Johannes van Dalhyatha : uit Brief 27

Johannes van Dalyatha

Drie eenheid 1.jpg

 

Johannes van Dalhyatha leefde tussen 690 en 780. Hij is geboren in het dorp Ardamut, in de provincie van Beit Nouhadra, vandaag ten noorden van Mossoul in Irak. Hij sterft op hoge leeftijd in het klooster waar hij als kluizenaar leefde.

 Uit Brief 27

Ik ken de Vader in zijn Gezalfde, en de Zoon zie ik door de Geest. Er is voor mij buiten Hem geen stevigheid, geen beweging, geen leven, geen perceptie. En wanneer ik opgeslorpt ben door de verwondering, zie ik Hem als zijn  ze één Lamp, en zoals deze straal ook ik. Daarom ook verwonder ik mij over mijzelf en verheug ik mij geestelijk dat in mij zich de Bron van het leven bevindt, deze Bron die het einddoel is van de onstoffelijke wereld. Dit uitleggen is aan geen wijze mens gegeven. Eer aan Hem die de zijnen tot wijzen maakt en zijn schoonheid openbaart voor de genieting van wie Hem liefhebben !

Petrus Damianus : Voorgaan door zijn leven en dood

H. Petrus Damianus (1007-1072), kluizenaar en vervolgens bisschop, Kerkleraar
Sermon 24-25

Voorgaan door zijn leven en zijn dood

   

Petrus Damianus.gif

   Johannes was reeds door zijn geboorte voorloper van Christus, en ook door zijn prediking, door zijn doop en door zijn dood… Kan men één deugd vinden, één soort heiligheid die de Voorloper niet in de hoogste graad bezat? Wie onder de heilige kluizenaars heeft zich ooit de regel opgelegd om als voedsel slechts wilde honing of dat oneetbare gerecht: sprinkhanen te eten! Enkelen  wenden zich af van de wereld en vluchten weg voor de mensen om heilig te kunnen leven, maar Johannes is nog een kind… als hij de woestijn intrekt en ervoor kiest om in eenzaamheid te gaan leven. Hij ziet ervan af om zijn vader op te volgen als priester, om zo in alle vrijheid als een werkelijk en oprecht Priester te kunnen verkondigen. De profeten hebben van te voren de komst van de Verlosser voorzegd, de apostelen en de andere leraren in de Kerk bevestigen dat deze komst werkelijk plaats heeft gevonden, maar Johannes toont dit als aanwezig onder de mensen. Velen hebben de maagdelijkheid bewaard en hebben niet de witheid van hun kleding bezoedeld (cf Ap 14,4), maar Johannes ziet af van elk menselijk gezelschap om zo de begeertes van het vlees tot aan zijn wortels uit te kunnen roeien, en, hij woont vol van geestelijk vuur tussen de wilde dieren.

      Johannes gaat zelfs voor in het scharlaken koor van martelaren, als meester van allen: hij heeft waakzaam voor de waarheid gevochten, en hij is voor haar gestorven. Hij is de leider van allen die vechten voor Christus, geworden en, als eerste van allen heeft hij in de hemel het overwinningsvaandel van het martelaarschap geplaatst.

Bron:Dagelijksevangelie  www.evangelizo.org

Hoofdgedachten van de liturgie der iconenwijding

Hoofdgedachten van de liturgie der iconenwijding

 

mandylion 16 augustus.jpg

 

Het wezen van de icoon wordt ons het duidelijkst bij de liturgie van de iconenwijding, dat wil zeggen de door de priester verrichte gewijde handeling, waardoor een geschilderde icoon geschikt gemaakt wordt voor kerkelijk gebruik. Deze wijding is beslist noodzakelijk, want zij is de kerkelijke bevestiging van de identiteit tussen de geschilderde beeltenis en het hemels oerbeeld. De huidige liturgie van de iconenwijding vertoont nog duidelijk sporen van de conflicten, die in de tijd van de Beeldenstorm in de Kerk gewoed hebben. Ook in de 7e en de 8e eeuw hadden de tegenstanders van de heilige afbeeldingen zich vooral beroepen op het tweede van de tien geboden (Ex.20,4) : “Gij zult U geen godenbeelden maken, noch enig beeld van wat in de hemel daarboven, op aarde beneden, of in het water onder de aarde is !”, en zij hadden in de verering van afbeeldingen in de orthodoxe kerk een vergrijp gezien tegen het uitdrukkelijk verbod van God. Volgens hun opvatting hield de verering van de afbeeldingen in, dat daardoor God tekort wordt gedaan in de eer, die hem alleen toekomt. Op beide argumenten nu gaan de gebeden en lofzangen van de iconenwijding in. In het openingsgebed richt men zich namelijk tot God en laat dan duidelijk uitkomen, dat deze met zijn verbod alleen het vervaardigen van afgodsbeelden heeft bedoeld.”Gij hebt door een gebod verboden, afbeeldingen en gelijkenissen die U, de ware God mishagen, te maken om ze als de Heer te aanbidden en te dienen”.  Nadat dit is vastgesteld, wordt er echter met des te meer nadruk op gewezen, dat God zelf heeft bevolen  “beelden op te richten, waardoor niet de naam van vreemde, valse en niet bestaande goden, maar Uw allerheiligste en hoogverheven naam, die van de enig ware God wordt verheerlijkt”. Als zodanig worden vermeld de Ark des Verbonds met de beide gouden Cherubijnen, zowel als de Cherubijnen van verguld cypressenhout, die op Gods bevel aan de tempel van Salomon moesten worden aangebracht. Zo is God zelf na de afschaffing van de valse beelden- en afgodenverering begonnen met het afbeelden van de mysteriën van zijn rijk. De meest verheven afbeelding van zichzelf – zo gaat het wijdingsgebed verder – heeft God tot stand gebracht in zijn vleeswording, door de menswording van zijn Zoon, die het “Beeld van de onzichtbare God “Koll.1,15) is en de “afstraling van zijn Glorie” (Hebr.1,3). God zelf “de beeldhouwer van de hele zichtbare en onzichtbare schepping” heeft zichzelf afgebeeld in Jezus Christus, zijn volmaakte icoon. De menswording van de Zoon is de afbeelding, die God van zichzelf heeft gemaakt. Zo is God zelf de schepper van de eerste icoon, die zich in de gedaante van Christus voor ons mensen zichtbaar maakte.

En nu volgt de meest opvallende en voor ons West- europeanen meest onverwachte zinswending : van Christus zelf namelijk, de afbeelding van de Vader, hebben wij, zo wordt gezegd, een gedetailleerde, “niet door mensenhanden gemaakte” afbeelding, waarop de gelaatstrekken van de Godmens bewaard zijn gebleven. De liturgie zinspeelt hier op de reeds genoemde wonderbare afbeelding, die Christus aan koning Abgar van Edessa zond, evenals op de overlevering van de zweetdoek, waarmee Christus op weg naar Golgotha zijn aangezicht afwiste en waarop op wonderbare wijze de afbeelding van zijn gelaat achterbleef. Christus zelf heeft dus de eerste Christus-icoon gemaakt en daarmee zowel het schilderen van iconen als de iconenverering gewettigd – dit argument gebruikt men dus tegen het eerste bezwaar van de tegenstanders van iconen.

Het tweede bezwaar van de tegenstanders, dat God door de verering van de heilige afbeelding tekort wordt gedaan in de hem alleen toekomende eer, wordt weerlegd door een ander gezichtspunt, dat geheel ontwikkeld is uit de neo-platonische  bespiegeling over de afbeeldingen : “Wij verafgoden de iconen niet, maar weten, dat de eer, die aan de afbeelding bewezen wordt, opstijgt naar het afgebeelde wezen”. Niet de afbeelding als zodanig is voorwerp en ontvanger van de aanbidding, maar het afgebeelde wezen, dat er in “verschijnt”. Zo vindt men in de gebeden om voorspraak de uitdrukkelijke bede, dat de afbeeldingen niemand in de verleiding mogen brengen, de aan God alleen als de oorsprong van alle heiligheid toekomende verering op zichzelf te betrekken.

Uit :  Ernst Benz : De Oosters orthodoxe kerk, Aula boeken pp. 18-20

Heilige Amandus

Heiligenleven

De heilige Amandus

 

 

amandus3658.jpg

Bij de dood van de heilige Jean L’Agneau in 637, duidde koning Dagobert Amandus aan om hem op te volgen. De heilige Amandus is één van de meest voorname Belgische heiligen, en het belang van zijn apostolaat is ontzaglijk. Het is een diep menselijk leven, gans verschillend van de traditionele hagiographie, waar men slechts rekening houdt met hun deugden, succes en mirakels. Voor Amandus, wij kennen zijn tegenslagen, zijn vrees, zijn  afschuw, zij ziels gesteltenis. Hij is één van de heiligen van deze periode die het meest bekend is, en één die het dichts bij ons staat.

Amandus werd geboren te Herbauge, bij Nantes, de 7e mei 594. Zijn ouders waren van voorname afkomst, verschillende bronnen vermelden dat zijn vader hertog van Aquitaine was. Maar Amandus verzaakte reeds heel vroeg aan de dingen van de wereld. Amandus verliet het ouderlijk huis en trok zich terug in een  monasterie dat gebouwd was op een eiland dicht bij La Rochelle. Maar zijn vader vond hem terug en dwong hem het religieuze habijt te verzaken. Hij bedreigde hem om hem te onterven indien hij aan zijn verlangens weigerde te voldoen. Amanus bleef vastbesloten, en om niet langer strijd  te moeten voeren hiertegen, hernam hij heimelijk de pelgrimsstaf terug op.

Zijn schreden voerden hem eerst naar Tours, waar hij bad op het graf van de heilige Martinus. Hij werd zelfs enige tijd opgenomen onder de clerus van deze kerk. Vervolgens ging  hij, met de zegen van zijn oversten, naar Bourges waar de bisschop Sint Austregisile voor hem een cel bouwde in de omstreken van  de kerk. Amandus verbleef er vijftien jaar, vastend en biddend. Vervolgens besloot hij een pelgrimstocht te maken naar Rome om de graven van de heilige Apostelen Petrus en Paulus te gaan bezoeken. Hij vroeg om een nachtwake mogen  houden bij de graven, maar hij werd weggejaagd als een vuil door de bewakers ! Dit avontuur zal hem trouwens meerdere keren overkomen in zijn leven. Hij mediteerde dan maar op de treden van de basiliek, over de wreedheid  van de mensen tegenover hun gelijken. Amandus had een visioen waarin  de apostel Petrus hem de weg zou tonen naar Belgisch Gallië en hem gelastte om er het woord van God te gaan verkondigen.

Amandus gehoorzaamde en nadat hij in 626 tot bisschop zonder residentie werd gewijd kwam hij in de bossen van het Noorden terecht en ging hij op de eerste plaats naar de oevers van de schelde, dit, vergezeld van enkele gezellen die zich haastten om zich terug te trekken bij de eerste moeilijkheden. Alleen achtergebleven, preekte de heilige in de regio’s Gent en Doornik. Hij vond er een volk dat, nadat ze het christendom hadden aangenomen, teruggekeerd waren tot de valse goden, en zij waren zo woest, dat de priesters niet meer durfden te evangeliseren. Lange tijd bleef Amandus zonder asiel, verlaten van elke kracht van God, overladen met beledigingen door de vrouwen en de  slagen van de mannen, en vele malen in het koude water geworpen van de rivieren.

Er was in die tijd een beruchte rover, genaamd Bavo, afkomstig van Hesbaye, en verwant zoals men zei  met Pepijn van Landen. Hij kende slechts als wet de macht en had geen ander doel in het leven dan zijn passies te bevredigen. Vertrokken uit Hesbaye om in de bossen van Mempisque te gaan roven, maakte hij zich op een dag meester van Amandus, en deze laatste had de besliste wil om hem te bekeren, zonder zich te laten afschrikken door de moeilijkheden. Hij voorzag dat de bekering van zo’n man een belangrijk voorbeeld zou zijn die grote diensten zou kunnen verlenen aan de Heer. De krachtinspanningen van Amandus waren uiteindelijk een succes : Bavo was zich bewust van zijn dwalingen en bekeerde zich. Vanaf dat moment deed hij zijn best om het goede te doen, meer dan toen hij aan zijn passies wilde voldoen. Deze bekering had een enorme weerklank en vele oude gezellen van Bavo begonnen zijn spoor te volgen.

Bavo had afstand gedaan van een deel van zijn goederen aan Amandus, om een kerk op te richten op de plaats waar hij was besmet met zijn misdaden. Deze kerk zal het begin vormen van wat de Kathedraal van Gent zou worden. En Amandus, aangemoedigd door dit eerste succes spande zich in om de mensen uit de omgeving te bekeren die nog altijd de cultus van Mercurius praktiseerden alsook van enkele andere heidense goden. De heilige missionaris deed overal de afgoden vallen en bouwde op de plaatsen waar ze werden aanbeden kerken en monasteria.

Maar er zijn nog andere , veel moeilijker idolen te bestrijden dan het standbeeld van Mercurius : de slechte eigenschappen van Koning Dagobert en zijn hofhouding die niet ophielden het volk te schandaliseren. Amandus nam zich voor de koning en zijn anarchie te berispen. Maar Dagobert, die meer hield van vleierij dan van verwijten, aanhoorde hem niet : hij verwijderde de opdringerige van het hof na hem te hebben geradbraakt met stokslagen, en verbandde hem uit zijn rijk. Amandus was opnieuw alleen en verworpen. Hij ging naar de oevers van de Donau waar hij begon met de slaven te evangeliseren. Maar zijn eeuwige eenzaamheid begon hem zwaar te wegen : Hij ging naar Rome om aan de Paus gezellen te vragen voor zijn evangelisatie reizen. Hij kreeg er verschillende, waaronder een beroemd man omwille van zijn deugdzaamheid, genaamd Landoald, waarvan we nog zullen spreken.

Daarop is Koning Dagobert tot betere gedachten gekomen. Hij huwde de wijze Regentrude met wie hij een kind had (die de Heilige Sigebert zou worden) . Zich de ijver herinnerend van Amandus voor de deugd, verlangde hij dat zijn kind het doopsel zou ontvangen door hem. Hij herinnerde zich toen de ballingschap van de heilige bisschop en hij getuigde van de achting die hij had voor zijn persoon, zoveel als hij had voor zijn raadgevers.

De Heilige Jean l’Agneau is zoals wij hebben gezegd gestorven in 637. Dagobert zette Amandus onder druk om het diocees van Tongeren-Maastricht op zich te nemen ( men bemerkt hier meer en meer in deze tijd de neiging dat de groten van deze wereld tussenbeide kwamen bij de keuze van bisschoppen, in plaats van zich te houden aan een verkiezing zoals in de eerste tijden van de Kerk). Amandus prefereerde om zijn apostolaat in de verschillende streken die hij had geëvangeliseerd voort te zetten, maar hij was bezorgd om opnieuw de veroordeling van de koning te moeten ondergaan. Daarom nam hij uiteindelijk de last die hem werd opgedragen op zich.

Hij was weinig gelukkig, en had dikwijls verdriet door het feit dat grote persoonlijkheden, die hem moesten bijstaan in zijn inspanningen, niet ophielden aanstoot te geven aan het volk door hun gedrag en die ongevoelig bleven aan zijn oproepen tot bekering. Uiteindelijk bleef hij slechts drie jaar op de bisschopszetel. Vervolgens , diep bedroefd dat hij de groten van deze wereld niet kon bekeren, vertrouwde hij de zorgen van zijn diocees toe aan zijn leerling Landoald, en vertrok om het goddelijk woord te verkondigen aan de Gentenaars.

In een eerste periode verliet hij niet geheel het diocees van Tongeren, want hij gaf de raad aan de Heilige Itte, weduwe van Pepijn en haar dochter Gertrude om een monasterie voor religieuzen op te richten te Nijvel. Maar vervolgens, bedroefd door de wanorde die in zijn diocees heerste, droomde hij ervan zijn ontslag te nemen en schreef in die zin aan Paus de Heilige Martinus. Deze laatste bewoog hem om moedig de lasten die inherent zijn aan het episcopaat te verdragen, en raadde hem aan strenger op te treden ten overstaan van de meest harde zondaars.

Amandus moest dus voortgaan met de zware last van het episcopaat, maar hij was niet de man om te verzaken aan een project. Hij keerde dus terug naar zijn lastige taak, en in 650 verkreeg hij uiteindelijk de toestemming om zijn ontslag te nemen. Hij trok zich terug in de eenzaamheid van een klooster, die hij had gesticht te Elnone, vandaag Saint-Amand-les-eaux, op enkele kilometer van Valenciennes. Maar hij kon niet lang genieten van zijn opruststelling en het volgende jaar ontsliep hij als een heilige in de Heer. Men vertelt dat de heilige Aldegonde, op het uur van zijn dood in gebed verzonken voor het altaar van de Maagd van Maubeuge, hem opgenomen zag worden ten hemel, omringt door al diegenen die hij had bekeerd.

Hij wordt vereerd in de bisdommen Brugge, Gent, Doornik, Namen, Luik en Mechelen. Vele dorpen dragen zijn naam : Saint-Amand-lez-Fleurus, Sint Amand in vlaams Brabant en Sint Amandsberg. De gedachtenis van de heilige Amandus is zeer sterk aanwezig, zowel bij de orthodoxen als bij de katholieken. Van orthodoxe zijde is een fresco van hem te zien in de Kerk van de heilige apostel Andreas te Gent, een ander in de parochie van de heilige Silouan en sint Martinus te Brussel, en een derde in de koptische parochie van Rijsel. Een zeer mooie icoon die hem voorstelt samen met sint Bavo, is gerealiseerd door een belg van griekse afkomst Michel Kramboussanos. Zij is de eigendom van een parochiaan van de kapel van de orthodoxe parochie van alle heiligen van Rusland te Ottignies. Een andere icoon waarop hij alleen wordt voorgesteld is te zien in de kerk van de orthodoxe parochie van de heilige Amandus te Kortrijk, en een  reproductie van dezelfde icoon is te zien in de parochie van de heilige Silouan en Sint Martinus te Brussel. Ten slotte, nog een andere stelt hem voor samen met de heilige Baudemond, in de coptische parochie van Rijsel.

Van katholieke zijde gaat er elke eerste zondag van september een processie uit in een vlaamse plaats die zijn naam draagt : Sint Amand. Veel kerken zijn aan hem toegewijd zowel in Vlaanderen als in Wallonië. De heilige Amandus wordt aanroepen voor de genezing van een huidziekte (ziekte van de huid)

Uit. Saints et saintes de Belgique au premier millenaire – Jean Hamblenne, p.101-105

Feest van de Transfiguratie van Christus

TRANSFIGURATIE VAN ONZE HEER EN GOD EN VERLOSSER JEZUS CHRISTUS

 transfiguration 6 aug..jpg

Lezingen :

2 Petrus 1,10-19:

Daarom, broeders en zusters, doe uw best om steeds meer aan Gods roeping en uitverkiezing te beantwoorden. Als u zo handelt, zult u nooit ten val komen, en wordt u royaal toegang verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus.

Trouw aan de traditie
     Ik zal dan ook niet ophouden u deze dingen in herinnering te brengen, ofschoon u ze weet en vast staat in de waarheid die u hebt ontvangen. Maar zolang ik nog woon in de tent van mijn lichaam, voel ik me verplicht om uw geheugen op te frissen. Ik weet dat deze tent weldra wordt neergehaald; onze Heer Jezus Christus heeft het mij gezegd. Maar ik zal ervoor zorgen, dat u zich dit alles ook na mijn heengaan telkens opnieuw voor de geest kunt halen.
      Toen wij u de macht en de komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, beriepen wij ons niet op vernuftig bedachte mythen  maar wij spraken als ooggetuigen van zijn glorie.Want Hij heeft van God de Vader eer en verheerlijking ontvangen, toen door de verheven majesteit dit woord tot Hem gericht werd: ‘Dit is mijn geliefde Zoon; luister naar Hem.’  En deze stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken, toen wij met Hem op de heilige berg verbleven.  Hierdoor kreeg voor ons het woord van de profeten nog meer gezag. Ook u doet er goed aan dat in acht te nemen: het is de lamp die licht verspreidt in een donkere ruimte, tot het ogenblik dat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart.

EVANGELIE : Matth.17,1-9

Jezus met Mozes en Elia
Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en diens broer Johannes met zich mee een hoge berg op, waar Hij met hen alleen was. Voor hun ogen veranderde Hij van gedaante. Zijn gezicht ging stralen als de zon en zijn kleren werden wit als licht. Opeens verschenen hun Mozes en Elia, in gesprek met Hem. [ Petrus zei daarop tegen Jezus: ‘Heer, het is maar goed dat wij hier zijn. Als U wilt, zal ik hier drie hutten maken, voor U een en voor Mozes een en voor Elia een.’  Hij was nog niet uitgesproken of daar kwam een lichtende wolk die hen overdekte, en opeens klonk er een stem uit die wolk: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, in wie Ik vreugde vind. Luister naar Hem.’  Toen de leerlingen dat hoorden, wierpen ze zich op de grond en werden ze vreselijk bang.  Jezus kwam naar hen toe, raakte hen aan en zei: ‘Sta op en wees niet bang.’ Toen ze hun ogen opsloegen, zagen ze niemand meer dan Jezus alleen.
      Terwijl ze van de berg afdaalden, gebood Jezus hun: ‘Vertel niemand van dit visioen voordat de Mensenzoon uit de doden is opgewekt.