Cyrillus van Alexandrië:Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort

H. Cyrillus van Alexandrië ((380-444), bisschop, Kerkleraar 
Commentaar op het boek Numeri 2 ; PG 69, 619 

Cyrillos van Alexandrië 159.jpg

 “Als de graankorrel sterft, brengt ze rijke vruchten voort”
   
  Christus, eerstgeborene van de nieuwe schepping… is na begraven te zijn geweest, verrezen. En Hij is opgestegen naar de Vader als een geweldig en schitterend offer, op een bepaalde manier als de eerstgeborene van het vernieuwde en onvergankelijke menselijk ras… Men zou Hem kunnen beschouwen als het symbool van de schoof van de gersteoogst, welke de Heer aan Israël heeft gevraagd om te offeren in de Tempel (Lv 23,9). Wat betekent dat?
      Men kan het menselijk ras vergelijken met een korenaren. Ze worden uit de aarde geboren, ze wachten om geheel uit te groeien en op een gegeven moment worden ze door de dood afgemaaid. Zo zei Christus het tegen zijn leerlingen: “Jullie zeggen toch: ‘Nog vier maanden en dan komt de oogst’? Ik zeg jullie: kijk om je heen, dan zie je dat de velden rijp zijn voor de oogst! De maaier krijgt zijn loon al en verzamelt vruchten voor het eeuwige leven, zodat de zaaier en de maaier tegelijk feest kunnen vieren” (Joh 4,35-36). Welnu Christus is onder ons geboren, Hij werd uit de heilige Maagd geboren zoals de korenaren uit de aarde komen. Soms noemt Hij zichzelf overigens de graankorrel: “Waarachtig, ik verzeker u: als een graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het een graankorrel, maar wanneer hij sterft draagt hij veel vrucht”. Zo heeft Hij zich op de wijze van een korenschoof voor ons geofferd aan zijn Vader en als de eerstelingen van de aarde.
      Want de korenaar, evenals wij zelf overigens, kan niet geïsoleerd beschouwd worden. Wij zien het in een schoof, gevormd door meerdere aren in één bundel. Jezus Christus is uniek, maar Hij verschijnt aan ons en Hij vormt werkelijk een soort van bundel, in die zin dat Hij alle gelovigen in zich bevat, natuurlijk in een geestelijke eenheid. Hoe zou de apostel Paulus zonder dat gegeven kunnen schrijven: “ze maken deel uit van hetzelfde lichaam samen met Hem (Ef 3,6)… Hijzelf richt zich overigens tot zijn Vader met deze woorden: “Laat hen allen één zijn, Vader. Zoals U in Mij bent en Ik in U, laat hen zo ook in Ons zijn, opdat de wereld gelooft dat U Mij hebt gezonden” (Joh 17,21). De Heer is dus de eerstgeborene van de mensheid die bestemd is om binnengehaald te worden in de graanschuren van de hemel.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Pinksteren

PINKSTEREN

8e ZONDAG NA PASEN

pinksteren8.jpg

Pinksteren

Op een hoefijzervormige bank zitten de twaalf apostelen.
Links boven Petrus en rechtsboven Paulus.
Bovenin dalen vanuit het hemelsegment de stralen van de Heilige Geest neer op de groep van twaalf.

In het midden onderaan is een donker gewelf zichtbaar, waarin een koninklijk geklede gestalte staat. Hij heeft een witte doek uitgespreid met daarin twaalf evangelierollen. Het betreft de vertegenwoordiging van de kosmos, die het evangelie klaar houdt voor verspreiding over de wereld.

 

LEZINGEN :

Eerste lezing : Handelingen 2,1-11

Pinksteren
[1] Toen de dag* van Pinksteren aanbrak, waren zij allen op één plaats bijeen. [2] Plotseling kwam er uit de hemel een geraas alsof er een hevige wind opstak, en het vulde heel het huis* waar zij waren. [3] Er verschenen hun vurige tongen*, die zich verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten. [4] Zij raakten allen vol van heilige Geest en begonnen te spreken* in vreemde talen, zoals de Geest hun ingaf.
     [
5] Nu woonden er in Jeruzalem vrome Joden, afkomstig uit ieder volk onder de hemel. [6] Toen dat geluid opkwam, liep de menigte te hoop en raakte in verwarring, omdat iedereen hen in zijn eigen taal hoorde spreken. [7] Ze stonden versteld en vroegen zich verwonderd af: ‘Maar dat zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken! [8] Hoe is het dan mogelijk dat ieder van ons de taal* van zijn geboortestreek hoort? [9] Parten* en Meden en Elamieten, en bewoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, Pontus en Asia, [10] Frygië en Pamfylië, Egypte en het Libische gebied bij Cyrene, en hier woonachtige Romeinen, [11] Joden en proselieten, Kretenzen en Arabieren, wij horen hen in onze eigen taal spreken over de grote daden van God.’

EVANGELIE

Johannes 7,37-5. 8,12.

Stromen levend water
     [37] Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus daar en riep: ‘Heeft* iemand dorst, laat hij dan naar Mij toe komen, en laat drinken [38] wie in Mij gelooft! Zoals de Schrift zegt: Uit zijn binnenste zullen stromen levend water vloeien.’ [39] Hiermee doelde Hij op de Geest die men zou ontvangen als men tot geloof in Hem kwam. Toen was de Geest er namelijk nog niet, omdat Jezus nog niet verheerlijkt* was.

Verdeeldheid onder de toehoorders
     [40] Onder het volk waren er die bij het horen van deze woorden zeiden: ‘Dit is werkelijk de profeet*.’ [41] Sommigen beweerden: ‘Hij is de Messias.’ Maar er waren er ook die zeiden: ‘De Messias komt toch niet uit Galilea*? [42] Zegt de Schrift niet dat de Messias uit het geslacht van David komt en uit Betlehem, de woonplaats van David?’ [43] Zo ontstond er verdeeldheid over Hem onder het volk. [44] Er waren er die Hem wilden grijpen, maar niemand sloeg werkelijk toe.

Ongeloof van de autoriteiten
     [45] Toen de gerechtsdienaren bij de hogepriesters en farizeeën terugkwamen, vroegen dezen: ‘Waarom hebben jullie Hem niet meegebracht?’ [46] De dienaars zeiden: ‘Nog nooit heeft een mens zo gesproken!’ [47] Waarop de farizeeën antwoordden: ‘Hebben jullie je ook al laten misleiden? [48] Heeft een van de leiders Hem geloof geschonken? Of iemand van de farizeeën? [49] Maar dat volk, dat de wet* niet kent, vervloekt zijn ze!’ [50] Nikodemus, de man die indertijd naar Jezus toe was gekomen, iemand uit hun eigen kring, merkte op: [51] ‘Sinds wanneer staat de wet ons toe iemand te veroordelen zonder hem eerst te horen en ons over zijn daden een oordeel te vormen?’ [52] Maar hij kreeg als antwoord: ‘Bent u soms ook een Galileeër? Zoek het maar na en u zult zien: uit Galilea komen geen profeten*!’

 [12] Weer richtte Jezus zich tot* hen: ‘Ik* ben het licht* van de wereld. Wie Mij volgt*, gaat zijn weg niet in de duisternis, maar zal het ware levenslicht bezitten.

Heilige Theodosios de Grote

Heiligenleven

 

De heilige Theodosios de Grote

 

Theodosios the cenobiarch.jpg

 

Theodosios de Grote – De eerste kenobiet

 

 De heilige Theodosios de Grote, de eerste Kenobiet. Als jongeman trok hij weg uit Kappadocië op bedevaart naar het heilig land, en ook om de beroemde woestijnvaders in Syrië te bezoeken. Zo kwam hij bij de heilige Simeon de Styliet, de Zuilbewoner, in de streek van Antiochië. Deze voorzegde hem dat hij aan het hoofd van veel kloosters zou komen te staan om veel zielen aan de macht van de duivel te ontrukken. Theodosios geloofde daar niet in, want heel zijn verlangen ging uit naar een geestelijk leven in volkomen eenzaamheid. Na een periode van opleiding leefde hij inderdaad geheel alleen in een grot bij een kleine oase, waar enkele dadelpalmen groeiden en waar wat groenten kon worden gekweekt. Bij de schaarse contacten met bezoekers bleek echter dat hij de gave van geestelijke leiding bezat, en toen hij, na lang aandringen van hun zijde, eenmaal enkelen van hen als leerling had aanvaard, was de toevloed van nieuwe zoekenden niet meer tegen te houden. Er ontstond een grote gemeenschap waarvoor Theodosios een kerk moest bouwen, verschillende monnikshuizen, een hospitaal en een groot gastenhuis. Zo ontstond het eerste klooster dat werd ingericht volgens de ideeën van de heilige Basilios, waarbij werd uitgegaan van een gemeenschappelijk leven. God zegende zichtbaar deze levenswijze, want hoewel de toekomst er vaak dreigend uitzag door de armoede van de grond die niet in staat was te voorzien in de behoeften van zulk een menigte broeders, nog vermeerderd door grote aantallen armen en pelgrims, werd het dreigend gebrek telkens weer afgewend door de gebeden van de heilige, waardoor de voorraden vaak op wonderbare wijze werden aangevuld. Veel monniken uit zijn klooster werden ook gekozen als bisschop, of als abten van andere kloosters, zodat de voorspelling van de heilige Simeon letterlijk in vervulling ging. Door dit alles werd Theodosios een man van gezag, ook op kerkelijk terrein, en speelde hijn ook een beslissende rol in de strijd tegen de ketterijen van Eutyches en de Monofysieten. Daarom werd hij ook door de keizer in ballingschap gezonden, maar deze gedwongen ontberingen konden zijn lichaam niet breken dat door zoveel vrijwillige askese was gehard. Hij stierf, 105 jaar oud in 529 en werd met grote eerbied begraven in de grot waarin hij zo lang had geleefd.

Uit : heiligenlevens voor elke dag.Uitg.Orth.klooster Den Haag

Johannes Chrysostomos : De Hemelvaart van de Zoon is reeds onze overwinning : wij zijn lid van zijn lichaam

Een homilie toegekend aan de heilige Johannes Chrysostomos 
Over de Hemelvaart, §16-17 ; PG 52, 789 

johannes_chrysostom_archbishopofconstantinople.jpg

 De Hemelvaart van de Zoon is reeds onze overwinning: wij zijn lid van zijn lichaam” (Collecta)
     
God en de mensen zijn een zelfde ras geworden. Daarom zegt de apostel Paulus: “Wij behoren tot Gods geslacht” (Hand 17,29). Elders zegt hij: “Wij zijn het lichaam van Christus en ieder is een lid van dit lichaam” (1 Kor 12,27). Dat wil zeggen: Wij zijn zijn familie geworden, door het lichaam dat Hij heeft aangenomen. Wij hebben dus, dankzij Hem, een borg voor de hemel: het lichaam dat Hij van ons heeft aangenomen, en hierbeneden: de heilige Geest die in ons woont… Waarom bent u verwonderd dat de heilige Geest tegelijk in u is en in de hemel, wanneer het lichaam van Christus tegelijk in de hemel is en met ons? De hemel bezit dat heilige lichaam en de aarde heeft de heilige Geest ontvangen. Christus is gekomen en heeft de heilige Geest meegebracht, toen is Hij opgestegen naar de hemel en Hij heeft ons lichaam er mee naar toe genomen… Wat een ontzagwekkend en verbazingwekkend goddelijk plan! Zoals de profeet zei: “Heer onze God, hoe machtig is uw naam wijd en zijd op de aarde! (Ps 8,2)
      De goddelijkheid is opgeheven. Het is juist dat er wordt gezegd: “Hij werd ten aanschouwen van hen omhoog geheven” (Hand 1,9), Hij die groot is in alles, de grote God, de grote Heer, die ook “de grote koning van heel de aarde” is (Ps 46,3). Grote profeet, grote priester, groot licht, Hij is in alles groot. En niet alleen is Hij groot door zijn goddelijkheid, maar ook naar het lichaam, want Hij is hogepriester en groot profeet. Hoe dat zo? Luister naar wat Paulus zegt: “Nu wij een verheven hogepriester hebben, een die de hemelen is doorgegaan, Jezus, de Zoon van God, moeten wij vasthouden aan het geloof dat wij belijden” (Heb 4,14). Want als Hij hogepriester en groot profeet is, dan is het waar dat “een groot profeet is onder ons opgestaan. God genadig op zijn volk heeft neergezien” (Lc 7,16). Hij is een hogepriester, een grote koning, Hij is ook een groot licht: Het Galilea van de naties, het volk dat liep in duisternis, heeft een groot licht gezien” (Jes 9,1v, Mt 4,15). Wij hebben dus de beloning van ons leven in de hemel, waar wij met Christus naar zijn opgestegen.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org