Ignatius van Antiochië : Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan in vrede naar uw woord

 

Ignatius van Antioche (?-rond110), bisschop en martelaar 
Brief aan de Romeinen, 5-7 
“Nu laat Gij, o Heer, uw dienaar gaan in vrede naar uw woord”
    
 

Ignatius van Antiochië12.jpg

Ignatios van Antiochië

Vandaag word ik leerling. Geen enkel schepsel, zichtbaar of onzichtbaar, belemmert me om me bij Jezus Christus aan te sluiten… Zelfs als de wreedste verzoeken me terneerdrukken, dan wil ik slechts Jezus Christus bereiken. Wat zouden de zoetheden van deze wereld en de keizerrijken van de aarde, me kunnen schelen? Het is mooier om te sterven voor Jezus Christus dan te heersen over de gehele wereld. Hem zoek ik, Hij die gestorven is voor ons; naar Hem verlang ik, Hij die voor ons verrezen is.
      Mijn geboorte komt dichterbij… Laat mij het hele zuivere licht omhelzen. Als ik daarin zal slagen dan ben ik man geworden. Aanvaard dat ik het lijden van mijn God navolg… Mijn aardse verlangen werd gekruisigd, en in mij is niet meer het vuur om de materie lief te hebben, maar een “levend water” (Joh 7,38), dat ruist en fluistert in mijn hart: “Kom naar de Vader.” Ik kan het vergankelijke voedsel of de zoetheid van dit leven niet meer proeven. Ik heb honger naar het brood van God, het lichaam van Jezus Christus, zoon van David, en als drank wil ik zijn bloed welke de onvergankelijke liefde is.

 

Olivier Clément : Martelaarschap en verrijzenis

Martelaarschap en verrijzenis

 

Olivier Clément

 

Martelaarschap betekent getuigen. Maar getuigen van Christus op het vlak van de dood betekent iemand worden die opnieuw moet verrijzen. Christelijk martelaarschap is een mystieke ervaring, de eerste getuige in de geschiedenis van het christendom. Het werd in het begin van de geschiedenis opgeschreven in verband met het martelaarschap van Stephanus de “protomartelaar”, in de handelingen der Apostelen : “Maar hij, vol van de Heilige geest,sloeg de ogen ten hemel en zag de heerlijkheid Gods en Jezus, staande aan de rechterhand Gods”…. Dan voerden zij hem buiten de stad en stenigden hem, en terwijl hij werd gestenigd, bad Stephanus “ Heer Jezus, ontvang mijn Geest. En op de knieën vallend riep hij met luide stem : Heer, reken hen deze zonde niet aan. En toen hij dit zei, sliep hij in (Hand.7,55-60). Een glorievolle visie   ….gebed voor de vervolgers…. Als de geschiedenis rond is en een ander getuige tot de dood gebracht wordt, “openen zich de hemelen” en staat het de liefdes-energieën toe om hun intrede te doen in de wereld.

 

Martelaarschap was de eerste vorm van heiligheid om in de Kerk vereerd te worden. En wanneer er niet langer martelaren in het bloed waren, kwamen de martelaren in de ascese, de monniken in de plaats. Van de monniken komt het gezegde ,dat de betekenis van het martelaarschap uitdrukt : “Geef je bloed en ontvang de Geest”. Het martelaarschap is het antwoord.

 

Een martelaar kan op het eerste gezicht een man of vrouw zijn. Maar wanneer ze verpletterd worden door het lijden, worden ze gelijk aan de gekruisigde Christus, en de macht van de verrijzenis krijgt vat op hen. In een direct relaas, zonder enige verfraaiing geschreven , in het begin van de 3e eeuw, zien wij een jonge christelijke vrouw in de gevangenis de geboorte van haar kind bewenen (als een zwangere vrouw was aangehouden werd ze pas ter dood gebracht na de geboorte van haar kind). De gevangnisbewaarder schimpte op haar, maar Felicitas legde hem op zachte toon uit dat op het moment van het martelaarschap een ander zal lijden in haar. Haar vriendin Perpetua voelde niets toe zij werd bedreigd door wilde stieren. Zij werd kortstondig gespaard, voordat zij uit de “extase van de Geest” kwam, alsof zij ontwaakte uit een diepe slaap. En de martelaars, vooraleer samen de dood tegemoet te gaan, geven elkaar de vredeskus, zoals tijdens de eucharistische liturgie. Voor de authentische christen bestaat de dood niet. Hij werpt zichzelf voor de verrezen Christus. In Hem is de dood een vieren van het leven.

 

Felicitas was acht maanden zwanger toe ze werd gearresteerd…Haar  barensweeên kwamen op. Zij leed veel en kreunde. Eén van de cipiers zij tot haar, “Als als je al huilt voor dit, wat zal je doen als je voor de wilde dieren geworpen zal worden ?… Felicitas antwoordde hem, “Dan zal er een ander in mij zijn die wil lijden voor mij want het is voor Hem dat ik zal lijden”…

 

Perpetua werd bij een razende stier geworpen. Zij viel op haar rug. Vanaf het ogenblik dat ze kon , zat ze weer recht… zij stak haar haar, dat was losgekomen,  weer op. Een martelaar kan niet sterven met slordig haar, uit vrees dat ze eruit zou zien alsof ze in rouw is, en dit kan niet op deze dag van glorie. Dan stelde ze zich recht en richtte zich tot Felicitas die blijkbaar ingestort was. Zij ging tot haar, gaf haar de hand en hielp haar terug rechtop. Toen zij hen recht zagen staan, luwde de woede van het volk. De martelaars werden weggenomen doorheen de poort der levenden.

 

Daar werd Perpetua verwelkomt bij een catechumeen, Rusticus, die haar zeer genegen was. Zij scheen ontwaakt te zijn uit een slaap, zo lang had haar extase geduurd. Zij keek rondom haar en vroeg “ Wanneer zullen wij overgeleverd worden aan de stieren ?” Toen ze haar hadden verteld dat dit reeds gebeurd was, kon zij het niet geloven, en weigerde de evidentie ervan te aanvaarden totdat zij op haar kleding en haar lichaam de sporen zou zien van de beproeving. Dan riep ze haar broer en de catechumeen. Zij zei hen “Blijf standvastig in uw geloof, heb elkander lief. Laat ons lijden geen subject worden van ergernis voor u…”

 

Het volk vroeg dat de gewonden terug zouden gebracht worden in de arena, zodat zij het plezier zouden mogen ervaren van het zwaard dat de levende lichamen zou doorboren… De martelaars kwamen naar de plaats dat het volk wou. Zij gaven elkander een vredeskus om hun martelaarschap te vervolmaken, dit in overeenstemming met de ritus van het geloof. Allen bleven beweegloos tot de fatale klap.

(Matyrdom of Felicity and Perpetua, in the year 203, at Carthage, – Kopf-Krüger, pp.35-44)

 

Het bloed van de martelaren wordt geïdentificeerd met dat van Golgotha, en zo met de eucharistie wat de onthulling van de eeuwigheid inhoudt. De martelaar  wordt Eucharistie, wordt Christus. Dat is de reden waarom de relieken van de martelaars worden beschouwd als deel van de glorierijke kosmos, van de “wereld die komt”, en worden ingebouwd in de altaren waarop de eucharistie wordt gecelebreerd.

 

O gezegende martelaren, menselijke druiventrossen in Gods wijngaard,uw wijn onthult de Kerk… Wanneer heiligen zich klaar maken voor het banket van het lijden, drinken zij de drank die vergoten is op Golgotha en zo dringen zij binnen in de mysteries van Gods huis. Zo zingen wij , “Geprezen zij Christus die de martelaren  overstelpt met het bloed van Zijn zijde”.

Rabulas of Edessa, Hymn to the Martyrs (Bickell II,p.262

 

In de volgende passage van de brief, geschreven door Ignatios van Antiochië  aan de christenen van Rome – werd de bisschop van Antiochië naar de hoofdstad van het Keizerrijk geleid voor een plechtige executie, in het begin van de 2e eeuw. Bijna alle aspecten van “dood en verrijzenis” werden er bijeengebracht. De martelaar , ineengebogen voor de tanden van wilde dieren, gelijk granen van tarwe in de molen, werd een eucharistische aangelegenheid, hij deelt volledig in Christus’ goddelijk vlees, hij reproduceert in een bijna liturgische betekenis, het Lijden van de Gekruisigde, om zo omhooggeheven te worden tot de Glorierijke, en Zijn overwinningskracht aan te voelen. Victor, de veroveraar, was de naam gegeven aan elke martelaar. In Christus is de geest voor Ignatios, een stroom van levend water dat leidt tot de Vader. Hier is het lichaam niet langer ontbonden door ascese en spirituele ervaringen, maar alles tegelijk door menselijke geweld. De martelaar bespoedigt de wedergeboorte van het glorievolle lichaam.

 

Ik schrijf aan alle christenen om hen te vertellen dat ik  gaarne gedood wil worden voor God… Laat mij het voedsel van de beesten zijn want dank zij hen zal ik in staat zijn om God te vinden. Ik ben Gods tarwe en ik ben grond door de tanden van wilde beesten om zo Christus zuiver brood te worden…. In het lijden zal ik een vrijgemaakte zijn van Jezus Christus en zal ik opnieuw geboren worden in Hem, vrij…laat geen wezen, zichtbaar of onzichtbaar, mij behoeden voor de jaloersheid om Christus te vinden. Laat vuur en kruis, wilde dieren, martelingen,  verbrijzeling van mijn  gebeente, verminking van mijn  ledematen, het verbrijzelen van mijn ganse lichaam, de ergste aanvallen van de duivel  mij overkomen,  op voorwaarde dat ik Jezus Christus kan vinden. Mijn nieuwe geboorte is dicht bij de hand. Vergeef mij, broeders, hinder mij niet in het leven. Laat mij in het zuivere licht komen. Als ik dat punt zal hebben bereikt, zal ik een man zijn. Sta mij toe het Lijden van mijn God te reproduceren. Moge iedereen die God in zich draagt begrijpen wat ik verlang en medelijden met mij hebben, wetende wat het is dat mij beperkt  maakt… Mijn aardse verlangens zijn gekruisigd. Er is in mij geen enkel vuur meer om van aardse dingen te houden, alleen levend water dat opborrelt in mij, “Kom tot de Vader”… Het is het brood van God dat ik verlang, dat het vlees van Christus is…en als drinken verlang ik Zijn bloed, wat onvergankelijke liefde is.

Ignatios van Antiochië To the Romans, 4-7 (SC 10, pp130-137)

 

In het verslag van het martelaarschap van Policarpus, bisschop van Smyrna, in dezelfde periode wordt men aangegrepen door de hartelijke eenvoud van de man en de kracht van zijn voorbede. Hij verwelkomt de politieofficieren als buren door God naar hem toe gezonden. Hij bid niet voor hemzelf maar voor allen die hij ontmoette, goeden en slechten, en voor de universele Kerk.

 

Sedert zijn geweten  er bij betrokken werd, was hij doelbewust ongehoorzaam. Hij proclameerde kalm voor de magistraten en het volk dat Christus is de enige “Heer” is., namelijk God- is- mens geworden, en niet diegenen die de macht hebben, noch de sacrale macht van Rome. Daardoor  handhaafde hij de transcendentie van het bewustzijn, van de persoon die gemaakt is naar het beeld van God. Hij maakt het protest van Antigone en Socrates tot de zijne, maar dan wel in de vreugde van de verrijzenis. Hij relativeerde radicaal het politieke belang.

 

Daarvoor is de martelaar nog geen rebel. Gelijk Socrates, aanvaardde hij het vonnis van de magistraten en bad hij voor de Keizer. Door dit feit is hij een zegen voor de stad van de mens, en zonder het te verstoren verrijkte hij het met een compromisloze vrijheid.

 

Het einde van de passage neemt terug de identificering van het martelaarschap met de eucharistie op, het getuigenis van de zegen over de dood. Zich bewust zijnde dat de politieofficieren daar waren,ging  hij (Policarpus)met hen praten. Zij waren  verbaasd over zijn leeftijd en zijn kalmte . Zij hadden het dan ook moeilijk om deze man, die even oud was als zij,  te moeten aanhouden. Hij had hen bediend met evenveel voedsel en drank als ze wilden, en hij vroeg hen om de toestemming om één uur te mogen bidden, want dat verlangde hij. Zij stonden hem dat toe. En rechtopstaande begon hij te bidden.  Na twee uur kon hij nog niet stoppen, en deze die hem aanhoorden waren verbaasd, en velen hadden berouw dat ze zo een heilig en oud man moesten arresteren.

 

In zijn gebed bedacht hij alle mensen die hij ooit had ontmoet,voorname of obscure en de hele katholieke Kerk die verspreid is over de gehele wereld. Wanneer hij had beëindigd, kwam het ogenblik van vertrek aan. Zij zetten hem op een ezel en reden ermee naar de stad… Snel verzamelden zij rondom hem het materiaal dat zou dienen voor de brandstapel. Toen ze op het punt stonden om hem ook te nagelen, zei hij : Laat mij zoals ik ben. Hij die mij  de kracht geeft om het vuur te weerstaan zal  mij ook in staat stellen om trouw te zijn op de brandstapel.  Dienovereenkomstig nagelden zij hem niet aan de stapel vast, maar bonden hem vast. Met zijn handen  achter op de rug gelijk een ram dat gekozen wordt uit een grote kudde voor het offer… Hij richtte zijn ogen ten hemel en zei :

“ Heer, almachtige God, Vader van uw beminde Zoon Jezus Christus door wie wij de kennis van Uw Naam hebben verkregen, God…van  de ganse schepping. Ik zegen U omdat gij mij waardig hebt bevonden voor deze dag en dit uur. Om deel te mogen hebben aan het getal van Uw martelaren in de kelk van Christus, uitkijkend naar de verrijzenis van het lichaam en ziel in de volheid van de Heilige Geest… En ik prijs u voor alles, ik zegen u, ik verheerlijk u, door de hemelse hogepriester Jezus Christus uw welbeminde Zoon, door wie de glorie  tot u is met Hem en de Heilige Geest, nu en voor altijd.Amen “… In het midden van het vuur stond hij, niet gelijk brandend vlees, maar als gebakken brood.

Martyrdom of St. Policarpus, Bishop of Smyrna, 7,2-8,1;14,1-3;15,2 (SC 10,pp250,252,260,262,264.

 

De volgende dromen, die visioenen waren, toont de ziel van de martelaren die deelnemen aan de hemelse liturgie zoals ze beschreven is in de Apocalyps. De tuinen van het paradijs met de bladeren van de bomen zingend tot de zachte bries van de Geest; een tempel of een paleis met muren van licht; in het centrum van dit alles, de Oudere van dagen met wit haar maar met een stralend jong gezicht; het gelaat van Christus in de jeugd van de Geest; een kus van vrede; een mondvol voedsel geofferd door de herder;  het onuitsprekelijke parfum dat als voedsel is; zo vele symbolen van de mystieke staat van het martelaarschap te vergelijken met de actuele ervaring van de Eucharistie.

 

Perpetua’s visioen

 

Dan ging ik omhoog. In zag een enorme tuin. In het midden daarvan was een grote man, gekleed als een herder. Hij was bezig met schapen te melken. Rondom hem waren er duizenden mannen gekleed in het wit. Hij hief zijn hoofd omhoog, keek naar mij en zei : welkom mijn kind. “Hij riep mij toe en gaf mij een mondvol kaas die hij aan het klaarmaken was. Ik ontving het met  gevouwen handen. Ik at het op en allen zeiden : Amen” Bij het geluid van de stemmen ontwaakte ik met de smaak van een eigenaardige zoetheid in mijn mond. Ik vertelde ogenblikkelijk dit visioen aan mijn broeder (Saturnus), en wij begrepen dat het het martelaarschap was dat op ons wachtte.

 

Saturnus’ visioen

 

Ons martelaarschap was voorbij. Wij hadden ons lichaam achtergelaten. Vier engelen  brachten ons naar het Oosten, maar hun handen raakten ons niet aan….Wanneer we door de eerste sfeer gingen die de aarde omcirkelt, zagen wij een groot licht. Dan zei ik tot Perpetua, die aan mijn zijde was, “Dit is wat de Heer ons beloofd heeft”. Wij hadden een enorme open vlakte bereikt dat een tuin leek te zijn met oleanders en elke soort bloemen.  De bomen waren zo hoog als cypressen en hun bladeren zongen zonder ophouden.. Wij kwamen in een paleis waarvan de muren leken gemaakt van licht. Wij gingen binnen en hoorden een koor die aan het repeteren was, “Heilig, Heilig, Heilig”. In de hall zat een man gekleed in het wit. Hij had een jong gezicht en zijn haar leek zo wit als sneeuw. Aan iedere zijde stonden vier ouderlingen… We gingen voort met verbazing en kusten de Heer die ons liefkoosde met zijn hand. De ouderlingen zeiden tot ons, “sta op”. We gehoorzaamden en gaven elkander de vredeskus….. Wij herkenden vele van onze broeders, martelaren zoals wij. Als voedsel hadden wij een onuitsprekelijke parfum dat ons allen helemaal verzadigde.

Martyrdom of Felicity and Perpetua (Knopf- Krüger)

 

Bron : website van Myrobiblos – Kerk van Griekenland

Titel : Martyrdom : Death and resurrection

VBertaling : Kris Biesbroeck

Vertaling uit het engels : Kris Biesbroeck

 

De heilige Nil Stolbenski

Heiligenleven

De heilige Nilos Stolbenski

 

 

 

nil of stolbensk2.jpg

 

 

 

 

De heilige Nilos Stolbensky, een leerling van de in 1495 gestorvene heilige Sabbas van Pskov, werd, na 10 jaar kloosterleven, kluizenaar op een eilandje, Stolbensk, waar hij nog 26 jaar leefde tpt  aan zijn dood in 1553. Hij had zelfs geen kapel gebouwd omdat zijn leven een voortdurend gebed was. Ook in de nacht legde hij zich niet neer, maar dommelde wat, hangend op een paar krukken. Hij was niet welkom bij de nog heidense inwoners van die dunbevolkte streek, die hem probeerden te verdrijven door het woud rondom in brand te steken. Eerst jaren later werden zij er trots op dat een heilige in hun midden had geleefd en toen werd op zijn graf het naar hem genoemde klooster gesticht.

Uit: heiligenlevens voor elke dag. Uitg.orth.klooster Den Haag

 

Kerstboodschap van de Oecumenische patriarch

KERSTBOODSCHAP
VAN DE OECUMENISCHE PATRIARCH

† BARTHOLOMEOS
door de genade Gods Aartsbisschop van Konstantinopel,
het Nieuwe Rome en Oecumenisch Patriarch,
aan alle gelovigen van de Kerk:
genade, barmhartigheid en vrede zij u, van Christus de Heiland, Die in Bethlehem geboren is

Geliefde broeders  concelebranten en gezegende kinderen in de Heer,

In de donkere atmosfeer die zich de laatste tijd wereldwijd uitspreidt, een atmosfeer van een veelvormige, smeulende crisis: economisch, sociaal, ethisch, en vooral op het gebied van het geestelijke leven, die onder de mensen veel agressie veroorzaakt, veel verbitterdheid, veel verwarring, veel spanning, veel teleurstelling en veel angst voor de nabije toekomst, horen we de zoete stem van de Kerk:

“Komt, gelovigen,  laten wij ons in God verheffen om de goddelijke neerdaling in Bethlehem  te aanschouwen … “

 (Idiomelon 6e Uur van Kerstmis)

Christenen zijn er rotsvast van overtuigd dat God niet vanuit den hoge onverschillig toekijkt op het doen en laten van de mens, die Hij zelf in eigen persoon geschapen heeft naar Zijn beeld en gelijkenis. Daarom was de menswording van Zijn eniggeboren Zoon en Woord al vanaf het begin Zijn welbehagen, Zijn primaire wil, Zijn Raadbesluit voor alle eeuwen. Om zelf, uit overgrote liefde, de menselijke natuur aan te nemen die Hij geschapen heeft en om deze deelgenoot te maken van de goddelijke natuur ([II Petr. 1:4). En dit was vóór de val van de eerstgeschapenen, zelfs voordat zij geschapen waren! Na de val van de eerstgeschapenen, heeft het “voor-eeuwige Raadbesluit”, de Zoon zelf, na Zijn vleeswording het Kruis op zich genomen en het smetteloze Lijden, de levenschenkende dood, de nederdaling in de Hades, de verrijzenis op de derde dag, zodat de binnengedrongen zonde die alles vergiftigde en de dood – die verstekeling van het leven – voorgoed volkomen uit de weg geruimd werden, zodat de mens genieten kan van het ongeschonden Vaderlijk erfdeel van de eeuwigheid.

De goddelijke genegenheid beperkt zich echter niet alleen tot de komende eeuwigheid, maar betreft ook onze levensloop op aarde. Christus is op aarde gekomen opdat het Koninkrijk der hemelen verkondigd zou worden en om ons daarin binnen te leiden, maar Hij is ook gekomen als weldoener en genezer van de menselijke zwakheid. Verschillende keren heeft Hij op wonderbare wijze de menigten gespijzigd die naar Zijn Woord kwamen luisteren. Hij heeft melaatsen gereinigd, verlamden hun kracht teruggeven, licht geschonken aan blinden, gehoor aan doven en spraak aan stommen. Hij bevrijdde bezetenen van hun onreine geesten, wekte doden op, steunde het recht van degenen die onrecht leden en de vergetenen, Hij brandmerkte de ongeoorloofde zelfverrijking, de onbarmhartigheid tegenover de armen, de schijnheiligheid, de hooghartigheid in menselijke relaties, Hij gaf zichzelf als voorbeeld van een vrijwillige opoffering voor de anderen!  Misschien moeten we bij ons kerstfeest van dit jaar meer aandacht schenken aan de draagwijdte van deze boodschap van de goddelijke menswording. Veel medemensen en medechristenen ondergaan vreselijke moeilijkheden door de smeulende crisis. Ontelbaar zijn de rijen van werklozen, nieuwe armen, daklozen, jongeren met “gekortwiekte dromen”. Maar, Bethlehem betekent “huis van brood”!

Als gelovigen hebben wij dus verplichtingen tegenover al onze broeders in nood om hun het ‘dagelijkse -bovenwezenlijke- Brood’ , dat wil zeggen Christus zelf te brengen, in doeken gewikkel, in de arme kribbe gelegen van Bethlehem, maar ook het dagelijks brood dat nodig is om te overleven, en alles “wat nodig is voor het lichaam” [vgl 2 Jak 16]. Het is tijd om het Evangelie in praktijk te brengen, met een hoogstaand besef van verantwoordelijkheid! Het uur is aangebroken waarop het woord van de apostel nadrukkelijk eist: “Toon mij uw geloof uit uw werken” [vgl. Jak. 2:18]. Het is tijd, het is de gelegenheid om ons te verheffen tot de hoogte van de koninklijke deugd van de Liefde, die ons met God verbindt.

Dit is wat wij verkondigen vanaf de heilige verdrukte Zetel van de Kerk van de Armen van Christus, aan al de wereldwijd verspreide  kinderen van het Oecumenisch Patriarchaat. Over allen roepen wij de goddelijke genegenheid af, Zijn grenzeloze barmhartigheid, de vrede en de genade van de om ons door de Heilige Geest uit de Maagd Maria mensgeworden eniggeboren Zoon en Woord van God. Aan Hem zij de heerlijkheid, de macht, de eer en de aanbidding, met de Vader en de Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.

+ Bartholomeos van Konstantinopel,
vurige voorspreker voor u allen bij God.

Fanar, Kerstmis 2010.

 

31e zondag na Pinksteren, 14e na de Kruisverheffing

 

31e zondag na Pinksteren, 14e na de Kruisverheffing

 

Gedachtenis van de H. Jozef , de Profeet David, en de Apostel Jacobus


 

LEZINGEN :

 Jacobus apostel667.jpg

 Galaten 1,11-19

 Ik verzeker u, broeders en zusters, dat het evangelie dat ik u verkondigd heb niet door mensen is bedacht  – ik heb het ook niet van een mens ontvangen of geleerd – maar dat Jezus Christus mij is geopen

baard.  U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien.  Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht.  Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen,  zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd  en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmid

David koning5.jpg

dellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus.  Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken.  Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer.

Evangelie

Matt.2,13-23 

Kort nadat zij op die manier de wijk genomen hadden, verscheen er aan Jozef in een droom een engel van de Heer. Hij zei: ‘Sta op en vlucht met het kind en zijn moeder naar Egypte. Blijf daar tot ik je weer roep, want Herodes is naar het kind op zoek en wil het ombrengen.’  Jozef stond op en week nog diezelfde nacht met het kind en zijn moeder uit naar Egypte.  Daar bleef hij tot de dood van Herodes, en zo ging in vervulling wat bij monde van de profeet door de Heer is gezegd: ‘Uit Egypte heb ik mijn zoon geroepen.’

Joseph_heilige 2.jpg

 Toen Herodes begree

p dat hij door de magiërs misleid was, werd hij verschrikkelijk kwaad, en afgaande op het tijdstip dat hij van de magiërs had gehoord, gaf hij opdracht om in Betlehem en de wijde omgeving alle jongetjes van twee jaar en jonger om te brengen.  Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet Jeremia:  ‘Er klonk een stem in Rama, luid wenend en klagend. Rachel beweende haar kinderen en wi

lde niet worden getroost, want ze zijn er niet meer.’

 Nadat Herodes gestorven was, verscheen er in een droom aan Jozef in Egypte een engel van de Heer.  De engel zei: ‘Sta op, ga met het kind en zijn moeder naar Israël. Want zij die het kind om het leven wilden brengen, zijn gestorven.’ Jozef stond op en vertrok met het kind en zijn moeder

 naar Israël.  Maar toen hij daar hoorde dat Archelaüs zijn vader Herodes was opgevolgd als koning over Judea, durfde hij niet verder te reizen. Na aanwijzingen in een droom week hij uit naar Galilea.  Hij ging wonen in de stad Nazaret, en zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeten: ‘Hij zal Nazoreeër genoemd worden.’

 

Gregorios van Nyssa : Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer

H. Gregorius van Nyssa (rond 335-395), monnik en bisschop 
Sermon over de Geboorte, passim ; PG 46, 1128   
“Heden is u in de stad van David een Verlosser geboren, Christus de Heer!”

 

    Gregorius van Nyssa523.jpg
 Broeders en zusters, we zijn op de hoogte gebracht van het wonder en we gaan net als Mozes iets bijzonders zien (Ex 3,3): in Maria verbrandt het brandend braambos niet. De Maagd baart het Licht zonder geschonden te worden… Laten we ons dus naar Bethlehem, de plaats van het goede nieuws, haasten! Als wij werkelijk herders zijn, als wij wakker blijven op onze wachtpost, dan richt de stem van de engelen zich tot ons, zij kondigen een grote vreugde aan…: “Eer aan God in de hoge en vrede op aarde!” Daar waar gisteren geen kwaadspreken, oorlog of geweld meer was, daar ontvangt de aarde de vrede, want vandaag “komt de waarheid uit de aarde voort en de gerechtigheid uit de hemel” (Ps 86,12). Zie de vrucht die de aarde aan de mensen geeft, als beloning voor de goede wil die onder de mensen heerst (Lc 2,14). God verenigt zich met de mens om de mens op te heffen tot Gods hoogte.
      Broeders en zusters. laten we naar Bethlehem gaan naar aanleiding van dat nieuws, om het mysterie in de voederbak te aanschouwen: een klein kind in doeken gewikkeld die in een voederbak ligt. De onvergankelijke Moeder, die Maagd bleef na haar baren, omhelst  haar zoon. Laten we met de herders het woord van de profeet herhalen: “In de stad van onze God hebben wij gezien wat wij hadden gehoord” (Ps 48,9).
      Maar waarom zoekt de Heer zijn toevlucht in een grot in Bethlehem? Waarom gaat Hij in een voederbak slapen? Om mee te doen met de volkstelling van het volk Israel? Broeders en zusters, Hij die de wereld bevrijding komt brengen, wordt in ons slavenbestaan van de dood geboren. Hij wordt in die grot geboren om zich aan de mensen, die zich in duisternis en in de schaduw van de dood bevinden, te laten zien. Hij slaapt in een voederbak omdat Hij het is die gras voor het vee laat groeien” (Ps 104,14). Hij is het Levensbrood dat de mens met geestelijk voedsel voedt, opdat ook de mens in de Heilige Geest leeft… Welk feest is vreugdevoller dan die van vandaag? Christus, de Zon der Gerechtigheid (Ml 3,20) komt onze nacht verlichten. Wie gevallen was richt zich weer op, wie overwonnen was, is bevrijd…, wie dood was komt weer tot leven… Vandaag zingen we met één stem op aarde: “Door de overtreding van één mens, Adam, kwam de dood… door die ene mens, Jezus Christus is het heil gekomen” (cf Rom 5,17).
Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org