De heilige Theodosius de Grote

Heiligenleven

 

De heilige Theodosius de Grote

 

 

Theodosius de Grote1.jpg

Theodosius de Grote

 

De heilige Theodosius de Grote, de eerste Cenobiet. Als jongeman trok hij weg uit Cappadocië op bedevaart naar het Heilig Land, en ook om de beroemde woestijnvaders in Syrië te bezoeken. Zo kwam hij bij de heilige Semeon de Styliet, de Zuilbewoner, in de streek van Antiochië. Deze voorzegde hem dat  hij aan het hoofd van veel kloosters zou komen te staan om veel zielen aan de macht van de duivel te ontrukken. Theodosius geloofde daar niet in, want  heel zijn verlangen ging uit naar een geestelijk leven in volkomen eenzaamheid. Na een periode van opleiding leefde hij inderdaad geheel alleen in een grot bij een kleine oase, waar enkele dadelpalmen groeiden en waar wat groenten kon worden gekweekt. Bij de schaarse contacten met bezoekers bleek echter dat hij de gave van geestelijke leiding bezat, en toen hij, na lang aandringen van hun zijde, eenmaal enkelen van hen als leerling had aanvaard, was de toevloed van nieuwe zoekenden niet meer tegen te houden. Er ontstond een grote gemeenschap waarvoor Theodosius een kerk moest bouwen, verschillende monnikshuizen, een hospitaal en een groot gastenhuis. Zo ontstond het eerste klooster dat werd ingericht volgens de ideeën van de heilige Basilios, waarbij werd uitgegaan van een gemeenschappelijk leven. God zegende zichtbaar deze levenswijze, want hoewel de toekomst er vaak dreigend uitzag door de armoede van de grond die niet in staat was te voorzien in de behoeften van zulk een menigte broeders, nog vermeerderd door grote aantallen armen en pelgrims, werd het dreigend gebrek telkens weer afgewend door de gebeden van de heilige, waardoor de voorraden vaak op wonderbare wijze werden aangevuld. Veel monniken uit zijn klooster werden ook gekozen als bisschop, of als abten van andere kloosters, zodat de voorspelling van de heilige Simeon letterlijk in vervulling ging. Door dit alles werd Theodosius een man van gezag, ook op kerkelijk terrein, en speelde hij ook een beslissende rol in de strijd tegen de ketterijen van Eutyches en de Monofisieten. Daarom werd hij ook deer de keizer in ballingschap gezonden, maar deze gedwongen ontberingen konden zijn  lichaam niet breken dat door zoveel vrijwillige askese was gehard. Hij stierf, 105 jaar oud, in 529 en werd met grote eerbied begraven in de grot waarin hij zo lang had geleefd.

Uit: Heiligenleven voor elke dag. Uitg.Orthodox klooster Den Haag

 

36e zondag na Pinksteren, 19e na de Kruisverheffing

36e zondag na Pinksteren, 19e na de Kruisverheffing

“Het geloof van de Kananese”

kananese vrouw.jpg

 

LEZINGEN :

2 Kor.6,16-7,1:

Is er enig verband tussen de tempel van God en de afgoden? Wij zijn de tempel van de levende God. God heeft zelf gezegd: Ik zal onder hen wonen en met hen omgaan. Ik zal hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. Daarom, ga weg uit hun midden en houd u ver van hen, zegt de Heer, en raak niets aan wat onrein is. Dan zal Ik u genadig aannemen.  Ik zal voor u een vader zijn en u zult voor mij zonen en dochters zijn, zegt de Heer, de Albeheerser.

Zulke beloften zijn ons gedaan, geliefden; laten wij ons dus zuiveren van elke smet naar lichaam en geest, en vol ontzag voor God onze heiliging voltooien

 

EVANGELIE : Matth.15,21-28

Jezus en een Kananese vrouw
      Jezus ging daar weg en nam de wijk naar het gebied van Tyrus en Sidon.  En kijk, een Kananese vrouw uit die streek kwam naar buiten en riep: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David. Mijn dochter is vreselijk bezeten.’  Maar Hij gaf haar niet eens antwoord. Zijn leerlingen kwamen naar Hem toe en vroegen Hem: ‘Stuur haar weg, want ze roept ons achterna.’  Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gestuurd naar de verloren schapen van het huis van Israël.’  Maar zij kwam naar Hem toe en knielde voor Hem neer en zei: ‘Heer, help me.’  Hij gaf haar ten antwoord: ‘Het is niet goed het brood van de kinderen te nemen en het aan de hondjes te geven.’  Maar zij zei: ‘Juist, Heer, want wat de hondjes eten, zijn de kruimels die van de tafel van hun baas vallen.’  Toen gaf Jezus haar ten antwoord: ‘Vrouw, groot is uw vertrouwen. Moge het u vergaan zoals u wenst.’ En haar dochter was vanaf dat moment genezen

Als gij in de woestijn niet van dorst wilt omkomen, laaf u dan aan de liefde

Als gij in de woestijn niet van dorst wilt omkomen, laaf u dan aan de liefde

————–

Augustinus

 

 

Augustinus164.jpg

 

Deze wereld is voor alle gelovigen die verlangen naar het vaderland, wat de woestijn was voor het volk van Israël. Het joodse volk doolde rond op zoek naar het vaderland, maar onder Gods leiding kon het onmogelijk verdwalen. Het bevel van God zelf was de weg voor de joden. Hoewel hun omzwervingen veertig volle jaren duurden, waren de echte halteplaatsen op hun tocht niet erg talrijk, zoals gij allen weet. Hun reis verliep zo traag omdat zij door God op de proef werden gesteld, niet omdat Hij ze in de steek liet.

Zoals de Schrift zegt en wij u al zo dikwijls voorgehouden hebben, belooft God ons een onuitsprekelijke heerlijkheid en een geluk “dat geen oog gezien heeft, geen oor heeft gehoord en in geen mensengeest is opgekomen”. Wij worden echter bedroefd door de pijn van dit leven en trekken lering uit de bekoringen van het huidige bestaan. Maar indien gij in deze woestijn niet van dorst wilt omkomen, laaf u dan aan de liefde. Dat is de bron die de Heer ons op aarde heeft willen schenken, om te verhinderen dat wij onderweg zouden bezwijken. Natuurlijk zullen wij er ons nog veel rijkelijker aan laven later in het vaderland zelf.

Zojuist werd u het evangelie voorgelezen. Gingen de woorden of tenminste de laatste woorden van deze passage van het evangelie over iets anders dan over de liefde ? Daar stond dat wij met onze God in het gebed een overeenkomst gesloten hebben : als wij willen dat God ons onze zonden vergeeft, moeten ook wij de zonden vergeven die anderen tegen ons bedreven hebben. Alleen de liefde echter kan vergeven. Neem de liefde weg uit uw hart en er blijft niets over dan haat die van geen vergeven weet. Laat er liefde in uw hart zijn : zij vergeeft zonder zich veel zorgen te maken en zij kent geen kleingeestigheid.

De eerste brief van Johannes is feitelijk niets anders dan één lange aanbeveling van de liefde. Wij zijn niet bang dat de liefde vervelend wordt, al komen wij er nog zo dikwijls op terug. Hoe zou er immers nog sprake kunnen zijn van liefde, als zij gaat tegenstaan ? Wanneer het precies door de liefde is dat wij op de juiste wijze van al het overige houden, dan moet zijzelf toch erg beminnenswaard zijn. Indien de liefde nooit uit ons hart mag verdwijnen, mogen wij evenmin ooit ophouden over haar te spreken.

Uit : “Eenheid in liefde” Augustinus preken over de brief van Johannes – vertaald door TJ van Bavel. P117-118

 

Basilios : Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden

 

H. Basilius (ca. 330-379), monnik en bisschop van de Caesarea in Kappadocië, Kerkleraar 
Homilie over de heilige generatie van Christus, 2.6 ; PG 31, 1459v 
“Aan allen, die Hem ontvingen, gaf Hij de macht om Gods kinderen te worden”
    

Basilios 3.jpg

Basilios

God op aarde, God onder de mensen! Deze keer verkondigt Hij niet met bliksem, bij trompetgeschal, op een rokende berg, in de duisternis van een verschrikkelijke storm (Ex 19,16v), maar Hij toont zich op een zachtaardige en vredige wijze in een menselijk lichaam, aan de mensheid, God in het lichaam!… Hoe kan de Godheid in het lichaam wonen? Zoals het vuur in het ijzer woont, niet door de plaats waar het brandt te verlaten, maar door in contact te blijven. Het vuur werpt zich immers niet op het ijzer, maar blijft op zijn plaats, Hij deelt zijn kracht met hem. Daarin wordt hij niet verminderd, maar hij vult het hele ijzer met wie hij in contact staat. Zo gaat ook God, het Woord, die “onder ons woont”, niet uit zichzelf. “Het Woord dat is vlees geworden” ondergaat geen verandering: de hemel is niet ontledigd van hetgeen hij bevatte, en toch heeft de aarde in haar schoot Degene ontvangen, die in de hemel is.
      Dring tot dat mysterie door: God is in het lichaam om de dood, die zich erin verborgen houdt, te doden… “Gods genade is openbaar geworden tot redding van alle mensen” (Tit 2,11), toen “de Zon der Gerechtigheid opging” (Ml 3,20), “is de dood opgeslokt en overwonnen” (1Kor 15,54) omdat ze niet samen kon bestaan met het ware leven. O diepte van de goedheid en van de liefde van God voor de mensen! Laten we met de herders glorie brengen, laten we met het engelenkoor dansen, want “vandaag is de Redder geboren. Hij is de Messias, de Heer” (Lc 2, 11-12).
      “God de Heer verlicht ons” (Ps 118,27), niet in zijn gedaante van God, om onze zwakheid niet te verstikken, maar in de gedaante van dienaar, om vrijheid te verlenen aan hen die veroordeeld waren tot dienstbaarheid. Wie heeft zo’n ingeslapen hart en is zo onverschillig, dat hij er zich niet over verheugt, jubelt van blijdschap en straalt van vreugde ten aanzien van deze gebeurtenis? Het is een gemeenschappelijk feest voor heel de schepping. Allen moeten er aan bijdragen, niemand mag zich ondankbaar tonen. Laten ook wij onze stem verheffen om onze blijdschap uit te zingen!
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

 

De heilige Drie HiËRARCHEN

Heiligenleven

De heilige Drie Hiërarchen

 

 

drie hiërarchen.jpg

 

 

De heilige Drie Hiërarchen is een synax, een gemeenschappelijke viering van de gedachtenis van de heilige Basilios de Grote, Gregorius de Theoloog en Johannes Chrysostomos.

Onder het volk van Constantinopel hadden zich verschillende partijen gevormd die zich zozeer opwonden over devraag wie van deze drie Heiligen wel de grootste zou zijn, dat er vechtpartijen van kwamen.

Metropoliet Joannes, die zich daarover zeer verontrustte, had een droom waarin deze heiligen hem verschenen en meedeelden dat elk van hen eer bezat bij God. In 1084 stelde hij daarom deze gemeenschappelijke feestdag in, waardoor de rust in de stad werd hersteld.

Uit: heiligenleven voor elke dag – uitg.Orth.klooster Den haag

 

34e zondag na Pinksteren, 17e na de Kruisverheffing

34e zondag na Pinksteren,17e na de Kruisverheffing

“De rijke jongeling

 

rijke jongeling.jpg

Lezingen :

 

Kol.3,12-16

 

Bekleed u, als Gods heilige en geliefde uitverkorenen, met tedere ontferming, goedheid, nederigheid, zachtheid en geduld. Verdraag elkaar en vergeef elkaar als de een tegen de ander een grief heeft. Zoals de Heer u vergeven heeft, zo moet ook u vergeven.  Voeg bij dit alles de liefde, die de band van de volmaaktheid is.  En laat de vrede van Christus heersen in uw hart; daartoe bent u immers geroepen, als ledematen van één lichaam. En wees dankbaar.  Laat het woord van Christus in volle rijkdom onder u wonen. Leer en vermaan elkaar met alle wijsheid. Zing voor God met een dankbaar hart psalmen, hymnen en geestelijke liederen.

Evangelie :

Lucas 18,18-27 :

Gesprek met een rijke
      Een aanzienlijk man stelde Hem deze vraag: ‘Goede meester, wat moet ik doen om deel te krijgen aan het eeuwig leven?’  Jezus zei tegen hem: ‘Waarom noemt u Mij goed? Niemand is goed, alleen God.  De geboden kent u: geen echtbreuk plegen, niet doden, niet stelen, niet vals getuigen, en uw vader en uw moeder eren.’  ‘Aan dat alles heb ik mij van jongs af gehouden’, zei de man.  ‘Dan rest u nog één ding’, zei Jezus tegen hem. ‘Verkoop alles wat u hebt, deel het uit aan de armen, en u hebt een schat in de hemel. Kom dan terug om Mij te volgen.’ Toen hij dit hoorde werd hij diep bedroefd, want hij was buitengewoon rijk. Toen Jezus zag dat hij diep bedroefd werd, zei Hij: ‘Wat is het voor mensen met geld toch moeilijk om het koninkrijk van God binnen te komen. Een kameel komt gemakkelijker door het oog van een naald dan een rijke in het koninkrijk van God.’ ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ vroegen de toehoorders.  Hij zei: ‘Wat menselijk gezien onmogelijk is, is mogelijk dankzij God.’