26e zondag na Pinksteren, 6e na de Kruisverheffing

23e zondag na Pinksteren

6e na de kruisverheffing

“genezing van een bezetene”


bezeten zwijnen.jpg

 

LEZINGEN

Epistel : Efesiërs 2,4-10:

Door zijn grote liefde voor ons heeft God, die rijk is aan barmhartigheid, ons die dood waren door onze overtredingen, met Christus ten leven gewekt. Aan zijn genade dankt u uw redding. Hij heeft ons samen met Hem laten opstaan en laten zetelen in de hemelse regionen, in Christus Jezus, om in de toekomstige eeuwen de overgrote rijkdom van zijn genade te tonen, door zijn goedheid jegens ons in Christus Jezus.
     Inderdaad, aan die genade dankt u uw redding door het geloof; en dat dankt u niet aan uzelf. Gods gave is het; u dankt het niet aan uw prestaties, opdat niemand trots zou zijn. Gods werk zijn wij, geschapen in Christus Jezus, om in ons leven de goede werken te doen die God voor ons heeft bereid, opdat wij daarin zouden leven.

  

Evangelie : Lucas 8,26-39 :

Genezing van een bezetene
     Zij voeren naar het land van de Gerasenen, dat tegenover Galilea ligt. Toen Hij van boord ging, kwam Hem uit de richting van de stad iemand tegemoet die in de macht was van demonen. Al geruime tijd droeg hij geen kleren en woonde hij niet meer in een huis, maar in rotsgraven. Toen hij Jezus zag, viel hij schreeuwend voor Hem neer en riep luidkeels: ‘Wat wilt U van mij, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Doe me alsjeblieft geen pijn.’ Hij had de onreine geest bevolen uit de man weg te gaan. Herhaaldelijk had die bezit van hem genomen; men bond hem dan vast met kettingen en voetboeien, maar steeds weer verbrak hij zijn ketenen en werd hij door de demon naar eenzame streken gejaagd. Jezus vroeg hem: ‘Wat is uw naam?’ Hij zei: ‘Legio’; er waren immers vele demonen bij hem ingetrokken. Zij smeekten Jezus hen niet de afgrond in te sturen. Nu weidde daar in de bergen een grote troep varkens; ze vroegen Hem toestemming om in die varkens te gaan, en Hij stond hun dat toe. De demonen kwamen uit de man en gingen de varkens in; de troep stoof de helling af, het meer in, en verdronk. Toen de varkenshoeders zagen wat er gebeurde, gingen ze ervandoor en vertelden het in de stad en op het land. De mensen gingen kijken wat er gebeurd was. Ze kwamen bij Jezus en vonden daar de man uit wie de demonen waren weggegaan, gekleed en bij zijn volle verstand, gezeten aan Jezus’ voeten. Ze werden met ontzag vervuld. Ooggetuigen vertelden hun hoe de bezetene gered was. De hele bevolking van de streek van de Gerasenen vroeg Jezus toen bij hen weg te gaan, want ze waren hevig geschrokken. Daarop stapte Jezus in de boot om terug te varen De man uit wie de demonen waren weggegaan, vroeg Hem of hij bij Hem mocht blijven, maar Jezus stuurde hem weg. ‘Ga naar huis terug,’ zei Hij, ‘en vertel wat God voor u heeft gedaan.’ De man ging in heel de stad verkondigen wat Jezus voor hem had gedaan

Augustinus : Bezinningstekst

AUGUSTINUS

 

 Augustinus15.jpg

Augustinus

Bezinningstekst

Deze wereld is voor alle gelovigen die verlangen naar het Vaderland, wat de woestijn was voor het volk van Israël. Het joodse volk doolde rond op zoek naar het vaderland, maar onder Gods leiding kon het onmogelijk verdwalen. Het bevel van God zelf was de weg voor de joden. Hoewel hun omzwervingen veertig volle jaren duurden, waren de echte halteplaatsen op hun tocht niet erg talrijk, zoals gij allen weet. Hun reis verliep zo traag omdat zij door God op de proef werden gesteld, niet omdat Hij ze in de steek liet

Zoals de Schrift zegt en wij u al zo dikwijls voorgehouden hebben, belooft God ons een onuitsprekelijke heerlijkheid en een geluk “dat geen oog gezien heeft, geen oor gehoord en in geen mensengeest is opgekomen” Wij worden echter beproefd door de pijn van dit leven en trekken lering uit de bekoringen van het huidig bestaan. Maar indien gij in de woestijn  niet van dorst wilt omkomen, laaf u dan aan de liefde.

 Augustinus :  Augustinus’ preken over de eerste brief van johannes. 7e hoofdstuk

Uit : “eenheid  en liefde” vertaald door dr.TJ van Bavel

Johannes Chrysostomos : Wees mij zondaar genadig

H. Johannes Chrysostomos (ca 345-407), priester te Antiochië daarna bisschop van Constantinopel, Kerkleraar
Homilie over de bekering, nr 2

Johannes Chrysostomos 2.jpg

Johannes Chrysostomos

 

“Wees mij, zondaar, genadig”

      Een farizeeër en een tollenaar  gingen op naar de Tempel om er te bidden. De farizeeër begon met het opsommen van zijn kwaliteiten en verklaarde: “O God, ik dank U, dat ik niet ben als de andere mensen: rovers, onrechtvaardigen, echtbrekers, of ook als die tollenaar ginds”! Wat ben jij een naar mens, jij durft zomaar over de hele aarde een oordeel te vellen! Waarom beschuldig je je naaste? Heb je het nog nodig om deze tollenaar te veroordelen, was de aarde je niet genoeg? Je hebt alle mensen, zonder uitzondering, beschuldigd: “Ik ben niet zoals de andere mensen… en ook niet zoals die tollenaar. Ik vast tweemaal per week, en geef tienden van al wat ik bezit. “Wat een zelfgenoegzaamheid bevinden zich in deze woorden! Ongelukkige!…

      De tollenaar heeft die woorden goed gehoord. Hij had je van repliek kunnen dienen met deze woorden: “Wie denk je wel dat je bent, dat je over mij durft kwaad te spreken? Hoe ken jij mijn leven? Ik heb je nooit in mijn omgeving gezien, je bent niet een van mijn kennissen. Hoe kom je zo trots? Kun jij overigens jouw goede daden bewijzen? Waarom hemel je jezelf zo op, wie spoort je aan om jezelf zo verheerlijken?” Maar hij zei niets van dit alles – integendeel- hij boog zich voorover en zei: “O God, wees mij, zondaar, genadig.” En omdat hij zich vernederde, werd hij gerechtvaardigd.

      De farizeeër verliet de Tempel zonder absolutie, terwijl de tollenaar wegging met een hart dat vernieuwd was door een hervonden rechtvaardigheid… Toch was daar amper sprake van nederigheid, in de mate waarin men die term gebruikt als een edelman zich vernedert;  welnu in het geval van de tollenaar gaat het niet om nederigheid, maar om de eenvoudige waarheid, want wat hij zei was waar.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Papathomas : De orthodoxe kerk en de secularisatie

De orthodoxe Kerk en de secularisatie

Prof.Hdr.Archim.Grigorios D.PAPATHOMAS

Deken van het Orthodox Theologisch seminarie”H.Platon”

 

De definities die vandaag de dag worden gegeven voor secularisatie in de theologische en kerkelijke wereld, zijn meer gebonden aan haar gevolgen, veeleer dan aan haar oorsprong. Om het fenomeen van de secularisatie met betrekking tot de Kerk te illustreren, gebruiken wij termen als : vervalsing, vervreemding, verwijdering, afwijking, geest van deze wereld  enz…, want juist het vertrekpunt van deze definities is niet van theologische aard, maar moreel. Onze aandacht is dus altijd gericht op de gevolgen van het fenomeen voor de Kerk en niet op zijn oorzaken.

Om het fenomeen, het probleem van de secularisatie te benaderen in haar voornaamste oorzaak, zou men deze moeten beschouwen als een soort permanente bekoring van de Kerk, die feitelijk de derde bekoring van Christus is : de bekoring waar de Heer voor geplaatst wordt door de geest van de wereld bij het begin van zijn openbaar leven (Mt.4,8-11). Maar waarom weigert Christus om zich te onderwerpen aan de bekoring ? Is het alleen uit trouw aan de zending die Hij van de Vader heeft ontvangen, ofwel door iets veel dieper ? Het  blijkt dat deze weigering om zich aan de bekoring te onderwerpen ontbreekt, wanneer men er niet tegen strijdt, dit aanleiding geeft tot secularisatie.

De Kerk, zoals Christus ze gewild heeft bestaat niet uit een puur historisch organisme die zich telkens kan transformeren volgens de heersende ideologieën van de tijd door er zich aan  te passen ; een dergelijke aanpassing zou ze juist binnenleiden in de secularisatie. De Kerk is ook geen schuilplaats van individuele existenties, met het doel  hun individuele noden in te willigen. De Kerk bestaat als relatie en communio. In waarheid, het is de relatie van de wereld met God – in Christus – die Kerk genoemd wordt. En dit “in Christus”, plaats van ontmoeting van de wereld met God, toont ons dat het karakter van de Kerk diep “Theoanthropisch” is. De val betekent reeds een  afkeer van de mens tegenover God en een zich opsluiten in de wereld en de gescheiden schepping van God. Zij voert de mens en de wereld naar een zelfgenoegzaamheid, naar een zich opsluiten in zijn eigen ego, ’t is te zeggen in het egocentrisme.

In de tuin van Eden, kwam met Adam (Gen.3,17) de eerste en unieke gebeurtenis : een schepsel, de duivel, richt zich tot een ander schepsel, de mens, om te discussiëren , over de juistheid – zoniet over de wijgering – van de scheppingsact van God. Het gaat daar niet over een voorstel van totale weigering van God, maar over de verbetering van Zijn werk. In dit geval wordt het schepsel het criterium van dat wat moet zijn. Het wordt zelf het archetype van het beeld volgens welke de mens is geschapen. Maar deze is nochtans het beeld “van God”, en niet van het schepsel zelf. En door deze omkering van perspectief is het beeld van God ingesloten binnen een conceptie en een intra-seculiere ruimte. Alles wordt ten dienste gesteld van een seculier objectief. Zelfs “God” wordt gebruikt, geïdentificeerd ten dienste van een historische finaliteit.

De tweede gebeurtenis kwam met de persoon van Christus “op een zeer hoge berg” (Mt 4,8), waar de duivel zelf zich aan de dingen van de wereld tracht vast te klampen, door Hem voor te stellen om zich te fixeren op de dingen van deze wereld en de dimensie van de hemel en de eeuwigheid te weigeren :”ik zal u dit alles geven”(Mt 4,9). De duivel probeert dus om de existentie van Christus, Zijn menswording en Zijn eschatologisch perspectief zelf te seculariseren zou men kunnen zeggen.

Nochtans is Christus gekomen om de ganse wereld, zichtbaar en onzichtbaar  in Zichzelf te verenigen. Hij vormt in Zijn Lichaam – dat de Kerk is – de schepping in haar nieuwheid, de ganse waarneembare en onzichtbare wereld, door te verenigen wat ontbonden was. De Kerk kan niet gezien worden zonder de wereld, en de wereld zou niet echt bestaan zonder de Kerk, buiten haar relatie met Christus. Het werk van de Kerk bestaat in het ontvangen en de incarnatie van het geheel van de schepping volgens het project van de goddelijke economie, op weg naar de “gelijkenis”. Wanneer de Kerk deze weg en deze oriëntatie van “gelijkenis” verliest, dan maakt zij zich louter en alleen gelijkvormig aan de geschiedenis. Door het perspectief van het Koninkrijk ( van de gelijkenis) te verliezen, identificeert zij zich eenzijdig met de wereld en geeft hij zich over aan seculiere bedoelingen. Bij gevolg, zij seculariseert zich en opent de weg voor haar eigen verdere desoriëntatie. Dan wordt de Kerk door de wereld opgeslorpt in plaats dat de wereld door de Kerk wordt getransfigureerd. De Kerk bezwijkt aan de bekoring waaraan ook Christus heeft moeten weerstand bieden. Zij wint misschien de koninkrijken van deze wereld, zo onbeduidend en onzeker, maar ze verliest het komende Koninkrijk van God.

De vraag is dus gesteld : in welke mate is de Kerk in Europa en in de ganse wereld, vandaag de dag in de greep van de secularisatie en wat moet haar houding zijn tegenover dit fenomeen ?

a)De secularisatie zou kunnen een directe nefaste invloed hebben op de structuur en de identiteit zelf van de Kerk. Onder haar invloed wordt de eucharistische gebeurtenis, die het fundament van de Kerk is, aangetast. : de verzameling van de kerkelijke Gemeenschap en de communio glijden alzo af naar een individuele morele verbetering. De essentiële functies van de Kerk krijgen het karakter van een bureaucratie, het synodale systeem – in het begin een bijeenkomst voor de bevestiging van het geloof – wordt een mechanisme van controle op basis van seculiere democratische criteria , van het principe van de meerderheid in het beste geval. De hiërarchische en charismatische structuur wordt zo omvergeworpen. De sacramenten –“mysteriën” in de orthodoxe taal –  worden daden van privé en mondaine uitingen. Zij zijn niet meer gebeurtenissen van de eschatologische communio. De eenheid tussen de theologie en het kerkelijk leven is verbroken. De kennis maakt zich los van de liefde. De Kerk wordt een ideologisch mechanisme die zich verdedigt tegenover diegenen die haar niet aanvaarden. Alle middelen kunnen worden gerechtvaardigd….

b) De secularisatie is een langdurig proces, in gang gezet door verschillende  toevoegingen en de onttrekkingen in verband met de identiteit en de traditie van de Kerk, door “correcties” dus in verband met het scheppend en soteriologisch werk van God in de Kerk. Het is om deze reden dat de Kerkvaders zich zo streng toonden wanneer het ging over de transformatie van de structuur en de dogma’s van de Kerk, zelf al was het maar over een iota. En het is om dezelfde reden dat wij actueel met respect en begrip de aanhankelijkheid van de Kerken en de gelovigen constateren voor datgene wat ons is overgeleverd en is beleefd in elke kerkelijke traditie.

c)De orthodoxe Kerk draagt een bijzondere gevoeligheid in zich in dit verband, zoals de eindtekst van de Bijeenkomst van de Hiërarchie van het oecumenisch Patriarchaat , dat bijeengeroepen werd in de Phanar in september 1998, getuigt :”Wij (Orthodoxen) worden ook onderworpen aan de bekoring van de “secularisatie”; de opvatting komt hier op neer dat voor de wereld en alles wat relatief is  het leven zonder God en het opgaan in de wereld  is(…). God heeft ons geen “geest van vrees gegeven maar een geest van kracht en wijsheid” (2 Tim.1,7). Wij moeten in deze geest in deze geseculariseerde wereld, die alles tot zichzelf terugvoert, proberen te leven. Daarom zijn wij geroepen om in ons leven Hem te manifesteren die ons heeft geschapen, in onze woorden en daden het teken en het getuigenis offerend van kinderen van God in het licht van Zijn almacht”

d) Wanneer de secularisatie onverwachts komt, dan handelt de Kerk op twee verschillende manieren : zij wordt hetzij een deel van het staatsapparaat, ofwel tracht zij zich in de plaats te stellen van de Staat. In de orthodoxe landen is de secularisatie als persoonlijke zwakheid van de leden een weinig bekend fenomeen, evenals de tendens om te institutionaliseren,zowel in de recente geschiedenis als in de oudheid. De volgende oproep van de Heilige Johannes van Damascus in zijn “Tegen de vijanden van de iconen” is zeker geen toeval : “Het komt aan de hoogste instanties niet toe om regels te maken binnen de Kerk (…) De hoogste instanties moeten een politiek juiste gedraging hebben”. Maar de tendens van secularisatie heeft institutionele dimensies aangenomen na de Verlichting en de franse Revolutie, van daaruit is zij ook gegaan naar de landen van de Orthodoxe traditie en orthodoxe meerderheid onder de vorm van een inspanning om te moderniseren en zich conform te maken aan de europese geest.

Vanuit de vorige vraag, met een schets van de invloed die de Kerk ontvangt van de institutionele secularisatie, groeit de volgende vraag : Is de Kerk – het Christendom – in staat om het hoofd te bieden en de tendensen van de tegenwoordige mens naar een totale breuk met de communio met God,omver te werpen ?

Ons antwoord is positief, om volgende redenen :                                                                   

a)Omdat de Christen gelooft in de geopenbaarde waarheid. Dank zij dit geloof is hij zeker van het eschatologisch leven en bidt hij opdat het project van God zou vervuld worden in zijn persoon. Hij hoopt, en deze hoop verzwakt niet, volgens Sint Paulus (Rom.5,5).

b) Omdat de christelijk gelovige meer en meer de persoonlijke vrijheid van elke mens, die zijn eigen manier heeft en zijn eigen geloof heeft om zich met God Schepper te verenigen,  leert accepteren en respecteren. Hij die als God Vader “elke mens verlicht en heiligt die op de wereld komt” (Joh.1,9).

c) Omdat er een progressieve bewustwording is  voor het feit dat wij, om het project en de wil van God te vervullen,  uitgenodigd zijn om in ons leven de waarden – die terzelfdertijd  deugden zijn – tot de onze te maken : wederzijds respect, broederlijkheid en solidariteit, wederzijdse ondersteuning en tenslotte van de liefde, die zich verheft boven elk ander principe  en deugd.

d)Omdat de christelijke Kerken die wij vertegenwoordigen in Europa op verschillende manieren de beschikbaarheid en de wil hebben om opnieuw leven te geven aan de boodschap van het Evangelie in de wereld die nieuw schijnt  te zijn, maar die zich niet heeft losgemaakt van zijn wortels en alle menselijke middelen te gebruiken opdat een vreedzame en rechtvaardige coëxistentie voor de volkeren van Europa zou gerealiseerd worden.

e) Omdat, vertrouwend, de Kerk een belangrijke dialoog zou ondernemen in alle richtingen en in alle omstandigheden, en dit voor een bredere kennis van de ideeën van de mensen.

f) Omdat, heel eenvoudig, Christus verrezen is uit de doden !

 Vertaling : Kris Biesbroeck

De heilige Filippos van Moscou

De heilige Filippos,

Metropoliet van Moscou (1507-1596)

 

Filippos metropoliet van Moscou en geheel rusland.jpg

 

Heilige Filippus van Moscou

 

De heilige Fillipos, metropoliet van Moskou en geheel Rusland, was daar in 1507 geboren uit een oud bojarengeslacht. Hij kreeg de gewone adellijke  opvoeding en deed dienst aan het hof en leek een schitterende toekomst tegemoet te gaan. Dit leven bevredigde hem echter niet en toen hij op dertigjarige leeftijd het Evangelie hoorde voorlezen waarin Christus zegt : “Niemand kan twee heren dienen…”, maakte hij radikaal een einde aan zijn loopbaan met alle verbintenissen die deze met zich meebracht, en vertrok in stilte. Hij kleedde zich als een arme boer en trok naar het verre Noorden, waar hij een onbekende monnik werd in het ijzige Solowjetski-klooster onder de naam Fillipos. Om zijn beminnelijkheid en dienstvaardigheid was hij bij allen geliefd. Abt Alexios zag zijn begaafdheid en stelde hem aan tot zijn hulp en novicenmeester. Toen Alexios negen jaat later stierf, werd Filippos tot zijn opvolger gekozen. Hij gedroeg zich niet als een hoge heer, maar deed gewoon mee met al het werk. Door zijn organisatietalent breidde het klooster zich sterk uit. Er kwamen meer woongebouwen, een aparte ziekenafdeling, een watermolen en een zouwinningsindustrie, die een belangrijke bron van inkomsten voor het klooster werd. Hij legde moerassen droog en bracht een wegennet tot stand. Hierover werd natuurlijk gesproken en zijn roem drong door tot in Moscou, waar tsaar Iwan IV in moeilijkheden verkeerde. Deze riep Filippos bij zich om hem te raadplegen. Hij voelde vriendschap voor deze ernstige, oprechte en begaafde monnik en haalde hem over in Moscou te blijven als zijn persoonlijke hulp en als metropoliet voor de Kerk. Filippos stemde toe onder voorwaarde dat bepaalde misstanden in het landsbestuur zouden worden verbeterd. Het ging hem er vooral om de macht te beknotten van een aantal gunstelingen van de tsaar die zich verrijkten door drukkende belastingen te heffen van het volk. Tsaar Iwan, die later “de verschrikkelijke” zou heten, beloofde alles, doch bleef in gebreke deze beloften ten uitvoer te brengen. Toen Filippos telkens weer bleef aandringen ging dat Iwan vervelen en deze besloot zijn vroegere vriend, die intussen in hoog aanzien was geraakt bij de bevolking, uit de weg te ruimen. Hij legde een heel dossier aan van lasterlijke beschuldigingen over de vroegere slechte levenswijze van Filippos en liet deze tijdens de Dienst in de kathedraal voorlezen. Filippos werd met geweld uit de Kerk verwijderd en van zijn gewaden ontdaan. Ongeveer een jaar lang werd hij mishandeld in verschillende gevangenissen en tenslotte verbannen naar het Otrotsjklooster in Twer. Daar werd hij door een paar handlangers van de tsaar in zijn cel verstikt in 1596.

Uit: Heiligenjaar – heiligenlevens voor elke dag – uitg.orth.klooster Den Haag

22e zondag na Pinksteren : van de rijke en de arme Lazarus

22e zondag na Pinksteren

 

 

“Van de rijke man en de arme Lazarus”

 

 Lazarus en de rijke en de arme man 1.jpg

 

De rijke man en de arme Lazarus

LEZINGEN :

 Galaten 6,11-18

 Zie met wat voor grote  letters ik u nu eigenhandig heb geschreven. De lieden die zo graag in menselijk opzicht een goed figuur willen slaan, trachten u alleen maar de besnijdenis op te dringen om niet vervolgd te worden vanwege het kruis van Christus. Want die besnedenen onderhouden zelf niet eens de wet, maar willen wel dat u zich laat besnijden, om daarop trots te kunnen zijn.
     Wat mij betreft: ik denk er niet aan mij op iets anders te beroemen dan op het kruis van onze Heer Jezus Christus, waardoor de wereld voor mij gekruisigd is en ik voor de wereld gekruisigd ben. Het gaat niet om besnijdenis of onbesnedenheid, maar om de nieuwe schepping. Laat vrede en barmhartigheid komen over allen die naar dit beginsel leven, en over het Israël van God! Laat voortaan niemand het mij lastig maken, want ik draag de merktekens van Jezus in mijn lichaam.
     Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met uw geest. Amen.

 EVANGELIE :lucas,19-31

 Lazarus en een rijke man
     Er was een rijk man, die gekleed ging in purper en het fijnste linnen, en elke dag uitbundig feestvierde. Aan zijn poort lag een zekere Lazarus; hij was arm en zat onder de zweren. ] Hij had graag zijn honger gestild met wat er van de tafel van de rijke op de grond viel, maar nee, de honden kwamen en likten aan zijn zweren. Toen kwam de arme te sterven; de engelen droegen hem in de schoot van Abraham. Ook de rijke stierf, en werd begraven. In het dodenrijk sloeg hij gekweld door pijn zijn ogen op en zag van verre Abraham met Lazarus in zijn schoot. “Vader Abraham,” riep hij, “heb medelijden met me; stuur Lazarus om de toppen van zijn vingers nat te maken met water, en er mijn tong mee te verkoelen, want ik lijd hevig in dit vuur.Maar Abraham zei: “Kind, vergeet niet dat jij het heel je leven goed hebt gehad en Lazarus altijd slecht; nu wordt hij hier getroost, en jij lijdt pijn. Bovendien, er gaapt tussen ons en jullie een diepe kloof; al zou iemand van hier naar jullie willen oversteken, hij zou het niet kunnen; evenmin kan iemand van daar naar ons komen.Maar de rijke zei: “Dan, vader, vraag ik u hem naar mijn ouderlijk huis te sturen, want ik heb nog vijf broers. Laat hij hen gaan waarschuwen, zodat zij niet eveneens terechtkomen in dit oord van pijn.” Maar Abraham zei: “Ze hebben Mozes en de Profeten; daar moeten ze naar luisteren.” Maar hij zei: “Nee, vader Abraham, als iemand van de doden naar hen toe komt, dan zullen zij zich bekeren.” Maar Abraham antwoordde: “Als ze niet naar Mozes en de Profeten luisteren, dan zullen ze zich ook niet laten overtuigen als iemand uit de doden opstaat.”