Hemelvaart van christus

 

Hemelvaart van onze Heer, God en Verlosser Jezus Christus

 

 

hemelvaart5588.jpg

 

Apostellezing :  Handelingen 1, 1-12 :

Jezus’ laatste opdracht en hemelvaart
Mijn  eerste boek, Teofilus, ging over alles wat Jezus heeft gedaan en geleerd, vanaf het begin tot de dag waarop Hij in de hemel werd opgenomen, nadat Hij aan de apostelen die Hij had uitgekozen, door de heilige Geest zijn opdracht had gegeven. Aan hen heeft Hij veertig dagen lang herhaaldelijk bewezen dat Hij na zijn lijden weer in leven was. Hij vertoonde zich aan hen en sprak over het koninkrijk van God. Toen Hij bij hen was, drukte Hij hun op het hart: ‘Ga niet uit Jeruzalem weg, maar blijf wachten op de belofte van de Vader die jullie van Mij hebben gehoord; immers, Johannes doopte met water, maar jullie zullen gedoopt worden in heilige Geest, binnen enkele dagen.’ Degenen die daar samengekomen waren, stelden Hem toen de vraag: ‘Heer, herstelt U in deze tijd het koninkrijk voor Israël?’ Maar Hij zei tegen hen: ‘Het komt jullie niet toe de tijden of momenten te kennen die de Vader in zijn volmacht heeft vastgesteld; maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en mijn getuigen zijn in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, en tot het uiteinde van de aarde.’ Na deze woorden werd Hij voor hun ogen omhooggeheven en een wolk onttrok Hem aan het gezicht. Terwijl Hij zo heenging en zij nog naar de hemel stonden te turen, stonden er opeens twee mannen naast hen in witte kleren, die zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie daar toch naar de hemel te kijken? Deze Jezus, die van jullie is weggenomen en in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde manier terugkomen als jullie Hem naar de hemel hebben zien gaan.’ Daarna keerden ze van de zogeheten Olijfberg, die dichtbij Jeruzalem ligt, op een sabbatsreis  afstand, terug naar Jeruzalem

Evangelie : Lucas 24,36-53 :

Verschijning aan de elf en hun metgezellen
     Terwijl  zij dit aan het vertellen waren, stond Hij opeens in hun midden. ‘Vrede!’ zei Hij tegen hen. In hun opwinding en hun schrik dachten ze dat ze een geest zagen. ‘Waarom zijn jullie zo in de war?’ vroeg Hij. ‘Waarom die twijfel in je hart? Bekijk mijn handen en mijn voeten maar, Ik ben het zelf. Betast Me en je zult het zien. Een geest heeft immers vlees noch been, zoals jullie zien dat Ik heb.’ Nadat Hij dat gezegd had, liet Hij hun zijn handen en voeten zien. Omdat ze het van blijdschap nog niet konden geloven, en verbaasd waren, vroeg Hij hun: ‘Hebben jullie hier iets te eten?’ Ze gaven Hem een stukje gebakken vis. Hij nam het aan en at het op waar ze bij waren. Hij zei: ‘Dit is wat Ik jullie heb gezegd toen Ik nog bij jullie was: alles wat er in de Wet van Mozes en bij de Profeten en in de Psalmen over Mij geschreven staat, moet in vervulling gaan.’ Toen opende Hij hun verstand om de Schriften te begrijpen. Hij zei: ‘Er staat geschreven dat de Messias zou lijden en op de derde dag uit de doden zou opstaan, en dat in zijn naam de bekering zou worden verkondigd aan alle volken, tot vergeving van zonden. Jullie zullen hiervan getuigen, te beginnen in Jeruzalem. Ik zend jullie wat mijn Vader heeft beloofd. Jullie moeten in de stad blijven totdat je wordt toegerust met kracht van boven.’

Jezus in de hemel opgenomen
     Toen bracht Hij hen buiten de stad tot bij Betanië. Daar hief Hij zijn handen en zegende hen. En terwijl Hij hen zegende, ging Hij van hen heen en werd Hij in de hemel opgenomen. Zij vielen voor Hem op de knieën en keerden daarna in grote vreugde terug naar Jeruzalem. Zij bleven voortdurend in de tempel en prezen God.

 

Mandylion2.jpg

 

 

“In heerlijkheid zijt Gij opgestegen, o Christus onze God,

Gij hebt Uw leerlingen verblijd door de belofte van de Heilige Geest,

want door Uw zegen leerden zij, dat Gij de Zoon van God zijt,

en de Verlosser van de wereld”

(troparion van het feest)

 Indien we aandachtig de teksten en hymnen van het feest beleven dan ontdekken we dat Hemelvaart een einde is maar ook een begin is van iets. Het is de zo duidelijke overgang van het begin van de Handelingen der Apostelen, het vijfde Evangelie: de woorden en daden van het mensgeworden Woord zijn volbracht, de prediking en de handelingen van zijn discipelen beginnen.

Het ene aspect is gericht op de hemelse eeuwigheid, het andere aspect op de aardse tijdelijkheid. Het ene duidt op de vervulling van de tijden en momenten waaraan de Zoon zich had onderworpen uit gehoorzaamheid aan de Vader en uit liefde voor de mensen; kortom het volbrengen van de heilseconomie. Het andere duidt op de ons resterende tijd, de ons geboden gelegenheid om de werken van de Heer openbaar te maken door te getuigen. De kerk spreekt wel degelijk over dehandelingen der apostelen.

         Vandaar ook een dubbele verwachting: deze van ons mensen die hopen in de tijd op een verre of nabije komst van de Heer en deze andere verwachting van de Heer in de eeuwigheid van de hemel, Zijn wachten op het aardse oordeel.

         De Godmens Jezus Christus heeft zijn historische manifestatie nu beëindigd. Maar alle mensen hebben de heiligheid nog niet bereikt, de geschiedenis is nog niet volbracht, zij is nog in wording, ingeschreven in de tijd. Maar dit wordt ook verder gedragen in de eeuwigheid van God onder de vorm van een God die wacht, geduldig, als de vader in de parabel van de verloren zoon, die de mens liefheeft.

        

Deze gebeurtenis van Hemelvaart vervult zich over dagen, wat duidt op een overbrugging van twee aspecten, twee verwachtingen, die heden worden geopenbaard. Als christen kunnen wij de opgang van Hemelvaart niet enkel letterlijk begrijpen. De Olijfberg is de plaats van de Hemelvaart. De hemel in het religieuze symbolisme duidt op een hoogte, centrum, opgang en onbereik-baarheid. De Berg staat dichter bij de Hemel, vandaar het heilige karakter van bergen in alle godsdiensten; het is de ontmoetingsplaats tussen de hemel en de aarde. De Hemelvaart is dus het overstijgen van de wereldse orde en ruimte van de mensheid.

God heeft begrip voor de wereldse lotgevallen die wij zijn, Hij heeft geduld zolang de nieuwe mensheid niet gerealiseerd is in Christus, door de kracht van de Heilige Geest, die komende is met Pinksteren. Maar Hemelvaart gaat ook ons aan, diegenen die getuigen van het mensgeworden Woord, tot het einde der tijden. De duur van onze getuigenis is ongekend, wij weten niet wanneer wij de limieten van onze tijd zullen hebben bereikt.

Met het feest van Hemelvaart beleven wij één van de wonderbaarlijkste mysteries van het christendom. Het is het mysterie van de vereniging van de menselijke natuur, verheerlijkt in Jezus Christus, in de goddelijke natuur, van de aanwezigheid van de materie in de “hemel”; een mysterie gerealiseerd door God in Jezus Christus. Het is het mysterie van de godmenselijkheid. De Griekse benaming van het feest “Analèpsis” vestigt er onze aandacht op. Dit woord betekent opnieuw herstellen, heropnemen, het onvolmaakte vervolmaken; het gaat dus om een beeldspraak want voor God bestaat geen ruimte, geen tijd, geen dimensies; het zijn beelden in woorden om de goddelijke natuur van de Alheilige Drie-Eenheid aan te duiden waarin de ganse schepping baadt.

“Nadat Gij de heilsorde had volbracht omwille van ons,

En het hemelse met het aardse verenigd had,

Zijt Gij in heerlijkheid opgestegen, Christus onze God,

Zonder van ons heen te gaan, zodat er geen scheiding kwam,

En hen die Gij liefhebt, roept Gij toe: Ik ben met u en niemand tegen u”

(kondakion van het feest)

Aan ons om onze hemelvaart te ondernemen, om te herstellen, opnieuw op te nemen wat verloren dreigt te gaan. Daarvoor leven we verder in de tijd, de tijd van het begin en het einde, de tijd van een permanent einde en de tijd van een permanent begin. Het feest van Hemelvaart is hiervan het principe en het archetype. Het feest van Pinksteren als gevolg van het feest van Hemelvaart zal ons de kracht geven om te begrijpen dat we de Godmens moet volgen, in ons herstellen en ons ernaar te vormen op weg naar de heiligheid van onze totale mens, naar lichaam en ziel.

vader Dominique

 

Nadat Gij de heilsorde had volbracht,

en het hemelse met het aardse verenigd had,

zijt Gij opgestegen in heerlijkheid, o Christus onze God,

zonder van ons heen te gaan zodat er geen scheiding kwam.

En hun die Gij liefhebt, roept Gij toe :

Ik ben met u, en niemand tegen u.

Kondakion van Hemelvaart