Chrysologos Petros : De oefeningen van de Veertigdagentijd : aalmoes, gebed, vasten

H. Petrus Chrysologus (ca 406-450) bisschop van Ravenna, Kerkleraar 
Sermon 8 ; CCL 24, 59 ; PL 52, 208 
De oefeningen van de Veertigdagentijd: de aalmoes, het gebed en de vasten
    
 Chrysologus Petros.jpg
Chrysologos Petros

Mijn zusters en broeders, we beginnen vandaag aan de grote reis van de Veertigdagentijd. Laten we dus in onze boot alle benodigde voedsel en drank meenemen en laten we het reservoir vol doen met overvloedige barmhartigheid, waarvan we nodig hebben. Want ons vasten heeft honger, ons vasten heeft dorst, als hij zich niet met goedheid voedt, als hij zijn dorst niet lest met barmhartigheid. Ons vasten heeft het koud, ons vasten begeeft het als de vacht van de aalmoes hem niet bedekt, als het kleed van de compassie hem niet omhult.

      Zusters en broeders, wat het voorjaar voor de aarde is, is de barmhartigheid voor de vasten: de zachte voorjaarswind laat alle knoppen van de vlaktes tot bloei komen; de barmhartigheid van de vasten laat al onze zaadjes groeien tot aan de bloei, laat hen vrucht dragen tot de hemelse oogst. Wat de olie voor de lamp is, dat is de goedheid voor het vasten. Zoals het vet van de olie het licht van de lamp laat branden en, met weinig voeding haar laat lichten tot bemoediging in onze nacht, zo laat de goedheid de vasten stralen: Hij straalt totdat hij het volle schitteren van de onthouding bereikt. Wat de zon is voor de dag, is de aalmoes voor de vasten: de schittering van de zon laat het licht van de dag  toenemen, en verwijdert de duisternis van de wolken; de aalmoes vergezelt de vasten en heiligt hem  en de genade van het licht van de goedheid jaagt al wat dodelijk zou kunnen zijn, uit al onze verlangens. Kortom, zoals het lichaam er voor de ziel is, zo is de vrijgevigheid de plaats voor de vasten; wanneer de ziel uit het lichaam weggaat, dan brengt ze de dood; als de vrijgevigheid zich van de vasten verwijdert, dan is dat zijn dood.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Vastenboodschap van Patriarch Bartholomeus

 Pateriarchale boodschap naar aanleiding van de Grote en Heilige Vasten 2011

 

200px-Bartolomew_I.jpg

 

 

+ B A R T H O L O M E O S

DOOR DE GENADE GODS AARTSBISSCHOP VAN KONSTANTINOPEL, HET NIEUWE ROME, EN OECUMENISCH PATRIARCH
AAN ALLE GELOVIGEN VAN DE KERK,
GENADE EN VREDE ZIJ U VAN ONZE REDDER EN HEER JEZUS CHRISTUS,
EN VAN ONS ZEGEN EN VERGEVING

Broeders en geliefde kinderen in de Heer,

“De renbaan van de deugd is geopend, wie wil strijden, laat hem binnen treden en zich omgorden voor de goede wedloop van de vasten” (Triodion Vergevingszondag). De renbaan is geopend, of beter gezegd, was al open, sinds het de albarmhartige Heer der Heerlijkheid behaagde de menselijke natuur aan te nemen. Vanaf die tijd roept Hij, door middel van Zijn Kerk, ieder mens om deel te hebben aan de oneindig grote genadegaven van de Alheilige Geest, vooral gedurende deze gezegende periode van de veertig dagen van de Heilige Grote Vasten.

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Onze waarachtige God, die aanbeden wordt in de Drieëenheid, is de oneindige goedheid zelf, en Hij heeft het mensengeslacht uitsluitend en alleen uit liefde geschapen. Hij wilde, voor zover dat mogelijk is voor de menselijke natuur, de mensen deelgenoten maken van de grootheid van Zijn goddelijke heerlijkheid. Dat is het unieke doel van het menselijke leven in iedere tijd. Heel de heilige, Geest-dragende  traditie van onze orthodoxe kerk is er op gericht om dit doel te verwezenlijken. Daarom onderricht zij, verklaart zij en belicht zij heel het spectrum van het geestelijk leven en de veelzijdige geestelijke strijd, waarop de gelovige ziel zich altijd dapper moet toeleggen.

Iedere Christen ontvangt door het heilige Mysterie van de doop de genade van de Heilige Geest. Wanneer iemand met heel zijn goede wil begint God lief te hebben, dan laat de genade, op onverklaarbare wijze, hem delen in de rijkdom van haar goederen. Degene die er naar verlangt om deze ervaring van de genade vast te houden, zal met veel vreugde trachten om uit zijn ziel al de vergankelijke goederen van deze wereld op zij te zetten, om de verborgen schat van het waarachtige leven te verwerven. Naarmate de ziel voortgang maakt in het geestelijk leven verschijnt het daaraan gerelateerde goddelijke geschenk van de genade, namelijk de in de diepte verborgen goedheid van de Heer, die een veilige gids wordt bij de veelzijdige strijd (vgl. H. Diadochos hfst 77).

Deze geestelijke strijd is voor iedere gelovige een voortdurende strijd en daarom is het noodzakelijk dat men iedere dag, ieder moment van de dag, een nieuw begin maakt: “De tijd is aangebroken, het begin van de geestelijke wedloop, van de overwinning over de demonen, van de gepantserde zelfbeheersing, van de luister van de engelen, van de vrijmoedigheid bij God.” (Eer-stichier van de lofpsalmen van  vergevingszondag). De heilige Veertigdagentijd is een blijvende basis van de geestelijke heropleving en  vernieuwing van de mens. Daarom wijst de hymnendichter van het Triodion ons terecht op de essentie hiervan, wanneer hij zegt dat de lichamelijke vasten door onthouding van voedsel, gevolgd moet worden door reinheid die voortkomt uit de strijd om bevrijding van de hartstochten. Wanneer dat niet zo is, kan die vasten niet resulteren in verbetering van het leven, en zal deze door God als leugenachtig veracht worden (Wo. Apost. vd Lofpsalmen Zuivelweek).

De mogelijkheid dat de mens zijn geest [nous] kan concentreren op het verkrijgen van de kennis van God, en dat hij zijn geest kan terugtrekken uit de verstrooiing die veroorzaakt is door een hartstochtelijke gerichtheid op de schepping, is een inspannend en langdurig werk. Toch is dit onontbeerlijk en bepalend voor zijn geestelijk bestaan, en heel zijn sociale leven. De weg van de deugd lijkt hard in de ogen van hen die hiermee beginnen, en overdreven en onplezierig.  In werkelijkheid is dit niet waar, maar dit lijkt zo omdat de menselijke natuur gewend is geraakt aan gemak en genoegens. Voor wie meer dan halverwege is, blijkt de weg aangenaam en gemak­kelijk. (H. Diadochos hdfst.93).

Er zijn soms mensen die het grote mysterie van de vroomheid niet kennen, en die de orthodoxe ascetische traditie als iets verwerpelijks beschouwen. Zij menen dat dit de mens berooft van de creatieve verbeelding en het eigen initiatief, en in het algemeen van het genieten van het leven en de vreugde die daaruit voortkomt. Niets is echter minder waar. Alles wat God geschapen heeft, heeft Hij zeer goed geschapen, en Hij heeft het ons geschonken opdat wij ons erover zouden verheugen en ervan zouden genieten, en opdat het een aanleiding zou zijn tot voortdurende lofprijzing van onze Weldoener. Gods geboden leiden ons en beschrijven voor ons de juiste manier om Zijn Gaven te gebruiken. Ook ons lichaam en onze verbeelding en al onze geestelijke vermogens samen met al de materiële goederen worden dan werkelijk vreugdebrengend en weldoend voor ons leven. Hier tegenover staat dat het arrogante eigenwettige gebruik van deze materiële goederen, minacht wat de Schepper voor Zijn schepselen bepaald had. Dit misbruik bevredigt slechts voor een kort moment de waanzinnige arrogantie van de mens, zijn verwachtingen komen niet uit en dit leidt tot wanhoop, stress en verdriet.

Onze Verlosser, Die waarachtig God is en waarachtig mens, Die op onkenbare wijze gekend wordt door de nederigen die Zijn ongeschapen genade ontvangen, de Heer der heerlijkheid en Heer van de geschiedenis, Die harten en nieren doorgrondt, Die door Zijn goddelijke voorzienigheid het heelal tezamen houdt, vanaf het kleinste deeltje van Zijn schepping tot aan het voor het menselijk verstand onvatbare heelal, is door alle tijden heen de Weg, de Waarheid en het Leven. Zoals de Persoon Jezus Christus, de Bron van het leven, niet vastgehouden kon worden door de dood, maar deze vermorzelde en opstond, zo is het eveneens onmogelijk een volwaardig menselijk leven te leiden, zonder deel te hebben aan het levenschenkende Lichaam van de opgestane Christus, Zijn orthodoxe Kerk en de door de Heilige Geest geïnspireerde traditie. Kortom, de Heer blijft in eeuwigheid, terwijl de bedenksels van hoogmoedige mensen leugens zijn, zoals de Heilige Diadochos nadrukkelijk zegt: “niets is armzaliger dan de geest die buiten God om filosofeert over Gods zaken” (Filokalia) .

 

Geliefde kinderen in de Heer,

Bij het aanbreken van de heilige Grote Veertigdagentijd sporen wij u allen vaderlijk aan, om zonder angst of dralen, dapper en met heel uw zielskracht, vooruitgang te maken met het belangrijkste werk van ons leven, in de renbaan van het geestelijk werk, zodat gij uw zielen en lichamen zult reinigen van iedere smet en het Koninkrijk Gods zult bereiken, dat nu reeds aangebroken is in het tegenwoordige leven, voor allen die het oprecht uit heel hun ziel zoeken.

De genade Gods en Zijn oneindige barmhartigheid zij met u allen.

Heilige Grote Vasten 2011

+ Bartholomeos, Aartsbisschop van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.

 

De zeventig Apostelen

Heiligenlevens

 

 De Zeventig Apostelen

 

synaxis van de 70 apostelen2.jpg

Synaxis van de zeventig apostelen

 

De zeventig apostelen in het tiende hoofdstuk van zijn evangelie verhaalt de heilige Lucas hoe de Heer naast de twaalf apostelen nog zeventig leerlingen uitkoos;om Zijn komst aan te kondigen in alle steden en plaatsen waar Hij zelf wilde komen. Wij vinden hen later terug omder de honderdtwintig die na de Hemelvaart van Christus in Jeruzalem bijeen waren in afwachting van de komst van de Heilige Geest (Hand.1,15). Onder hen werd de plaatsvervanger van Judas gekozen, en later de zeven diakens; maar allen namen deel aan het werk der Apostelen, zodat zij ook zelf met die eretitel werden bekleed. Hun namen vinden we in het boek der Handelingen en in de Brieven der Apostelen. Het getal zeventig (of twee en zeventig) heeft meer een symbolische waarde. Door het combineren van verschillende bestaande lijsten komt men tot een totaal van zes en negentig, die alk hun eigen feestdag hebben in de loop van het kerkelijk jaar.1 Kor.4,9-16 of Rom.8,2-13; Joh.1,18-28 of Lukas 10,1-15.

 

Johannes Chrysostomos : Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen

 

H. Johannes Chrysostomus (ca. 345-407), bisschop van Antiochië, daarna van Constantinopel, Kerkleraar 
Homilie over het Evangelie van Matteus, nr. 54 
“Jij bent niet bedacht op wat God wil, maar slechts op wat de mensen willen”
  

chrysostom28.jpg

Johannes Chrysostomos

   Petrus beschouwde het lijden en de dood van Christus van een zuiver natuurlijk en menselijk gezichtspunt, en die dood leek hem onwaardig voor God, schaamtevol voor zijn heerlijkheid. Christus corrigeert hem en lijkt tegen hem te zeggen: “Nee hoor, het lijden en de dood zijn Mij niet onwaardig. De alledaagse ideeën verwarren en brengen je oordeel op een dwaalspoor. Laat elk menselijk idee achter je; luister naar mijn woorden vanuit het gezichtspunt van de plannen van mijn Vader, dan zul je begrijpen dat deze dood de enige is die past bij mijn heerlijkheid. Geloof je dat het een schande voor Mij is om te lijden? Weet dat het de wil van de duivel is dat Ik het heilsplan niet zal vervullen”…


      Dat niemand zich dus schaamt voor de tekenen van ons heil, welke zo waardig zijn om te vereren en te aanbidden; het kruis van Christus is de bron van al het goede. Door haar leven wij, worden wij omgevormd en gered. Laten we dus het kruis dragen als een kroon van heerlijkheid. Zij legt haar zegel op alles wat ons naar het heil brengt: wanneer wij omgevormd zijn door de wateren van de doop, staat daar het kruis op ons te wachten; wanneer we de heilige tafel naderen om het Lichaam en Bloed van Christus te ontvangen, dan is zij daar ook; wanneer we de handen leggen op de uitverkorenen van de Heer, dan is ze daar. Wat we ook doen, ze staat daar als teken van heerlijkheid voor ons. Daarom hangen we haar in onze huizen, op onze muren, boven onze deuren; wij tekenen haar op ons voorhoofd en op onze borst; wij dragen haar in ons hart. Want zij is het symbool van onze verlossing en onze bevrijding en van de oneindige barmhartigheid van onze Heer.
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

Het triodium van de Grote Vasten

Het triodium van de Grote Vasten

 

Liturgische bemerkingen

De maandag die volgt op de Zondag van de onthouding van melk is de eerste dag van de Grote Vasten. Gedurende 40 dagen nodigt de Kerk ons uit om ons voor te bereiden op de tijd van de Passie en de tijd van Pasen.

1 – DE  VASTEN

Men kan de vraag naar het vasten van voedsel negeren of het lichtzinnig opvatten. Nochtans heeft het vasten een daadwerkelijke  spirituele waarde. Want de vasten is een “zich beschikbaar stellen”  voor Christus en Zijn Woord. Maar men mag het  vasten niet  alleen beperken  tot het zich onthouden van voedsel. De vasten moet ons vooral helpen om onze daden , onze gedachten, onze woorden beter te controleren. Om onze aandacht meer te richten op de eisen van de Heer, om ons terug te brengen tot onze ware dimensies opdat onze naaste wordt verhoogd. De vasten is een “geheel” waarvan men de innerlijke en uiterlijke aspecten niet mag scheiden, maar waarvan de eerste de meest belangrijke zijn.

2 – DE EUCHARISTISCHE LITURGIEëN

A – In de week

Volgens ons gebruik zijn op de dagen dat er gevast wordt ( ’t is te zeggen alle dagen van de Vasten, uitgezonderd de zaterdag en de zondag) geen celebraties van de Goddelijke Liturgie en dit als teken van berouw. Om de gelovigen toch toe te staan om tot de heilige Communie te naderen, worden de heilige gaven zorgvuldig bewaard na de Liturgie van de Zondag en worden op woensdag en vrijdag aan de gelovigen uitgedeeld in wat wordt genoemd de Liturgie van de Voorafgewijde gaven, ’t is te zeggen, waar de Heilige Gaven  worden genut die vooraf werden geconsacreerd Deze Liturgie van de Voorafgewijde gaven, die in feite een vesperdienst is gevolgd  door de communie, bevat zelf geen eucharistische consecratie. Op zaterdag celebreert men de Goddelijke Liturgie van de Heilige Johannes Chrysostomos.

B – De Zondag

Gedurende de vasten viert men de liturgie van de Heilige Basilios de Grote in plaats van deze van de Heilige Johannes Chrysostomos.

Deze Liturgie wordt in onze Kerk tien maal per jaar gecelebreerd, en wel als volgt :

-De 5 eerste Zondagen van de Vasten

– Op Witte Donderdag, en Paaszaterdag

– Op de vooravond van kerstmis en van Epiphanie ( maar indien deze feesten vallen op een zondag of een maandag, dan zal de Liturgie van de Heilige Basilios plaats vinden op de dag zelf van het feest)

– de eerste januari, feest van de heilige Basilius

3 – DE GROTE COMPLETEN

Het is het laatste van de officies van de dag die men de maandag, de dinsdag, de woensdag en de donderdag van de Grote Vasten opzegt.

In dit officie leest men een groot  bijbels gebed van berouw, dit van Manasse, koning van Juda

4 – DE GROTE CANON VAN DE HEILIGE ANDREAS VAN CRETA

Het wordt in delen gelezen in de Grote completen, de maandag, de dinsdag, de woensdag en de donderdag van de eerste week van de Vasten, en integraal de woensdag avond van de vijfde week. Het is een groot  gedicht van 250 strofen, verdeeld in 9 odes.

5 – DE HYMNE VAN DE ACATHIST

Het is een lang gedicht van lofprijzing aan de heilige Maagd Maria, die 24 strofen bevat,  die gerangschikt zijn in alfabetische  orde en verdeeld in vier delen. De vier eerste vrijdagen van de vasten leest men er een deel in van de avond tijdens de completen. De vijfde vrijdag leest men gans de hymne. Het officie heet “acathist”, want men zingt het rechtstaand.(Letterlijk is het een hymne gedurende de zang waarin men niet zit)

In 626 bezetten de Avaren en de Perzen Constantinopel waarvan de Keizer Héraclitus was. De clerus en het volk zouden de ganse nacht in gebed hebben doorgebracht terwijl ze deze hymne aan de heilige Maagd zongen. En de stad werd gered. Men voegde daarbij de herinnering aan twee andere bevrijdingen van Constantinopel, wanneer de stad zich had te verdedigen tegen de Arabieren in 677 en 717. De auteur van de hymne zou voor de ene Patriarch Serge van Constantinopel geweest zijn, voor anderen dan weer zijn archivaris, Georges le Pisside.

6 – DE EERSTE ZATERDAG VAN DE VASTEN

Wij herdenken het mirakel van de kolivia van St. Théodoros de Rekruut, die stierf als martelaar in de 4e eeuw van ons tijdperk. Zie hier hoe het mirakel had plaatsgevonden : Julien de afvallige had het bevel gegeven om de producten die reeds aan de afgoden waren gegeven en verontreinigd waren door het bloed van de slachtoffers, op de markt te verkopen. De heilige martelaar verscheen aan de Patriarch van Constantinopel  Eudoxius om de chistenen te vermanen zich slechts te voeden met kolivia, korenharen gekookt in water en gekruid met suiker, en die we nog nuttigen wanneer wij een requiem celebreren