‘Wij verklaren ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld en vervolging’

‘Wij verklaren ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld en vervolging’

Boodschap van de synaxe van primaten van de orthodoxe kerken in het Midden Oosten

Het is met een boodschap van waarheid en hoop dat de primaten van de orthodoxe Kerken van de oude stichting, waarvan het territorium zich uitstrekt over de landen van het Midden Oosten hun topbijeenkomst hebben besloten (synaxe) die plaats vond in de Phanar, zetel van het oecumenisch patriarchaat, te Istambul (oude Constantinopel), van 1 tot 3 september laatstleden. De belangrijkste thema’s waren de politieke en sociale crisis die sedert het begin van dit jaar is begonnen in verschillende regio’s van het land, en het gevaar dat dit kan meebrengen voor het leven van de christelijke gemeenschappen die sterk verzwakt zijn in deze regio als gevolg van de gestegen persoonlijke sentimenten en de onverdraagzaamheid. Deze boodschap drukt de bezorgdheid uit van de orthodoxe Kerken voor de evolutie van de situatie in het Midden Oosten en ze doet een beroep op de religieuze en politieke verantwoordelijken van deze regio, maar ook op diegenen in de gehele wereld, tot dialoog, respect , vrijheid en de rechten van de volkeren alsook voor de bescherming van het leefmilieu.

De primaten van de oude orthodoxe patriarchaten en de autocefale Kerk van Chyprus aan de volheid van hun Kerken en aan alle mensen van goede wil !

Beste broeders en zusters in Christus, verheug u ten allen tijde in de Heer

Wij zeggen dank aan God op elk moment, voor u allen, wanneer wij u gedenken in onze gebeden. Wij brengen zonder ophouden in tegenwoordigheid van onze God en Vader, de kracht van uw geloof in herinnering alsook het liefdeswerk, de bestendigheid van uw hoop, die het werk zijn van onze Heer Jezus Christus (1 Th.1,2-3)

Daartoe uitgenodigd door het woord van de apostel Paulus, volgens hetwelke in de Kerk van Christus : ‘indien één lid lijdt, alle leden deelhebben aan zijn lijden; indien één lid verheerlijkt wordt, alle leden delen in zijn vreugde’ (1 Cor.12,26). Wij zijn daarom verenigd in de historische zetel van het oecumenisch patriarchaat, op uitnodiging en in de aanwezigheid van de eerste onder ons in rang en eer, opdat wij de liefde van Christus die ons bindt zouden beleven in alle tijden en vooral in de tijden van beproeving en lijden.

De christelijke wortels van het Midden Oosten

Aan ons, die de verantwoordelijkheid werd toevertrouwd van het bestuur en de pastorale leiding van de historisch gezien oudste Kerken, gesticht door de apostelen van Christus en als autocefaal erkend door de oecumenische concilies van de ene en ondeelbare Kerk, zijn wij hier verenigd om weer aan te knopen met het oude gebruik van dergelijke bijeenkomsten alsook om een uitwisseling van opinies te houden in de liefde en de wederzijdse ondersteuning, rekening houdend met de recente gebeurtenissen in de geografische plaatsen waarin het de Goddelijke Voorzienigheid heeft behaagd onze Kerken te doen groeien sedert de verst achterons liggende tijden.

De Kerk van Christus, als historische realiteit, is ontstaan door de wil van de goddelijke Voorzienigheid, in het gebied genaamd Midden Oosten. Haar stichter en het fundament is Onze Heer Jezus Christus, geboren te Bethlehem in Judea (Mt 2,1). Het is op deze plaats dat Hij zijn twaalf leerlingen en apostelen heeft gekozen. Hij heeft hen het bevel gegeven om allereerst zijn evangelie te prediken in deze regio (Mt10,6), waar hij vervolgens geleden heeft en is verrezen, en waar de eerste Kerk werd gesticht, deze van Jeruzalem, vanwaar zijn apostelen zijn uitgegaan om zijn leer ‘aan alle natiën’ te verkondigen (Mt.28,19). Het is in deze regio dat de eerste grote centra van het christianisme – de kerken van Alexandrië, Antiochië, van Jeruzalem en van Chyprus – zijn gesticht en vruchten hebben gedragen, en waar het geheel van het ene en ondeelbare kerk systeem werd ingesteld.

De toekomst van de christenen van het Oosten bedreigd

Het is in deze streken dat de Kerk van Christus, en meer in het bijzonder de heilige orthodoxe Kerk haar meest intense wortels heeft. Deze streken zijn geheiligd door het bloed van de martelaren die ten onder zijn gegaan voor de verdediging van het orthodoxe geloof, en door de tranen van de heilige en eerbiedwaardige Vaders die uitblonken in ascese. Niemand heeft het recht dit te ontkennen, en de machten van deze wereld, wie ze ook zijn, moeten met respect dit feit erkennen. De christenen van de orthodoxe Kerken van het Midden Oosten leven in deze regio sedert eeuwen en geen enkele ‘etnische zuivering’ of ‘religieuze zuiveringsactie’ kan zich ertegen verzetten of, in elk geval, hun vrije bestaan of activiteit verhinderen zonder de meest elementaire mensenrechten te schenden .

Conform het bijbelse principe, volgens hetwelke ‘aan de heer is de aarde en allen die er wonen'(Ps.23,1). De orthodoxe Kerk heeft nooit verhinderd om met personen van een andere religieuze overtuiging vreedzaam samen te leven in deze regio. Zelfs als de aarde waarop zij sedert eeuwen leefden door middel van macht zijn veroverd door andere religies. De orthodoxe Kerk heeft de middelen gevonden om zich aan te passen en vreedzaam samen te leven met de gelovigen van deze andere religies. De religieuze onverdraagzaamheid is nooit een karaktertrek geweest van de orthodoxie.

Ongelukkiglijk groeit in ons tijdperk de angst voor de ander, van hen die verschillend zijn , en word intenser. De christenen, vooral diegenen die leven in de territoria van het Midden Oosten, riskeren het slachtoffer te worden van deze situatie. In vele gevallen worden de christenen gezien als ‘tweederangsburgers’. In andere gevallen, worden heel wat cultusplaatsen, waaronder vele historische en culturele monumenten geprofaneerd, zelfs verwoest, beperkingen worden opgelegd voor wat betreft de liturgische celebraties en de pastorale vorming van de klerus. daarbij voegen zich nog de tijdelijke gewelddadige acties tegen de chistelijke gemeenschappen tot de moord toe van sommige van hun leden door fanatici die voortkomen uit extremistische religieuze kringen. Wel te verstaan, het spreekt vanzelf dat de christenen zelf, waar ze zich ook bevinden, de plicht hebben om de cultusplaatsen van de andere confessionele gemeenschappen te respecteren.

Intensiveren van de dialoog van verzoening

Wij, orthodoxe christenen, wij geloven in de Schrift, die zegt dat ‘de volmaakte liefde de vrees bant’ (1 Jn 4,18). Wij hebben geen schrik van anderen, welke ook hun geloof is. Wij geven hen een accolade als een broeder en verwachten van hen hetzelfde. Terzelfdertijd hebben wij niet opgehouden bescherming te vragen waar wij recht op hebben van de kant van de staten waar wij leven. Wij hebben de overtuiging dat het hier gaat over de best mogelijke oplossing van de problemen van het Midden Oosten die zoveel lijdt, zoals aan diegenen van de rest van de wereld.

Daarom moeten wij de dialoog versterken zowel op het interchristelijk niveau als op het interreligieuze. Het oecumenisch patriarchaat voert reeds vele jaren een interreligieuze dialoog van dit type met de andere monotheistische religies, als toepassing van de beslissingen van de 3e panorthodoxe préconciliaire consultatie (1986). Wij drukken onze goedkeuring en onze steun uit voor dit initiatief, vooral in deze moeilijke tijden, nu het geweld de regio teistert (van het Midden Oosten), waar het bevel tot liefde en de boodschap van vrede voor de eerste maal weerklinkt.

“Wij begrijpen het verlangen van de volkeren die politieke vrijheid en de verdediging van de rechten van de mens vragen”

Ons richtend tot de politieke en religieuze leiders van het Midden Oosten en de ganse wereld, roepen wij hen op om pricipes en condities te scheppen ten voordele van de vreedzame coëxistentie tussen de verschillende religieuze tradities. Terzelfdertijd verklaren wij ons solidair met allen die lijden onder discriminatie, geweld of vervolging. Wij voelen mee met het lijden van onze broeders die geweld moeten ondergaan, met het lijden van onschuldige slachtoffers die getroffen worden door gewapende conflicten, met het lijden van vele mannen en vrouwen die gedwongen worden hun heimat te verlaten en de bittere weg moeten gaan van de ballingschap. Wij begrijpen het verlangen van de volkeren die politieke vrijheid vragen en de verdediging van de rechten van de mens, en wij roepen de betreffende regeringen op om zonder tanen de verzekering te geven dat deze rechten worden gerespecteerd.

De Kerk komt niet tussen in politieke zaken, zij ‘geeft aan Caesar wat van Caesar is en aan God wat van God is’ (Mt 22,21). De politiek, die een middel is om de problemen van de mensen op te lossen, maakt deel uit van een andere sfeer die niet die is van de Kerk, de Kerk heeft hiermee niets te maken. Maar de kerk kan niet onverschillig blijven ten overstaan van deze problemen alsook tegenover de fundamentele principes, antropologische en sociologische die zich voordoen en die om een regeling vragen, met name wanneer deze problemen een bedreiging vormen of die de waardigheid van de menselijke persoon als ‘beeld van God’ in gevaar brengen (Gn 1,26) of als schepping die als ‘zeer Goed’ door God is beoordeeld.

Een ‘ecologisch manifest van de Middelandse zee aannemen.

Het laatste punt dat wij naar voor willen brengen betreft het vraagstuk van de bescherming van onze natuurlijke leefomgeving, waar het belang ervan niet goed wordt geapprecieerd onder druk van actuele politieke, sociale en economische problemen in de regio van het Midden Oosten en dus gezien wordt als van secundair belang. Het gaat hier dan om een valse en gevaarlijke waarneming.

De verwoesting van de natuurlijke omgeving reduceert elk economisch en sociaal succes verkregen als gevolg van de politieke veranderingen waarvoor het bloed vloeit de dag van vandaag in een bittere strijd, tot niets. Het is omdat wij dit goed begrijpen dat wij hebben besloten om de voorstellen die gedaan worden door het oecumenisch patriarchaat om een samenkomst van de religieuze verantwoordelijken voor te bereiden en te houden, en dit in een nabije toekomst. Een ontmoeting met de verantwoordelijken van de religies van de regio, tijdens dewelke een soort van ecologische variant van het ‘Charta van de Middelandse zee’ op punt zal worden gezet en aangenomen. Zo ,zal de orthodoxe Kerk niet alleen zijn plicht doen tegenover de wereld die door God werd geschapen, maar zij zal ook bijdragen tot de vreedzame coëxistentie en de samenwerking van de religies in deze regio die vandaag de dag wordt verscheurd door conflicten.

Beste broeders en kinderen van de Heer!

“Wij roemen ook in de verdrukkingen, daar wij weten dat de verdrukking volharding uitwerkt, en de volharding beproefdheid, en de beproefdheid hoop; en de hoop maakt niet beschaamd, omdat de liefde Gods in onze harten uitgestort is door de heilige Geest, die ons gegeven is” (Rm 5,3-5).

Uit SOP 361 – oktober 2011

Vertaling : Kris Biesbroeck

Maximos de Belijder : verschijnen voor het aangezicht van de mensenzoon

H. Maximus de Belijdenaar (ca. 580-662), monnik en theoloog
Dialoog over het ascetische leven; PG 90, 912

Maxime de belijder (+662).jpg

Maximos de Belijder

“Verschijnen voor het aanschijn van de Mensenzoon”

      Wij smeken U, Heer, Goede God, dat het verloop van het heilsmysterievoor ons vervuld door uw eniggeboren Zoon, niet uitloopt op onze veroordeling;dat Hij “ons niet ver van uw aangezicht verwerpt”. Krijg geen afkeer van onzeellendige toestand, maar heb mededogen met ons door uw grote medelijden; “naaruw oneindige barmhartigheid, wis onze zonden uit”. Zo zullen wij, als we vooruw heerlijkheid verschijnen, hoewel we een veroordeling verdienen, debescherming van uw eniggeboren Zoon ontvangen, en wij zullen niet verworpenworden zoals de slechte dienaren… Ja, Meester en almachtige Heer, hoor onzesmeking: “Wij kennen niemand anders dan U”. Wij roepen uw naam aan, want Ubent “één God die het allemaal en bij iedereen teweegbrengt”, en bij U zoekenwij onze redding.

      “Heer, kijk uit de hemel neer en zie vanuithet verblijf van uw heilige heerlijkheid. Waar is uw jaloerse en machtigeliefde? Waar is uw medelijden en uw oneindige barmhartigheid? U bent onzeVader: Abraham kan ons niet herkennen… U, Heer, onze Vader, bevrijd ons,want sinds het begin wordt uw naam door ons aangeroepen” zo ook de naam van uweniggeboren Zoon, en die van de heilige Geest. “Waarom laat U ons dwalen vervan uw wegen?… Waarom laat U ons aan onze eigen zintuigen over, en hebt Uons laten dwalen?” Laat uw dienaren terugkeren naar U, Heer, in de naam van deheilige Kerk, in de naam van alle heiligen uit het verleden…

      “Scheur toch de hemelen! De bergen beven voor U, zij smelten als wasin de aanwezigheid van vuur…  Nog nooit is zoiets gehoord, niet eerderzoiets vernomen. Geen oog zag ooit een god buiten U… U bent u onze Vader…,wij zijn het werk van uw handen… wij zijn toch uw volk.”

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

Heilige Cassianus

Heiligenleven

Heilige Cassianus

 

 

 

Cassianus.jpg

Heilige Cassianus

 

 

De heilige Johannes Cassianus (Kassianos) van Marseille, een van de grote geestelijke gidsen, was geboren in Rome. Na de gewone studie, vooral filosofie en astronomie, wijdde hij zich geheel aan de studie van de heilige Schrift. Hij had een onderzoekende geest, en toen hij hoorde over de wonderbare monniken in egyptische woestijn, wilde hij monnik worden en zien wat dat inhield. Samen met zijn vriend Germanus is hij toen naar Bethlehem gegaan en zij traden daar in het klooster in 383, toen hij ongeveer achttien jaar oud was. Om ook het leven van de kluizenaars te leren kennen, gingen zij naar Egypte; eerst naar de skite van de grote Makarios, later naar de Thebaïde om de verschillende Vaders persoonlijk te bezoeken. Het verslag dat hij heeft geschreven over de lange gesprekken die hij met hen voerde, behoort tot de klassieken van het christelijk monnikswezen. Hij kwam niet als journalist, maar als leerling die in zijn eigen leven wilde toepassen wat hij gehoord had. Zij hadden hun leven ingericht om bij de egyptische monniken  te blijven, maar na ruim tien jaar ontstonden moeilijkheden naar aanleiding van de veroordeling van Origines. Een aantal monniken zag in Origines vooral de grote geest die zijn enorme geleerdheid geheel in dienst had gesteld van de bestudering van de Schrift, al had hij in zijn  theologie misschien ook fouten gemaakt. De heerszuchtige patriarch van Alexandrië, Theofilos, eiste echter een volkomen veroordeling en beschuldigde de aarzelenden van ketterij. Hij verbande hen uit Egypte met allen die met hem in contact stonden. Zo werden ook Cassianus en Germanus verdreven in 399.

Zij gingen naar Constantinopel waar de heilige Joannes Chrysostomos aartsbisschop was. Deze onderzocht hun zaak en erkende hun orthodoxie, en wijdde germanus priester en Cassianus Diaken. Cassianus had grote bewondering voor Joannes Chrysostomos en verklaarde later in zijn leven dat hij alles van hem geleerd had.

Daarop beschuldigde Theofilos ook Joannes Chrysostomos van ketterij, en omdat hij goede betrekkingen met het hof onderhield, wist hij te bewerken dat deze in ballingschap werd gezonden. En ook hier werden de beide vrienden uitgewezen. Zij hadden intussen vriendschap gesloten met de jonge diaken Gregorios, die in Constantinopel was in opdracht van de bisschop van Rome. Beiden keerden nu naar hun vaderstad terug, waar Cassianus tot priester werd gewijd. Zij bleven daar tot aan de dood van Germanus in 416.

Cassianus, die intussen ongeveer vijftig jaar oud was, trok nu naar Gallië, waar hij het bekende klooster van Lerins stichtte, op een eiland bij Marseille. Deze stichting heeft grote invloed uitgeoefend bij de ontwikkeling van het monnikwezen in west-Europa, vooral door de geschriften van Cassianus. Hij schreef regels voor het gemeenschappelijk Leven; Over de strijd tegen de hoofdzonden (opgenomen in de Filokalia); Gesprekken met de Woestijnvaders, die vooral de heilige Benedictus hebben beïnvloed en daardoor het westerse monnikwezen.

Om zijn wijsheid werd hij veel geraadpleegd. De latere paus Leo vroeg hem zijn mening te geven over de Nestorianen, en daarom schreef Cassinanus nog een boek ,over de Vleeswording van de Heer. Ook moest hij een uitspraak doen over de strijd tussen Augustinus en Pelagius betreffende de rol van de vrije wil in het geestelijk leven.   Cassinanus nam geen van beide extreme standpunten in maar volgde de oude orthodoxe leer dat Gods Genade onontbeerlijk is, maar dat de grond daarvoor ontvankelijk moet worden gemaakt door eigen inspanning van de vrije wil.

Zo bereikte hij de leeftijd van ongeveer zeventig jaar, en stierf in vrede in het jaar 435.

 

Uit: Heiligenlevens van elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

Goddelijke Liturgie in het Suid Afrikaans

 

DIE GODDELIKE LITURGIE VAN ONS VADER ONDER DIE HEILIGES JOHANNES CHRYSOSTOMOS 

 

DIE LITURGIE VAN DIE KATKISANTE

 

Nadat hy die seën van die priester ontvang het, kom die diaken deur die

noordelike deur by die Heiligdom uit, gaan staan op sy gebruiklike plek voor

die Heilige Deure, maak drie buigings en begin:

 

Seën, Meester.

 Die priester hef die Evangelieboek op, maak die teken van die Kruis oor die Antimension daarmee , en sê met ’n helder stem:

Geseënd is die Koninkryk van die Vader, en van die Seun, en van

die Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 Volk             Amen.

 DIE VREDESLITANIE

 Diaken*        Laat ons in vrede bid tot die Heer.

 Volk             Here, ontferm U.  En so na elk van die volgende bedes.

 Diaken*        Om die vrede van bo en die redding van ons siele, laat ons

bid tot die Heer.

                      Om vrede vir die hele wêreld, die welsyn van die heilige Kerke

van God, en die eenheid van almal, laat ons bid tot die Heer.

         

                    Vir hierdie heilige Huis, en vir hulle wat dit met geloof, eerbied en

die vrees van God betree, laat ons bid tot die Heer.

 

                    Vir die toegewyde, Ortodokse Christene, laat ons bid tot die Heer.

 

                    Vir ons vader en aartsbiskop, pous en patriarg N., vir ons

aartsbiskop en vader N., vir die eerbiedwaardige priesterskap,

die diakonaat in Christus, vir alle geestelikes en die hele volk,

laat ons bid tot die Heer.

 Vir die mense van ons land, en vir alle owerhede en magte wat oor ons gestel is, laat ons bid tot die Heer.

                             Vir hierdie patriargaat en hierdie heilige bisdom, vir alle stede en

dorpe, en vir die gelowiges wat daarin woon, laat ons bid tot die

Heer.

                           Vir gunstige weer, ’n oorvloedige opbrengs van die aarde, en tye

van vrede, laat ons bid tot die Heer.

 

                    Vir reisigers op land, see en in die lug, vir hulle wat siek is en hulle

wat ly, vir gevangenes en hul verlossing, laat ons bid tot die Heer.

 

                    Om ons bevryding van alle verdrukking, toorn, gevaar en nood,

                    laat ons bid tot die Heer.

 

                    Help ons, red ons, ontferm U oor ons en bewaar ons, o God, deur

u genade.

 

                    Terwyl ons ons alheilige, onbevlekte, hooggeseënde en glorieryke

Meesteres, die Theotokos en immermaagd Maria, saam met al

die heiliges gedenk, laat ons onsself en mekaar

en ons hele lewe toevertrou aan Christus ons God.

 

Volk             Aan U, o Heer.

 

Gebed van die Eerste Antifoon

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

O Here onse God, u mag is onvergelyklik. U heerlikheid is

onbegryplik. U barmhartigheid is onmeetlik en u liefde vir die

mens onuitspreeklik. Sien in u medelye neer op ons en op

hierdie heilige huis, o Meester, en betoon ons en hulle

wat saam met ons bid, u ryke barmhartigheid en ontferming.

 

(hardop)       Want aan U kom toe alle heerlikheid, eer en aanbidding: aan die

Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou en altyd en tot in

ewigheid.

 

Volk            Amen.

 

DIE EERSTE ANTIFOON

 

Indien dit ’n fees van die Here of die Theotokos is, of die dag ná die fees of die

afsluiting van die fees, word die Antifone van die fees gesing; so nie, die Typika.

 

Sondae kan die volgende Antifoon gebruik word:

 

1ste Vers      Loof die Here, o my siel, en alles wat binne my is sy heilige

naam.

 

Volk            Deur die gebede van die Theotokos, o Heiland, red ons.

 

2de Vers      Loof die Here, o my siel, en vergeet geeneen van sy weldade nie.

 

Volk            Deur die gebede van die Theotokos, o Heiland, red ons.

 

                                                           3

 

3de Vers      Die Here het sy troon in die hemel berei, en sy Koninkryk heers

oor almal.

 

Volk             Deur die gebede van die Theotokos, o Heiland, red ons.

         

                    Eer aan die Vader en aan die Seun en aan die Heilige Gees,

                    nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

 

                    Deur die gebede van die Theotokos, o Heiland, red ons.

 

So nie, die Typika:

 

                    Loof die Here, o my siel.

                    Lofwaardig is U, o Heer.

                    Loof die Here, o my siel,

en alles wat binne my is, sy heilige naam.

                    Loof die Here, o my siel,

                    en vergeet geeneen van sy weldade nie.

                    Wat al jou ongeregtighede vergewe,

                    wat al jou siektes genees.

                    Wat jou lewe verlos van die verderf,

                    wat jou met barmhartigheid en deernis kroon.

                    Wat jou begeerte met goeie dinge versadig,

                    jou jeug sal weer nuut word soos dié van ’n arend.

                    Barmhartig en genadig is die Here,

                    lankmoedig en groot van goedertierenheid.

 

Terwyl dit gesing word, maak die diaken ’n buiging, verlaat sy plek, en gaan

staan voor die ikoon van die Theotokos, terwyl hy in die rigting van die ikoon

van Christus kyk en sy orarion met die drie vingers van sy regterhand vashou.

 

Aan die einde van die Antifoon kom hy op sy gebruiklike plek staan, maak ‘n

buiging en sê

 

DIE KLEIN LITANIE

 

Diaken*        Laat ons keer op keer in vrede bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Help ons, red ons, ontferm U oor ons, en bewaar ons, o God, deur

u genade.

 

Volk            Here, ontferm U.

 

Diaken*        Terwyl ons ons alheilige, onbevlekte, hooggeseënde en glorieryke

Meesteres, die Theotokos en immermaagd Maria, saam met al

die heiliges gedenk, laat ons onsself en mekaar en ons hele lewe toevertrou

aan Christus ons God.

 

                                                           4

 

Volk            Aan U, o Heer.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

O Here ons God, red u volk en seën u erfdeel. Bewaar die volheid

van u Kerk; heilig hulle wat die luister van u Huis liefhet; verheerlik

hulle daarvoor deur u goddelike krag, en verlaat ons nie wat op U

hoop.

 

(hardop)       Want aan U behoort die mag, en aan U behoort die koninkryk en

die krag en die heerlikheid: aan die Vader en die Seun en die

Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

DIE TWEEDE ANTIFOON

 

Daarna word die tweede Psalm van die Typika gesing, of, op Sondae,

die volgende Antifoon:

 

1ste Vers      Prys die Here, o my siel; ek sal die Here prys solank ek lewe; ek

sal psalmsing tot my God solank ek daar is.

 

Volk            Red ons, o Seun van God, wat opgestaan het uit die dode, ons

wat tot U sing: Halleluja!

 

………………………………………………………………………………………..

Indien dit nie ’n Sondag, die Paasseisoen of ’n fees van die Here is nie, sing ons

na elke vers:

 

Red ons, o Seun van God, wat wonderbaar is in die heiliges, ons

wat tot U sing: Halleluja!

………………………………………………………………………………………….

 

2de Vers      Salig is hy wie se hulp die God van Jakob is; sy hoop is op die

Here sy God.

 

Volk             Red ons, o Seun van God, wat opgestaan het uit die dode, ons

wat tot U sing: Halleluja!

 

3de Vers      Die Here sal tot in ewigheid Koning wees, jou God, o Sion, van

geslag tot geslag.

 

Volk             Red ons, o Seun van God, wat opgestaan het uit die dode, ons

wat tot U sing: Halleluja!

 

Eer aan die Vader en aan die Seun en aan die Heilige Gees.

 

Of die Tweede Psalm van die Typika:

 

                   

                                                           5

 

                    Eer aan die Vader en aan die Seun en aan die Heilige Gees.               

 

                    Prys die Here, o my siel;

                    ek sal die Here prys solank ek lewe;

                    ek sal psalmsing tot my God solank ek daar is.

                    Vertrou nie op prinse, die mensekind, by wie geen heil is nie.

                    Sy gees sal uitgaan, en terugkeer na sy aarde toe.

                    Op daardie dag sal al sy gedagtes tot niet gaan.

                    Die Here sal vir ewig koning wees,

                    jou God, o Sion, van geslag tot geslag.

 

Daarna, tydens elke Liturgie:

 

Nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

 

Eniggebore Seun en Woord van God,

U wat onsterflik is,

het U verwerdig om ter wille van ons redding vlees te word

uit die heilige Theotokos en immermaagd Maria,

en onveranderlik Mens geword;

U is gekruisig, o Christus ons God,

en het die dood deur die dood vertrap.

U wat een is van die Heilige Drie-eenheid,

en verheerlik word met die Vader en die Heilige Gees,

red ons.

 

Die diaken gaan uit en staan weer voor die ikoon van die Theotokos,

en aan die einde van die Antifoon kom staan hy op sy gebruiklike plek,

maak ’n buiging en sê hy

 

DIE KLEIN LITANIE

 

Diaken*        Laat ons keer op keer in vrede bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Help ons, red ons, ontferm U oor ons, en bewaar ons, o God, deur

u genade.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Terwyl ons ons alheilige, onbevlekte, hooggeseënde en glorieryke

Meesteres, die Theotokos en immermaagd Maria, saam met al

die heiliges gedenk, laat ons onsself en mekaar en ons hele lewe toevertrou

aan Christus ons God.

 

Volk             Aan U, o Heer.

 

                                               6

Gebed van die Derde Antifoon

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

U wat ons hierdie gemeenskaplike en eendragtige gebede geskenk het, en wat belowe het dat waar twee of drie eensgesind is in u Naam, U hulle sal skenk wat hulle U vra, verhoor nou ook die bedes van u dienaars tot hul beswil, skenk ons in hierdie wêreld die kennis van u waarheid en in die toekomstige die ewige lewe.

 

 (hardop)      Want U is ’n goeie en mensliewende God en tot U stuur ons die

lof omhoog, tot die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou

en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk              Amen.

 

Die diaken gaan die Heiligdom deur die suidelike deur binne.

 

DIE DERDE ANTIFOON

EN DIE INTOG

MET DIE HEILIGE EVANGELIE

 

Daarna word die Saligsprekinge of die Derde Antifoon gesing.

Sondae kan die volgende Antifoon gesing word:

 

1ste Vers      Dit is die dag wat die Here gemaak het; laat ons bly wees en ons daarin verheug.

 

Dan volg die Opstandingsapolutikion in die heersende toon

 

2de Vers      Laat die hemele en die aarde sy lof besing.

 

Die Opstandingsapolutikion in die heersende toon.

 

                    Die Saligsprekinge

 

                    In u koninkryk dink aan ons, O Heer, wanneer U in

u koninkryk kom.

 

                    Salig is dié wat arm van gees is,

want aan hulle behoort die koninkryk van die hemele.

 

Salig is dié wat treur,

want hulle sal vertroos word.

 

Salig is die sagmoediges,

want hulle sal die aarde beërwe.

 

Salig is dié wat honger en dors na die geregtigheid,

want hulle sal versadig word.

                                       7

 

Salig is die barmhartiges,

want aan hulle sal barmhartigheid bewys word.

 

                    Salig is dié wat rein van hart is,

want hulle sal God sien.

 

                    Salig is die vredemakers,

want hulle sal kinders van God genoem word.

 

                    Salig is dié wat vervolg word ter wille van die geregtigheid,

                    want aan hulle behoort die koninkryk van die hemele.

 

                    Salig is julle wanneer die mense julle beledig en vervolg

en valslik allerhande kwaad teen julle spreek om My ontwil.

 

Verbly en verheug julle omdat julle loon groot is in die hemele.

                   

                   

Terwyl die Doxastikon van die Saligsprekinge of die Derde Antifoon gesing

word, maak die priester en die diaken drie buigings waar hulle voor die

Heilige Tafel staan. Daarna tel die priester die Evangelieboek op en gee dit

aan die diaken, wat sy hand soen. En so, voorafgegaan deur die lampe of die

vaandels van die sesvlerkige Engele, kom hulle by die noordelike deur uit en doen hulle die Klein Intog. Hulle gaan staan in die middel van die Tempel en albei buig die hoof.

 

Die diaken sê in ’n gedempte toon

 

Laat ons bid tot die Heer.

 

Gebed van die Intog

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

O Meester, Here ons God, wat in die hemele rangordes en leërskares

engele en aartsengele in diens van u heerlikheid gestel het, gee dat

met ons intog daar ook ’n intog van heilige engele sal geskied, wat saam

met ons dien en saam met ons u goedheid verheerlik.

 

                    Want U kom toe alle heerlikheid, eer en aanbidding, Vader, Seun

en Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

 

Aan die einde van die gebed sê die diaken in ’n gedempte toon vir die priester:

 

Seën, Meester, die heilige Intog.

 

En die priester seën die Intog terwyl hy in ’n gedempte toon sê:

 

Geseënd is die intog na u heilige plek, immer, nou en altyd en

tot in ewigheid. Amen.

 

                                                           8

 

Die priester soen die Evangelieboek. Die diaken staan in die middel van die

Tempel voor die priester, hef die heilige Evangelieboek op, en sê hardop:

 

Wysheid. Laat ons aandag gee.

 

Daarna gaan die diaken, gevolg deur die priester, die Heiligdom deur die

die Heilige Deure binne en plaas hy die Evangelieboek op die Heilige Tafel.

 

Priester        Kom, laat ons aanbid en neerval voor Christus,

 

en/of Volk    Red ons, o Seun van God,

wat opgestaan het uit die dode,

ons wat tot U sing: Halleluja!

……………………………………………………………………………………

Indien dit nie ’n Sondag, Paastyd of ’n fees van die Here is nie, sing ons:

 

Kom, laat ons aanbid en neerval voor Christus.

Red ons, o Seun van God,

wat wonderbaar is in die Heiliges,

ons wat tot U sing: Halleluja!

 

In die Paastyd:

 

Loof God in die Kerke, die Here uit die fonteine van Israel.

Red ons, o Seun van God,

wat opgestaan het uit die dode,

ons wat tot U sing: Halleluja!

……………………………………………………………………………………..

 

Die Apolutikia en die Kontakia vir die dag en vir die wyding van die kerk

word gesing.

 

Na die laaste Kontakion:

 

Diaken*        Laat ons bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Gebed van die Trisagion

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

Heilige God, wat rus in die heilige plek, wat deur die Serafim met die

driemaal-heilige stem besing, en deur die Gerubim verheerlik,

en deur alle hemelse Kragte aanbid word: wat die heelal uit die

niet tot stand gebring het, wat die mens na u beeld en gelykenis

geskape, en met al u genadegawes getooi het. U gee wysheid en

begrip aan dié wat daarom vra, en u veronagsaam nie die sondaar nie,

maar het bekering vir ons verlossing ingestel. U het ons, u nederige en          

 

                                       9

 

onwaardige dienaars, waardig geag om op hierdie oomblik voor die           heerlikheid van u heilige altaar te staan, en aan U die verskuldigde

aanbidding en lofprysing op te dra. Aanvaar, o Meester, ook uit die

mond van ons, sondaars, die Driemaal-heilige Loflied, en besoek ons in u

goedheid. Vergewe ons alle opsetlike en onopsetlike oortredinge. Heilig

ons siele en liggame, en gee dat ons U in heiligheid mag dien al die dae

van ons lewens. Deur die gebede van die Theotokos en van al die Heiliges,

wat U van oudsher behaag het.

 

(hardop)       Want heilig is U, ons God, en tot U stuur ons die lof omhoog, tot

die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou en altyd

 

Diaken* (naderend tot die Heilige Deure en met sy gesig na die Volk)

 

en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

Heilige God, Heilige Magtige, Heilige Onsterflike, ontferm U oor ons.

Heilige God, Heilige Magtige, Heilige Onsterflike, ontferm U oor ons.

Heilige God, Heilige Magtige, Heilige Onsterflike, ontferm U oor ons.

Eer aan die Vader en aan die Seun en aan die Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

Heilige Onsterflike, ontferm U oor ons.

 

Diaken*        Kragtig!

 

Volk             Heilige God, Heilige Magtige, Heilige Onsterflike, ontferm U oor ons.

 

Ook die priester en die diaken sê die Trisagion, terwyl hulle drie buigings voor die

Heilige Tafel maak.

 

Daarna sê die diaken vir die priester:

 

Beveel, Meester.

 

Terwyl hulle na die Troon beweeg, sê die priester:

 

Geseënd is Hy wat kom in die Naam van die Here.

 

Diaken          Seën, Meester, die verhewe Troon.

 

Priester        Geseënd is U op die Troon van heerlikheid van u Koninkryk,

U wat sit op die Gerubim, immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

Amen.

 

DIE LESINGS UIT DIE NUWE TESTAMENT

 

Aan die einde van die Trisagion kom die diaken* uit voor die Heilige Deure en sê:

 

Laat ons aandag gee.

                                                           10

 

Priester        Vrede vir almal.

 

Leser           En vir u gees.

 

Diaken*        Wysheid.

 

Leser          (lees die verse van die Prokimenon)

 

Diaken*        Wysheid.

 

Leser           (lees die titel van die Apostellesing)

 

Diaken*        Laat ons aandag gee.

 

Die Leser lees die Apostellesing, en wanneer die Apostellesing klaar is,

sê die priester:

 

                    Vrede vir u.

 

Leser          En vir u gees.

                    Halleluja! Halleluja! Halleluja!

 

Terwyl die Halleluja gesing word neem die diaken* die wierookvat en nader

hy die priester en nadat hy die seën ontvang het, bewierook hy die Heilige

Evangelie, die Heilige Tafel, die hele Heiligdom en die priester, en daarna,

nadat hy by die Heilige Deure uitgegaan het, die vernaamste ikone en die

Volk.

 

                    Gebed van die Evangelie

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Laat die suiwer lig van die kennis van U as God in ons harte skyn, o

                    mensliewende Meester, en open die oë van ons verstand om u

                    Evangelieboodskap te verstaan. Plant in ons die vrees vir u saligmakende

                    gebooie, sodat ons, nadat ons alle vleeslike begeertes vertrap het,

                    ons kan wend tot ’n geestelike lewenswyse, deur alles wat U

                    behaag te dink sowel as te doen. Want U is die verligting van ons

                    siele en liggame, o Christus ons God, en tot U stuur ons die lof

                    omhoog, soos ook tot u beginlose Vader, en u alheilige, goeie en

                    lewendmakende Gees, nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

 

Nadat hy die bewieroking voltooi het, sit die diaken die wierookvat weg, en nader hy

die priester met geboë hoof, en, terwyl hy die orarion met sy vingerpunte

vashou, wys hy na die Heilige Evangelieboek waar dit op die Heilige Tafel lê,

en sê:

 

                    Seën, Meester, die verkondiger van die Blye Boodskap van die

                    heilige, glorieryke Apostel en Evangelis N.

 

Die priester seën hom terwyl hy sê:

                                                           11

 

                    Mag God, deur die gebede van die heilige en glorieryke Apostel en                               Evangelis N., gee dat u die Blye Boodskap met groot krag sal verkondig,

                    tot vervulling van die Evangelie van sy geliefde Seun, ons Here Jesus                               Christus.

 

Diaken          Amen.

 

En nadat hy gebuig het, neem hy met eerbied die heilige Evangelie op, en

voorafgegaan deur die lampe, gaan hy deur die Heilige Deure na die Ambon.

 

Die priester staan voor die Heilige Tafel en terwyl hy weswaarts kyk,

roep hy uit:

 

                    Wysheid. Laat ons opstaan. Laat ons luister na die heilige

                    Evangelie. Vrede vir almal.

 

Volk             En vir u gees.

 

Diaken*        Die lesing uit die heilige Evangelie volgens N.

 

Volk             Eer aan U, o Heer, eer aan U.

 

Priester        Laat ons aandag gee.

 

Die diaken* lees dan die voorgeskrewe gedeelte uit die heilige Evangelie.

En nadat die Evangelie klaar gelees is, seën die priester die diaken en sê:

 

                    Vrede vir u.

 

Volk             Eer aan U, o Heer, eer aan U.

 

Die priester ontvang die heilige Evangelie, soen dit en maak daarmee

die teken van die Kruis oor die volk, en plaas dit op die Heilige Tafel.

 

Daarna onderrig die priester die Volk in die Woord van God.

 

Dan begin die diaken, op sy gebruiklike plek, vervolgens

 

 

                    DIE GROOT LITANIE

 

Diaken*        Laat ons sê, met ons hele siel en ons hele verstand, laat ons sê:

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        O Almagtige Here, die God van ons vaders, ons bid U, hoor ons

                    en wees barmhartig.

 

Volk            Here, ontferm U.

 

                                                           12

 

Diaken*        Wees ons barmhartig, o God, volgens u groot barmhartigheid,

                    ons bid U, hoor ons en wees barmhartig.

 

Volk            Here, ontferm U. (3x) En so na elk van die oorblywende bedes.

 

Diaken*        Ook bid ons vir ons vader en aartsbiskop, pous en patriarg N.,

                    ons aartsbiskop en vader N., en vir al ons broers en susters in Christus.

 

Ook bid ons vir die president van ons land, en vir alle owerhede en magte wat oor ons gestel is.

 

                    Ook bid ons om barmhartigheid, lewe, vrede, gesondheid, heil en

                    besoeking, vergifnis en kwytskelding van sondes vir die dienaars

                    van God, alle toegewyde en Ortodokse Christene, wat in hierdie

                    stad/dorp en gemeente woon of vertoef, vir die opsieners en lede van

                    hierdie heilige Kerk en vir hulle familielede. [Vir die dienaars van             

                    God N. & N. (hier mag die diaken die name noem van diegene vir

                    wie hy gevra is om te bid) en vir almal wat ons gevra het om vir

                    hulle te bid, onwaardig soos wat ons is.]

 

Ook bid ons vir die salige en gedenkwaardige grondleggers

van hierdie heilige Kerk, en vir al ons Ortodokse broers en susters wat ons in die rus voorafgegaan het, en wat hier en oor die hele wêreld heen vroom ontslape lê; [en ook vir die dienaars van God N. & N. (hier mag die diaken die name noem van diegene vir wie hy gevra is om te bid) ; dat hulle al hul oortredings, opsetlik sowel as onopsetlik, vergewe mag word.]

 

                    Ook bid ons vir hulle wat offergawes bring, vir hulle wat goeie

                    werke in hierdie heilige en aleerbiedwaardige huis doen, vir hulle

                    wat daarin dien en hulle wat sing, en vir die volk hier

                    teenwoordig, wat wag op u groot en ryke barmhartigheid.

 

                    Gebed van Smeking

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    O Here, ons God, aanvaar hierdie vurige smeekbede van u

                    dienaars, en wees ons barmhartig na die volheid van u

                    barmhartigheid. Laat u deernis op ons neerdaal en op

                    u hele volk wat wag op u ryke barmhartigheid.

 

(hardop)       Want U is ’n barmhartige en mensliewende God, en tot U stuur

                    ons die lof omhoog, tot die Vader en die Seun en die Heilige

                    Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Hierna mag die diaken* die gebed vir die Katkisante begin.

 

 

 

                                                           13

 

Op elke bede antwoord die Volk:

 

                    Here, ontferm U.

 

Diaken*        Katkisante, bid tot die Heer.

                    Laat ons, die gelowiges, bid vir die katkisante.

                    Dat die Here hulle barmhartig sal wees.

                    Dat Hy hulle in die woord van die waarheid sal onderrig.

                    Dat Hy die Evangelie van geregtigheid aan hulle sal openbaar.

                    Dat Hy hulle met sy Heilige, Katolieke en Apostoliese Kerk sal

                    verenig.

                    Red hulle, ontferm U oor hulle, help hulle en bewaar hulle, o God,

                    deur u genade.

                    Katkisante, buig julle hoofde voor die Heer.

 

Volk             Voor U, o Heer.

 

                    Gebed vir die Katkisante

                    (Voor die Ontvouing van die Antimension)

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    O Here, ons God, wat in die hemel woon en ag slaan op die

                    dinge hier benede, wat ter wille van die redding van die

                    mensdom u eniggebore Seun, ons God en Heer, Jesus Christus,

                    gestuur het, sien neer op u dienaars die katkisante, wat hulle

                    hoofde voor U buig, en ag hulle op die gepaste tyd waardig vir

                    die Bad van die Wedergeboorte, die vergifnis van sondes, en

                    die kleed van onverganklikheid. Verenig hulle met u Heilige,

                    Katolieke en Apostoliese Kerk, en reken hulle by u uitverkore

                    kudde.

 

(hardop)       Sodat hulle saam met ons u aleerbiedwaardige en verhewe

                    Naam mag verheerlik, van die Vader en die Seun en die

                    Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Die Priester vou nou die Antimension oop op die Heilige Tafel.

 

Diaken*        Alle katkisante, gaan nou uit. Katkisante, gaan uit. Alle

                    katkisante, gaan nou uit. Laat geeneen van die katkisante

                    agterbly nie.

 

                    DIE LITURGIE VAN DIE GELOWIGES.

 

Diaken*        Alle gelowiges, laat ons keer op keer in vrede bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

                                                           14

 

Diaken*        Help ons, red ons, ontferm U oor ons en bewaar ons, O God,

                    deur u genade.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken *       Wysheid.

 

                    Eerste Gebed van die Gelowiges

                    (Na die Ontvouing van die Antimension)

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Ons dank U, Here God van die hemelse Kragte, dat U ons

                    waardig geag het om nou voor u heilige altaar te staan en voor

                    u barmhartigheid neer te val, vir ons sondes en vir dié in onkunde

                    deur die volk begaan. Aanvaar, o God, ons smeekgebed. Maak

                    ons waardig om U gebede en smekinge en bloedlose offers

                    op te dra vir u hele volk. En stel ons, wat U in hierdie diens

                    van U gestel het, deur die krag van u Heilige Gees, in staat om U                               onberispelik en sonder om aanstoot te gee, en met die getuienis van ’n                               skoon gewete, te alle tye en op alle plekke aan te roep, sodat U ons

                    in die oorvloed van u goedheid mag verhoor en ons barmhartig mag wees.

 

(hardop)       Want U kom toe alle heerlikheid, eer en aanbidding, Vader, Seun

                    en Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Diaken*        Laat ons keer op keer in vrede bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Help ons, red ons, ontferm U oor ons en bewaar ons, o God,

                    deur u genade.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Wysheid. En hy gaan die Heiligdom binne.

 

                    Tweede Gebed van die Gelowiges

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Nogmaals en menigmaal val ons voor U neer en bid U wat

                    goed en mensliewend is om ons smeking aan te sien en ons

                    siele en liggame van alle besoedeling van die vlees en die

                    gees te reinig. En gee dat ons sonder skuld of veroordeling

                    voor u heilige altaar mag staan. En skenk, o God, ook aan hulle

                   

 

                                                           15

 

                    wat saam met ons bid, vooruitgang in die lewe, in geloof en

                    geestelike insig. Gee dat terwyl hulle U altyd met ontsag en

                    liefde dien, hulle sonder skuld of veroordeling deel mag hê aan

                    u Heilige Misteries en u hemelse Koninkryk waardig geag mag

                    word.

 

(hardop)       Sodat ons, altyd deur u mag beskerm, tot U die lof omhoog

                    mag stuur, tot die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou

                    en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

                    DIE GERUBYNSE LOFLIED EN

                    DIE GROOT INTOG MET DIE GAWES

                    VAN DIE BROOD EN DIE WYN

 

Die sangers begin om die Gerubynse loflied stadig en melodieus in die

heersende toon van die dag te sing.

 

                    Laat ons, wat die Gerubim op mistieke wyse verteenwoordig,

                    en die lewendmakende Drie-eenheid

                    die Driemaal-heilige Loflied toesing,

                    nou alle aardse sorge tersyde stel,

                   

                    want ons gaan die Koning van almal,

                    onsigbaar vergesel deur die engele-leërskaar, ontvang.

                    Halleluja. Halleluja. Halleluja.

 

Terwyl dit gesing word, lees die priester, voor die Heilige Tafel, in gedempte toon

 

                    Die Gebed van die Gerubynse Loflied

 

                    Niemand gebonde deur vleeslike begeertes en genietinge is

                    waardig om na U te kom of tot U te nader of U te dien nie,

                    o Koning van die heerlikheid, want om U te dien, is groot

                    en ontsagwekkend selfs vir die hemelse kragte. Nietemin

                    het U, deur u onuitspreeklike en onmeetlike liefde vir die

mensdom, sonder verandering of omvorming mens geword en

as ons Hoëpriester opgetree, en as Heerser oor almal, die

bediening van hierdie liturgiese en bloedlose offer aan ons toevertrou.

                    Want U alleen, o Here ons God, heers oor die dinge van die

                    hemel en van die aarde, U wat gedra word op die troon van die

                    Gerubim, U wat die Here is van die Serafim en die Koning van

                    Israel, U wat alleen heilig is en rus in die Heilige. Daarom

                    smeek ek U, U wat alleen goed is en bereid is om te luister:

                    Kyk neer op my, u sondige en nuttelose dienskneg, en reinig my

                    siel en hart van ’n slegte gewete, en stel my in staat om

                    deur die krag van die Heilige Gees, beklee met die genade van

                    die priesterskap, voor hierdie Heilige Tafel van U te staan en

 

                                                           16

 

                    die misterie van u heilige en vlekkelose Liggaam en kosbare

                    Bloed te vier.

                    Want met geboë hoof kom ek na U en smeek U: Wend U

                    aangesig nie van my af nie en verwerp my nie uit die geledere

                    van u kinders nie, maar ag my, u sondige en onwaardige

                    dienaar, waardig om U hierdie gawes te offer. Want dit is

                    U, Christus ons God, wat offer en geoffer word, wat ontvang en

                    uitgedeel word, en tot U stuur ons die lof omhoog, soos ook tot

                    u beginlose Vader, en u alheilige, goeie en lewendmakende

                    Gees, nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

 

Na die gebed sê die priester en die diaken drie maal die Gerubynse Loflied, as

volg:

 

Priester        Laat ons, wat die Gerubim op mistieke wyse verteenwoordig,

                    en die lewendmakende Drie-eenheid die Driemaal-heilige Loflied

                    toesing, nou alle aardse sorge tersyde stel,

 

Diaken*        want ons gaan die Koning van almal,

                    onsigbaar vergesel deur die engele-leërskaar, ontvang.      

                    Halleluja. Halleluja. Halleluja.

 

Dan neem die priester, of diaken, die wierookvat, en bewierook hy die Heilige

Tafel, die Heiligdom, die vernaamste ikone en die Volk, terwyl hy ietwat by die

Heilige Deure uitbeweeg. Indien dit ’n Sondag is, sê hy in ’n gedempte toon:

“Noudat ons die opstanding van Christus aanskou het…” en Psalm 50, behalwe

die laaste twee verse wat begin met “Doen goed, o Here, aan Sion…”. Indien dit

nie ’n Sondag is nie, begin hy met “Kom laat ons aanbid…” (drie maal) en dan

Psalm 50 soos hierbo. Daarna gaan hy die Heiligdom binne en sit die wierookvat

opsy. Daarna kom hy en die diaken tot voor die Heilige Tafel, waar hulle drie

buigings maak en troparia van berou sê. Hulle soen die antimension en die

Heilige Tafel, buig weer en draai na die Volk en buig hulle hoofde, terwyl hulle

“Vergewe my” of soortgelyke woorde sê.

 

Hulle gaan na die heilige Prothesis waar hulle drie buigings maak en die

bedekte Heilige Gawes soen, terwyl hulle elkeen sê:

 

                    O God, reinig my sondaar, en wees my barmhartig.`

 

Dan sê die diaken vir die priester:

 

                    Hef op, Meester.

 

Die priester lig die Aer op en plaas dit oor die skouers van die diaken, terwyl hy

sê:

 

                    Hef julle hande op tot die Heiligdom en loof die Here.

 

Daarna neem hy die bedekte heilige Pateen en plaas dit met groot

versigtigheid en eerbied op die hoof van die diaken, terwyl hy self die heilige

Kelk, eweneens bedek, in sy hande neem.

                                                           17

 

Wanneer die sangers die die eerste deel van die Gerubynse Loflied voltooi,

kom die diaken en die priester by die noordelike deur van die Heiligdom uit,

voorafgegaan deur die vaandels van die sesvlerkige Engele, die lampe en

die wierook, en beweeg hulle langs die noordelike gang van die tempel af en terug

deur die middelste gang, en so maak hulle die Groot Intog, terwyl hulle

beurtelings uitroep:

 

                    Julle almal – mag die Here God aan julle dink in sy Koninkryk

                    – immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Die hele gemeente buig hulle hoofde met eerbied, terwyl hulle drie maal in

gedempte toon sê:

 

                    Amen. Dink aan ons, Here, wanneer U in u Koninkryk kom.

 

Sangers       Amen.  En hulle voltooi die Gerubynse Loflied.

 

Die priester en die diaken gaan die Heiligdom binne.

 

Die diaken staan regs voor die Heilige Tafel en sê vir die priester terwyl hy

binnekom:    

 

                    Mag die Here God aan u priesterskap dink in sy Koninkryk,

                    immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

En die priester, terwyl hy binnekom, sê vir hom:

 

                    Mag die Here God aan u diakenskap dink in sy Koninkryk,

                    immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Daarna plaas die priester die heilige Kelk op die Heilige Tafel, neem hy die

heilige Pateen by die diaken, en plaas hy dit aan die linkerkant, terwyl hy sê:

 

                    Die edelmoedige Josef het U vlekkelose Liggaam van die

                    Kruishout afgehaal, dit in skoon linne met speserye toegedraai,

                    en in ’n nuwe graf neergelê.

 

Daarna verwyder hy die bedekkings van die heilige Pateen en die heilige Kelk

en plaas dit eenkant op die Heilige Tafel. Hy verwyder die Aer vanaf die

skouers van die diaken, bewierook dit en bedek daarmee die Heilige Gawes.

Daarna neem hy die wierookvat en bewierook hy drie maal die Heilige Gawes,

terwyl die diaken sê:

 

                    Doen goed, Meester.

 

Priester        Doen goed, Here, aan Sion in u welbehae, en laat die mure van

                    Jerusalem gebou word.

                    Dan sal U ’n welbehae hê in ’n offer van geregtigheid,

                    in offergawe en brandoffers; dan sal hulle stiere offer op u altaar.

 

 

                                                           18

 

Hy sit die wierookvat weg en sê met geboë hoof vir die diaken:

 

                    Dink aan my, my broer en medebedienaar.

 

Diaken          Mag die Here God aan u priesterskap dink in sy Koninkryk,

                    immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Daarna buig die diaken self ook sy hoof, hou die orarion met die drie vingers

van sy regterhand vas, en sê vir die priester:

 

                    Bid vir my, heilige Meester.

 

Priester        Die Heilige Gees sal oor u kom, en die krag van die Allerhoogste

                    sal u oorskadu.

 

Diaken          Die Gees self sal saam met ons dien al die dae van ons lewe.                

                    Dink aan my, heilige Meester.

 

Priester        Mag die Here God aan u dink in sy Koninkryk, immer, nou en

                    altyd en tot in ewigheid.

 

En die diaken, nadat hy Amen geantwoord en die priester se regterhand

gesoen het, gaan na buite en staan op sy gebruiklike plek en sê:

 

                    DIE LITANIE VAN DIE KOSBARE GAWES

 

Diaken*        Laat ons ons smeekgebed tot die Heer voleindig.

 

Volk             Here, ontferm U.  En so na elk van die volgende bedes.

 

Diaken*        Vir die kosbare Gawes wat hier neergelê is, laat ons bid tot die

                    Heer.

 

                    Vir hierdie heilige Huis, en vir hulle wat dit met geloof, eerbied en                                 die vrees van God betree, laat ons bid tot die Heer.

 

                    Om ons bevryding van alle verdrukking, toorn, gevaar en nood,

                    laat ons bid tot die Heer.

 

                    Help ons, red ons, ontferm U oor ons en bewaar ons, o God, deur

                    u genade.

 

                    Dat die hele dag volmaak, heilig, vreedsaam en sonder sonde mag

                    wees, vra ons die Heer.

 

Volk             Skenk dit, o Heer. En so na elk van die volgende bedes.

 

Diaken*        Om ’n engel van vrede, ’n getroue gids en behoeder van ons siele

                    en liggame, vra ons die Heer.

 

 

                                                           19

 

Om vergifnis en kwytskelding van ons sondes en oortredinge vra ons die Heer.

.

                    Om wat goed en voordelig is vir ons siele, en om vrede vir

                    die wêreld, vra ons die Heer.

 

                    Dat ons die oorblywende tyd van ons lewe in vrede en

                    boetvaardigheid mag voleindig, vra ons die Heer.

 

                    Om ’n Christelike einde aan ons lewens, vreedsaam en sonder

                    lyding of rede tot skaamte, en om ’n goeie verweer voor die

                    ontsagwekkende regterstoel van Christus, laat ons vra.

 

                    Terwyl ons ons alheilige, onbevlekte, hooggeseënde en glorieryke

                    Meesteres, die Theotokos en immermaagd Maria, saam met al

                    die heiliges gedenk, laat ons onsself en mekaar en ons hele lewe

                    toevertrou aan Christus ons God.

 

Volk             Aan U, o Heer.

 

                    Gebed van die Offer

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    O Here God Almagtige, U wat alleen heilig is en die lofoffer aanvaar

                    van hulle wat U met hul hele hart aanroep, aanvaar ook die

                    smeekgebed van ons, sondaars, en neem dit na u heilige altaar.

                    Stel ons in staat om Gawes en geestelike Offerandes aan U op te

                    dra vir ons sondes en vir dié in onkunde deur die volk begaan. Ag

                    ons waardig om genade voor u aangesig te vind, sodat ons offer U

                    welbehaaglik mag wees, en sodat die goeie Gees van u genade

                    op ons mag rus en op hierdie neergelegde Gawes en op u hele volk.

 

(hardop)       Deur die ontferming van u eniggebore Seun, met Wie U geloof

                    word, saam met u alheilige, goeie en lewendmakende Gees, nou

                    en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Priester        Vrede vir almal.

 

Volk             En vir u gees.

 

Priester        Laat ons mekaar liefhê sodat ons eendragtig kan bely.

 

Volk             Vader, Seun en Heilige Gees, Drie-eenheid een in wese en

                    onverdeeld.

 

 

 

                                                           20

 

Die priester buig drie maal en soen die bedekte Heilige Gawes, terwyl hy in ’n

gedempte toon sê:

 

                    Ek sal U liefhê, Here, my sterkte. Die Here is my vaste fondament,

                    my toevlug en my bevryder.

 

Eweneens staan die diaken op sy plek, buig en soen die Kruis op sy orarion.

Wanneer priesters die Liturgie saam vier, gee hulle hier aan mekaar die vredeskus,

met die senior priester wat sê:

 

                    Christus is in ons midde.

 

waarop die junior priester(s) antwoord:

 

                    Hy is en sal wees.

 

Indien daar meer as een diaken dien, soen die een die ander se orarion terwyl

hulle dieselfde woorde sê.

 

                    DIE GELOOFSBELYDENIS

 

Diaken*        Die deure, die deure. Laat ons in wysheid aandag gee.

 

Volk             Ek glo in een God, die almagtige Vader,

                    die Skepper van die hemel en die aarde, en van alle sigbare en

                    onsigbare dinge.

                    En in een Here, Jesus Christus, die eniggebore Seun van God,

                    gebore uit die Vader voor alle tye.

                    Lig uit Lig, ware God uit ware God,

                    gebore, nie gemaak nie, een in wese met die Vader, deur Wie alle dinge

                    ontstaan het.

                    Wat ter wille van ons, mense, en ter wille van ons saligheid neergedaal

                    het uit die hemele,

                    vlees geword het deur die Heilige Gees en die Maagd Maria en mens

                    geword het.

                    Wat vir ons gekruisig is onder Pontius Pilatus, en gely het en

                    begrawe is,

                    en op die derde dag weer opgestaan het, volgens die Skrifte.

                    Wat opgevaar het na die hemele en sit aan die regterhand van die

                    Vader.

                    Wat weer sal kom met heerlikheid om te oordeel die lewendes en

                    die dooies. Wie se Koninkryk geen einde sal hê nie.

                    En in die Heilige Gees, die Here, die Lewendmaker, wat van die

                    Vader uitgaan;

                    wat saam met die Vader en die Seun aanbid en verheerlik word; wat

                    gespreek het deur die profete.

                    En in een Heilige, Katolieke en Apostoliese Kerk.

                    Ek bely een doop tot vergifnis van sondes.

                    Ek verwag die opstanding van die dooies

                    en die lewe van die toekomende ewigheid. Amen.

                                                           21

 

Terwyl die geloofsbelydenis gesê word, lig die priester die Aer op en laat dit

bo die kosbare Gawes wapper. By die woorde “wat opgevaar het na die hemel…”,

soen hy die Kruis in die middel van Aer, vou dit op en sit dit eenkant neer saam met die ander bedekkings.

 

                    Die Heilige Anafora.

 

Diaken*        Laat ons reg staan; laat ons met ontsag staan; laat ons aandag gee,

                    sodat ons die heilige offer in vrede mag opdra.

 

En hy buig en gaan weer die Heiligdom binne.

 

Volk             Barmhartigheid en vrede: ’n offer van lof.

 

Priester (terwyl hy die Volk seën)

 

                    Mag die genade van ons Here Jesus Christus en die liefde van

                    God die Vader en die gemeenskap van die Heilige Gees met julle

                    almal wees.

 

Volk             En met u gees.

 

Priester (terwyl hy sy hande ophef)

 

                    Laat ons ons harte rig na bo.

 

Volk             Ons rig hulle op die Heer.

 

Die priester draai na die Ooste en sê:   

 

                    Laat ons die Here dank.

 

Volk             Dit is gepas en reg [om die Vader en die Seun en die Heilige Gees

                    te aanbid, die Drie-eenheid, een in wese en onverdeeld].

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Dit is gepas en reg om U te besing, U te loof, U te prys, U te dank

                    en U te aanbid op alle plekke van u heerskappy, want U is God,

                    onuitspreeklik, onbegryplik, onsienlik, ondeurgrondelik, U wat ewig

                    bestaan en altyd dieselfde is, U en u eniggebore Seun en u

                    Heilige Gees. U het ons uit die niet in aansyn geroep, en toe ons

                    geval het weer laat opstaan, en U het niks ongedaan gelaat totdat

                    U ons na die hemel toe opgeneem en ons die toekomende

                    Koninkryk geskenk het nie.

                    Vir al hierdie dinge dank ons U, en u eniggebore Seun, en u

                    Heilige Gees, vir alle weldade wat aan ons bewys is, dié waarvan

                    ons weet en dié waarvan ons nie weet nie, die wat sigbaar geword het

en die wat verborge gebly het.

 

                                       22

 

Ook dank ons U vir hierdie Liturgie wat U U verwerdig het om uit ons

hande te ontvang, al staan daar by U duisende aartsengele en

                    tienduisende engele, die Gerubim en die Serafim, met ses vlerke

                    en baie oë, hoogswewend op hul wieke,

 

(hardop)       wat die oorwinningslied sing, uitroep, jubel en sê:

 

Volk             Heilig, Heilig, Heilig, Here Sabaoth. Die hemel en die aarde

                    is vol van u heerlikheid. Hosanna in die hoogste hemele.

                    Geseënd is Hy wat kom in die Naam van die Here.

                    Hosanna in die hoogste hemele.

 

Die diaken* tel die Asterisk op, maak die teken van die Kruis oor die Pateen,

soen dit en lê dit eenkant neer.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Saam met hierdie salige Kragte, o mensliewende Meester, roep

                    ook ons en sê: Heilig is U, ja alheilig, U en u eniggebore Seun, en

                    u Heilige Gees. Heilig is U, ja alheilig, en luisterryk is u heerlikheid.

                    Want so lief het U u wêreld gehad dat U u eniggebore Seun gegee

                    het, sodat elkeen wat in Hom glo, nie verlore mag gaan nie, maar

                    die ewige lewe kan hê. Hy wat, nadat Hy gekom en die hele

                    heilsbestel vir ons vervul het, in die nag waarin Hy oorgelewer is, of

                    eerder, waarin Hy Homself oorgelewer het vir die lewe van die

                    wêreld, brood in sy heilige, vlekkelose en smettelose hande

                    geneem het, gedank, en dit geseën, geheilig, gebreek en aan sy

                    heilige Dissipels en Apostels gegee het en gesê het:

 

(hardop)       Neem, eet, dit is My liggaam wat vir julle gebreek word, tot vergifnis

                    van sondes.

 

Volk             Amen.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Net so het Hy ook die beker ná die maaltyd geneem en gesê:

 

(hardop)       Drink almal daaruit: Dit is My bloed van die Nuwe Verbond, wat vir

                    julle en vir baie uitgestort word, tot vergifnis van sondes.

 

Volk             Amen.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Terwyl ons daarom hierdie verlossende gebod in gedagte hou, en

                    alles wat ter wille van ons geskied het, die Kruis, die Graf, die

                    Opstanding op die derde dag, die Hemelvaart, die Troon aan die

                    regterhand, die Wederkoms in heerlikheid,

 

                                                           23

 

Die diaken* kruis sy hande en hef die Pateen en Kelk op.

 

Priester (hardop)

 

                    Offer ons U wat aan U behoort, uit wat aan U behoort – in alles en vir alles

.

 

Volk             prys ons U, loof ons U, dank ons U, o Here, en bid ons tot U,

                    o ons God.

 

Die priester buig sy hoof met groot toewyding en sê in ’n gedempte toon:

 

                    Weer offer ons U hierdie redelike en bloedlose Diens, en ons

                    smeek U, ons bid U en pleit by U: Stuur u Heilige Gees neer op

                    ons en op hierdie neergelegde gawes,

 

Die diaken wys na die Heilige Brood met sy orarion en sê in ’n gedempte

toon:

 

                    Seën, Meester, die Heilige Brood.

 

Die priester staan regop, seën die Heilige Brood en sê:

 

                    en maak hierdie Brood die kosbare Liggaam van u Christus,

 

Diaken          Amen.

 

Die diaken wys na die Heilige Kelk met sy orarion en sê in ’n gedempte toon:

 

                    Seën, Meester, die Heilige Beker.

 

Die priester seën die Heilige Kelk en sê in ’n gedempte toon:

 

                    en wat in hierdie Beker is, die kosbare Bloed van u Christus,

 

Diaken          Amen.

 

Die diaken wys na beide die Heilige Dinge en sê:

 

                    Seën beide die Heilige Dinge, Meester.

 

Die priester seën beide die Heilige Dinge en sê:

 

                    deur dit te verander deur u Heilige Gees.

 

Diaken          Amen, [Amen, Amen].

 

Beide buig in aanbidding, en die priester sit die gebed in ’n gedempte toon voort:

 

                    sodat dit vir hulle wat daaraan deel het, mag wees tot waaksaamheid

                   

                                                           22

 

                    van siel, vergifnis van sondes, gemeenskap met u Heilige Gees,

                    vervulling met die Koninkryk van die hemele, vrymoedigheid teenoor U,

                    nie tot oordeel of veroordeling nie. Ook offer ons U hierdie redelike Diens

                    vir hulle wat in die geloof ontslaap het, voorvaders, vaders, patriarge,                               profete, apostels, predikers, evangeliste, martelaars, belyders, askete, en

                    elke regverdige gees wat in die geloof tot volmaaktheid gekom het.

 

Terwyl hy die Heilige Tafel vanaf die voorkant bewierook sê die priester hardop:

 

                    Veral vir ons alheilige, onbevlekte, hooggeseënde en glorieryke

                    Meesteres, die Theotokos en immermaagd Maria.

 

Volk             Dit is waarlik gepas om u salig te noem, o Theotokos,

                    immergeseënd, al-onskuldig en die Moeder van ons God.

                    Eerbiedwaardiger as die Gerubim,     

                    en onvergelyklik glorieryker as die Serafim,

                    het u ongeskonde God die Woord gebaar.

                    Ware Theotokos, ons verheerlik u.

 

Indien dit ’n fees van die Here of die Moeder van God is, of die afsluiting daarvan, word die Irmos van die 9de ode van die Kanon in plaas van bogenoemde gesing.

 

Die priester gee die wierookvat aan die diaken wat die Heilige Tafel rondomheen bewierook en terselfdertyd die ontslapenes gedenk wat hy in gedagte het, terwyl die priester in ’n gedempte toon voortgaan:

                   

                    Vir die heilige Johannes, Profeet, Voorloper en Doper, die heilige,

                    roemryke en alomgeprese Apostels, die heilige N. wie se

                    gedagtenis ons vier, en al u Heiliges. Besoek ons, o God, ter

                    wille van hulle gebede.

 

                    En dink aan almal wat ontslaap het in die hoop op die opstanding

                    tot die ewige lewe, (N. & N.), en skenk hulle rus daar waar die

                    lig van u aangesig oor hulle waak.

 

                    Verder vra ons U: Dink, Here, aan alle Ortodokse biskoppe

wat die Woord van u Waarheid reg verkondig, die hele priesterskap,

die diakonaat in Christus, en alle gewydes en monnike-ordes.

 

                    Verder offer ons U hierdie redelike diens vir die hele wêreld,

                    vir die Heilige, Katolieke en Apostoliese Kerk, vir hulle wat in

                    kuisheid ’n heilige lewe lei, en vir ons regering (en hy gedenk hulle by                               name, as hy wil). Gee dat hulle in vrede sal regeer, sodat ons in dié                                   vrede ’n rustige en stil lewe mag lei, in alle godvrugtigheid en heiligheid.

 

(hardop)       In die eerste plek, dink, Here, aan ons Aartsbiskop N., en gee dat hy

ter wille van u heilige Kerke nog lank in vrede, ongedeerd, geëerd, en in goeie gesondheid die Woord van u waarheid reg mag verkondig.

                   

 

                                                           25

 

Die diaken staan by die Heilige Deure en lees die Diptieke van die Lewendes, en roep dan uit:

 

                    En hulle wat elkeen in gedagte het, en die hele mensdom.

 

Volk             En die hele mensdom.

 

Die priester bid vervolgens in ’n gedempte toon:

 

                    Dink, Here, aan die stad/dorp waar ons woon, en alle dorpe, stede en

                    landelike gebiede, en die gelowiges wat daar woon. Dink, Here, aan                               reisigers op see, op land en in die lug, die siekes en hulle wat ly,                                        gevangenes en hul verlossing. Dink, Here, aan hulle wat vrug dra en goed              doen in u heilige kerke, en hulle wat aan die armes dink, en stuur u

                    barmhartighede oor ons almal uit.

 

(hardop)       En gee dat ons met een mond en een hart u alroemryke en

                    verhewe Naam mag verheerlik en besing, van die Vader en die

                    Seun en die Heilige Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Die priester seën die Volk met die hand en sê:

 

                    En die barmhartigheid van ons grote God en Saligmaker, Jesus

                    Christus, sal met julle almal wees.

 

Volk             En met u gees.

 

                    DIE VOORBEREIDING VIR DIE HEILIGE KOMMUNIE

                   

                    DIE LITANIE VOOR DIE GEBED VAN DIE HERE.

 

Die diaken kom uit en staan op sy gebruiklike plek.

 

Diaken*        Noudat ons al die heiliges gedenk het, laat ons keer op keer in

                    vrede bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.  En so na elk van die volgende bedes.

 

Diaken*        Vir die kosbare Gawes wat neergelê en geheilig is, laat ons bid tot

                    die Heer.

 

                    Dat ons mensliewende God dit op sy heilige, onstoflike Altaar bo

                    die hemele mag aanvaar as ’n welriekende geestelike geur, en ons

                    daarvoor sy goddelike genade en die gawe van die Heilige Gees

                    mag stuur, laat ons bid.

 

                    [Om ons bevryding van alle verdrukking, toorn, gevaar en nood,

                    laat ons bid tot die Heer.

                                                           26     

 

                    Help ons, red ons, ontferm U oor ons en bewaar ons, o God, deur

                    u genade.

 

                    Dat die hele dag volmaak, heilig, vreedsaam en sonder sonde mag

                    wees, vra ons die Heer.

 

Volk             Skenk dit, o Heer.  En so na elk van die volgende bedes.

 

Diaken*        Om ’n engel van vrede, ’n getroue gids en behoeder van ons siele

                    en liggame, vra ons die Heer.

 

                    Om vergifnis en kwytskelding van ons sondes en oortredinge,

                    vra ons die Heer.

 

                    Om dit wat goed en voordelig is vir ons siele, en om vrede vir

                    die wêreld, vra ons die Heer.

 

                    Dat ons die oorblywende tyd van ons lewe in vrede en

                    boetvaardigheid mag voleindig, vra ons die Heer.

 

                    Om ’n Christelike einde aan ons lewens, vreedsaam en sonder

                    lyding of rede tot skaamte, en om ’n goeie verweer voor die

                    ontsagwekkende regterstoel van Christus, laat ons vra.]

 

                    Noudat ons gevra het om die eenheid van die geloof en die

                    gemeenskap van die Heilige Gees, laat ons onsself en mekaar en

                    ons hele lewe toevertrou aan Christus ons God.

 

Volk             Aan U, o Heer.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Aan U, mensliewende Meester, vertrou ons ons hele lewe toe en

                    ons hoop. Ons roep U aan, ons bid en smeek U: ag ons waardig

                    om met ’n rein gewete deel te hê aan u hemelse, ontsagwekkende

                    Misteries van hierdie heilige en geestelike Tafel, tot vergifnis van

                    sondes en kwytskelding van ons oortredinge, tot gemeenskap van

                    die Heilige Gees, tot beërwing van die Koninkryk van die Hemele,

                    tot vrymoedigheid teenoor U, nie tot oordeel of veroordeling nie.

 

(hardop)       En ag ons waardig, o Meester, om U, die hemelse God, met

                    vrymoedigheid en sonder vrees vir veroordeling, te durf aanroep

                    as Vader, en te sê:

 

Volk             Onse Vader, wat in die hemele is,

                    laat u Naam geheilig word; laat u Koninkryk kom;

                    laat u wil geskied, soos in die hemel, net so ook op die aarde.

                    Gee ons vandag ons daaglikse brood;

                    en vergeef ons ons skulde, soos ons ook ons skuldenaars vergewe.

                    En lei ons nie in versoeking nie, maar verlos ons van die Bose.

                                                           27

 

Priester (hardop)

 

                    Want aan U behoort die Koninkryk, en die krag, en die heerlikheid,

                    aan die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou en altyd en

                    tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Priester        Vrede vir almal.

 

Volk             En vir u gees.

 

Diaken*        Laat ons ons hoofde buig voor die Heer.

 

Volk             Voor U, o Heer.

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Ons dank U, onsienlike Koning, wat die heelal deur u onmeetlike

                    krag geskep het, en in die volheid van u barmhartigheid alles uit

                    die niet in aansyn geroep het. Sien U self, o Meester, uit die hemel

                    neer op hulle wat die hoof voor U buig, want hulle buig nie voor

vlees en bloed nie, maar voor U die ontsagwekkende God. O Meester,

maak U daarom, tot die beswil van ons almal, die weg gelyk wat vir ons voorlê, na die besondere behoefte van elkeen van ons: vaar saam

                    met hulle wat vaar, reis saam met hulle wat op reis is, genees die

                    siekes, o Geneesheer van ons siele en liggame.

 

(hardop)       Deur die genade, medelye en mensliewendheid van u

                    eniggebore Seun, met wie U geloof word, saam met u alheilige,

                    goeie en lewendmakende Gees, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.         

 

Priester (in ’n gedempte toon)

 

                    Wend U tot ons, Here Jesus Christus ons God, vanuit u heilige woning,

vanaf die troon van heerlikheid van u Koninkryk, en kom heilig ons,

U wat saam met die Vader in die hemel sit en hier onsigbaar by ons aanwesig is. En verwerdig U om ons deur u magtige hand deelname

aan u vlekkelose Liggaam en kosbare Bloed te gee, en deur ons aan

u hele volk.

 

 

Daarna maak die priester, en die diaken op sy gebruiklik plek, drie buigings

terwyl hulle in ’n gedempte toon sê:

 

                    O God, reinig my sondaar en wees my barmhartig.

 

Diaken*        Laat ons aandag gee.

 

                                                           28

 

Die priester hef die Heilige Brood op en roep hardop uit:

 

                    Die Heilige Dinge vir die heiliges.

 

Volk             Een is Heilig, een is Heer: Jesus Christus, tot eer van God

                    die Vader. Amen.

 

                    DIE GODDELIKE KOMMUNIE VAN DIE GEESTELIKES

                        EN DIE VOLK

 

Hierna begin die sangers om die kommunievers te sing.

 

Sondae:       Loof die Here uit die hemele; loof Hom in die hoogste hemele.

                    Halleluja. Halleluja. Halleluja.

 

Op die ander dae soos in die Typikon aangedui.

 

Die diaken betree die Heiligdom, bind sy orarion in ’n kruisvorm, gaan staan

regs van die priester en sê:

 

                    Breek, Meester, die Heilige Brood.

 

Die priester verdeel dit in vier dele en sê:

 

                    Gebreek en gedeel word die Lam van God, wat gebreek word,

dog nie verdeel word nie, wat altyd geëet word, dog nooit opraak nie,

maar wat dié wat daaraan deel het, heilig.

 

Hy plaas dit in die vorm van ’n kruis op die heilige Pateen, as volg:

 

                                       IC

 

                              NI                KA

 

                                       XC

 

Die diaken wys na die Heilige Kelk met sy orarion, en sê:

 

                    Meester, vul die Heilige Beker.

 

Die priester neem die deeltjie wat met die IC- stempel gemerk is, maak die

teken van die Kruis oor die Heilige Kelk en plaas dit binne-in die Kelk,

terwyl hy sê:

 

                    Die volheid van die Heilige Gees

 

Diaken          Amen.

 

Hy neem die warm water en sê vir die priester:

 

                    Meester, seën die warm water.

                                                           29

 

Die priester seën dit, terwyl hy sê:

 

                    Geseënd is die gloed van u heilige dinge, immer, nou en altyd en

                    tot in ewigheid. Amen.

 

Die diaken* giet die warm water in die Heilige Kelk in die vorm van ’n kruis,

en sê:

 

                    Die gloed (van geloof, vol) van die Heilige Gees. Amen.

 

                    Gebede deur die geestelikes gesê voor Kommunie.

 

                    Ek glo en bely, Here, dat U waarlik die Christus is, die Seun

                    van die lewende God, wat in die wêreld gekom het om sondaars,

                    van wie ek die vernaamste is, te red. Ek glo ook dat dit waarlik u

                    vlekkelose Liggaam is, en dit waarlik u kosbare Bloed.

                    Daarom smeek ek U: ontferm U oor my, en vergeef my oortredinge,

                    opsetlik en onopsetlik, in woord en in daad, bewus of onbewus

                    begaan. En ag my waardig om, sonder om veroordeel te word,

                    deel te hê aan u vlekkelose Misteries, tot vergifnis van my sondes

                    en die ewige lewe.

 

                    Kyk, ek nader tot Goddelike Kommunie.

                    My Skepper, brand my nie deur my deelname nie,

                    want U is ’n vuur wat die onwaardiges verbrand;

                    maar reinig my daarom van alle smet.

 

                    O Seun van God, neem my vandag aan as deelgenoot aan

                    u mistieke Nagmaal; want ek sal beslis nie met u vyande oor

                    hierdie Misterie praat nie; ook sal ek U nie ’n kus gee soos

                    Judas nie, maar soos die rower bely ek my geloof in U: Dink aan my,

                    Here, in u koninkryk.

 

                    Mensliewende Meester, Here Jesus Christus, God, laat hierdie

                    Heilige Dinge nie vanweë my onwaardigheid tot my oordeel strek

                    nie, maar tot reiniging en heiliging van siel en liggaam

                    en dien as pand van die lewe en koninkryk wat kom. Want dit

                    is vir my goed om aan God vas te hou, om my hoop op

                    verlossing op die Here te stel. Mag my deelname aan u heilige

                    Misteries, Here, nie tot my oordeel of veroordeling strek nie, maar

                    tot genesing van siel en liggaam.

 

Daarna vra die priester vergifnis van diegene in die heiligdom en die

Tempel en nader die Heilige Tafel, terwyl hy sê:

 

                    Kyk, ek nader Christus, ons onsterflike Koning en God.

 

Hy neem ’n gedeelte van die kosbare Liggaam van Christus, van die deel wat

met die letters XC gestempel is, en sê:

 

         

                                                           30

 

                    Aan my, die onwaardige priester [en monnik] (N.), word deelname

                    verleen aan die kosbare en alheilige Liggaam van ons Heer en

                    God en Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis van my sondes en

                    die ewige lewe.

 

En hy ontvang die Heilige Brood met vrees en groot versigtigheid, en nadat hy

sy regterhand oor die Pateen met die spons afgevee het, sê hy:

 

                    Diaken, kom nader.

 

Die diaken sê, terwyl hy naderkom:

         

                    Kyk, ek nader Christus, ons onsterflike Koning en God.

                    Meester, verleen my, die onwaardige diaken [en monnik]

                    (N.), deelname aan die kosbare en alheilige Liggaam van

                    Ons Heer en God en Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis

                    van my sondes en die ewige lewe.

 

Die priester gee aan die diaken ’n gedeelte van die Heilige Brood, van die

deel wat met die letters XC gestempel is, en sê:

 

                    Aan u, die mees godvresende diaken [en monnik] (N.), word

                    deelname verleen aan die kosbare en alheilige Liggaam van

                    ons Heer en God en Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis

                    van u sondes en die ewige lewe.

 

Die diaken soen die priester se hand, gaan na die agterkant van die Heilige

Tafel, en neem, soos die priester, deel aan kommunie.

 

Daarna neem die priester die Kelk, saam met die kommuniedoek, en sê:

 

                    Aan my, die onwaardige priester [en monnik] (N.), word

                    deelname verleen aan die kosbare en alheilige Bloed van ons Heer

                    en God en Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis van my sondes

                    en die ewige lewe.

 

Hy drink drie maal van die Kelk, vee sy lippe en die heilige Kelk af met die

kommuniedoek, soen die Kelk, en sê:

 

                    Dit het my lippe aangeraak, en sal my ongeregtighede wegneem

                    en my van my sondes reinig.

 

Daarna sê hy vir die diaken:

 

                    Diaken, kom weer nader.

 

Die diaken vee versigtig sy hand met die spns af oor die heilige Pateen

en sê:

 

                    Kyk, ek nader weer Christus, ons onsterflike Koning en God.

                    Meester, verleen aan my deelname aan die kosbare en alheilige

                                                           31               

 

                    Bloed van ons Heer en God en Verlosser, Jesus Christus,

                    tot vergifnis van my sondes en die ewige lewe.

 

Die priester neem die Heilige Kelk, saam met die kommuniedoek, en laat

die diaken drie maal daaraan deel hê, terwyl hy sê:

 

                    Aan u, die mees godvresende diaken [en monnik] (N.), word

                    deelname verleen aan die kosbare en alheilige Bloed van ons Heer

                    en God en Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis van u sondes en

                    die ewige lewe.

 

Nadat die diaken deelgeneem het aan kommunie, sê die priester:

 

                    Dit het u lippe aangeraak, en sal u ongeregtighede wegneem

                    en u van u sondes reinig.

 

Die diaken* verdeel die oorblywende gedeeltes van die Lam (NI en KA) in klein

deeltjies en plaas dit in die Kelk, wat hy met die kommuniedoek bedek. Daarna

plaas hy die Lepel bo-op die bedekte Kelk.

 

                    DIE UITDEEL VAN DIE HEILIGE KOMMUNIE

 

Die Heilige Deure word oopgemaak, en die diaken ontvang die Heilige Kelk

van die priester en gaan staan in die Deure, terwyl hy dit omhoog hou,

en sê:

 

                    In die vrees van God, met geloof en liefde, tree nader.

 

Volk             Geseënd is Hy wat kom in die naam van die Here. Die Here is

                    God en het aan ons verskyn.

 

Die diaken gee die heilige Kelk aan die priester, wat Kommunie aan die Volk

gee, terwyl hy vir elkeen sê:

 

                    Aan die dienaar van God (N.) word deelname verleen aan die

                    kosbare en alheilige Liggaam en Bloed van ons Heer en God en

                    Verlosser, Jesus Christus, tot vergifnis van sondes en die ewige

                    lewe.

 

Terwyl die gelowiges Kommunie ontvang, word die volgende gesing, soveel

keer as wat nodig mag wees, afhangende van die getal kommunikante:

 

                    O Seun van God,

                    neem my vandag aan as deelgenoot

                    aan u mistieke Nagmaal;

                    want ek sal beslis nie met u vyande oor hierdie Misterie praat nie;

                    ook sal ek U nie ’n kus gee soos Judas nie,

                    maar soos die rower bely ek my geloof in U:

                    Dink aan my, Here, in u koninkryk.

 

                                                           32

 

Tydens die Paasseisoen (op party plekke, altyd):

 

                    Ontvang die Liggaam van Christus;

                    geniet van die bron wat onsterflik is.

                    Halleluja. Halleluja. Halleluja.

 

Wanneer almal Kommunie ontvang het, oorhandig die priester die Heilige

Kelk aan die diaken, wat dit op die Heilige Tafel terugplaas.

 

Die priester seën die volk met sy hand, terwyl hy sê:

 

                    O God, red u volk en seën u erfdeel.

 

Volk             Ons het die ware Lig aanskou;

                        ons het die hemelse Gees ontvang;

ons het die ware geloof gevind:

ons aanbid die onverdeelde Drie-eenheid,

wat ons gered het.

 

Tydens die feeste van die Here en die afsluiting van die feeste word die

Apolutikion van die Fees gesing, en tydens die Paasseisoen die

Paasapolutikion,

 

                    Christus het opgestaan uit die dode.

                    Deur sy dood het Hy die dood vertrap

                    en aan hulle in die grafte

                    die lewe geskenk.”

 

Intussen hou die diaken* die Heilige Pateen bo-oor die Heilige Kelk en vee hy

versigtig die oorblywende deeltjies in die Heilige Kelk, terwyl hy sê:

 

                    [Noudat ons Christus se Opstanding aanskou het, laat ons die

                    heilige Here Jesus aanbid, wat alleen sonder sonde is. U Kruis

                    vereer ons, o Christus, en u heilige Opstanding besing en

                    verheerlik ons; want U is ons God; buiten U ken ons geen ander

                    nie: ons roep u Naam aan. Kom, alle gelowiges, laat ons die

                    heilige Opstanding van Christus vereer, want kyk, deur die Kruis

                    het daar vreugde oor die hele wêreld gekom. Terwyl ons die Here

                    altyd loof, besing ons sy Opstanding, want deur die Kruis vir ons

                    te verduur, het Hy die dood deur die dood vernietig.

 

                    Word verlig, o word verlig, nuwe Jerusalem, want die heerlikheid

                    van die Here het oor u opgekom. Dans nou en wees bly, o Sion.

                    En verheug u, o reine Theotokos, in die Opstanding van u Seun.

 

                    Hoe goddelik! Hoe geliefd! Hoe allersoet is u stem!

                    U het waarlik beloof om met ons te wees tot aan die einde van

die tyd, o Christus. Terwyl ons hieraan vashou as anker van ons hoop, verheug ons, die gelowiges, ons.         

                                                          

                                                           33

 

                    O Christus, groot en allerheiligste Pasga! O Wysheid, Woord van

                    God en Krag! Gee dat ons in die aandlose dag van u Koninkryk

nog meer volledig aan U deel mag hê.]

 

Was, o Heer, deur u heilige Bloed die sondes af van u dienaars

                    wat hier gedenk is, deur die gebede van die Theotokos en van al

                    u heiliges.

.

Die diaken sê aan die priester:   

 

                    Verhef, Meester.

 

Die priester bewierook die Heilige Dinge drie maal, terwyl hy elke keer sê:

 

                    Verhef U bo die hemele, o God, u heerlikheid bo die hele aarde.

 

Die priester neem die Heilige Pateen, en plaas dit bo die hoof van die diaken,

wat, terwyl hy dit eerbiedig vashou en na die Volk kyk, agterom die Heilige Tafel

na die Prothesis gaan, waar hy dit dan neersit. Daarna maak hy sy orarion los.

 

Die priester buig, neem die bedekte heilige Kelk, [sê in ’n gedempte toon:

Geseënd is ons God, en] draai na die Volk toe, en sê hardop:

 

                    Immer, nou en altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

                    Laat ons monde vol wees van u lof, o Heer,

                    dat ons u heerlikheid mag besing;

                    want U het ons waardig gemaak

                    om deel te hê aan u heilige Misteries.

                    Bewaar ons in u heiligheid,

                    terwyl ons die hele dag u geregtigheid oordink.

                    Halleluja. Halleluja. Halleluja.

 

                    DANKSEGGING EN WEGSENDING

 

Die priester plaas die Heilige Kelk op die Heilige Prothesis, keer terug en

vou die Antimension toe, sodat daar nie die kleinste krummel afval of

oorbly nie.

 

Die diaken* gaan uit na sy gebruiklike plek, en sê:

 

                    Laat ons opstaan. Noudat ons deelgeneem het aan die

                    goddelike, heilige, vlekkelose, onsterflike, hemelse,

                    lewendmakende en ontsagwekkende Misteries van Christus,

                    laat ons die Here op waardige wyse dank.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

 

                                                           34

 

Diaken*        Help ons, red ons, ontferm U oor ons, en bewaar ons, o God,

                    deur u genade.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Diaken*        Noudat ons gevra het dat die hele dag volmaak, heilig,

                    vreedsaam en sonder sonde mag wees, laat ons onsself en

                    mekaar en ons hele lewe toevertrou aan Christus ons God.

 

Volk             Aan U, o Heer.

 

                    Gebed van Danksegging

 

Priester (in ’n gedempte toon):

 

                    Ons dank U, mensliewende Meester, Weldoener van ons siele,

                    dat U ons ook vandag waardig geag het om deel te hê aan u

                    hemelse, onsterflike Misteries. Maak ons pad reguit; bevestig

                    ons almal in u vrees; behoed ons lewe; maak ons weë

                    veilig, deur die gebede en smekinge van die glorieryke Theotokos

                    en immermaagd Maria, en al u Heiliges.

 

(hardop, terwyl hy die teken van die Kruis met die Evangelieboek oor die

opgevoude antimension maak)

 

                    Want U is ons heiliging, en tot U stuur ons die lof omhoog, tot

                    die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou en altyd en tot

                    in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

                    DIE WEGSENDING

 

Priester        Laat ons heengaan in vrede.

 

Volk             In die Naam van die Heer.

 

Diaken*        Laat ons bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

                    Die Gebed agter die Ambon

 

                    O Heer, wat hulle seën wat U loof, en hulle heilig wat op U

                    vertrou: red u volk en seën u erfdeel. Bewaar die volheid van

                    u Kerk. Heilig hulle wat die luister van u huis liefhet. Verheerlik

                    hulle deur u goddelike krag en verlaat ons nie wat op U hoop.

                    Skenk vrede aan u wêreld, aan u kerke, aan u priesters,

                    aan ons regeerders, en aan u hele volk. Want elke goeie gawe

                    en elke volmaakte geskenk kom van Bo, van U, die Vader van

                                                           35

 

                    die Ligte, en tot U stuur ons die lof, dank en aanbidding

                    omhoog, tot die Vader en die Seun en die Heilige Gees, nou en

                    altyd en tot in ewigheid.

 

Volk             Amen. Geloofd sy die Naam van die Here, van nou af en tot in

                    ewigheid. (3X)

 

Die priester gaan die Heiligdom deur die Heilige Deure binne, beweeg na die

Prothesis, en sê die volgende gebed in ’n gedempte toon:

 

                    Christus ons God, U wat self die vervulling van die Wet en die

                    Profete is, U wat die hele heilsplan van die Vader volbring het,

                    maak ons harte vol vreugde en blydskap, immer, nou en altyd

                    en tot in ewigheid. Amen.

 

Diaken*        Laat ons bid tot die Heer.

 

Volk             Here, ontferm U.

 

Die diaken keer terug deur die noordelike Deur, verkry die seën van die priester,

gaan na die Prothesis en verbruik die Heilige Dinge. Daarna reinig hy versigtig

die Heilige Kelk en reinig en rangskik hy die heilige implemente.

 

Die priester kom by die Heilige Deure uit en seën die volk, terwyl hy sê:

 

                    Mag die seën van die Here en sy barmhartigheid oor julle kom,

                    deur sy genade en mensliewendheid, immer, nou en altyd en

                    tot in ewigheid.

 

Volk             Amen.

 

Priester        Eer aan U, o God, ons hoop, eer aan U.

 

Leser           Eer aan die Vader, en aan die Seun, en aan die Heilige Gees,

                    nou en altyd en tot in ewigheid. Amen.

                    Here, ontferm U. Here, ontferm U. Here, ontferm U.

                    Heilige Vader, seën ons.

 

Priester        Mag (Sondae: Hy wat opgestaan het uit die dode) Christus ons

                    ware God, deur die gebede van sy alonbevlekte,

                    al-onskuldige, heilige Moeder, deur die krag van die kosbare

                    en lewendmakende Kruis, die beskerming van die eerbiedwaardige

                    liggaamlose hemelse kragte, die smekinge van die

                    eerbiedwaardige, glorieryke Profeet, Voorloper en Doper,

                    Johannes, van die heilige, glorieryke en alomgeëerde Apostels,

                    van die heilige, glorieryke en seëvierende martelare, van ons

                    heilige Goddraende Vaders en Moeders wat stralend in die askese

                    was, van ons vader onder die Heiliges, Johannes

                    Chrysostomos, aartsbiskop van Konstantinopel, van die heilige

                    en regverdige voorouers van God, Joachim en Anna, van die

                                                           36               

 

                    heilige (N., aan wie die kerk gewy is), van die heilige N.,

                    wat ons vandag gedenk, en van al die heiliges, Hom oor ons

                    ontferm en ons red, want Hy is goed en mensliewend.

 

                    Deur die gebede van ons heilige vaders, Here Jesus Christus

                    ons God, ontferm U oor ons en red ons.

 

Volk             Amen.

 

Die priester seën die volk en sê:

 

                    Mag die Heilige Drie-eenheid julle almal bewaar.

 

Volk             O Here, bewaar hom wat ons seën en heilig vir baie jare.

 

Die priester deel die Antidoron uit, terwyl hy vir elkeen wat dit ontvang sê:

 

                    Mag die seën van die Here en sy barmhartigheid oor u kom.

 

Die priester nooi hulle wat Kommunie ontvang het om die Dankseggingsgebede

na Kommunie te begin, deur te sê:

 

                    Eer aan U, o God. Eer aan U, o God. Eer aan U, o God.

 

Dan, indien daar nie ’n diaken is nie, gaan hy na die Prothesis en verbruik hy

die Heilige Dinge. Daarna trek hy sy priesterlike gewade uit. Na die Danksegging

doen hy soos gebruiklik die Korter Wegsending. En nadat hy voor die Heilige

Tafel gebuig het en God vir alle dinge gedank het, vertrek hy.

 

                    DIE EINDE VAN DIE GODDELIKE LITURGIE VAN ONS VADER  

                    ONDER DIE HEILIGES JOHANNES CHRYSOSTOMOS

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Archimandriet Symeon : Het Evangelie verkondigen aan de wereld van vandaag

Het Evangelie verkondigen aan de wereld van vandaag

 

Door Archimandriet Symeon (Cossec)

Tekst van de conferentie gegeven op 31 mei 2008 in het Instituut St.Serge te Parijs ter gelegenheid van de pastorale bijeenkomst van het Aartsbisdom van de Russische parochies in West Europa.

 

 Het lijkt mij normaal dat christenen en vooral de voorgangers zich de vraag stellen : ‘Hoe moeten wij aan de wereld van vandaag het Evangelie verkondigen ?’. De reden hiervoor is te vinden in het feit,dat wij in een geëvolueerde wereld leven, die nog altijd verder zal evolueren. De wijze waarop wij leven en denken toont ons het specifiek eigen karakter van onze tijd aan. De bewustwording van onze verantwoordelijkheid zet ons ertoe  aan om erover na te denken en te proberen oplossingen te vinden voor de manier waarop wij een dynamische pastoraal moeten beleven in overeenstemming met de wereld waarin we leven.

 Het is niet mijn bedoeling om u een gebruiksaanwijziging te geven die  compleet is en die ons zou toestaan om onze problematiek definitief op te lossen : het zou verwaand en volkomen nutteloos zijn en vlug achterhaald. Ik zal trachten enkele persoonlijke bedenkingen naar voor te brengen waarvoor ik uw geduld en begrip vraag, want ze zijn  enkel het resultaat van datgene wat ik zelf tot op vandaag heb kunnen ervaren.

Versta dit zo : wat ik u voorstel is sterk beperkt door de subjectiviteit en het particularisme van datgene wat ik heb beleefd en wat ik in mijn dagelijks leven als monnik en priester heb ondervonden.

 De eerste gedachte die mij voor de geest is gekomen in verband met het onderwerp dat ons hier interesseert is deze :

Hoe heeft Christus zijn taak opgevat toen Hij geconfronteerd werd met het in praktijk brengen van Zijn goddelijke zending ? Door Zijn menswording, was Hij geïncultureerd in de joodse beschaving van die tijd. Wat heeft Hij met deze cultuur gedaan ? Hij bevond zich voor menselijke wezens die niet in overeenstemming leefden met het judaïsme : Hoe heeft Hij hierop gereageerd ?  Hij moest het heil tot de mensen brengen die Hem omringden en door hen aan de gehele wereld, en dit ging niet vanzelf ! Diegenen die Hij ontmoette leefden in de verwachting van een tijdelijk heil : bevrijd te worden van het Romeinse juk ! De joodse hiërarchie was zeker van zichzelf wanneer het ging over de wijze van leven volgens de wet van Mozes. Hoe heeft hij de goddelijke boodschap, de goede boodschap van het heil, geopenbaard aan allen ? En wij kunnen deze lijst van vragen nog verder aanvullen !

 Als wij de manier waarop de Heer Jezus zich gedraagt, vóórdat Hij in het openbaar sprak, onder ogen nemen, wat zien wij dan ?

Vanaf het moment dat Hij door Johannes gedoopt werd , trok Hij zich terug in de woestijn : het is niet de eerste maal dat wij zien dat Christus zich terugtrekt. Hij stijgt dikwijls in de boot van de leerlingen om naar de ‘andere oever’ te gaan, naar daar waar Hij de noodzakelijke rust zal vinden voor het gebed met Zijn Vader.

 Wij lezen het ook in het Evangelie volgens Mattheüs, na de boodschap dat Johannes de Doper onthoofd is : (cf.14,v13). ‘Bij dit nieuws trok Jezus zich terug in de boot naar een afgelegen verlaten plaats’ en verder in vers 21 :’Nadat Hij de menigte had weggezonden, ging hij de berg op om op een afgelegen plaats te bidden’ en vervolgens, op het ultieme moment, nog altijd volgens Mattheüs (cf.26,v36) : ‘Toen kwam Jezus met hen op een domein Gethsemani genaamd en Hij sprak tot Zijn leerlingen ‘blijf hier terwijl ik verderop ga bidden’.

 Deze enkele voorbeelden tonen ons klaar en duidelijk, dat Jezus telkens wanneer Hij voor een belangrijk moment stond (publiek leven of Lijden), of wanneer Hij opnieuw het woord ging nemen, zich telkens terugtrok om te bidden.

 Het besluit lijkt simpel en wellicht banaal, maar moeten  we ze ons niet in de herinnering brengen in het licht van de spanningen die ons omringen, ook ten overstaan van het activisme dat ons in bezit neemt en vooral voor de verantwoordelijkheden die ons  worden opgelegd.

Wij moeten eerst God vinden voordat wij het woord God uitspreken, wij moeten Christus eerst ontmoeten voordat wij kunnen leven met Hem.

 Hoe kunnen wij dat in ons leven waarmaken ? Voor ieder zal dit op een andere manier zijn : de middelen zullen verschillen naargelang onze situatie in de wereld, men is gehuwd met een bevoorrechtte familie en tegelijk priester zijnde. Een monnik in een monasterium heeft niet dezelfde middelen dan hij die in de wereld woont. Een Bisschop die belast is met een bisdom dat consequent is zal een betere oplossing vinden of de minst slechte… Maar het is duidelijk, dat niets kan gebeuren vanuit een bevoorrecht moment indien het niet vertrekt vanuit de stilte, de afzondering, het gebed, en dit om het pastoraal werk opnieuw centraal te kunnen stellen,om te kunnen getuigen van het enig essentiële : De goddelijke Liefde die ons redt.

 Wij mogen geen schrik hebben om ons terug te trekken daar waar wij leven, om Hem te ontmoeten die alles in allen is. Een hoek van het bureau, een gebedshoek, een stukje tuin, de anonimiteit van het stedelijk vervoer, een verblijf in de natuur, een tijd van bezinning in een monasterie en veel andere plaatsen kunnen ons voorbereiden om de zending die de onze is te vervullen. En zoals de Heer Jezus het ons getoond heeft, om te gaan putten daar waar het levend water te vinden is !

 Laat ons nu even nagaan hoe Christus zich gedragen heeft tegenover de omringende cultuur. De bloedverwantschap van Jezus is joods. Als tweede persoon van de Drie-eenheid, als Woord die vlees geworden is, komt Hij onder ons wonen ( dit is de basis van de theologie van de incarnatie), Hij is perfect verwant met de cultuur van het land waarin Hij geboren is. Het is door deze inculturatie dat hij langzaamaan de goddelijke boodschap, waarvan Hij de gemandateerde is, heeft overgedragen. Wij zien de Heer die zich aankleedt als alle mensen van zijn tijd, wij vinden Hem etend en drinkend met hen die Hem omringen, op een oosterse manier : in het eenvoudig en broederlijk delen met elkaar. Hij zal het religieuze respecteren en ze verinnerlijken, Hij ging trouw naar de synagoge, hij wisselde van gedachten met de wetsgeleerden over de wet zoals de gewoonte het wilde, en veel andere dingen nog. Om samen te vatten : het betekent dat de Redder de culturele schat ontving van Zijn voorvaders, dat Hij uit deze schat putte maar zonder er  zich erdoor te laten vervreemden van zichzelf. Elke cultuur heeft behoefte om overgedragen te worden. Hij zal aan deze beweging deelnemen met het onderscheidingsvermogen die Hem toekomt : Hij is niet gekomen om de wet op te heffen (de wet was een integrerend deel van de joodse cultuur), maar hem te vervullen. Dit wil zeggen : om de ontwikkeling aan te moedigen van wat goed is en te verwerpen alles wat hinderlijk, nutteloos en voorbijgestreefd is.

 Laten we dit nu wat verder ontwikkelen : in deze cultuur, waarin de Heer zich incarneert, waarin Hij zich perfect integreert zal Hij zich als zodanig niet laten vangen door Zijn afwijkend gedrag : datgene wat Hij moet verkondigen is het heil van de mens door God en niet het heil van de mens door de mens. Welnu, het was de gewoonte van sommige Farizeeën ( niet alle Farizeeën waren slecht !) om alles tot hen terug te brengen op een hoogmoedige wijze. Dit is een slechte manier om de wet van Mozes toe te passen : het leven van de eredienst (cultus) was reeds sedert lang tot een cultuur omgevormd voor de Hebreeën en hun kinderen. Dit was een gevaarlijke schending welke wij  vandaag een afwijkend fundamentalisme zouden noemen : de zogenaamde cultuur ‘van de eredienst’ (cultus) had de neiging om gebruikt te worden voor egoïstische belangen waar God vanzelfsprekend  afwezig was…. De Heer zal zich door de valstrikken van deze beweging niet laten strikken. Hij zal ze met kracht aan de kaak stellen en zich voornemen om die kennis over te dragen waarvan het belang een experimenteel karakter zal hebben : Hij zal aan allen laten zien hoe men de liefde tot God en de mensen moet beoefenen.  Dit zal als gevolg hebben dat Hij dikwijls uit noodzaak gedwongen werd om tegendraads te handelen voor datgene wat de mensen daadwerkelijk aanbelangde, en dit tot verbazing van velen die wakker geschut werden door de schoonheid van de Zaligsprekingen : vervulling van de wet waarvan het duidelijk op zijn kop zetten van vele dingen meer dan één zal verbazen !.

 Misschien moeten wij hier een verband zien tussen cultuur en traditie. De traditie voedt zich aan de cultuur en deze laatste verduidelijkt zich in het geheel van de openbaring van het denken en het christelijk leven ons gegeven door Christus.

Om te resumeren zouden we kunnen zeggen dat de Heer door te emigreren vanuit Zijn plaats binnen de Heilige Drie-eenheid, om in onze wereld te gaan wonen,aanvaard heeft om geconfronteerd te worden met de joodse cultuur, door dewelke Hij ons het grote nieuws van het universele heil heeft gebracht en zo alles wat Hij als Schepper aan de mens had gegeven, tot ontwikkeling kan brengen en voltooien. Zo zuivert Hij alles wat de mens heeft besmet en geeft Hij hem toegang tot de ware cultuur : deze van de Liefde, de echt ware en fundamentele kennis, die eenmaal ze doorgegeven is de enig ware Traditie wordt.

 Wat moeten wij dan vandaag de dag dan heel concreet doen ?

 Zeker de houding van Jezus volgen. Geen schrik hebben van onze cultuur, van onze beschaving. Wij moeten alles wat diegenen die ons zijn voorgegaan hebben verworven gebruiken, maar zonder slaafsheid, met gezond  verstand en een creatieve geest. Veel intellectuelen hebben, na de Russische emigratie van rond de jaren 1920, gezocht om banden te leggen met de cultuur welke ze ontmoetten in hun land van aankomst. Zowel door de ballingen als door de orthodox geworden westerlingen wordt deze emigratie uit Rusland gezien als een opzettelijk plan van God, om het orthodox geloof bekend te maken buiten haar traditioneel culturele ruimte. Maar dit werd ook mogelijk door de openheid van de Russen voor de cultuur waarin ze leefden. Zij beschouwden zich als de erfgenamen van een schat : zij wilden hem delen met hen die God riep om dit te ontdekken. De vertaling van de liturgische en spirituele teksten, alsook de celebratie in de taal van het land in vele kerken hebben dit geloof doen kennen zoals het beleefd werd. Citeren wij in dit verband het werk van metropoliet Antoine van Souroge, deze grote predikant van het Evangelie, onvermoeibare spirituele Vader voor allen die het vroegen. En wat moeten wij niet zeggen van een Paul Evdokimov, van een Vladimir Lossky en hun werk op het theologisch vlak, van een Leonid Ouspensky op het vlak van de iconen, om slechts de meest schitterende te vermelden. Zij waren allen geworteld in hun erfenis en tegelijk totaal openstaand voor de cultuur van de andere. Zij waren bereid om het met hen te delen .

 Vader Cyrille Argenti zaliger gedachtenis zegt ons, tussen zoveel andere woorden door, dit : ‘Voor de orthodoxie is de zending essentieel het scheppen van een locale Kerk met haar eigen cultuur… Het gaat er niet om de cultuur van de moeder-kerk te exporteren, noch om de cultuur als zodanig van het land van zending te aanvaarden. Het gaat om een nieuwe schepping, om een werk van de Kerk gericht op een nieuwe culturele schepping met alles wat dit inhoudt’

 Vandaag wordt heel mooi werk verricht op het plan van de liturgische zang door het monasterie van Cantauque. Geholpen door grote specialisten van de traditionele byzantijnse muziek, hebben de monniken deze zang weten aan  te passen aan de franse taal en aan de muzikale sensibiliteit van ons land (wat niet eenvoudig is). Deze nieuwe schepping is een mooie realisatie die allen die gevoelig zijn voor de projecten van deze aard moet aanmoedigen.

 Wij hebben nieuwe kerken nodig voor onze verschillende gemeenschappen : moet men systematisch kerken bouwen met koepels of byzantijnse modellen nabootsen ? Met het risico dat men zich met dit type niet  in het landschap integreert !.

Zouden er niet voldoende architecten te vinden zijn die voldoende creativiteit weten aan de dag te leggen om ons voorstellen te doen van kerk-modellen die in harmonie zouden staan met de omgevende natuur en die evenzeer de liturgische noden respecteren van onze parochies en monasteria?.

 Waar is de Basilios van vandaag die ons een theologie van hoog niveau heeft nagelaten en die plaatsen wist te creëren  om de armen en zieken troost te bieden : waar zijn de basiliossen van vandaag ? De Heilige Basilios wist dat er geen breuk mogelijk was tussen de liturgie en de concrete uitoefening van de liefde.

 Het is niet nodig om de hard rock muziek te copiëren om in de kerk te zingen, noch om onze iconostases te realiseren in plastiek om de cultuur van vandaag en hier te beleven. Maar wellicht zullen we bv. moeten proberen om datgene wat onze voorvaderen hebben gedaan met de iconostase in de tijd van de eerste kerk, aan te passen, om zo toe te staan dat in onze heiligdommen de sacrale ruimte goed bewaard blijft, en die tevens zou toelaten dat de celebraties van de heilige mysteriën goed zichtbaar blijven.

 Alles wat ik kom te onderlijnen, en deze voorbeelden zijn zeker niet voldoende, vraagt een waarachtige houding van innerlijke ommekeer, nederigheid, begrip voor de ander en het nastreven van de goddelijke wil. De Apostel Petrus, Paulus en de andere apostelen hebben een solide basis gelegd voor onze Kerk. Het is door het luisteren naar de Heilige Geest en in de trouw aan Christus dat zij zich hebben weten aan te passen aan de noden en aan de verschillende culturen van hen die zij ontmoetten, maar ook om oplossingen te zoeken voor de verschillende problemen die zich stelden : moet men, of niet, de ritus van de besnijdenis bewaren ? Paulus was er voor om dit niet op te leggen aan de heidenen die zich bekeerden, Petrus had een andere mening ! Na een confrontatie werd een oplossing gevonden in het gebed en in de liefde dat op de twee de overhand kreeg en in het verlangen van de innerlijke bekering van ieder.

 De Apostel Paulus zegt :  ‘Er zijn geen joden noch grieken meer…’, wij weten goed wat hij hiermee bedoelde. Wij moeten in dezelfde zin verder gaan, en hopelijk zullen we niet horen wat op een bepaalde dag een vreemde orthodoxe hiërarch mij zei : ‘Wij kunnen mekaar niet verstaan want we hebben niet dezelfde cultuur..’.

 Op de vraag : ‘Hoe moeten wij het Evangelie vandaag de dag verkondigen ?’, kunnen we antwoorden door het woord en het leven. Wat is het meest belangrijke : getuigen : getuigen door het woord of door het leven ? In de periode van de antieke vervolgingen , evenals gedurende de vervolgingen die velen onder onze broeders hebben gekend in de communistische landen, hebben sommige martelaren (dus zij die getuigenis hebben afgelegd van hun geloof) hun mond gebruikt om zich te verdedigen en zijn tot het uiterste gegaan, tot aan het geven van hun leven voor Christus.  Anderen hebben daarentegen het wapen van de stilte gebruikt, zoals lammeren die men naar de slachtbank leidt. De Heer zelf heeft aan Pilatus en aan diegenen die Hem ondervroegen geantwoord, maar Hij had weten te zwijgen op andere momenten. Wat zeker is, is dat zij allen getuigen zijn door de authenticiteit van hun leven.

 Een woord is overtuigend indien het de waarachtige , eerlijke en oprechte uitdrukking  is van een authentieke ervaring.

Het is nu enkele jaren geleden dat ik de gelegenheid had om mooie woorden te beluisteren over de barmhartigheid van God en over datgene wat wij moeten beleven met onze broeders. De priester die zich uitdrukte had echt het talent van een redenaar en zijn uiteenzetting heeft mij overtuigd. Later, toen hij een belangrijke hiërarchische post bekleedde, zou ik graag in hem de voortzetting hebben gezien van een waarachtige apostel van de evangelische barmhartigheid, maar helaas, hij stelde daden die zozeer in tegenspraak waren met zijn woorden, dat ik voortaan niet meer kon instemmen met zijn woorden. Een simpele vraag om vergiffenis zou alles weer hebben kunnen goedmaken, maar die dag is er nooit gekomen…. Wanneer ik een klein kind was, werd ik opgevoed door religieuzen. Ik herinner me nog steeds één van hen : ik heb hem nooit horen praten, maar zijn blik, zijn nederigheid, zijn steeds vrolijk gezicht hebben mij getekend tot op vandaag en ik dank God voor deze man die zonder ook maar één woord te zeggen, mij heeft doen inzien tot wat een waarachtige band met God kan leiden.

 Ik zal niet verder uitweiden met voorbeelden : geheel de wereld zal het begrepen hebben : het woord evenals het leven kunnen helpen om het Evangelie te verkondigen, maar dan enkel op voorwaarde dat men eerlijk is en dat men de hypocrisie in de vuilbak gooit met een goed deksel erop.

 Wat wil zeggen ‘het Evangelie verkondigen’ ? Het betekent de Blijde Boodschap verkondigen, te weten, dat God ons liefheeft en ons zonder voorwaarde bemint en dat wij hiervan getuigen zijn.

 Men moet vandaag, meer dan gisteren, getuigen van deze onvoorstelbare liefde die God kenmerkt!. Maar hoe ? Vooreerst door nogmaals te kijken hoe Jezus heeft gehandeld.

 Herinneren wij ons de ontmoeting met de Samaritaanse, Jezus vroeg haar te drinken.

Herinneren wij ons de ontmoeting met Zacheüs aan wie Jezus vroeg om een maaltijd klaar te maken.

Herinneren wij ons  ook de zondares die Jezus toestond om Zijn voeten te zalven met haar tranen en ze af te drogen met haar haar, tot grote ergernis van Zijn gasten.

En vervolgens nog de overspelige vrouw die op het punt stond gelyncht te worden. Jezus redde haar, en veroordeelde haar ook niet, maar hij nodigde haar met zachtheid uit om niet meer te zondigen….

 Ik zal hier eindigen met de parabel van de verloren Zoon, een hoogtepunt van de uitdrukking van Gods barmhartigheid, er bestaat geen grotere manifestatie van Liefde zonder voorwaarde welke de schepper geeft aan Zijn schepsel, ondanks zijn vrijwillige verwijdering….

Waar is het oordeel ?

Waar is de veroordeling ?

Waar is het misprijzen ?

Waar en wanneer voert de Heer hen mee in de schuld ?

 Wij moeten zeer waakzaam zijn voor de manier waarop wij allen die ik kom te citeren, gaan behandelen : deze uitleg zou voor ons moeten volstaan om te begrijpen wat dient gedaan te worden om het Evangelie vandaag de dag aan de wereld te verkondigen !

 Als je het wilt, laten we ook nog het medelijden eraan toevoegen, die maakt dat Jezus lijdt met hen die lijden, weent met hen die wenen. Dit zet Hem ertoe aan de zieken te genezen, de gebrekkigen te doen opstaan, het zicht te geven aan de blinden en de zoon van de weduwe van Naïm  en Zijn  vriend Lazarus te doen opstaan uit de doden.

Vergeten we ook niet de vergiffenis aan de beulen, zijn geduld met Zijn leerlingen.

Maar dit volstaat niet !

 Men moet handelen naar het beeld van wat Jezus heeft gedaan. Wij moeten alles doen om barmhartig te zijn; wij moeten alles doen om niet te oordelen, om niet te veroordelen, om niet te misprijzen en verder, om niet het gevoel van schuld te geven in het hart van diegene die voor ons staat en die wacht op onze liefde !

 Wij moeten categorisch elke moraliserende houding weigeren die slechts een gevoel geeft van afwijzing en die elke poging van begrip en liefde uitsluit.

 In de wereld van vandaag worden wij, als wij het Evangelie moeten verkondigen, geconfronteerd met dezelfde situatie als die waar Christus mee geconfronteerd werd : er zijn altijd kwaadaardige mensen, dieven, leugenaars, hypocrieten, moordenaars, prostituees van allerlei soort, overspelige mannen en vrouwen….

Maar er zijn ook een heleboel nieuwe vormen van zwakheid, van bekoringen, van situaties die we niet gewoon zijn noch op voorbereid of zo weinig…

Wat moeten wij doen ten overstaan van vrouwen die abortus plegen  : moeten we hen zeggen dat het goed is en hen bemoedigen in hun laksheid ? Zeker niet. Moeten we hen zeggen dat ze veroordeeld zijn en dat God hen in geen enkel geval zal vergeven (ik ken een vrouw die uitgesloten werd van de sacramentele communie omwille van een abortus) ?. Neen, dit is niet de goede houding : het antwoord op deze vraag kennen wij : Christus legt eerst vanuit Zijn liefde een verzachtende zalf op de wonde veroorzaakt door de zonde (als er al sprake is van zonde….), vervolgens is Hij medelijdend en barmhartig en moedigt Hij aan om niet meer terug te vallen in de zwakheid.

 Wat moeten wij doen en zeggen ten overstaan van jongeren die meer en meer ‘als’ gehuwden leven zonder het sacrament van het huwelijk te hebben ontvangen? Leven zij in zonde ? Ik denk niet dat dit de goede oplossing is. Wellicht is het beter hen uit te leggen, zonder te oordelen, dat zij zich hierdoor van de genade beroven, maar dat zij op het geschikte moment altijd nog het sacrament kunnen ontvangen. En vervolgens is het wellicht gepast dat wij begrijpen dat sommige jongeren angst hebben om zich te engageren en dat deze angst dikwijls gevoed wordt door weinig bemoedigende voorbeelden die wij hen hebben gegeven ! Hoeveel vrouwen en mannen hebben hun partner bedrogen en verbergen hypocriet hun fout door hun partner te laten geloven dat alles goed gaat. Dikwijls slepen zij daarmee ook hun omgeving mee in de miserie. Dat diegene die nooit gezondigd heeft de eerste steen werpe….

 Ten overstaan van deze situaties is het van belang eerst proberen te begrijpen waarom dit gebeurt of bestaat, vooraleer men zich overgeeft aan het oordeel of de veroordeling. En indien dit niet gaat door middel van het intellect, dan moet men het doen vanuit het hart!

 Er zijn nog heel wat zaken die men niet begrijpt, nl. alles wat betrekking heeft op de seksualiteit is zeer complex : niemand kan het ontkennen en vele priesters worden geconfronteerd met moeilijke situatie wanneer zij hun problemen aan hem komen toevertrouwen. Of het nu gaat om situaties binnen of buiten het huwelijk, binnen het priesterschap of het monachisme. Wie begrijpt bv. Het feit, dat twee personen van hetzelfde geslacht zich tot mekaar aangetrokken voelen : geen enkele wetenschappelijke, sociologische of een andere is toereikend, en zelfs indien er al een uitleg voor zou zijn, wat zullen wij doen ? Tot wat dient de verwerping, de veroordeling, het misprijzen, het schuldgevoel ? Dit is nooit de houding van de Heer geweest. Wat moeten wij doen om waarachtige getuigen van het Evangelie van Christus te zijn ? Laten wij misschien beginnen met nederig te zijn, laten we geen beoordelaars zijn.  Laten wij proberen om te doen begrijpen wat liefde is, of wat het niet is.  Dat het niet goed is de ander te gebruiken als een instrument van plezier (en dit geldt voor elke vorm van seksuele gerichtheid). Men kan  de vraag van de integriteit en zelfs van onthouding naar voor brengen, maar dan niet onder de vorm van een systematische verplichting maar als een mogelijke keuze die in vrijheid overwogen kan worden. Indien men het lijden die uit deze situaties voorkomt heeft bemind en begrepen, dan is men dicht bij datgene wat Christus zou hebben gedaan in onze plaats. Indien men de persoon zou hebben aangemoedigd om de zonde te vermijden, door te verduidelijken dat het niet de seksuele daad zelf is die een zonde is, maar datgene wat men ermee doet, zal gehandeld hebben als een herder.

 Het lijkt me dat de verschillende spirituele verantwoordelijken (leken, diakens,priesters,bisschoppen) pastorale bijeenkomsten zouden moeten organiseren om al deze nieuwe ethische vragen te behandelen.

Niet om wetten voor te schrijven en leringen ex-cathedra, maar om samen te zoeken naar een evangelische aanpak van de verschillende vragen die onze broeders en zusters uit ons midden raken. Men heeft er alles bij te winnen om niet laks te zijn, noch om als rechters op te treden die veroordelen, maar wel om te zoeken hoe in waarheid te beminnen : ziedaar wellicht de voornaamste en meest waarachtige ascese van de authentieke herder….

 Het zou ook passen om te spreken over de verkondiging van het Evangelie aan jongeren (en minder jongeren) die zich drogeren met alle mogelijke vormen van verdovende middelen en alcohol. Wij moeten hier dezelfde besluiten trekken als bij het voorgaande : geen onnodige oordelen, geen oneerbiedige veroordeling, maar luisteren naar diegene die door een gebrek aan liefde moet lijden en  meegesleept wordt in valse oplossingen: nogmaals wil ik benadrukken, dat we hen die in zulke situaties zijn beland duidelijk moeten maken dat zij door God worden bemind,en ook door ons, zoveel als in onze mogelijkheid ligt. Wij moeten hen zeggen dat Christus hen nooit zal verwerpen(citeer in dit geval het Evangelie) en dat gans Zijn barmhartigheid hen wordt verleend wanneer zij vallen…. Dat Jezus niet gekomen is voor hen die zich sterk achten, maar voor hen die zwak zijn, ‘een arme heeft geroepen, God luistert naar hem’ zegt de psalmist. Wij moeten in deze woorden geloven en er van overtuigd zijn dat ze ook aan ons worden gezegd, wie we ook zijn !

 Wellicht zullen sommigen onder u me zeggen : gij hebt niet gesproken over de manier waarop wij het Evangelie moeten verkondigen aan de atheïsten, de niet-gelovigen en de onverschilligen. Er bestaan dialogen met deze verschillende categorieën van mensen, en ik denk dat dit een goede zaak is, maar het lijkt me dat datgene wat het meest ontbreekt aan deze problematiek een zekere evidentie van de liefde is, iets wat de aandacht trekt, de opmerkzaamheid, het hart….

Datgene wat het meest van al ontbreekt is dat deze mensen zouden kunnen zeggen ‘ziet hoe ze elkaar liefhebben’ ! Nog onlangs heeft een atheïst die de moed had om aan een liturgie deel te nemen die ik in Bretagne celebreerde mij bevestigt dat het hem onmogelijk is in God te geloven zolang diegenen die zich op Hem beroepen, de evidentie van de onenigheid manifesteren. Waarschijnlijk was dit een gemakkelijke rechtvaardiging ? Maar indien dit zo niet  was ? Gaan wij soms niet te ver in onze geruststellende zelfrechtvaardiging. In elk geval als we gans ons leven zoeken om als christenen onder mekaar, van welke kleur ze ook zijn, lief te hebben, dan is dit zeker geen verloren zaak en het zal een goede manier blijven om het Evangelie te verkondigen aan de wereld van vandaag !.

 Ik wil u een tekst citeren die mij zeer aanspreekt. Hij is geschreven door Vader Lev Gillet, de monnik van de Oosterse kerk. Het is een uittreksel van het werk , getiteld : de eucharistische offerande. Hij richt zich tot priesters, maar je zal zien dat deze tekst evengoed van toepassing is voor ieder van ons :

‘De priester moet er op de eerste plaats zijn  voor hen die lijden.  Als hij in één zin gans de boodschap van Christus moet samenvatten, dan moet hij zich houden aan dit woord van de Heer : ‘Kom tot Mij, gij allen die belast en beladen zijt en ik zal u verkwikken.’ Want de taak van een priester bestaat erin om alle fysisch en moreel lijden, elke nood aan…    te oriënteren op de Redder.  Het is hier onmogelijk om in concrete details te treden over de hulp die de priester moet geven om het menselijk lijden te verzachten. Want elk geval is op een zekere manier, origineel en uniek. Men kan voor de verschillende gevallen geen algemeen regel opleggen. Datgene wat zeker is en toepasbaar in alle gevallen, is, dat het niet voldoende is om aan de gekwetste ziel een liefdevolle vermaning te geven, of hen te begeleiden naar geschikte instellingen. De priester heeft niets gedaan zolang hijzelf niet de last van de andere heeft gedeeld, zonder dat hijzelf ook niet heeft getracht om deze last te dragen (op een manier die verschilt naargelang van de situatie, en ze moet geleid worden door de genade) zolang zijn medelijden hem niets ‘kost’ en hem niet op weg zet naar een duidelijk offer. Onder diegenen die lijden heb je op de eerste plaats de zondaars. Hun kwaad vereist van de priester een nederigheid, die de zonde veroordeelt maar nooit de zondaar. Het vereist eveneens een voetwassing, gedaan  met fijngevoeligheid en een bijzondere tederheid.

Hoe kan de priester de voeten van de zondaar wassen ? Misschien door met hem te praten, misschien door hem het goede dat in elke mens aanwezig is van de zonde te leren onderscheiden en door de zondaar te helpen om zich te concentreren op deze lichtstraal en hem te doen groeien. Maar zeker door het gebed en door een zwijgzame, handelende liefde. Hij moet de zondaar liefhebben, over de grenzen van zijn zonde heen (dit is alleen mogelijk door de genade)… Heer Jezus leer mij meer en meer de diepten van Uw barmhartige liefde te doorgronden en deze liefde te verkondigen aan allen die Gij mij op mijn weg laat ontmoeten.’

 Ik wil deze zin, door Christus gericht aan een heilige franse moniale van de orde van de Augustinessen : Moeder Yvonne de Beminde, meegeven :’Ik maak geen enkel onderscheid tussen een onschuldig hart en een bezoedeld hart. Het is diegene die mij het meeste liefheeft die mij het dierbaarst is !.

Wij moeten hier besluiten en plaats laten voor vragen en dialoog.

Als wij niet volledig kunnen antwoorden op deze immense vraag die het thema van onze diocesane bijeenkomst vormt, lijkt mij deze houding de moeite waard om voor te stellen : in de mate dat wij onvoldaan zullen blijven voor de manier waarop wij vandaag getuigen proberen te zijn, in de mate dat wij zullen zoeken hoe wij in waarheid moeten zeggen tot hen die ons omringen, dat ALLEN DOOR GOD BEMIND WORDEN ! , zal de Heer zijn werk kunnen verderzetten doorheen zijn apostelen, zijn gelovigen, zijn herders !. Laten we ons niet vergissen, het is eerst God die zich aan ons openbaart en deze openbaring heeft geen einde : zoals Vader Alexander Men het heeft gezegd : ‘Het christendom begint pas!’

 Vertaling : Kris B

Isaak de Syriër : Bid altijd zonder ophouden

H. Isaak de Syriër (7 e eeuw), monnik nabij Mossoel in het actuele Irak,heilige in de orthodoxe Kerk
Ascetische overweging, 1e serie, §21

 

Isaak de Syriër555.jpg

 

 

“Bid altijd, zonder ophouden”

      Gelukkig de mens die zijn eigen zwakheid kent. Want deze kennis is inhem het fundament, de wortel, en de oorsprong van alle goedheid… Wanneer eenmens weet dat hij beroofd is van goddelijke hulp, dan bidt hij in overvloed.En hoe meer hij bidt, hoe nederiger zijn hart wordt… Wanneer hij dat allesbegrepen heeft, dan bezit hij het gebed als een schat in zijn ziel. En zijnvreugde is, even groot als dankzegging… op deze manier gedragen door zijnkennis en de genade van God bewonderend, verheft hij zijn stem, hij looft enverheerlijkt God, hij dankt Hem en spreekt vol verbazing.

      Degene die niet door de verbeelding, maar in waarheid tot het dragen vandergelijke tekenen en om een dergelijke ervaring te kennen, is gekomen, dieweet wat ik zeg, en dat niets er tegenin gaat. Maar dat hij voortaan devergankelijke dingen niet meer wenst. Als hij volhardt in God door hetvoortdurende gebed, in de vrees om de overvloed van de goddelijke hulp kwijtte raken.

      Al dit goede wordt voortaan aan de mens gegeven die zijn zwakheid kent.Door zijn grote verlangen om hulp van God, nadert hij tot God door in gebed teblijven. En hoe meer hij God nadert door zijn vastbeslotemheid, hoe meer Godhem nadert met gaven, en God neemt zijn genade niet van hem af, door zijngrote nederigheid. Want een degelijk mens is als de weduwe die niet ophoudtmet het roepen naar de rechter dat hij haar gerechtigheid moet schenken tegenhaar tegenstander. God vertraagt de genade, opdat deze terughouding de mensaanzet om Hem te naderen en om bij Degene te blijven waar alle goedsuitstroomt, zoveel als hij nodig heeft.

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org