoxe patriarchaten en de autocefale Kerk van Chyprus aan de volheid van hun Kerken en aan alle mensen van goede wil !

Beste broeders en zusters in Christus, verheug u ten allen tijde in de Heer

Wij zeggen dank aan God op elk moment, voor u allen, wanneer wij u gedenken in onze gebeden. Wij brengen zonder ophouden in tegenwoordigheid van onze God en Vader, de kracht van uw geloof in herinnering alsook het liefdeswerk, de bestendigheid van uw hoop, die het werk zijn van onze Heer Jezus Christus (1 Th.1,2-3)

Daartoe uitgenodigd door het woord van de apostel Paulus, volgens hetwelke in de Kerk van Christus : ‘indien één lid lijdt, alle leden deelhebben aan zijn lijden; indien één lid verheerlijkt wordt, alle leden delen in zijn vreugde’ (1 Cor.12,26). Wij zijn daarom verenigd in de historische zetel van het oecumenisch patriarchaat, op uitnodiging en in de aanwezigheid van de eerste onder ons in rang en eer, opdat wij de liefde van Christus die ons bindt zouden beleven in alle tijden en vooral in de tijden van beproeving en lijden.

De christelijke wortels van het Midden Oosten

Aan ons, die de verantwoordelijkheid werd toevertrouwd van het bestuur en de pastorale leiding van de historisch gezien oudste Kerken, gesticht door de apostelen van Christus en als autocefaal erkend door de oecumenische concilies van de ene en ondeelbare Kerk, zijn wij hier verenigd om weer aan te knopen met het oude gebruik van dergelijke bijeenkomsten alsook om een uitwisseling van opinies te houden in de liefde en de wederzijdse ondersteuning, rekening houdend met de recente gebeurtenissen in de geografische plaatsen waarin het de Goddelijke Voorzienigheid heeft behaagd onze Kerken te doen groeien sedert de verst achterons liggende tijden.

De Kerk van Christus, als historische realiteit, is ontstaan door de wil van de goddelijke Voorzienigheid, in het gebied genaamd Midden Oosten. Haar stichter en het fundament is Onze Heer Jezus Christus, geboren te Bethlehem in Judea (Mt 2,1). Het is op deze plaats dat Hij zijn twaalf leerlingen en apostelen heeft gekozen. Hij heeft hen het bevel gegeven om allereerst zijn evangelie te prediken in deze regio (Mt10,6), waar hij vervolgens geleden heeft en is verrezen, en waar de eerste Kerk werd gesticht, deze van Jeruzalem, vanwaar zijn apostelen zijn uitgegaan om zijn leer ‘aan alle natiën’ te verkondigen (Mt.28,19). Het is in deze regio dat de eerste grote centra van het christianisme – de kerken van Alexandrië, Antiochië, van Jeruzalem en van Chyprus – zijn gesticht en vruchten hebben gedragen, en waar het geheel van het ene en ondeelbare kerk systeem werd ingesteld.

De toekomst van de christenen van het Oosten bedreigd

Het is in deze streken dat de Kerk van Christus, en meer in het bijzonder de heilige orthodoxe Kerk haar meest intense wortels heeft. Deze streken zijn geheiligd door het bloed van de martelaren die ten onder zijn gegaan voor de verdediging van het orthodoxe geloof, en door de tranen van de heilige en eerbiedwaardige Vaders die uitblonken in ascese. Niemand heeft het recht dit te ontkennen, en de machten van deze wereld, wie ze ook zijn, moeten met respect dit feit erkennen. De christenen van de orthodoxe Kerken van het Midden Oosten leven in deze regio sedert eeuwen en geen enkele ‘etnische zuivering’ of ‘religieuze zuiveringsactie’ kan zich ertegen verzetten of, in elk geval, hun vrije bestaan of activiteit verhinderen zonder de meest elementaire mensenrechten te schenden .

Conform het bijbelse principe, volgens hetwelke ‘aan de heer is de aarde en allen die er wonen'(Ps.23,1). De orthodoxe Kerk heeft nooit verhinderd om met personen van een andere religieuze overtuiging vreedzaam samen te leven in deze regio. Zelfs als de aarde waarop zij sedert eeuwen leefden door middel van macht zijn veroverd door andere religies. De orthodoxe Kerk heeft de middelen gevonden om zich aan te passen en vreedzaam samen te leven met de gelovigen van deze andere religies. De religieuze onverdraagzaamheid is nooit een karaktertrek geweest van de orthodoxie.

Ongelukkiglijk groeit in ons tijdperk de angst voor de ander, van hen die verschillend zijn , en word intenser. De christenen, vooral diegenen die leven in de territoria van het Midden Oosten, riskeren het slachtoffer te worden van deze situatie. In vele gevallen worden de christenen gezien als ‘tweederangsburgers’. In andere gevallen, worden heel wat cultusplaatsen, waaronder vele historische en culturele monumenten geprofaneerd, zelfs verwoest, beperkingen worden opgelegd voor wat betreft de liturgische celebraties en de pastorale vorming van de klerus. daarbij voegen zich nog de tijdelijke gewelddadige acties tegen de chistelijke gemeenschappen tot de moord toe van sommige van hun leden door fanatici die voortkomen uit extremistische religieuze kringen. Wel te verstaan, het spreekt vanzelf dat de christenen zelf, waar ze zich ook bevinden, de plicht hebben om de cultusplaatsen van de andere confessionele gemeenschappen te respecteren.

Intensiveren van de dialoog van verzoening

Wij, orthodoxe christenen, wij geloven in de Schrift, die zegt dat ‘de volmaakte liefde de vrees bant’ (1 Jn 4,18). Wij hebben geen schrik van anderen, welke ook hun geloof is. Wij geven hen een accolade als een broeder en verwachten van hen hetzelfde. Terzelfdertijd hebben wij niet opgehouden bescherming te vragen waar wij recht op hebben van de kant van de staten waar wij leven. Wij hebben de overtuiging dat het hier gaat over de best mogelijke oplossing van de problemen van het Midden Oosten die zoveel lijdt, zoals aan diegenen van de rest van de wereld.

Daarom moeten wij de dialoog versterken zowel op het interchristelijk niveau als op het interreligieuze. Het oecumenisch patriarchaat voert reeds vele jaren een interreligieuze dialoog van dit type met de andere monotheistische religies, als toepassing van de beslissingen van de 3e panorthodoxe préconciliaire consultatie (1986). Wij drukken onze goedkeuring en onze steun uit voor dit initiatief, vooral in deze moeilijke tijden, nu het geweld de regio teistert (van het Midden Oosten), waar het bevel tot liefde en de boodschap van vrede voor de eerste maal weerklinkt.

“Wij begrijpen het verlangen van de volkeren die politieke vrijheid en de verdediging van de rechten van de mens vragen”

Ons richtend tot de politieke en religieuze leiders van het Midden Oosten en de ganse wereld, roepen wij hen op om pricipes en condities te scheppen ten voordele van de vreedzame coëxistentie tussen de verschillende religieuze tradities. Terzelfdertijd verklaren wij ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld of vervolging. Wij voelen mee met het lijden van onze broeders die geweld moeten ondergaan, met het lijden van onschuldige slachtoffers die getroffen worden door gewapende conflicten, met het lijden van vele mannen en vrouwen die gedwongen worden hun heimat te verlaten en de bittere weg moeten gaan van de ballingschap. Wij begrijpen het verlangen van de volkeren die politieke vrijheid vragen en de verdediging van de rechten van de mens, en wij roepen de betreffende regeringen op om zonder tanen de verzekering te geven dat deze rechten worden gerespecteerd.

De Kerk komt niet tussen in politieke zaken, zij ‘geeft aan Caesar wat van Caesar is en aan God wat van God is’ (Mt 22,21). De politiek, die een middel is om de problemen van de mensen op te lossen, maakt deel uit van een andere sfeer die niet die is van de Kerk, de Kerk heeft hiermee niets te maken. Maar de kerk kan niet onverschillig blijven ten overstaan van deze problemen alsook tegenover de fundamentele principes, antropologische en sociologische die zich voordoen en die om een regeling vragen, met name wanneer deze problemen een bedreiging vormen of die de waardigheid van de menselijke persoon als ‘beeld van God’ in gevaar brengen (Gn 1,26) of als schepping die als ‘zeer Goed’ door God is beoordeeld.

Een ‘ecologisch manifest van de Middelandse zee aannemen.

Het laatste punt dat wij naar voor willen brengen betreft het vraagstuk van de bescherming van onze natuurlijke leefomgeving, waar het belang ervan niet goed wordt geapprecieerd onder druk van actuele politieke, sociale en economische problemen in de regio van het Midden Oosten en dus gezien wordt als van secundair belang. Het gaat hier dan om een valse en gevaarlijke waarneming.

De verwoesting van de natuurlijke omgeving reduceert elk economisch en sociaal succes verkregen als gevolg van de politieke veranderingen waarvoor het bloed vloeit de dag van vandaag in een bittere strijd, tot niets. Het is omdat wij dit goed begrijpen dat wij hebben besloten om de voorstellen die gedaan worden door het oecumenisch patriarchaat om een samenkomst van de religieuze verantwoordelijken voor te bereiden en te houden, en dit in een nabije toekomst. Een ontmoeting met de verantwoordelijken van de religies van de regio, tijdens dewelke een soort van ecologische variant van het ‘Charta van de Middelandse zee’ op punt zal worden gezet en aangenomen. Zo ,zal de orthodoxe Kerk niet alleen zijn plicht doen tegenover de wereld die door God werd geschapen, maar zij zal ook bijdragen tot de vreedzame coëxistentie en de samenwerking van de religies in deze regio die vandaag de dag wordt verscheurd door conflicten.

Beste broeders en kinderen van de Heer!

“Wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, die ons gegeven is” (Rm 5,3-5).

Uit SOP 361 – oktober 2011

Vertaling : Kris Biesbroeck

“De hondjes onder de tafel eten toch ook van de kruimels van dekinderen”

H. Johannes Chrysostomos (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna vanConstantinopel, Kerkleraar
Homilie over het evangelie van Matteus, nr 52, § 2 ; PG 58, 520

Joh.Chrysostomos  detail uit de koninklijke deur.JPG

Johannes Chrysostomos

 

“De hondjes onder de tafel eten toch ook van de kruimels van dekinderen”

      Toen Jezus de Kananese vrouw naderde, zei ze slechts deze woorden:”Ontferm U over mij” (Mt 15,22) en deze herhaalde roep trok veel mensen aan.Het was een indrukwekkend schouwspel om een vrouw te zien roepen met zoveelemotie, een moeder smeekte voor haar dochter, een kind dat zo hard aangepaktwerd… Ze zei niet: “Ontferm U over mijn dochter” maar “Ontferm U over mij”.”Mijn dochter weet niet van haar kwaad; ik daarentegen, ervaar duizendenpijnen, ik ben er ziek van om haar in zo’n staat te ervaren, ik word bijna gekom haar zo te zien”…

      Jezus antwoordt haar: “Ik ben slechts gezonden om de verloren schapenvan het huis van Israel te zoeken”  (Mt 15,24). Wat doet de Kananese na dezewoorden gehoord te hebben? Gaat ze in stilte weg? Verliest ze de moed? Nietsvan dat alles! Ze dringt nog meer aan. Wij doen dat niet: als we niet verhoordworden, dan trekken we ons ontmoedigd terug, terwijl het juist nodig is omvurig aan te dringen. Maar wie zou niet ontmoedigd worden van de antwoord vanJezus? Zijn stilte zou niet voldoende moeten zijn om ons de hoop weg te latennemen… Maar deze vrouw verliest de moed niet, ze komt daarentegendichterbij, buigt en zegt: Heer, kom mij te hulp”  (v. 25)… Als ik eenhondje in dit huis ben, dan ben ik geen vreemde. Ik weet best dat de voedingvoor de kinderen is…, maar verbied niet om de kruimels te geven. Men moet zemij niet weigeren…, want ik ben het hondje dat men niet weg kan drukken”.

      Hij had dit antwoord verwacht, dat maakte dat Christus het uitstelde omhaar gebed te verhoren… Zijn antwoorden waren niet bedoeld om de vrouwverdriet te doen, maar om de verborgen schat te openbaren.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heiligenleven: de heilige Marcus de vaster

Heiligenleven

De heilige Markus de Vaster

 

Markos de asceet.jpg

Marcus de asceet

De heilige Marcus de Vaster had zich van jongsaf aan toegelegd op de studie van de heilige Schrift. Hij was een leerling van de heilige Johannes Chrysostomos. Toen hij 40 jaar oud was, werd hij monnik en hij heeft nog 60 jaar in ascese geleefd. Hij heeft werken geschreven over het ascetisch leven, die in zulk een hoog aanzien stonden dat er een griekse spreuk was die zei : ‘Verkoop alles en koop Markos’. Geheel de heilige Schrift kende hij uit het hoofd naar woord en betekenis. Hij blonk niet slechts uit door geestelijke wetenschap maar hij was er geheel door bezield zodat er een warme liefde van hem uitging die de mensen, maar ook alle andere schepselen omvatte. Daarvan  getuigt een mooi verhaal hoe eens een hyena haar blinde jong bij hem bracht, dat hij toen door zijn gebed genas.

Hij heeft een 40 tal geschriften nagelaten, die echter grotendeels verloren zijn gegaan. Drie ervan zijn opgenomen in de filokalia. Hij is rond 450 gestorven, 100 jaar oud

 

Uit: Heiligenleven voor elke dag. Uitg. Orth. Klooster – Den Haag

Hiëronimus : “Een nieuwe leer”

H. Hieronymus (347-420), priester, vertaler van de Bijbel, Kerkleraar
Commentaar op het evangelie van Marcus, 2 ; PLS 2, 125v

 

hieronimos1.jpg

Hiëronimus

 

“Een nieuwe leer”

    

 “De onreine geest schudde hem door elkaar en onder enorm geschreeuw ginghij uit hem weg.” Dat is de wijze waarop de demon zijn pijn laat merken: doorde man door elkaar te schudden. Omdat de demon de ziel van de man niet konveranderen, oefende hij geweld uit op zijn lichaam. Deze lichamelijke tekenenwaren overigens het enige middel dat hem ter beschikking stond, om te tonendat hij bezig was weg te gaan. De zuivere geest toonde zijn aanwezigheid en deonreine geest slaat op de vlucht…

      “Allen waren verbaasd, envroegen zich af: Wat kan dat toch zijn?” Laten we eens kijken naar dehandelingen van de apostelen en naar de tekenen die de eerste profeten hebbengegeven. Wat zeggen de tovenaars van de farao over de wonderen van Mozes? “Ditis de vinger van God!” (Ex 8,15). Mozes vervult de wonderen, maar ze herkennende kracht van een ander. Later doen de apostelen andere wonderen: “In de naamvan Jezus Christus van Nazaret, sta op en loop” (Hand 3,6) “Paulus zei tegende geest: In naam van Jezus Christus beveel ik je uit haar weg te gaan.” (Hand16,18). De naam van Jezus Christus wordt altijd aangehaald. Maar wat zegtJezus Christus zelf? “Ga uit hem weg”, zonder verdere toevoeging. Hij beveeltde geest om weg te gaan in zijn eigen naam. “Ontzetting greep allen aan, zodatze zich afvroegen: ‘Wat is dat toch? Een nieuwe leer, met gezag”. Hetuitdrijven van een demon was op zichzelf niets nieuws: de exorcisten van deHebreeërs deden dat regelmatig. Maar wat zegt Jezus? Wat is die nieuwe leer?Wat is het voor nieuws? Dat is dat Hij op eigen autoriteit de onreine geestenbevelen geeft. Hij citeert niemand anders, Hij geeft zelf de bevelen; Hijspreekt niet in de naam van een ander, maar uit zijn eigen gezag.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

De onthoofding van de heilige Johannes de doper

Heiligenleven

De onthoofding van de heilige Johannes de doper

 

Johannes de doper hoofd.jpg

 

De heilige Johannes de doper waarvan men op 24 februari herdenkt hoe zijn hoofd werd afgehouwen en werd teruggevonden. Zijn hoofd was eerst verborgen in het paleis van Herodes en werd door een vrome vrouw in een aarden vaas begraven op de Olijfberg. Ten tijde van keizer Konstantijn werd het daar gevonden door twee monniken die op bedevaart waren in Jeruzalem, nadat zij in hun slaap hierover een openbaring hadden ontvangen. Het werd ter verering in de kerk geplaatst, maar tijdens de troebelen van een  oorlog door een pottenbakker meegenomen naar Emesa (Homs in Syrië), en het kwam in handen van een ariaanse hiëromonnik, die het achterliet in de grot waaruit hij door de Orthodoxen was verjaagd. Een eeuw later werd het hoofd daar voor de tweede maal gevonden in een waterkruik, op aanwijzing van archimandriet Markellos, die daarover een visioen had gehad. Het werd overgebracht naar de kathedraal, en later, onder patriarch Ignatios in de achtste eeuw, naar Constantinopel.

Uit : Heiligenleven voor elke dag, uitg. Orthodox klooster Den Haag