Endokimov Paul : Het heilige

Het heilige

 

De gewone omgangstaal gebruikt dikwijls de uitdrukkingen : de heilige wil, de heilige plicht, de heilige wet, een heilig man. In de loop van de semantische evolutie zal de term “heilig” zich losmaken  van haar wortels en een morele betekenis aannemen die ver  staat van haar initiele ontologische betekenis.

Voor alles, stelt het heilige zich boven de elementen van deze wereld en stelt zij het binnendringen vast van wat R.Otto het “ganz Andere” noemt, alsoluut anders, verschillend van deze wereld. De Bijbel geeft ons de juiste betekenis : God alleen is “ontos” – waarachtig in alles wat hij is, de Heilige; het schepsel is er in zekere zin van afgeleid; het heilige of de heilige is nooit zo door zijn eigen natuur, door zijn essentie, maar altijd door participatie. De term Qadosh, agios,sacer,sanctus, houdt een relatie in van totaal toebehoren aan God en postuleert een uitzondering. De act die heilige maakt ontneemt iets of een zijnde zijn empirische condities en plaatst hem in communio met het numineuze, dat wat hun natuur verandert en dat onmiddellijk aan de omgeving het mysterium tremendum doet ervaren, de heilige siddering voor de tegenwoordigheid van dit “numineuze”. Het is niet de schrik voor het onbekende, maar een zeer karakteristieke mystieke ontzetting die elke manifestatie van de transcenderende, zijn energetische uitstraling vergezeld doorheen de realiteiten van deze wereld : “ Vrees voor mij zal ik doen uitgaan. Alle volkeren die gij aantreft zal ik in paniek brengen” zegt God (EX.23,27; of nog :”Kom niet dichterbij en doe uw sandalen uit, want de plaats waar gij staat is heilige grond” (Ex,3,5).

Het is onder de onechte elementen van deze wereld, de ontstellende intrede van een “onschuldige” realiteit, want geheiligd, wat betekent gereinigd en teruggebracht tot zijn  originele staat, tot zijn authentisch  noodlot :  de  zuivere verzamelplaats van een aanwezigheid, opdat het heilige van God erin ruste en uitstraalt. Immers, “deze plaats is heilige” door de aanwezigheid van God, zoals dat gedeelte van de Tempel  heilig was dat de ark van het Verbond bevatte, zoals de “Heilige schriften” het  zijn, want zij bevatten de aanwezigheid van Christus in zijn woord, zoals gans de Kerk heilig is, want God verblijft er en maakt het tot “Huis van God”, hij spreekt er en geeft het zijn voedsel. De “Vredeskus”, tijdens de  liturgische synaxis werd “heilig” genoemd want  het bezegelde de communio met de aanwezige Christus. De engelen, “tweede lichten” zijn heilig want zij leven in het licht van God en stralen het uit. De profeten, de apostelen, “de heiligen van Jeruzalem” zijn heilig door de charismen van hun dienstverlening. Het is door een “uitverkiezing” dat Israël het ethnos agion, een “heilige natie” was; en in de economie van het Nieuwe Israël wordt elke gedoopte  “gezalfde”, gezalfd met de gaven van de heilige Geest; deze gaven integreren hem in Christus opdat hij zou “participeren aan de natuur van God” (IIPetrus 1,4), en door deze deelname, wordt hij heilig , heiligt hij zich. De bisschoppen onder hen kennen zich de titel toe van sanctus frater,  en een patriarch draagt de titel “zijne heiligheid”, niet krachtens zijn menselijke realiteit, maar door zijn bijzondere deelname aan het priesterschap van Christus, enige opperpriester, alleen heilig.

De liturgie brengt ons een zeer uitdrukkelijke lering over deze notie. Voordat hij het eucharistisch maal offert, zegt de priester : “het heilige voor de heiligen” en de verzamelde gelovigen, alsof gegrepen door deze ontzagwekkende eis, antwoord door zijn onwaardigheid te belijden : Tu solus sanctus, Alleen de Heer Jezus Christus is heilig”. De enige, de unieke Heilige door zijn natuur is Christus, zijn leden zijn slechts heilig door het participatie aan deze unieke heiligheid. “Uw licht weerkaatst op de gezichten van uw heiligen” zingt de Kerk. “Christus heeft zijn Kerk liefgehad…opdat zij heilig zou zijn” (Ef.5,25-27), en “de gelovigen worden  heiligen genoemd omwille van de heilige dingen waaraan  zij deelhebben”legt Nicolas Cabasilas uit. Jesaja (6,5-6) geeft er een zeer nauwkeurige beschrijving van : “Ik ben een mens wiens lippen onzuiver zijn…maar één van de serafijnen vloog naar mij toe met in de hand een brandende kool die hij van het altaar had genomen met  een tang…en hij raakte mijn mond aan en zegt : dit heeft uw lippen aangeraakt, uw ongerechtigheid is weggenomen” De mens is  heilig geworden door zuivering, want de machten van daarboven hebben hem aangeraakt. De priester “herdenkt” dit visioen van  Jesaja : hij kust de rand van de kelk, symbool van de doorstoken zijde van Christus zeggend : Dit heeft mijn lippen aangeraakt, neem mijn ongerechtigheden  weg en zuiver mij van mijn zonden” De lepel waarmee de priester zich bediend om de heilige gaven te geven noemt in het grieks “lavis”, pincet, waarvan ook Jesaja spreekt, en de spirituelen,  die de eucharistie voor de geest halen, zeggen : “Gij nuttigt het vuur”

Uit deze unieke goddelijke bron vloeit, door participatie, de liturgische heiliging voort welke alle daden van het menselijk leven  integreren volgens hun daadwerkelijke bestemming.

De mens  geraakt er aan gewend om te leven in de wereld van God, in de diepten  waarin hij een paradijselijke toekomst kan waarnemen; het universum wordt opgebouwd in de cosmische liturgie, als tempel van de glorie van God. Dit doet ons begrijpen dat alles virtueel heilig is en dat er niets profaan is,  niets neutraal, want alles is op God gericht  ( het  liturgisch “gedenken” betekent zich op God richten, alles terugbrengen in de herinnering, tot  gedachtenis van God). Niettemin, naast het heilige vormt zich zijn karikatuur, de bedenkelijke deelname aan de “Prins van  de duisternis, aan de demoon.Het is daarom dat de heilige Gregorius van Nyssa categoriek  simpel weg het menselijke en het zuivere profane als onbestaand beschouwt. Ofwel is de mens  de “engel van het licht”, de icoon van God, zijn gelijkenis, of hij draagt het masker van het beest en  speelt hij voor aap.

De liturgie gewijd aan de taal van het heilige, introduceert in de wereld symbolen. Een symbool ( een kruis, een icoon, een tempel) vertegenwoordigt een deelnam aan het hemelse, zelfs in haar  uiterlijke materiële verschijning. Echter, een fragment van de tijd of het heelal wordt een hiërofanie, een  verzamelplaats  voor het heilige, en dit, zonder dat er iets verandert voor de fysieke ogen die blijven deelnemen aan de empirische omgeving. Maar tussen het heilige en zijn materiële drager, bestaat er een ontologische communio ( tussen de materie van de sacramenten of het menselijk zijn enerzijds, en de energieën van de genade van het andere anderzijds).  In het uiterste geval, de communie gaat over tot een consubstantialiteit en een totaal metabolisme : het brood en de eucharistische wijn betekenen noch symboliseren het lichaam en bloed , maar zij zijn het. Dit is het mirakel van de “identiteit door de genade” waarvan de heilige Maxim spreekt; de heilige Arsenius verscheen aan zijn leerlingen, onder de vorm van vuur, licht-mens :  hij ving het niet alleen op, hij bracht het voort. Maar voor deze beperkte gevallen zegt het woord van het evangelie : “Wie oren heeft om te horen hij hore”.

 

UitL’Art de l’icone’- Paul Evdokimov – pp.105-108

Vertaling : Kris Biesbroeck

 

Avonddienst van de grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper

Byzantijnse liturgie 
Avonddienst van de Grote Vespers voor het geboortefeest van Johannes de Doper 

Johannes de doper synaxis 7 januari.jpg

Johannes de Doper

“Hij sprak, en zegende God”
Door zijn geboorte, bracht Johannes
Een einde aan de stilte van Zacharias:
Voortaan kon hij niet meer zwijgen 
Hij die de roepende Stem in de woestijn voortbracht (Mt3,3)
en verkondigde van te voren de komst van Christus.
Maar omdat de ongelovigheid over hem 
eerst de tong zijn vader vastbond, 
gaf zijn openbaring hem de vrijheid terug;
zo werd hij aangekondigd en vervolgens gebaard
de Stem van het Woord, de Voorloper van de Helderheid, 
die de Voorspreker is van onze zielen.
Op die dag maakt de Stem van het Woord 
de vaderlijke stem vrij, die vastgebonden was door zijn gebrek aan geloof; 
zij toont de vruchtbaarheid van de Kerk, 
en maakt een einde aan haar moederlijke steriliteit.
Voor het licht gaat de kandelaar uit, 
dit is de weerschijn van de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) 
de straal verkondigt zijn komst voor het universele herstel 
en het heil van onze zielen.
Hier komt uit een steriele schoot 
de Boodschapper van het goddelijk Woord
die zelf geboren moest worden uit een maagdelijke schoot, 
van alle kinderen uit vrouwen geboren de grootste (Mt 11,11), 
de Profeet heeft geen gelijke; 
want de goddelijke dingen hebben een wonderbaarlijk begin nodig, 
of dat nu vruchtbaarheid op hoge leeftijd is (Lc 1,7) 
of dat de bevruchting zonder zaad plaatsvindt.
God die wonderen doet omwille van ons heil, eer aan U…
Universele apostel
Aangekondigd door Gabriel (Lc 1,36),
Verwerper van steriliteit en mooiste bloem in de woestijn
Vriend van de Bruidegom (Joh 3,29),
Profeet waardig om bejubeld te worden,
Bid Jezus om zich over onze zielen te ontfermen. 
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Heilige Sabas van Servië

Heiligenleven

 

De heilige Sava van Servië

 

 

 

Sabas_von_Serbien12.jpg

Heilige Sabas van Servië

 

 

 

De heilige Sabbas, de eerste aartsbisschop van Servië. Hij was de zoon van de Servische vorst Stefan en diens griekse vrouw. De in 1169 geboren Rastko was al vroeg een bijzonder ernstig kind, dat zich bezig hield met de zaken van het geestelijk leven. Toen zijn ouders hem op 16 jarige leeftijd wilden uithuwelijken, vluchtte hij samen met een bevriende monnik naar de Athos die toen juist bekend begon te worden als monnikenhuis. Hij werd opgenomen in het Russische klooster Panteleimon. Een uit Servië gekomen delegatie liet hij vorstelijk onthalen, en toen na de maaltijd allen sliepen, sloot hij zich met een oude monnik in de vestingstoren en legde in diens handen de geloften af. Zijn wereldse kleding en zijn afgeknipt  hoofdhaar wierp hij vanuit de toren naar de bezoekers om ze mee te nemen als een getuigenis voor zijn vader.

Sava begon een stregn monniksleven en verhuisde later naar het Watopediklooster waar hij zich beter thuisvoelde. Maar toen hij de kluizenaars bezocht, die in de grotten van de steile bergflank woonden, verlangde hij ernaar daarheen te trekken. Hij kreeg echter te horen dat hij zich eerst in het gemeenschappelijk leven moest oefenen.

Enige tijd later zonden zijn ouders grote geschenken naar Watopedi het het verzoek dat Sava hen zou komen opzoeken. Deze schreef echter terug dat hij hen omwille van Christus had verlaten en hij raadde zijn vader aan hetzelfde te doen als hij hem nog tijdens dit leven wenste terug te zien. Sava had dit met zoveel overtuigingskracht onder woorden gebracht dat zijn vader diep onder de indruk kwam. Zijn beide ouders legden de monniksgelofte af : vorst Stefan werd de monnik Simeon, zijn moeder Anna werd monachina Anastasia. Simeon leefde eerst in Servië, in het klooster van studenitsa ; later vertrok hij met veel geschenken naar de Athos. Hij woonde bij zijn zoon in Watopedi en zij verwierven het vervallen klooster Chilandari, dat door hen in 1199 werd opgebouwd tot het nu nog bestaande Servische klooster. Spoedig daarna stierf Simeon als een Heilige.

Op verzoek van de andere zoon, die nu vorst Stefan is, begeleidde Sava het lichaam van de gestorvene naar Servië, waar het een vereerde rustplaats vond in Studenitsa. Op aandringen van Stefan bleef Sava in Servië en bouwde een kathedraal in Zjitsja. Dat duurde nog tot 1216, maar daarna keerde sava terug naar zijn kluis bij Karyes op de Athos.

In 1219 ging hij de patriarch opzoeken in Nicea (Constantinopel was in handen van de Kruisvaarders) en vroeg om een aartsbisdom voor Servië. Toen de patriarch Sava daarvoor wilde wijden, stemde deze toe op voorwaarde dat dit aartsbisdom dan onafhankelijk zou zijn, zodat de gang van zaken niet te lijden zou hebben door de moeilijke en gevaarlijke verbindingen met de patriarchale troon. Onder diplomatieke druk gaf de patriarch hiervoor zijn zegen.

Sava berok het reeds gebouwde bisschoppenverblijf in Zjitsja en wijdde al spoedig twaalf van zijn monniken tot bisschop. Toen hij zo een eigen bisschopssynode had opgericht stelde hij voor om Servië tot een koninkrijk te verheffen. Zijn broer Stefan werd tot eerste koning van Servië gewijd. Deze Stefan vroeg op zijn sterfbed om de monnikswijding, omdat hij alleen maar uit gehoorzaamheid koning geworden was(1223).

Op het einde van zijn leven ging Sava op bedevaart naar Jeruzalem. Zijn krachten schoten tekort en op de terugweg stierf hij in Bulgarije, in 1237. Hij werd daar begraven maar zijn relieken werden later naar Servië overgebracht als bron van kracht voor het gehele volk. En al werden deze in 1594 door de Turken verbrand als straf na een opstand, de heilige Sava blijft in het bewustzijn van het volk voortleven als een grote heilige Verlichter van Servië.²

TROPARION

Aan uw volk hebt gij de weg geleerd die naar het werkelijke leven voert, heilige aartsbisschop Sabbas. Gij hebt uw land herboren doen worden door de Heilige Geest en zijn kinderen gemaakt tot olijfbomen in het paradijs. Bid voor ons die u vereren, tot Christus onze God, om de grote genade

KONDAKION

Als de grootste en opperste Bisschop en deelgenoot van de Apostelen vereert uw volk u, eerbiedwaardige Vader. En omdat gij gehoor bij Christus vindt, smeek dat Hij ons verlost uit alle nood, nu wij met liefde tot u roepen : verheug u, in God wijze vader Sabbas.

 

Uit : heiligenlevens voor elke dag – Uitg. Orth. Klooster Den Haag

 

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

Gebed van de heilige Silouan de Athoniet

 

 

silouan de Athoniet foto.jpg

 

Barmhartige God, vergeef mij.

Gij ziet hoe mijn ziel

 Tot U, mijn Schepper, aangetrokken wordt.

Gij hebt mijn ziel geraakt door Uw liefde en zij dorst naar U;

Haar verlangen is oneindig

En onverzadigbaar, dag en nacht, strekt zij zich naar U uit

En zij wil deze, wereld niet meer zien. Toch heb ik de wereld lief

Maar boven alles heb ik mijn Schepper lief;

Naar U verlangt mijn ziel.

 

Mijn Schepper, waarom heb ik, Uw kleine schepsel,

U zo dikwijls bedroefd ?

Maar Gij zijt mijn zonden niet indachtig geweest.

 

Silouan de Athoniet

(Uit : De heilige Silouan sz Athoniet door Archimandriet Sophrony – uitg Orthodox Logos)

 

Hippolytus van Rome : In Hem vind ik vreugde

Homilie toegekend aan Hyppolytus van Rome (?- ca. 235) priester en martelaar Homilie uit de 4e eeuw voor het feet van Epifanie, de heilige Theofanie ; PG 10, 852

 

 

 

Hippolytus van Rome romeins martelaar.jpg

Hippolytus van Rome

 

 

“In Hem vind Ik vreugde”

 

Christus, de schepper van alle dingen, is neergedaald als de regen, Hij laat zich kennen als een bron, en verspreidt zich als een rivier (Hos 6,3; Joh 4,14; 7,38) en zie Hem nu gedoopt worden in de Jordaan… De ongrijpbare Bron, die het leven voor alle mensen laat opborrelen en die geen einde heeft, werd verborgen door arme en vergankelijke wateren. Degene die overal aanwezig is, die nergens afwezig is, Degene die ongrijpbaar is door de engelen en onzichtbaar voor de mensen, komt vrijwillig naar de doop… “En zie hoe de hemelen zich openden, en een stem die sprak: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in Hem vind Ik vreugde.” De Beminde verwekt de liefde, en het onzichtbare licht verwekt “het ontoegankelijke licht” (1 Tm 6,16). “Dit is mijn geliefde Zoon”… In de ark van Noach toonde de duif de liefde van God voor de mensen (Gn 8,11). Nu daalt de Heilige Geest onder deze gedaante neer, gelijk aan die welke een olijftwijgje heeft gebracht, en rust boven Hem van wie Hij getuige aflegt. Waarom? Omdat men met zekerheid weet dat het de stem van de Vader is…: “De stem van de Heer boven de wateren, de God vol majesteit doet de donder rollen, de Heer boven de wijde wateren” (Ps 29,3). Wat zegt deze stem? “Dit is mijn geliefde Zoon; in Hem heb ik al mijn liefde gelegd.” Hij wordt de zoon van Jozef genoemd, en Hij is mijn eniggeboren Zoon naar zijn goddelijk wezen. “Dit is mijn geliefde Zoon”, Hij heeft honger en Hij voedt een onmetelijke menigte, Hij lijdt en Hij verlicht hen die lijden. Hij kan nergens zijn hoofd te rusten leggen en Hij draagt alles in zijn hand, Hij lijdt en geneest het lijden. Men slaat Hem maar Hij schenkt de vrijheid aan de wereld, men doorsteekt zijn zijde, maar Hij herstelt de zijde van Adam.

 

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org