Naar een nieuw tijdperk van de orthodoxe theologie ?

Naar een nieuw tijdperk van de orthodoxe theologie ?

Door Pater Hervé LEGRAND o.p

In de lokalen van de Academie voor theologische studies van Volos, werd van 3 tot 6 juni laatstleden, een internationaal universitair colloquium gehouden, georganiseerd door professor Pantelis KALAITZIDES, actief directeur van deze academie die een belangrijke plaats inneemt in de griekse theologische reflexie. Onder de bescherming van de universiteiten van Münster (leerstoel van de orthodoxe theologie), van Fordham (orthodoxe studies), en van deze van Cluj-Napoca, Roemenië, zijn er drie en twintig tussenkomsten geweest waarrond werd gediscussieerd, en dit voor een vijftigtal genodigden,over de toekomst van de theologie : “In verband met de neo-patristieke synthese en de post-patristische theologie, kan de orthodoxe theologie bepalend zijn ?”. Het geheel van de werkzaamheden werd op de televisie uitgezonden.

Pater hervé LEGRAND, is dominicaan, en emeritus hoogleraar aan het “Institut catholique” van Parijs . Hij is lid van de theologische commissie voor de dialoog tussen de katholieke en de orthodoxe kerk in Frankrijk. Hij is ook stichtend lid van de Groep “Saint Irénée”, een internationale groep die zich bezig houdt met theologische arbeid met het doel om zich te engageren voor een dialoog op lange termijn , de taal en de cultuur van katholieken en orthodoxen overschrijdend.

In 1936 werd er aan de universiteit van Athene een internationale bijeenkomst gehouden over de toekomst van de orthodoxe theologie. Deze bijeenkomst is beroemd gebleven door de dringende uitnodiging van Vader Georges Florofsky, professor aan het instituut “Saint Serge”, om hem te bevrijden van zijn “Babylonische ballingschap” ( in de akten van de conferentie, gepubliceerd door Hamilcar S.Alivisatos, Proces Verbaal van het Eerste Congres van Orthodoxe theologie te Athene, 29 november-6 december 1963, Athene 1939, zijn bijdrage bevindt zich onder de titel “Westliche Einflüsse in der russischen Theologie”pp.212-231). Daaronder verstond Vader Florofsky om zich te ontdoen van de latijnse invloeden die hij had ondergaan te Kiev in het begin van de 18e eeuw, wanneer men hem onderrichtte in deze taal, en evenzeer in het duitse idealisme dat binnengedrongen was onder voorwendsel van een “Russische religieuze filosofie“. Voor Florofsky, was dit laatste noch russisch noch orthodox ! Om te ontsnappen aan deze “pseudomorfose” (Voor een kritische benadering van dit concept kan men Dorothea Wendebourg consulteren, “Pseudomorphosis : een theologische beoordeling als een axioma voor onderzoek in de geschiedenis van de kerk en de Theologie”, The Greek Orthodox Theological Review, 42,1997,321-342) – een uitdrukking die een kans inhoudt -, de theologie moest “terugkeren naar de Vaders“, zonder hen te herhalen, en zich als taak voorhoudend te werken aan een “neo-patristieke synthese”.

Welnu, 75 jaar later werd een ontmoeting gehouden van hetzelfde type, dit maal in Volos, halverwege tussen Athene en Thessalonika, maar ditmaal in een verschillend klimaat : voor verschillende tussenkomsten, voortkomend uit gans de orthodoxe oikoumenè – negen rapporteurs komende uit de Verenigde-Staten, zes uit Griekenland, twee uit Antiochië, uit Roemenië, uit Rusland, uit Engeland, één uit Georgië, en één uit Servië- het moment was gekomen om afstand te nemen van deze neo-patristische synthese die verhinderd zou hebben, zij het onvrijwillig, dat de orthodoxie zich zou meester maken van hedendaagse vraagstukken en bijdragen aan hun discussies.

Relevantie en limieten van de “neo-patristische” synthese

Het appèl van Florofsky had onbetwistbaar positieve effecten in de Kerken van de diaspora, evenals in hun moeder-Kerken. Doorheen de werken van verschillende auteurs deed het de invloed van de scholastiek en het piëtisme in Roemenië met Staniloäe achteruitgaan. Gesteund door de westerse patristische vernieuwing en de heropleving van de interesse voor de concilies, werd de als dusdanig georiënteerde orthodoxe theologie, een beluisterde stem in de oecumenische ontmoetingen en dit door de gedachten van de vaders aan te bieden op een ontologische en “existentiële” wijze.

In Volos gingen twee algemene uiteenzettingen over de contextuele dimensie van elke theologie vooraf aan de nauwkeurige analyse van wat Florofsky verstond onder ” neo-patristieke synthese” ( Markus, Plested, Vambridge) en onder “christelijk hellenisme” (Vader Pavel Gavrilyuk, University St.Thomas, Minesota), voordat de verschillende sprekers slechts een genuanceerde evaluatie voorstelden. Alhoewel zij een goede verankering in de Traditie verzekerden, heeft deze synthese een buitensporige concentratie op de Vaders opgewekt, onvoldoende om de huidige wereld het hoofd te bieden. Hebben zij niet, zonder grote vragen te stellen, de autoritaire en patriarchale structuren van hun tijd aanvaard die bovendien religieus intolerant waren ? In deze context hebben zij nauwkeurig het lot van de Kerk verbonden met dit van het Rijk en hun anthropologie heeft de vrouwen vergeten. Door dit alles zijn vele dingen nog altijd achter gebleven in de orthodoxe wereld.

Meer nog, kan de theologie een zo grote normativiteit bijdragen aan de “consensus van de Vaders” wanneer de geschiedenis een zo grote heterogeniteit vertoont ? Hoe kan men Florofski volgen, voor wie het hellenisme een eeuwige categorie was van de christelijke existentie, terwijl de overgang van het Evangelie van de semitische naar de griekse wereld, door zijn succes zelf een precedent moest vormen om in andere culturen te vernieuwen, veeleer dan een niet te overschrijden aankomstpunt.

Situatieschets van de actuele orthodoxe theologie.

De vraagstellingen die voorafgingen bleven niet op het niveau van algemeenheden. Zij hebben alle uiteenzettingen doorgenomen die, discipline per discipline hebben gezocht om een situatieschets te geven van de actuele orthodoxe theologie. Wij zullen er hier slechts een vlug idee van geven. Volgens de deken van het instituut van theologie St. Vladimir (New-York) verzwakt het theologisch weten in haar ontplooiing de relevantie zelf van het onderzochte paradigma; volgens Tamara grdzelidze (COE), vergt de oecumenische ontmoeting ook een nieuw plaatsen in de context. Terwijl de theologie van de Vaders essentieel een commentaar op de Schrift is,constateren twee uiteenzettingen haar zwakke plaats in de actuele orthodoxe theologie door het feit van de overheersende rol van de patristieke exegese, die ver verwijderd is van de historisch-kritische methode en waarvan vele resultaten pastoraal niet meer kunnen ontkend worden.

Het neo-patristieke paradigma zou ook een theologisch anti-occidentalisme hebben versterkt en het zou waarde hebben, volgens Georges Demacopoulos (Fordham) om onderzocht te worden volgens de methode van de post-koloniale studies. Andere analyses zijn verbonden met een verdieping van de betrekkingen tussen wetenschap en geloof, dogmatiek en fundamentele theologie, traditie en hermeneutiek (Assad Elias Kattan, MÛnster) alsook de autoriteit van de vaders in de latere theologie (Vader André Louth, Durham). Twee Roemeense theologen hebben op kritische wijze, de ene de ethnotheologie van Vader Dumitru Staniloäe (Michail Neamtu), de andere de afwezigheid van een uitgewerkte sociale moraal ontleed (Radu Preda), een gebrek waaraan de Russische Kerk op dit moment iets probeert te doen (Russisch orthodoxe Kerk, de fundamenten van de sociale doctrine, Editions du Cerf, 2007).

De nieuwe generatie die zich in Volos uitte, toonde er haar levendige zorg voor een theologie die meer hermeneutisch en contextueel is. Men betreurde er dat er te weinig aandacht was voor de theologie van de bevrijding (Aristoti Papanikolaou, Fordham), voor de aanacht voor de armen ( Peter Bouteneff, Saint Vladimir, New York) en voor de vrouwen (Eleni Kasselouri, Volos). Evanals de katholieke theologie, zal de orthodoxe theologie een “theologie van de religies” moeten uitwerken (Emmanuel Clapsis, Institut de la Sainte-Croix, Boston) Zij beschikt eveneens niet over een waarachtige missiologie : voor het moment is geen enkele betekenisvolle inculturatie te onderscheiden in de orthodoxe missies (Athanasios Papathanasiou, Vrije universiteit van Griekenland).

Professor Pantelis Lalaïtzidis, directeur van de Academie van Volos en voornaamste organisator van deze ontmoeting, resumeert de geest door te affirmeren, in een weinig provocerende formule, dat de orthodoxe theologie voortaan een “post-patristische” theologie moet worden in de betekenis dat zij zich niet meer erop kan concentreren om “de voortzetting, het bijhouden of de herinterpretatie van deze van de Vaders” te zijn. Naar hun voorbeeld moet zij contextueler worden indien zij trouw wil blijven aan de huidige wereld, anders zou ze een soort van patristisch fundamentalisme kunnen worden.

Minder institutioneel dan de conferentie van Athene van 1936, had deze van Volos de zegen ontvangen van de oecumenische patriarch, Zijne Heiligheid Bartholomeüs Ie, vergezeld van een lange brief met aanmoedigingen; zij is verzekerd geworden van de actieve deelname van vijf bisschoppen, onder andere van de metropolieten Jean van Pergamon (Zizioulas) en Hilarion van Volokolamsk (patriarchaat van Moscou), waarvan de bijdrage werd gelezen in absentia. De tussenkomsten van alle grote orthodoxe Kerken ( met uitzondering van Bulgarije), hadden een gemeenschappelijke taal dank zij de vertrouwdheid van deze generatie met de hedendaagse cultuur : zij hebben reeds verschillende posities betrokken in vooraanstaande westerse universiteiten zoals Cambridge, Durham, Fordham, Notre Dame (verenigde Staten) of Münster en reeds in het dekanaat van hun faculteit (St.Vladimir en Belgrado).

Zal de conferentie van Volos dezelfde bijzondere betekenis hebben dan deze van 1936 ? Haar thematiek, dat kan men voorspellen, zal zich stoten aan de weerstand van conservatieve groepen, die vreemd staan tegenover de actuele wereld, daarbij hun eigen land inbegrepen. In een reflexie die noodzakelijk schijnt voor anderen, zullen zij een nieuw “complot tegen de orthodoxie” aan de kaak stellen die slechts een “de-hellinisering” van het christendom voor ogen heeft en de theologie van de Vaders verloochent. De nieuwe oriëntatie van de orthodoxe theologie zal niet afhangen van dergelijke slogans. Zij zal afhangen, enerzijds, van de rijkdom van de theologische uitwisselingen die reeds aan de gang zijn tussen de diaspora en de moeder Kerken, maar anderzijds en meer nog, van de aandacht die de theologen hebben voor de vragen van het orthodoxe volk dat geconfronteerd wordt met vragen die onbekend waren in vroegere generaties, dikwijls met kracht zoals dat het geval lijkt te zijn met Griekenland. Een belangrijke rol dat de bijeenkomst van Volos nog niet in staat is om in te schatten komt ook van een Russische theologie waarvan de heropleving steunt op een merkwaardige traditie (Hyacinthe Destivelle, Les sciences théologiques en Russie. Réforme et renouveau des sciences ecclésiastiques au début du 20e siècle, Editions du Cerf, 2010). En iets wat wij niet kunnen voorzien zal zich wellicht terugvinden in deze nieuwe generatie, zoals in die van het verleden, geniale scheppers, zoals de huidige metropoliet van Pergame, die zijn hoge eisen deelt met de deelnemers van een bijeenkomst aan wie het niet ontbreekt aan intellectuele ambities.

In Volos was de bezinning verantwoordelijk, gedurfd en auto-kritisch op een niet gecomplexeerde wijze : om zich als orthodox te identificeren . Men had er geen nood om zich voortaan te vergelijken met een westerling, min of meer goed begrepen ( een anti-occidentalisme onlangs redelijk verspreid in de griekse theologie (bv bij Romanides of Yannaras), ), werd bestudeerd door Pantelis Kalaïtzides in zijn thesis aan de universiteit van Thessalonika ; (Hellenisme en anti-occidentalisme dans la theologie grecque des années 1960,2008 (in het grieks).Alhoewel de dialoog tussen orthodoxen en katholieken bijna niet wordt opgeroepen, zal de toekomst deze gemeenschappelijke plaats welke orthodoxen en katholieken scheidt door hun onderlinge verschil van hun cultuur weerleggen. Overigens staan ze doctrinaal dicht bij elkaar. De voorwaarden, die heel complex zijn, die deze nieuwe generatie geeft om een theologie uit te werken die meer hermeneutisch is, verschilt niet zoveel van de katholieke theologie.. Het lijkt mij heel duidelijk dat wij deze uitdaging tesamen zullen moeten overwinnen, beter dan als gescheidenen. In mijn ogen is het een goede boodschap op zich; en waarschijnlijk ook een herstel voor de publieke opinie die dikwijls slechts in de toenadering van katholieken en orthodoxen een bondgenootschap ziet voor de verdediging van de moraliteit in het publieke domein.

Vertaling : Kris Biesbroeck

Heilige Justinus : de Heilige Geest zal u in dat uur leren, wat u moet zeggen

Handelingen van de martelaar Justinus en zijn gezellen (uit het jaar 163)

Justin_Martyr_the_Philosopher_of_Caesarea_crown.jpgHeilige Justinus martelaar

“De Heilige Geest zal u in dat uur leren, wat u moet zeggen”

Men nam de heiligen tegelijk gevangen en leidde hen voor de prefect van Rome, Rusticus. Toen ze voor de rechtbank stonden, zei Rusticus tegen Justinus…: “Welke wetenschap bedrijf je?
– Ik heb achtereenvolgens alle wetenschappen bestudeerd. Ik ben geëindigd met het me verbinden met de ware leer van de christenen…
– Waar bestaat die leer uit?
– Wij aanbidden de God van de christenen; deze God waarin wij geloven is uniek, vanaf het begin is Hij de Schepper van het hele universum, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. Wij geloven dat Jezus Christus, de dienaar van God, Heer is, verkondigd door de profeten voor het dienen van de mensheid, boodschapper van het heil en meester van de verheven kennis; ik erken dat er kracht van een profeet nodig is… Welnu, de profeten werden geïnspireerd door boven, toen ze zijn komst onder de mensen verkondigden.”

De prefect vroeg : “Waar komen jullie samen ? Waar verwerf je je leerlingen ?
– Ik woon boven een zekere Martinus, vlak bij het bad van Thimoteus. Allen die me wilden vinden, heb ik de leer van de waarheid doorgegeven.
– Je bent dus christen?
– Ja, ik ben christen.”
De prefect Rusticus zei tegen Chariton: “En jij Chariton, ben jij ook christen?
Ja, door Gods genade ben ik christen.
– En jij Euelpistus?
Ik ben ook christen. Ik ben een slaaf van de keizer, maar ik ben christen en vrijgekocht door Jezus Christus. Ik koester dezelfde hoop door de genade van Christus.”
– Bent u door Justinus hier christen gemaakt?
– Ik was het al en hoop het ook altijd te blijven…Ik ging altijd graag naar Justinus luisteren. Maar ook mijn ouders waren al christen”…
Peon stond op en zei spontaan: “Ik ben ook christen”
De prefect vroeg aan Liberianus: “En jij, wat heb jij te zeggen? Ben jij christen? Ben jij ook ontrouw aan de goden?
Ik ben christen. Ik ben geen ontrouwe, maar ik aanbid de enige ware God”

Nu ging de prefect terug naar Justinus: “U met uw mooie woorden en meent dat u de ware wijsheid in pacht hebt. Maar als ik u eens met zwepen liet slaan en u liet onthoofden, denkt u dan dat u zo ten hemel zult opstijgen?”
– Ik hoop dat ik er mijn verblijf zal hebben als ik alles zal verdragen. Ik weet dat mijn goddelijke beloning er zal zijn, totdat iedereen die zich heeft vastgehouden aan zijn geboden, dezelfde beloning ontvangt. Ik weet het, ik ben ervan overtuigd, ik ben er zeker van.”

 

Bron:Dagelijksevangelie www.evangelizo.org

 

de heilige Ethelbert

Heiligenleven

De heilige Ethelbert

 

ethelbert koning van kent (Britse heilige).jpg

De heilige Ethelbert

 

De heilige Ethelbert, de heidense koning van Kent, was gehuwd met Bertha, de enige dochter van Caribert, de koning van Parijs. Een langdurige vrede van bijna een eeuw had Kent tot grote welstand gebracht, en het een macht verleend die ver uitging boven die van de andere Saksische vorstendommen. Daardoor werd Ethelbert vaak aangeduid met de algemene titel Koning van Engeland. Bertha had in haar gevolg de heilige bisschop Letard meegebracht, wiens gedachtenis eveneens vandaag gevierd wordt. Deze droeg de heilige Mysteriën op in een oude kerk, toegewijd aan de heilige Martinus, nabij Canterbury. Zijn voorbeeldig leven en de goedheid die van hem uitging, maakten grote indruk op de bevolking, en de vijandigheid tegen het christendom begon te verminderen. Ook  de koning kwam in verschillende opzichten terug op zijn vooroordelen. Zo werd langzaamaan de bodem voorbereid voor de prediking van de heilige Augustinus, die enige tijd later in Kent kwam missioneren. Onder invloed van Bertha kwam Ethelbert tot bekering en hij verzaakte openlijk aan de afgodendienst. Hij bekeerde zich uit heel zijn hart en werd  een volkomen nieuw mens. Hij besteedde veel tijd aan het gezamelijke gebed en de zorg voor de armen werd nu een van zijn voornaamste bezigheden. Veel heeft hij ook gedaan voor een rechtvaardige wetgeving, die nog lange tijd rechtsgeldig is gebleven.

In tegenstelling tot zoveel andere nieuwbekeerde vorsten, wilde hij geen dwang uitoefenen op zijn volk om zijn voorbeeld na te volgen, maar hij gaf wel daadkrachtige steun aan de missionarissen en moedigde hen aan om op vreedzame wijze het Evangelie te verkondigen. Deze wijze van optreden won ook koning Sabert van het aangrenzende Oost-Saksen, en op diens grondgebied bouwde Ethelbert toen de eerste kathedraal van de heilige Paulos (in het huidige Londen) verder bouwde hij in Canterbury de beroemde kathedraal, en nog verschillende andere grote kerken. Zijn paleis in Canterbury schonk hij aan de heilige Augustinus. Hij is als een heilige gestorven in 616. Hij was toen 56 jaar oud.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag. Uitg. Orthodox klooster Den Haag

De 7 oecumenische concilies

De 7 oecumenische concilies

 

oecumenisch concilie van Nicea2.jpg

 Het concilie van Nicea

 

1 Het concilie van Nicea (325)

Dat Arius, priester van Alexandrië, veroordeelde en daardoor de Mensgeworden Zoon van God als wezensgelijk met de Vader definieerde. Ook hield men zich bezig met de materiële organisatie van de Kerk. De eerste vier patriarchaten werden vastgelegd : in volgorde : Rome, Alexandrië, Antiochië en Jeruzalem (Later zou ook Constantinopel patriarchaat worden).

2. Het concilie van Constantinopel  (431).

Dat de geloofsbelijdenis (Credo) vastlegde en waar Constntinopel als Nieuw Rome (het  werd de hoofdstad van het Romeinse rijk), de tweede ereplaats ontving na Rome en boven Alexandrië.

3. Het concilie van Efese (431).

Dat de ketterij van Nestorius veroordeelde en verklaarde dat er in Christus geen twee personen naast elkaar bestonden – God en een mens die Jezus heette – maar dat de godheid en de mensheid in één persoon verenigd waren, de persoon van het Woord, Zoon van God : daarom is Maria de moeder van Jezus, moeder van God (Theotokos)

4 Het concilie van Chalcedon (451).

Dat bij het aanvaarden van één persoon in Jezus Christus de monofysieten veroordeelde : deze laatsten wilden geen onbderscheid maken tussen de persoon (hypostasis) en de natuur (physis) : als Christus één persoon is, zo beweerden zij, dan kan hij geen  twee naturen hebben maar slechts één, de goddelijke. Het concilie hield staande dat er twee naturen in de ene persoon van het Woord zijn en dat deze twee naturen verenigd zijn ‘zonder in elkaar over te gaan, elkaar te wijzigen, te verdelen of te scheiden’.

5 Het concilie van Constantinopel. (553).

Keizer Justinianus wilde aan de monofysieten, die hij tot de Kerk wilde terugbrengen, bewijzen dat het concilie van Chalcedon niet in het nestorianisme vervallen was en daarom haalde hij dit nieuwe concilie over om drie theologen uit de vijfde eeuw te veroordelen, die verdacht waren van nestoriaanse neigingen.

6. Het concilie van Constantinopel (680)

Dat een afwijkende vorm van het monofysitisme, het monotheletisme , veroordeelde. Volgens het monothelitisme heeft Christus wel twee naturen maar slechts één wil : de goddelijke wil. Het concilie stelde daartegenover dat de mensheid in Jezus Christus geen abstracte werkelijkheid is, maar dat deze zich  uit in een vrije wil die vrij en in alles aan de goddelijke wil onderworpen is. Christus heeft dus twee willen.

7.Het concilie van Nicea (784.

Dat zich uitsprak over de rechtgelovige leer over de beelden (iconen) die Christus en de heiligen voorstellen. De Zoon van God is werelijk vlees en een echte mens geworden : Hij kan dus uitgebeeld worden, evenals de heiligen.  DEeze beelden moeten vereerd worden, want het werkelijke voorwerp van de verering is degene die ze voorstellen, maar zij kunnen niet het voorwerp worden van aanbidding omdat men deze alleen voor God  mag verrichten. De verering van de beelden werd bestreden door verschillende ‘iconoclastische’ byzantijnse keizers.

Latere schrijvers vergelijken de zeven concilies met de zeven zuilen van de Wijsheid of met de zeven gaven van de heilige Geest.

Het is niet omdat de Orthodoxe Kerk geen ander dan de zeven concilies als oecumenisch  beschouwd, dat haar leergezag zich beperkt tot een bepaald historisch tijdperk. De Orthodoxe Kerk verklaart zich trouw aan het geloof van de oude concilies – de gemeenschappelijke erfenis van het christelijke Oosten en Westen – en ze is zich bewust de Ene Kerk te zijn  waarvan deze concilies vroeger de uitdrukking waren.

 

Uit: De Orthodoxe Kerk – huistorische en specifieke aspecten – door Bisschop Athenagoras van Sinope.